Joods Hospitaal Berlijn tijdens de nazi-periode

Eerste oorlogsjaren

Begin van de deportaties

Als gevolg van het antisemitisme kozen tienduizenden Duitse Joden ervoor te emigreren, totdat in oktober 1941 nog 163.000 Joden overgebleven waren van de 523.000 die Duitsland in januari 1933 geteld had. Onder de geŽmigreerde Joden waren meerdere prominente artsen van het Joodse hospitaal. Eťn van hen was professor Martin Jacoby. Vanaf 1907 was hij chef geweest van het chemisch instituut van het Moabit-ziekenhuis in Berlijn, totdat hij eind 1933 met verplicht pensioen werd gestuurd. Hij kon in 1934 de overstap maken naar het Joodse hospitaal, waar hij de leiding kreeg over een soortgelijke afdeling als in het Moabit. In 1939 ging zijn kennis en ervaring voor het hospitaal verloren, toen de professor emigreerde naar Engeland. Een andere gerespecteerde Joodse arts die ervoor koos Duitsland te ontvluchten was de uroloog Dr. Paul Rosenstein, die al vele jaren in het Joodse hospitaal werkte, sinds 1923 als hoofd van de afdeling chirurgie. BraziliŽ was het land waarheen hij in 1938 emigreerde. Ook na 1941 slaagden enkele artsen en verpleegsters van het Joodse hospitaal er nog in om Duitsland te verlaten of onder te duiken. Gedurende de hele oorlog zou het hospitaal desondanks de beschikking houden over voldoende personeel om de nodige medische zorg te blijven verlenen, maar wel onder de supervisie van Adolf Eichmanns afdeling Joodse zaken van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA).

Toen emigratie in oktober 1941 verboden werd, bleven ruim 70.000 Joden over in Berlijn. Sinds september van dat jaar waren ze verplicht een davidster op hun kleding te dragen. Ook artsen en verplegers in het hospitaal droegen de ster op hun witte uniform. De invoering van dit stigmatiserende herkenningsteken vormde een voorbode van de deportaties naar gettoís en kampen in het Oosten, die in oktober begonnen. Op dat moment wisten de Joden nog niet dat ze daar vermoord zouden worden.Hen werd voorgehouden dat ze naar werkkampen gebracht werden. Het hospitaal raakte op meerdere manieren betrokken bij de deportaties. In de Sammellager (verzamelkampen die overal in Berlijn ingericht waren) en op de stations waarde Joden op de trein gezet werden, moesten dokters en verpleegsters eerste-hulp-posten bemannen. Ook werden ze geacht transporten te begeleiden, waarbij ze ook zelf niet meer terugkeerden. Veel meer dan de slachtoffers gerust stellen konden de hulpverleners niet, maar dat was dan ook precies waarom ze ingezet werden. Mede dankzij hun aanwezigheid brak er geen paniek uit en verliepen de deportaties voorspoedig.

Duivelse werk

Een andere wijze waarop het Joodse hospitaal betrokken was bij de deportaties was via de zogenoemde Transportreklamationstelle. Deze in december 1941 in opdracht van het RSHA opgerichte commissie was belast met de behandeling van de verzoeken tot uitstel van deportatie die Joden konden indienen op grond van medische redenen. Het kantoor van deze instelling was gevestigd in het Schwesterheim (verpleegstersverblijf) van het Joodse hospitaal. Dagelijks van 8:00 tot 23:00 uur werd er door een commissie van zes artsen, zes secretaressen en zes verpleegsters gewerkt aan het afhandelen van de vele ingediende verzoeken. Het was een komen en gaan van patiŽnten. Soms zouden er wel dertig ambulances bij het hospitaal hebben gestaan om zieke Joden af te leveren. "Blinden arriveerden en kreupelen, epileptici en mensen die leden aan tuberculose", zo herinnerde een secretaresse uit het hospitaal zich. "Vanwege de grote aantallen moesten ze urenlang staand wachten op hun onderzoek. Het was het meest zwaar wanneer we door de wachtruimtes moesten en we opgemerkt werden door vrienden en kennissen die smeekten om iets voor hen te doen, hoewel ze zelf ook wel wisten hoe machteloos we waren met betrekking tot dit duivelse werk."

