Atoombommen op Hiroshima en Nagasaki

Atoombom op Nagasaki

Bocks car en bemanning

Op 9 augustus om 03:47 uur (Tinian tijd) steeg de Bockscar gevlogen door Charles Sweeney op voor de aanval op Kokura. Nagasaki werd aangewezen als tweede doelwit. De bemanning voor de vlucht bestond uit de volgende personen:

  • Major Charles Sweeney (piloot)
  • CaptainCharles Donald Albury (copiloot)
  • Second Lieutenant Frederick Olivi (co-piloot)
  • Captain James van Pelt (navigator)
  • Captain Kermit Beahan (bommenrichter)
  • Master Sergeant John Kuharek (boordwerktuigkundige)
  • Staff Sergeant Raymond Gallagher (assistent-boordwerktuigkundige)
  • Staff Sergeant Edward Buckley (Radaroperator)
  • Sergeant Abe Spitzer (radiotelegrafist) en Sergeant Albert DeHart (staartschutter)
Behalve de bemanning waren er nog drie personen aan boord:
  • Commander Frederick Ashworth (wapenkundige)
  • Lieutenant Philip Barnes (assistent wapenkundige)
  • First Lieutenant Jacob Beser (radarofficier)

Voordat het toestel opsteeg, waren bijna alle handelingen om de bom op scherp te stellen al verricht. Alleen de veiligheidspluggen moesten nog worden verwijderd. Het geplande rendez-vous boven Yakushima van de Bockscar met de Big Stink, die werd gevlogen door Major James Hopkins, en the Great Artiste, onder commando van Captain Frederick Bock, verliep niet vlekkeloos. De Big Stink bevond zich niet op het opgegeven punt en vlieghoogte. Wegens de in acht te nemen radiostilte was er geen contact mogelijk tussen de toestellen. In strijd met de gegeven instructies besloot Sweeney langer dan een kwartier te wachten. Na in totaal 45 minuten te hebben rondgecirkeld, besloot Sweeney om zonder de Big Stink de aanval te vervolgen. Aangekomen boven Kokura bleek het beoogde doel binnen de stad, het Arsenaal (een gebouw voor de opslag van uitrusting en munitie van het Japanse leger) echter slecht zichtbaar te zijn door bewolking. Dit werd onder meer veroorzaakt door de rook die afkomstig was van een conventioneel bombardement op de dichtbij gelegen stad Yahata. In de daarop volgende vijftig minuten voerde Sweeney drie keer een aanvalsvlucht uit boven de stad. Telkens besloot Beahan om de bom niet af te gooien, omdat hij het doel niet kon identificeren.

De Bockscar werd onder vuur genomen door de Japanse luchtafweer en jagers. De brandstofvoorraad nam snel af. Dit was problematisch, want de pomp van de reserve brandstoftank functioneerde niet. Dit was voor de start al vastgesteld door de boordwerktuigkundige. De pomp kon echter niet meer worden gerepareerd of vervangen, omdat de aanval niet mocht worden uitgesteld. De atoombom kon ook niet worden overgebracht naar een ander toestel, omdat hier risicoís aan verbonden waren en ook omdat dit enkele uren zou kosten. De hachelijke brandstofsituatie in ogenschouw nemende, werd om 10:30 uur door Sweeney en Ashworth besloten om uit te wijken naar Nagasaki.

Explosie

Op 9 augustus werd er om 07:50 uur een luchtalarm gegeven in Nagasaki, waarna om 08:13 het sein veilig volgde. Om 10:53 uur nam de Japanse radar twee B-29ís waar. Men nam aan dat deze toestellen bezig waren met een verkenningsmissie en daarom werd er geen luchtalarm gegeven. Van tevoren was het vanwege de resterende hoeveelheid brandstof duidelijk dat er slechts een vlucht kon worden uitgevoerd boven de stad. Sweeney stelde voor om met behulp van radar te bombarderen, omdat hij er vanuit ging dat er ook boven Nagasaki bewolking zou zijn. Ashworth was het hier mee eens. De bommenrichter weigerde dit in eerste instantie, maar er was feitelijk geen alternatief. Aangekomen boven de stad, bleek het zicht echter voldoende te zijn.

