Atoombommen op Hiroshima en Nagasaki

Voorgeschiedenis

Inhoudsopgave

Inleiding

"Ik ben mij bewust van de tragische betekenis van de atoombom. … Het is een vreselijke verantwoordelijkheid die aan ons toegekomen is. We danken God dat het ons toegekomen is in plaats van onze vijanden; en we bidden dat Hij ons mag leiden om het te gebruiken in Zijn voetsporen en voor Zijn doeleinden."                                                                                                                                                Harry Truman 9 augustus 1945.

Maandag 6 augustus 1945 begon mooi en zonnig in Hiroshima. De stad verging het tot dan toe vrij goed. Net als in geheel Japan kampte de stad weliswaar met een gebrek aan grond- en voedingsstoffen, maar over het algemeen waren de mensen nog best tevreden. Hiroshima was tot dan toe nog gespaard voor grootschalige Amerikaanse luchtaanvallen, waar de andere steden in Japan zo veel van te lijden hadden, maar daar zou snel verandering in komen.

Atoomsplitsing

Op 17 juli 1939 bezochten drie Hongaarse wetenschappers, Leo Szilárd, Eugene Wigner en Edward Teller, Albert Einstein in zijn zomerresidentie aan de Peconic Bay op Long Island. De heren spraken een aantal uren. In augustus zouden Szilárd en Teller Einstein nogmaals bezoeken. De gesprekken vonden voornamelijk plaats in het Duits. Einstein was de Engelse taal namelijk nog niet goed machtig. De Hongaarse wetenschappers bespraken met Einstein een kwestie die ons terugbrengt naar 1932.

In 1932 had de Britse fysicus Sir James Chadwick het neutron ontdekt, een neutraal geladen deeltje in de kern van een atoom. In de volgende jaren voerden een aantal natuurkundigen experimenten uit, waarbij zij neutronen afschoten op de kern van een atoom. In december 1938 ontstond bij een dergelijk experiment, in Berlijn, uitgevoerd door de Duitse natuurkundigen Otto Hahn en Fritz Strassman, het nieuwe element barium, dat ongeveer de helft van de massa van een uraniumatoom had. Hieruit concludeerden twee eveneens Duitse natuurkundigen, Lise Meitner en haar neef Otto Frisch, dat het uraniumatoom gesplitst was. De Joodse Meitner, oorspronkelijk afkomstig uit Oostenrijk, was in 1938 via Nederland uitgeweken naar Zweden. Frisch gaf het idee van Meitner door aan de Deense wetenschapper Niels Bohr. Die werkte het idee verder uit.

Bohr ontdekte onder meer dat een isotoop van uranium (U-235) makkelijker te splitsen zou zijn dan de natuurlijke variant van uranium (U-238). U-235 was en is echter zeldzaam. Slechts 0,7 % van het gedolven uranium is U-235. Isotopen zijn atomen die in het elementair stelsel dezelfde plaats innemen als het element waar ze bij horen, maar die een andere massa hebben. Dit betekent dat de isotopen van een atoom hetzelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen heeft. Bohr besprak de bevindingen van Meitner en Frisch op een wetenschappelijke conferentie, die plaats vond in de Verenigde Staten op 26 januari 1939. Op deze wijze kwamen Szilárd en zijn medenatuurkundigen in aanraking met het idee atoomsplitsing en de consequenties daarvan.

Elke natuurkundige doorzag onmiddellijk de mogelijkheden van een splitsing van een atoom. Door de splitsing ontstaan namelijk twee atomen met een positieve lading die elkaar afstoten. Bij de splitsing gaat bovendien een beetje massa verloren. Deze massa wordt volgens de bekende, door Einstein ontdekte formule E=mc2 omgezet in energie, wat dus een enorme explosie van kracht zou betekenen. Doordat er bij de splitsing meer neutronen vrijkomen dan dat er gebruikt worden, kan een kettingreactie op gang worden gebracht, waarbij de nieuwe neutronen meer uraniumatomen splitsen, waardoor opnieuw neutronen vrijkomen die nog meer atomen splitsen, enzovoorts. Als het zou lukken een dergelijke kettingreactie op gang te brengen, was het mogelijk om een bom met een verschrikkelijke explosieve kracht te maken.

