Joop Onnekink, Mijn vader was een Engelandvaarder

Inleiding

Inhoudsopgave

Voorwoord

Bij het tot stand komen van de andere hoofdstukken (zie: Vier maanden in kamp Vught & Zeven dagen in de Heksenketel) en ook de hoofdstukken die hierna volgen, heb ik grotendeels uit eigen herinnering geput zij het met aanvullingen om hiaten op te vullen. Dit verhaal is echter op een geheel andere manier tot stand gekomen. Zowel mijn vader als mijn moeder behoorden tot de categorie mensen die niet meer over hun oorlogsverleden spraken. Slechts één verhaal heeft hij mij ooit verteld: zijn ontsnapping uit een hotel in Brussel.

Ook hebben beiden nauwelijks iets op papier gezet. In augustus 1946 werd aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina een gedenkboek aangeboden met daarin de persoonlijke verhalen en belevenissen van alle Engelandvaarders. Daaraan heeft mijn vader meegewerkt en zijn belevenissen kort op schrift gesteld. Dat verhaal heb ik als leidraad gebruikt voor het optekenen van zijn belevenissen. Ook het Bijbels dagboekje dat mijn vader op reis bij zich had, waarin hij korte aantekeningen heeft gemaakt, is van groot nut gebleken. Er is veel zoekwerk in archieven aan te pas gekomen om het verhaal compleet te krijgen. Het werd een heel interessant speurwerk. Op internet, in diverse oorlogsboeken, maar vooral in de archieven van het Nationaal Archief, heb ik een schat aan informatie gevonden.

Dit hoofdstuk is daarom een mix geworden van ‘oral history’, archiefstukken, mijn vaders Bijbels dagboek en verhalen van anderen. Ook de foto’s die ik in de nalatenschap van mijn vader heb gevonden, gemaakt tijdens zijn tochten, vertellen hun eigen verhaal. Voor wat betreft de verhalen van anderen, heb ik onder andere geput uit het al eerder geciteerde dagboek van een vriendin van mijn ouders: Beppie Abbink-van Barrelo. Zij en haar verloofde Joop Abbink zaten beiden in het verzet in Apeldoorn. Mijn vader kwam met hen in contact via het verzetswerk. Eén van zijn onderduikadressen was namelijk het huis van de ouders van Joop Abbink. Om zo authentiek mogelijk te blijven is ervoor gekozen de verhalen van derden letterlijk over te nemen.

Voorgeschiedenis

Johannes Bernardus (Jo) Onnekink werd geboren in Rotterdam op 4 juni 1909. Toen hij vijf jaar was verhuisde het gezin naar Arnhem, waar mijn grootvader een baan kreeg bij de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij. Na de lagere school ging mijn vader als leerling modelmaker ook bij de ASM werken. Daarnaast volgde hij vier jaar lang avondcursussen machinetekenen en voortgezet onderwijs. In zijn vrije tijd was hij actief lid van Scouting Nederland.

In januari 1933 trad hij in dienst bij de Gemeentepolitie te Arnhem, waar hij begon in de uniformdienst. Hij werkte in verschillende diensten, onder andere bij de gemotoriseerde verkeersbrigade en de zedenpolitie. In 1937 werd hij aangesteld als rechercheur en werkte daar bij de afdeling dactyloscopie en fotografie.

Mijn ouders, die elkaar via Scouting hadden leren kennen, trouwden in november 1935. In januari 1936 bood de Gemeente Arnhem hen een huis aan in het park Zijpendaal, het zoals eerder vermelde ‘Gouverneurshuisje’. Naast zijn recherchetaken werd mijn vader benoemd tot onbezoldigd rijksveldwachter met als taak het opzicht over het park. Zoals eerder al is beschreven, werden uit hun huwelijk vier kinderen geboren. Ik was de oudste met nog drie zusters onder mij. De jongste dochter werd geboren nadat mijn vader al drie maanden zat ondergedoken.