Joden die voldeden aan de strenge eisen en ziek genoeg bevonden werden om nog niet op transport te hoeven, kregen uiterlijk drie maanden uitstel. Velen werden echter afgekeurd. Zo werden zwangere vrouwen gewoonlijk op transport gezet, tenzij ze op het punt stonden te bevallen. Zes weken na de bevalling werden ze dan alsnog met hun baby gedeporteerd. Wat ook gebeurde was dat zieken werden behandeld of geopereerd in het ziekenhuis om hen alsnog geschikt te maken voor deportatie. Veel viel er door de Joodse artsen niet te manipuleren in het voordeel van patiŽnten. De Gestapo hield streng toezicht en schakelde Arische artsen in voor een second opinion om bedrog te voorkomen. Toch zijn er aanwijzingen dat er mogelijk gesjoemeld werd om deportaties van individuen uit te stellen. Zo waren er in 1941 opvallend meer operaties dan in de jaren daarvoor. De oogarts in het ziekenhuis bijvoorbeeld voerde toen de deportaties begonnen, in december 1941, twee keer zoveel operaties uit als zijn maandelijkse gemiddelde.

Eind 1942 werd de commissie opgeheven. In juni van dat jaar was het RSHA in Berlijn begonnen met de zogenoemde Alterstransporte (ouderentransporten), waarbij bejaarde Joden werden afgevoerd naar het getto Theresienstadt in TsjechiŽ. Hoewel de locatie werd gepresenteerd als een modelgetto, waar de Joden een goed leven hadden, waren de levensomstandigheden er erbarmelijk. 89% van de ouderen stierf hier of werd gedeporteerd naar Auschwitz om daar alsnog vermoord te worden. Nu ook de ouderen werden afgevoerd en er vooral jongere en gezonde Joden achterbleven in de Duitse hoofdstad was de commissie overbodig geworden. Het werd Joden bovendien niet langer toegestaan om met het openbaar vervoer te reizen (uitgezonderd diegenen die 7 kilometer of verder van hun werk woonden) en ook ambulances waren nauwelijks nog beschikbaar voor Joden. Dat betekende dat het voor zieken niet langer mogelijk was naar het ziekenhuis te komen en ook de twee keuringsartsen die huisbezoeken aflegden, werden ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid.

Zelfmoorden

Een gevolg van de deportaties was dat het aantal zelfmoorden onder de Joden toenam. Het aantal zelfdodingen steeg vooral schrikbarend vanaf de jaarwisseling van 1942-1943, toen er in Berlijn steeds meer geruchten de ronde deden over het noodlot dat de Joden na deportatie wachtte. Het feit dat er van gedeporteerde familieleden, vrienden en buren al maandenlang niets meer vernomen werd, deed de vrees onder de nog overgebleven Joden toenemen. In de jaren 1942 en 1943 zouden 7.000 Joden in Berlijn zelfmoord gepleegd hebben. Er was een goed georganiseerde zwarte handel in opiaten en andere drugs die in hoge dosering dodelijk waren. Vooral het kalmeringsmiddel Veronal en kaliumcyanide (cyaankali) werden vaak gebruikt door degenen die een einde aan hun eigen leven wilden maken. Lang niet altijd slaagden de zelfmoordpogingen. Degenen die hun suÔcidepoging overleefden, werden behandeld in het Joodse hospitaal waarna ze alsnog op het door hen zo gevreesde transport gezet werden.

Het hospitaal kreeg gedurende de tijd van de deportaties vele suÔcideslachtoffers te verwerken. Een verpleegster herinnerde zich dat het aan beide kanten van een hal in het hospitaal vol stond met bedden. "Je kon er amper langs. Overal waar je je voeten zette was een bed met iemand die had geprobeerd zelfmoord te plegen." Toen er geen plek meer was in de zalen en gangen werden er ook bedden geplaatst in het badhuis. Vanwege de door hen afgelegde eed van Hippocrates waren de artsen in principe gedwongen de overlevenden van zelfmoord te genezen, maar ze zouden desondanks meerdere ouderen in rust hebben laten sterven.

Ook onder het hospitaalpersoneel kwamen er zelfmoorden voor. Een betrokkene schatte dat er in de periode 1942-1943 veertien personeelsleden zelfmoord pleegden, waaronder ten minste twee dokters. Het bekendste geval van zelfmoord onder het ziekenhuispersoneel was dat van hospitaaldirecteur Dr. SchŲnfeld. Nadat hij in oktober 1942 geselecteerd was om op transport gezet te worden, pleegde hij samen met zijn vrouw zelfmoord in hun woning. Eerder had een verpleegster met wie hij een geheime verhouding had gehad haar zelfmoord gefingeerd. Ze liet een injectiespuit achter en een zelfmoordbriefje waarin ze schreef dat ze haar stiekeme relatie met SchŲnfeld niet langer aankon. In werkelijkheid dook ze onder en overleefde zo de oorlog.

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Theresienstadt
Stad in TsjechiŽ, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Joden staan in de wachtrij voor een reisbureau in Berlijn, 1939.
(Bron: Yad Vashem)


Joodse Duitsers registeren zich voor de oorlog in Berlijn voor emigratie naar Palestina.
(Bron: Yad Vashem)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-11-2015
Laatst gewijzigd:
12-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.