De drie Hongaarse wetenschappers hadden een brief opgesteld die zij wilden overhandigen aan de president van de VS, Franklin Roosevelt. Hierin wezen zij op de recente ontwikkelingen, die in theorie de constructie van een atoombom mogelijk maakte en waarschuwden zij voor het gevaar dat nazi-Duitsland een dergelijk wapen zou kunnen ontwikkelen. Deze angst was in die tijd zeker reëel. Duitsland was in het interbellum leidend op wetenschappelijk gebied en beschikte door de uraniummijnen in het pas geannexeerde Tsjechoslowaakse gebied over de vereiste grondstof. De president van de VS zou volgens hen onderzoek moeten financieren naar de ontwikkeling van de atoombom, zodat men Duitsland voor kon zijn met de bouw hiervan. Zij vroegen aan Einstein en nog een aantal andere vooraanstaande wetenschappers om deze brief te ondertekenen, hetgeen zij ook deden. Op 11 oktober 1939 overhandigde de bankier Alexander Sachs de brief aan Roosevelt. Zijn precieze reactie is niet bekend. De president merkte na lezing wel iets op in de trant van:
"We moeten dus voorkomen dat zij ons opblazen."

Verder onderzoek

Op 21 oktober 1939 werd er in de VS een adviescommissie ingesteld: het Advisory Committee on Uranium dat onder leiding stond van de wetenschapper Lyman Briggss. Na een maand werd er aan Roosevelt al een advies gepresenteerd. Er werd aangeraden om meer onderzoek te doen. Hiervoor werd echter maar weinig geld beschikbaar gesteld, ongeveer 6000 dollar, dat werd besteed aan een aantal experimenten van Fermi en Szilárd op Columbia University. Het onderzoek in Amerika raakte hierna wat in het slop. De VS waren nog niet betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, waardoor het belang nog niet doordrong.

Het waren de Britten die aandrongen op meer actie van de Amerikanen. Twee natuurkundigen van de universiteit van Birmingham, Otto Frisch en Rudolf Peierls, brachten in maart 1940 een memo uit, waarin zij aangaven dat er relatief weinig uranium nodig was voor het maken van een bom. In eerste instantie, bijvoorbeeld in de brief van Szilárd, werd rekening gehouden met een kritische massa van meerdere tonnen. Frisch en Peierls kwamen tot de conclusie dat enkele kilo’s al voldoende zouden zijn om een kettingreactie op gang te brengen. Hierop vormden de Britten het Maud (Military Application of Uranium Detonation) Committee, waarin alle belangrijke Britse natuurkundigen zitting hadden. Er werd onderzoek gedaan naar de verrijking van uranium en andere technische problemen die waren verbonden aan de constructie van een atoombom. De verrijking van uranium was mogelijk zoals bleek uit onderzoek van Franz Simon.

In maart 1941 bracht het MAUD Comittee een rapport uit, waarin werd geconcludeerd dat voor een U-235 bom een kritische massa van ongeveer 12 kilogram (26 pounds) voldoende was en dat een dergelijke bom een kracht zou hebben van 18 kiloton. Het rapport werd naar de Verenigde Staten gestuurd en belandde daar ongelezen in een bureaula van Briggs. Pas na een reis van de Britse natuurkundige en lid van het MAUD Comity Marcus Oliphant naar de Verenigde Staten in augustus kwam er meer schot in de zaak. Oliphant besprak de kwestie met een aantal Amerikaanse natuurkundigen, onder wie James Conant en Ernest Lawrence. Er werden in de VS weer een aantal onderzoekscommissies in het leven geroepen. In oktober 1941 presenteerde de wetenschappelijk adviseur Vannevar Bush het MAUD rapport aan de president. Roosevelt verordonneerde hierna dat de National Academy of Sciences onderzoek moest doen naar het bomproject. Het onderzoek kreeg meer prioriteit na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 en de oorlogsverklaring van Duitsland aan de Verenigde Staten op 11 december 1941. Bush vormde in december het Office of Scientific Research and Development om de meerdere lopende onderzoeksprojecten te coördineren en om nieuwe grotere onderzoeken op te starten.

Definitielijst

Hiroshima
Stad in Japan waar op 6 augustus 1945 de eerste atoombom op werd afgeworpen.
interbellum
Het tijdvak tussen WO I en WO II.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De atoombommen op Hiroshima (li) en Nagasaki (re).
(Bron: Wikipedia)


James Chadwick ontdekte in 1932 het neutron.
(Bron: Wikipedia)


Niels Bohr en Albert Einstein in Brussel in 1930.
(Bron: Wikimedia)


Einstein en Szilárd bezig met de brief voor President Roosevelt.
(Bron: Osti.gov)


De brief die president Roosevelt in 1939 ontving van Leo Szillárd en Albert Einstein.
(Bron: Wikipedia)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
30-10-2015
Laatst gewijzigd:
13-01-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.