Beahan liet de bom los boven het stadion van de stad, in de verwachting dat dit vlakbij het beoogde doel, het station, lag. Het stadion en het station lagen echter 3 kilometer uit elkaar. Hierdoor kwam de plutoniumbom terecht in de vallei die was gevormd door de Urakami-rivier, waardoor de kracht van de explosie werd begrensd door de omringde heuvels. Hij ontplofte nu echter wel direct boven het industriŽle centrum van Nagasaki. De bom werd gedropt aan drie parachutes. Om 11:02 uur kwam Fat Man op 503 meter hoogte tot ontploffing. Ahsworth beschreef de explosie als volgt:
"De bom explodeerde met een verblindende flits en een reusachtige kolom van zwarte rook kolkte op in onze richting. Uit deze kolom van rook kolkte een paddenstoel van grijze rook, lichtgevend met een rode flitsende vlam, die een hoogte bereikte van 40.000 voet (12 km) in minder dan acht minuten. Door de wolken zagen we de lijkwade van zwarte rook omringd door vuur die bedekte wat eens het industriŽle centrum van Nagasaki was geweest."

De bom had een geschatte kracht van 21 kiloton en vernietigde 44 % van de stad, een gebied van ongeveer 3 km 2 . Meer dan 50.000 gebouwen werden verwoest of zwaar beschadigd. In een gebied van een kilometer begaven zelfs de stalen frames van de fabrieken het. Alle huizen in een straal van 2,4 km raakten zwaar beschadigd. Zelfs op 7 km afstand stortten er nog gebouwen in. De hellingen van de heuvels op 2 km afstand werden verhit, waardoor zij verkleurden. Ooggetuigen verklaarden bij het zien hiervan dat het leek alsof de herfst vroeg was ingevallen. De bemanningen van de observerende B-29ís namen vijf schokgolven waar. De Bockscar kon maar een keer rond de stad vliegen en moest noodgedwongen landen op Okinawa, omdat zij bijna door haar brandstof heen was.

In een gebied zuidelijk van het epicentrum braken tot op drie kilometer afstand op talloze plaatsen branden uit. De vorm van de stad voorkwam het ontstaan van een vuurstorm. Over het aantal doden dat viel als gevolg van de explosie wordt nu nog gediscussieerd. De aantallen lopen uiteen van 22.000 tot 75.000. De meest waarschijnlijke schatting betreft 35.000 tot 40.000. De onderzoekers van het Manhattan Project concludeerden dat 39.000 personen stierven als gevolg van de explosie en dat er 25.000 gewonden vielen. De Japanners kwamen zelf na onderzoek uit op een geverifieerd aantal van slechts 23.753 doden, 1927 vermisten en 23.345 gewonden. De meeste doden vielen in het industriŽle centrum van de stad. In de munitiefabriek van Mitsubishi kwamen 6200 van de in totaal 7500 arbeiders om het leven. Als gevolg van de aanval stierven 150 Japanse militairen en acht geallieerde krijgsgevangenen: zeven Nederlanders en een Brit.

Postbode Sumiteru Taniguchi verklaarde:
"Ik hoorde een vliegtuig. Dat vond ik vreemd, want het luchtalarm was opgeheven en toen ik keek naar de stad Ö. Ik stond op en keek rond. Overal om mij heen waren de huizen verwoest. Alleen het laatste huis waar ik post moest bezorgen, was gespaard. Ik keek naar mijn handen. De huid op mijn linker arm, van mijn elleboog tot mijn vingers, hing in rafels. Het was iets zwarts dat aan mijn handen plakte."

Hulpverlening

Het kamp Fukuoka 14B lag op 1800 meter van het epicentrum. Op 9 augustus waren een aantal Nederlandse krijgsgevangenen belast met het graven van schuilholen voor komende luchtaanvallen. Andere geÔnterneerden uit Fukuoka 14B waren bezig met het ruimen van puin veroorzaakt door de aanval van 1 augustus. De mannen spraken over een lichtflits die alles doorsnee en hen verblindde. De zon werd verduisterd door het stof van de explosie en kleurde bloedrood. Stralen van vuur schoten in alle richtingen. De gebouwen van het kamp werden vernietigd door de drukgolf. Alles lag plat. Alleen de stalen skeletten van de fabrieken stonden nog overeind. De schokgolf van de explosie was zo sterk dat de losse kleding van het lijf werd gerukt. Een Japanse bewaker, die letterlijk gescalpeerd was, werd door de explosie de gang ingeslagen waar de Nederlanders aan het werk waren. Drie Nederlanders die net even pauze hielden liepen ernstige brandwonden op. Andere personen die aan het puinruimen waren, werden levend verbrand.

