Joods Hospitaal Berlijn tijdens de nazi-periode

Uitzonderingspositie

Fabrikaktion

Er zijn verschillende redenen te noemen waarom het Joodse hospitaal ook na 1942 bleef bestaan. Een belangrijke reden was de blijvende aanwezigheid van Joden in Berlijn die beschermd werden door hun huwelijk met een AriŽr of door hun gedeeltelijke Arische afkomst. In dat laatste geval werd er gesproken van Mischlinge. Tweedegraads Mischlinge (of kwartjoden: personen met ťťn Joodse grootouder) werden over het algemeen hetzelfde behandeld als AriŽrs. Hoewel fanatici binnen de nazipartij eerstegraads Mischlinge (of halfjoden: personen met twee Joodse grootouders) hetzelfde wilden behandelen als volle Joden verkregen zij in nazi-Duitsland toch een uitzonderingspositie, tenzij zo iemand de Joodse religie aanhing of getrouwd was met een volle Jood (zo iemand werd dan een Geltungsjude genoemd en beschouwd als een volle Jood). De reden voor deze uitzonderingsposities was de angst die er binnen het nazibestuur bestond voor protesten door Arische familieleden wanneer hun halfjoodse of Joodse naaste gedeporteerd zou worden. In een tijd van oorlog kon men weerstand binnen de Duitse volksgemeenschap niet gebruiken.

Ondanks dat halfjoden en Joden met een Arische huwelijkspartner uitgezonderd waren voor deportatie konden ze niet rekenen op een gelijke behandeling. Het was voor de naziís bijvoorbeeld ondenkbaar dat Joden in dezelfde ziekenhuizen opgenomen zouden worden als Arische patiŽnten. Om hen toch medische zorg te geven, bleef het Joodse hospitaal open. Deels was dat ook uit eigenbelang, want wanneer halfjoden leden aan besmettelijke ziekten dan vormden ze zonder medische behandeling of ziekenhuisopname een risico voor de volksgezondheid. Om vergelijkbare redenen bleef behalve het hospitaal ook de Joodse begraafplaats in de Berlijnse wijk Weissensee gedurende de oorlog geopend met een handjevol Joodse werknemers. Zo werd vermeden dat de lichamen van Joden begraven moesten worden door AriŽrs op Arische begraafplaatsen.

Het Joodse hospitaal bleef de beschikking houden over een laboratorium en een apotheek. Het beheer over de medicijnen werd echter niet toevertrouwd aan iemand van Joodse afkomst en was de verantwoordelijkheid van een Arische apotheker die tot het einde van de oorlog in dienst bleef. Hij was het enige overgebleven niet-Joodse personeelslid nadat het de trouwe Arische vroedvrouw door de naziís niet langer toegestaan was om in dienst van het hospitaal te blijven.

Op 27 februari 1943 leek het alsof de voorheen van transport uitgezonderde Berlijnse Joden niet langer veilig waren. Circa 1.800 bevoorrechte Joodse mannen werden toen gearresteerd en gevangen gezet in een gebouw van de Joodse gemeente aan de Rosenstrasse 2-4. Hun Arische echtgenotes of moeders verzamelden zich voor het gebouw en eisten dat ze vrijgelaten werden. Dat gebeurde op 1 maart en vermoedelijk was het nooit de bedoeling geweest om deze mannen op transport te zetten. Waarschijnlijk wilden men hen tijdelijk afzonderen van niet-bevoorrechte Joden, waarvan er ongeveer 10.000 opgepakt en gedeporteerd werden naar Auschwitz. Omdat de meeste van deze Joden opgepakt werden in de fabrieken waar ze dwangarbeid verrichtten, ging de operatie de geschiedenisboeken in als Fabrikaktion. Onder de gedeporteerde Joden waren ook medewerkers en patiŽnten van het hospitaal. Na deze gebeurtenis was het hospitaal de enige overgebleven plek in Duitsland waar Joden in een groot aantal legaal verbleven.

Lustigs lijst

Kort na de Fabrikaktion sloeg in maart 1943 het noodlot opnieuw toe voor de hospitaalbewoners. Op de straat voor het hospitaal stopten op 10 maart meerdere arrestatiewagens. Een groep officieren van de Gestapo en Kriminalpolizei stapte het hospitaal binnen en gaf Lustig de opdracht tot het ontruimen van het hospitaal. Lustig weigerde echter mee te werken zolang er geen officieel bevel van het kantoor van Eichmann was. Er werd contact opgenomen met dit bureau met als gevolg dat de ontruiming van het complete hospitaal afgeblazen werd. Blijkbaar was er sprake geweest van een misverstand tussen verschillende afdelingen van de SS. Korte tijd later verschenen drie andere SS-officieren, waaronder Fritz WŲhrn die de supervisie voerde over het hospitaal, die Lustig opdroegen om voor de volgende ochtend de helft van zijn personeel plus hun familieleden te selecteren voor transport.

Lustig en zijn secretaressen werkten de hele nacht door om de lijst samen te stellen. Ongetrouwde voljoodse mannen liepen een grote kans om uitgekozen te worden, terwijl onmisbare artsen en verpleegsters juist van de lijst gehouden werden. De volgende dag werden de Joden op de lijst afgevoerd naar een Sammellager in Berlijn, waarvandaan ze gedeporteerd werden naar de vernietigingskampen in het Oosten. Lustig werd door zijn medewerking aan het transport gehaat door de meeste Joden in het hospitaal en ze beschuldigden hem van verraad. Een gewillige collaborateur van de naziís lijkt hij echter niet te zijn geweest. Meerdere Joden dankten juist hun leven aan hem. Toen in mei 1943 opnieuw een inval van de Gestapo in het hospitaal volgde, hadden de Gestapomensen zelf een lijst samengesteld. Toen zijn secretaresse werd meegenomen en in een Sammellager terecht kwam, haalde hij haar daar persoonlijk uit, samen met nog tien of vijftien anderen.

Een ander dramatisch moment in de geschiedenis van het hospitaal vond eveneens in 1943 plaats, namelijk in juni. Toen werden de laatst overgebleven bewoners van Joodse verpleeg- en bejaardenhuizen gedeporteerd naar Theresienstadt, waaronder ook de bewoners van het aan het Joodse hospitaal verbonden verpleeghuis. De bedlegerige patiŽnten werden door personeelsleden warm aangekleed en kregen schoon ondergoed, schoenen en een warme deken mee. Velen kregen een luier om, die door alle stress vaak al snel weer verschoond moest worden. Toen het gereedmaken van de ouderen langer duurde dan de toegestane twee uur droeg de Gestapo er bij Lustig op aan om haast te maken. Hoe het uiteindelijk met deze hulpbehoeftige mensen afliep, laat zich raden.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Theresienstadt
Stad in TsjechiŽ, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Graven op de Joodse begraafplaats in de Berlijnse wijk Weissensee.
(Bron: Coen Prenger)


Het laboratorium in het Joodse hospitaal in 1935.
(Bron: JŁdisches Museum Berlin / Yad Vashem)


Het gebouw van de Joodse gemeente aan de Rosenstrasse 2-4.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-11-2015
Laatst gewijzigd:
12-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.