Joods Hospitaal Berlijn tijdens de nazi-periode

PatiŽnten en personeel

Bastion van het leven

Van 1942 tot het einde van de oorlog verbleef een bont gezelschap binnen de hospitaalmuren, bestaande uit ziekenhuismedewerkers, patiŽnten en diverse andere bewoners. Na afloop van de deportaties van 1943 telde het hospitaal 60 personeelsleden, waaronder artsen, verpleegsters en ondersteunend personeel, die woonden op het hospitaalterrein. Veel van die inwonende personeelsleden hadden hun eigen huis bij bombardementen verloren. Daarnaast stonden nog 24 andere personeelsleden op de loonlijst die elders verbleven, waaronder een aantal Mischlinge die hier na de Fabrikaktion tewerkgesteld waren. Eťn van hen was GŁnther Rischowsky, die met zijn broer door Lustig zelf was uitgekozen als terreinbeheerder, terwijl zijn broer als autopsie-assistent werd aangewezen. "We werkten zo goed als we konden, meer dan van ons verwacht werd", zo verklaarde GŁnther. "We waren ons bewust dat het hospitaal een bastion van het leven symboliseerde. We werkten waar we ook werden toegewezen, of dat nou was op de kinderafdeling, in de tuin, als dakwerkers, bij het spijkeren van kozijnen, als zaalhulpen of als liftjongens."

Onder de patiŽnten bevonden zich vanaf 1942 psychiatrische patiŽnten die afkomstig waren uit ontruimde Joodse psychiatrische instellingen elders in Duitsland. Het ging hoofdzakelijk om buitenlanders die dankzij hun niet-Duitse afkomst vooralsnog gespaard waren, terwijl de meeste Joodse psychiatrische patiŽnten in Duitsland met hun verzorgers al naar de vernietigingskampen afgevoerd waren. Speciaal voor hen was een psychiatrische afdeling geopend met 120 bedden. De psychische zorg die geboden werd was ontoereikend: er was geen geschoold personeel, geen speciale medicatie en de psychologische behandeling was beperkt. Om de patiŽnten een zinvolle dagbesteding te geven verrichtten ze in en om het hospitaal klusjes. Het was een zware klap toen het hen na verloop van tijd door de Gestapo verboden werd hun kamers te verlaten en te wandelen in de tuin.

Eind 1943 kwam er een einde aan de bevoorrechte positie van de buitenlandse psychiatrische patiŽnten in het hospitaal. Omdat geen enkele buitenlandse regering had gereageerd op het verzoek van de Gestapo van 31 juli 1943 om hun onderdanen in bescherming te nemen, werden de buitenlandse paspoorten ingetrokken en op 21 november 1943 werd de complete psychiatrische afdeling ontruimd. Alle patiŽnten werden geŽxecuteerd in het bos bij concentratiekamp Sachsenhausen, vlakbij Berlijn.

In 1942 arriveerden ook tientallen Joodse weeskinderen in het hospitaal in Berlijn, nadat hun weeshuizen gesloten waren. Het ziekenhuis had al een kinderafdeling, maar opende ook een Kinderunterkunft, een kinderverblijf. Het hospitaalpersoneel kon de deportatie van weeskinderen waarvan de voljoodse afkomst onomstotelijk vaststond niet voorkomen, maar slaagde er wel in om de kinderen te sparen waarvan de Joodse identiteit van de vader niet bewezen was. De afdeling sociale zaken van de Reichsvereinigung hield zich speciaal bezig met het opsporen van bewijzen van de Arische afkomst van de vader, zoals geboortecertificaten en doopgegevens. Ongeveer zestig wezen van tussen de zes en achttien jaar oud wisten in het hospitaal de oorlog te overleven.