De Nederlanders organiseerden zelf het transport van hun gewonden. De vaandrig Paul Jolly nam het voortouw. Ze werden naar een pas gegraven schuilgrot gebracht. Franciscus Snijders schreef over het bergen van de gewonden:
"Een van de koks werd onder het puin van de keuken vandaan gehaald met een gat in zijn voorhoofd, waar de hersens uitpuilden. Hij was al bijna dood. Daarna zijn we naar de fabriek gegaan. Zij die verbrand waren zagen er verschrikkelijk uit. De huid hing in flarden aan het hoofd of het lichaam. Daaronder ontstonden blazen en enorme blaren, die veel pijn veroorzaakten en de gezichten wanstaltig maakten."
De geÔnterneerde P. Blok beschreef hoe een zwaargewonde Japanse soldaat werd geschopt en geslagen door zijn kameraden, omdat een dienaar van de keizer niet mocht laten merken dat hij pijn leed.

De soldaat M.J.L. Meegens raakte bekneld onder een stalen balk van een ingestorte hijskraan in de fabriek waar hij die dag had gewerkt. Meerdere krijgsgevangenen probeerden hem te bevrijden, maar deze poging moesten zij staken toen hitte en rook verder werken onmogelijk maakte. Zijn laatste woorden waren naar verluidt:
"Laat mij maar liggen. Gaan jullie maar."
De volgende dag werd zijn verkoolde lichaam gevonden. De Nederlandse geÔnterneerden vluchtten naar de heuvels. Ze trokken steeds hoger en verder. De nacht brachten ze door in een gebouw in het hoger gelegen deel van de stad dat minder beschadigd was. Een dag later keerden de gevangenen terug naar het kamp. Andere bleven in de heuvels. Later werden zij bijeen gedreven door de Kempei Tai en opnieuw geÔnterneerd

.

De brandweer hield het hoofd koel en begon te blussen. Gouverneur Nagato trad snel op. Hij had de verhalen uit Hiroshima gehoord. Snel regelde hij treinen om gewonden op te halen. De lijken werden verbrand om besmettingsgevaar te voorkomen. De Nederlanders werden belast met deze taak. Een van hen verklaarde:
"Met blote handen moest je gedeeltelijk verminkte lichaamsdelen oppakken en bijeen brengen."
De symptomen van de stralingsziekte begonnen op te treden. Personen kregen last van lusteloosheid, diarree, koorts, overgeven en onverklaarbare bloedingen. Bij anderen vielen de haren uit of de mond raakte ontstoken waardoor de tanden uitvielen. De sterfgevallen als gevolg van stralingsziekte begonnen een week na de explosie. Ook na acht weken stierven er nog personen. De doses aan straling liep in Hiroshima op tot 25 RŲntgen. In Nagasaki had de gammastraling zelfs een maximale sterkte van 110 RŲntgen.

Definitielijst

Hiroshima
Stad in Japan waar op 6 augustus 1945 de eerste atoombom op werd afgeworpen.
Nagasaki
Japanse stad waarboven de VS op 9 augustus 1945 de tweede atoombom afgooide.
radar
Engelse afkorting met als betekenis: Radio Detection And Ranging. Systeem voor het met elektromagnetische golven vaststellen van de aanwezigheid, afstand, snelheid en richting van voorwerpen als schepen, vliegtuigen, enz.
vuurstorm
Spontaan ontstaan in juli 1943 in Hamburg. Dit was het ultieme doel van elk bombardement. De vuurstorm was niet meer te blussen en verbrandde alles wat op zijn pad kwam. Er zijn aan de grond temperaturen gemeld van 800-1.000 graden Celsius en windsnelheden van 240 km/uur, dus van dubbele orkaankracht. Het lukte Bomber Command slechts enkele keren om de gewenste vuurstorm te ontketenen, namelijk in Hamburg op 27 juli 1943, Kassel op 22 oktober 1943, Darmstadt op 11 september 1944 en Dresden op 13-14 februari 1945. Bomber Command nam altijd de middeleeuwse stadscentra (Altstadt) als doelwit vanwege de hoge houten gebouwen en de smalle straten.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De paddenstoel boven Nagasaki na de explosie van "Fat Man".
(Bron: Wikipedia)


De bemanning van de "Bockscar" hier voor het toestel dat zij eerst vlogen de "Great Artiste." voorste rij: Dehart, Kuharek, Buckley, Gallagher, Spitzer; achterste rij: Olivi, Beahan, Sweeney, Van Pelt, Albury
(Bron: Wikipedia)


De resten van de Urakami kathedraal in Nagasaki na het bombardement.
(Bron: Wikimedia)


Peter de Jong maakte dit in 1983 door Middelburg geschonken beeldhouwwerk: Protection of Our Future.
(Bron: Wikipedia)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
30-10-2015
Laatst gewijzigd:
20-08-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.