Al snel na de inval van de Duitsers richtte mijn vader, in juni 1940, met enkele vrienden en zwagers een verzetsbeweging op: ‘Pugno Pro Patria’(ik vecht voor mijn vaderland). Later is deze organisatie opgenomen in de ‘Oranjewacht’. Hij had hierover contact gehad met enkele landelijke leiders, onder andere met dr. Volmer uit Zeist en majoor ir. De Boer uit Dordrecht. Een van de eerste verzetsdaden was het in brand steken van de blokhut, die als clubhuis diende van de scoutinggroep, waartoe mijn vader behoorde. Direct na de inval hadden de Duitsers de activiteiten van scouting verboden en de clubhuizen geannexeerd. Het was hem een gruwel dat de jeugdstorm nu van hun clubhuis gebruik maakte. Veel verzetswerk heeft hij niet kunnen doen, want in december 1940 werd er door de SD (Sicherheits Dienst) een inval in ons huis gedaan en moest hij vluchten.

Zijn korte verslag

In het verhaal dat naar de koningin werd gestuurd schreef mijn vader het volgende:

‘In december 1940 werd ik door de SD gezocht wegens ondergrondse activiteiten en lidmaatschap van de "ORANJEWACHT". Tijdens een inval in mijn woning door de SD op 17 december 1940 ben ik ontsnapt en ondergedoken tot 11 april 1942. Vanuit 's-Gravenhage ben ik vertrokken met de bedoeling via Zwitserland naar Engeland te gaan. 12 april 1942 ben ik de Nederlands-Belgische grens bij Zundert gepasseerd. In Antwerpen heb ik onderdak gevonden bij de heer van Dulken en werd 13 april samen met de heer van Dulken en diens zoon door de SD gearresteerd. Tijdens het transport op 14 april van Antwerpen naar Brussel zag ik kans om uit de handen van de SD te ontsnappen. Ik ben daarop per trein naar Belfort (Fr.) gereisd en van daar per autobus naar de Frans-Zwitserse grens, welke ik op 20-04-1942 passeerde. Op 21 april 1942 werd ik in de plaats Porrentruy (Zw.) door de Zwitserse politie gearresteerd en na een verblijf in de gevangenis tot 29-05-1942, in Genève in vrijheid gesteld.

Op 15-01-1943 ben ik op eigen initiatief van Genève vertrokken met bestemming Barcelona. Na een zéér moeilijke en gevaarvolle tocht ben ik op 26-01-1943 in Barcelona aangekomen en door de Nederlandse consul naar Madrid geholpen. Op 14-06-1943 vertrok ik per vliegtuig van Lissabon naar Bristol. In Engeland werd ik op 24-07-1943 in vrijheid gesteld en meldde mij als oorlogsvrijwilliger. Begin augustus 1943 ben ik met enige andere Engelandvaarders door Z.K.H. Prins Bernhard ontvangen. Op 23 augustus had ik de eer door H.M. de Koningin op Maidenhead te worden ontvangen. In de ambassade te Londen werd mij op 28 oktober 1943 door H.M. de Koningin het Kruis van Verdienste toegekend en uitgereikt. In Londen ben ik werkzaam geweest op het Departement van Justitie tot ik op mijn dringend verzoek in september 1944 werd ingedeeld bij het M.G. (Militair Gezag) sectie III ( Security). Hierbij ben ik werkzaam geweest tot juni 1945 toen ik verzocht te worden overgeplaatst naar de Netherlands War Crimes Commission in Duitsland. Thans ben ik op mijn verzoek gedemobiliseerd en wil trachten weder in mijn oude functie, zijnde rechercheur van politie te Arnhem te worden hersteld’.

Arnhem, augustus 1946

Dit verhaal, dat ik via het Koninklijk Huisarchief had ontvangen, was, naast enkele verhalen die hij mij had verteld, het enige aanknopingspunt dat ik had. Er is heel wat onderzoek voor nodig geweest om het hele gedetailleerde verhaal boven water te krijgen. Maar het is mij gelukt. Hier volgt een reconstructie van zijn belevenissen.

Definitielijst

Engelandvaarders
Bijnaam voor Nederlandse mannen die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog Engeland probeerden te bereiken over zee om vanuit daar de Duitsers te bevechten. Velen stierven tijdens de overtocht die soms zelf in kano's werd ondernomen. De meeste Engelandvaarders konden via radio Oranje hun veilige aankomst aan het thuisfront laten horen via codewoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Johannes Bernardus (Jo) Onnekink, de vader van de schrijver.


Bij de verkeersbrigade.


Twee padvinders.

Informatie

Artikel door:
Joop Onnekink
Geplaatst op:
25-07-2015
Laatst gewijzigd:
10-08-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.