Vips

Het hospitaal bood gedurende de laatste oorlogsjaren ook onderdak aan enkele dankzij hun vroegere positie geprivilegieerde Joden. Enkele van deze "vips" verbleven in het Polizeistation, waaronder Dr. Arthur EichengrŁn, die als chemicus van het Duitse concern Bayer aspirine ontdekte. Vanwege zijn huwelijk met een Arische vrouw werd hij uitgezonderd van deportatie. Het was hem zelfs gelukt om na de nazimachtsovername in dienst te blijven van Bayer. Pas toen hij op een patentaanvraag het naliet de voor Joden verplichte naam IsraŽl toe te voegen, kwam hij in het vizier van de autoriteiten. Vanwege deze overtreding werd hij opgepakt. Nadat hij na zijn arrestatie ziek geworden was, werd hij overgebracht naar de politiezaal van het hospitaal. Na zijn genezing werd hij gedeporteerd naar Theresienstadt, waar hij de oorlog overleefde.

De meeste vips verbleven op de afdeling die bekend stond als Extrastation (speciale afdeling). Hier woonden meerdere geprivilegieerde Joden in gemeubileerde privťkamers. Twee van de bewoners waren de tot het christendom bekeerde oud-minister van Justitie Eugen Schiffer en zijn ongetrouwde dochter. De oud-excellentie was een bekende verschijning in het ziekenhuis: dagelijks maakte hij een wandelingetje door de tuin, zelfs als het regende. Zijn dochter en hij overleefden de oorlog. De reden van hun overleving is onbekend, maar mogelijk hadden ze een onbekende beschermer met een hoge positie binnen de overheid.

De identiteit van andere bewoners van de speciale afdeling is enigszins in nevelen gehuld. Zo zouden hier enkele leden van de rijke Joodse familie Rothschild hebben verbleven, evenals een Frau Oppenheimer, eveneens afkomstig uit een welvarend Joods geslacht. Opmerkelijk is dat ťťn van de bewoners tijdens de oorlog aan een rolstoel gebonden was, maar na de bevrijding gewoon bleek te kunnen lopen. Een ander benoemingswaardige bewoner was een oudere vrouw die regelmatig bezocht werd door SSíer Walter Dobberke, de chef van het Sammellager dat vanaf 1944 op het hospitaalterrein gevestigd was. De bejaarde dame was de moeder van een jeugdvriend van de SS-officier.

Collegiale samenwerking

Gedurende de laatste oorlogsjaren zat het hospitaal overvol. Dat kwam omdat een deel van de gebouwen geconfisqueerd was en elk stukje overgebleven ruimte gebruikt werd als leefruimte voor de medewerkers en andere Joden die hier hun intrek hadden genomen. Al in 1942 was de Reichsvereinigung gedwongen het hospitaalcomplex over te dragen aan de Duitse Akademie fŁr Jugendmedizin, maar deze onderwijsinstelling zou zich hier nooit vestigen. Dat was mede te danken aan het feit dat delen van het ziekenhuis in gebruik waren door de Wehrmacht en later ook als Sammellager. Deze bestemmingen werden belangrijker geacht dan de academie en het hospitaal profiteerde daarvan.

Het waren de afdeling gynaecologie, de operatieruimte, het verpleegstersverblijf en de infectie-afdeling die door het Duitse leger geconfisqueerd waren om te dienen als veldhospitaal (Feldlazarett No. 147). Het Joodse hospitaal was daarom gedwongen elders een operatiezaal en verpleegstersonderkomen in te richten, maar had wel voordeel bij de aanwezigheid van het leger. Zowel de centrale verwarming als de elektriciteitsaansluiting werd gedeeld met het Feldlazarett. Terwijl er door Duitse burgers in de omliggende wijk kou geleden werd en er vaak geen stroom was, brandde in het hospitaal de verwarming en was er meestal wel elektriciteit. Opvallend is ook de collegiale samenwerking tussen de Joodse medici en de Duitse legerartsen. Medische voorraden werden met elkaar gedeeld en Joodse werknemers die in het Lazarett klusjes verrichtten, kregen doorgaans iets extraís te eten. Via de staf van het legerhospitaal en buurtbewoners waren de Joden in het ziekenhuis ook op de hoogte van de Duitse nederlaag in Stalingrad in februari 1943. Het gaf hen moed, maar de bevrijding zou nog ruim twee jaar op zich laten wachten.

Klein eiland

"Een klein eiland [Ö] afgesneden van de rest van de wereld", zo werd het Joodse hospitaal in Berlijn ten tijde van de oorlog genoemd door een overlevende. PatiŽnten, personeelsleden en andere aanwezigen verlieten het hospitaalterrein vanaf het moment dat er deportaties plaatsvonden zo min mogelijk om arrestatie te vermijden. Echter ook in het ziekenhuis waren ze niet helemaal veilig, want de gevreesde Fritz WŲhrn kwam regelmatig op inspectie en kon dan ieder willekeurige persoon aanwijzen en op transport sturen. Eens liet hij een Joodse vrouw deporteren omdat ze haar davidster niet droeg. Ook Adolf Eichmann zou een geregelde gast geweest zijn in het ziekenhuis.

De Joden in het hospitaal leefden voortdurend tussen hoop en vrees, maar tegelijkertijd ging het gewone leven door. Er ontstonden vriendschappen, relaties en ruzies, zoals in elke andere gemeenschap. Verpleegster ontsnapten aan de avondklok van 22:00 uur en verlieten via de buitendeur van de keuken in de kelder het gebouw voor een romantische ontmoeting of bijeenkomst met vrienden in de tuin.Nadat het Joden niet langer toegestaan was bioscopen en theaters te bezoeken, was er in het hospitaal een theatergroep opgericht. Ook was er een koor in de synagoge, bestaande uit verpleegsters en artsen. Nadat in 1942 alle religieuze diensten verboden werden door de naziís kwamen gelovige Joden enkel nog in het geheim samen om hun geloof te belijden.

Het levensonderhoud van patiŽnten, personeelsleden en andere personen die een vaste verblijfplaats hadden in het Joodse hospitaal werd gedurende de oorlogsjaren bekostigd door het RSHA en de patiŽnten of hun verzekering. Omdat steeds meer levensmiddelen, waaronder melk, boter, vlees, eieren en vers fruit, niet meer verkocht mochten worden aan Joden en de rantsoenen alsmaar kleiner werden, was het eten schaars en eenzijdig. De dagelijkse voeding bestond uiteindelijk vooral nog uit aardappelen en grof brood, wat voor patiŽnten met maagproblemen moeilijk te verteren was. Om de hongerige hospitaalbewoners nog enigszins iets gevarieerds voor te kunnen schotelen werd een groot deel van de hospitaaltuin omgeploegd en gebruikt als moestuin. Op een gegeven moment zouden ook koeien van een melkveehouder uit de buurt in de tuin er een veilig onderkomen gevonden hebben. De vers gemolken melk was een gezonde en voedzame aanvulling van het dagelijkse ziekenhuisrantsoen.

Definitielijst

avondklok
Verbod om zich 's avonds of 's nachts op straat te bevinden.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
synagoge
Joods gebedshuis.
Theresienstadt
Stad in TsjechiŽ, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De ruime binnentuin gaf het ziekenhuiscomplex de ambiance van een kuuroord en werd tijdens de oorlog gedeeltelijk omgeploegd tot moestuin.
(Bron: JŁdisches Museum Berlin / Yad Vashem)


Minister Eugen Schiffer in 1919.


Chemicus Arthur EichengrŁn omstreeks 1900.


De afdeling gynaecologie van het Joodse hospitaal in 1935. Dit was ťťn van de afdelingen die tijdens de oorlog door de Wehrmacht in gebruik genomen werd als veldhospitaal.
(Bron: JŁdisches Museum Berlin / Yad Vashem)


De synagoge (zie het raamwerk in de vorm van de davidster) vormde het bewijs van de Joodse identiteit van het hospitaal.
(Bron: JŁdisches Museum Berlin / Yad Vashem)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-11-2015
Laatst gewijzigd:
12-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.