Joods Hospitaal Berlijn tijdens de nazi-periode

Laatste oorlogsjaar

Sammellager

Terwijl Joseph Goebbels als Gauleiter van Berlijn op 19 mei 1943 verklaarde dat Berlijn Judenrein was, verbleven er nog altijd duizenden Joden in de Duitse hoofdstad. Het betrof onder andere Joden uit gemengde huwelijken en de Joden in het hospitaal, maar ook onderduikers. Nadat alle andere verzamelkampen gesloten waren, vonden alle transporten vanaf februari 1944 plaats vanuit het Joodse hospitaal, waar de afdeling pathologie ingericht was als een Sammellager. Tot het najaar van 1944 vonden nog kleine transporten naar Auschwitz plaats. In het met prikkeldraad van de rest van het ziekenhuisterrein afgesloten verzamelkamp werd het bevel gevoerd door SS-HauptsturmfŁhrer Walter Dobberke, een voormalige politieman. Hoewel het strikt verboden was voor AriŽrs Ė en dus zeker voor SS-officieren Ė om intieme relaties te onderhouden met Joden had hij een geheime verhouding met een verpleegster van het Joodse hospitaal. Blijkbaar had de man een milde kant, want hij zou de Joden in het hospitaal meer dan eens gewaarschuwd hebben voor een naderende razzia.

Het Sammellager vormde gedurende het laatste oorlogsjaar ook het verblijf voor de zogenoemde Greifer, Joodse collaborateurs van de Gestapo die zich bezighielden met het opsporen en arresteren van Joodse onderduikers. Meest berucht was Stella Goldschlag, een knappe blonde Jodin die mogelijk wel honderden Joden in Berlijn heeft verraden. Het was een collega van haar die in augustus 1944 op een S-Bahn station een jonge Joodse vrouw inrekende, die voor een aankomende trein gesprongen was om aan arrestatie te ontkomen. Met een verbrijzelde voet werd ze van onder de trein gehaald en afgevoerd naar het hospitaal. Het was niemand minder dan dokter Lustig die een groot deel van de behandeling voor zijn rekening nam. Elke dag bezocht hij zijn patiŽnte om de botsplinters uit haar voet te halen en daarna de voet te wassen en opnieuw te verbinden. Normaal gesproken zou haar voet geamputeerd zijn, waarna ze op het volgende transport naar Auschwitz gezet zou zijn, maar mogelijk wilde Lustig haar dit lot besparen. Een Gestapo-officier, die zelf een aantal semesters medicijnen had gestudeerd, gaf zijn goedkeuring en vond het een interessant experiment. Maandenlang leed de vrouw afschuwelijke pijn en kon ze niet uit bed, maar ze overleefde wel de oorlog.

Stad in puin

Behalve dat de Joden in het hospitaal elke dag vreesden voor deportatie was er ook een ander gevaar, dat hen vanuit de lucht bedreigde. De geallieerde luchtmachten voerden in totaal tijdens de oorlogsjaren 363 bombardementsmissies uit op Berlijn. Daarbij verloren ten minste 20.000 burgers het leven en nog veel meer raakten gewond of dakloos. Ook industriŽle doelen in de nabijheid van het ziekenhuis waren veelvuldig het doelwit van zware bombardementen. Vooral tijdens het laatste oorlogsjaar waren de bombardement hevig en veelvuldig in aantal. Terwijl een steeds groter deel van de stad in puin veranderde, bleef het ziekenhuis echter het ergste bespaard. Het complex leed vooral schade door de luchtdruk van explosies dichtbij en rondvliegend puin en bomscherven, maar werd zelf opvallend weinig direct geraakt. Eens werden bij een bombardement veertig kraters geslagen in de binnentuin, maar desondanks bleef iedereen ongedeerd.

Dat het ziekenhuis de oorlog vrijwel ongeschonden doorkwam, was niet alleen een kwestie van geluk, maar mede te danken aan de inzet van de Joden die hier verbleven. Ze hadden er dan ook groot belang bij dat het bewoonbaar bleef. "We moesten ons hospitaal zo goed als mogelijk beschermen", aldus ťťn van hen. "Als het ziekenhuis er niet was geweest, dan zouden wij hier niet zijn geweest. Ze zouden ons niet in een hotel of zo hebben gezet." Omdat ze op de autoriteiten niet hoefden te rekenen Ė die weigerden Joden te helpen Ė zetten ze onder leiding van de chef van de technische dienst hun eigen luchtwacht en brandweer op. Een oud-brandweerman, die als Joodse echtgenoot van een Arische vrouw in het ziekenhuis verbleef, leidde hospitaalpersoneelsleden op in het bestrijden van vuur.

Elke nacht werd er door een wisselende ploeg jongemannen op een houten observatieplatform op het dak van het hoofdgebouw de wacht gehouden. Terwijl bommenwerpers met hun dodelijke lading over raasden, verwijderden zij brandbommen en brandende rommel van het dak voordat er meer schade aangericht kon worden. Als beloning voor het levensgevaarlijke werk kregen de nachtwakers na afloop van hun dienst een flinke slok alcoholische drank, dat in de apotheek vervaardigd was. Het werk was dan nog niet gedaan, want de bomschade moest hersteld worden. Met gebruik van materiaal, dat bij elkaar verzameld werd in de ruÔnes van gebombardeerde huizen, werden gaten in het dak gerepareerd. Hout en zelfs karton werd gebruikt ter afdichting van de ramen waarvan de ruiten gesneuveld waren. Het lukte zo om een groot deel van de gebouwen bewoonbaar te houden. Slechts enkele delen moesten vanwege schade ontruimd worden.

Een gevolg van de bombardementen op Berlijn gedurende de laatste fase van de oorlog was een verdere toename van het aantal personen dat verbleef op het hospitaalterrein. Wanneer Joden die dankzij hun beschermde huwelijk nog in de stad verbleven hun huis verloren bij een bombardement werden ze door de Reichsvereinigung ondergebracht in het hospitaal. Al die ziekenhuisbewoners bivakkeerden tijdens bombardementen in de kelder onder gebouwencomplex. Aanvankelijk werden bedlegerige patiŽnten alleen bij luchtalarm naar beneden gebracht, maar gedurende de laatste maanden van de oorlog verbleven ze daar voortdurend, omdat het heen en weer brengen onpraktisch was vanwege de toegenomen frequentie van de bombardementen. Toen Arische omwonenden eenmaal doorhadden dat het ziekenhuis elk bombardement wonderbaarlijk doorstond, zochten ook zij hier een veilig heenkomen gedurende luchtaanvallen. Om hen af te zonderen van de daar verblijvende Joden werd er door de Gestapo voor hen een speciale sectie in de kelder aangewezen.

Voor ťťn groep bewoners van het hospitaal vormden de bombardementen het grootste risico, namelijk de patiŽnten in het Polizeistation. Ondanks dat hun onderkomen zich op de bovenste verdieping bevond en ze dus als eerste geraakt zouden worden bij een bominslag, mochten ze aanvankelijk hun afgesloten afdeling niet verlaten om een veilig heenkomen te vinden bij de anderen in de kelder. Toen de bombardementen later tijdens de oorlog in hevigheid toenamen, werd hier alsnog toestemming voor gegeven. Officieel moest daarvoor echter elke keer telefonische toestemming verkregen worden van de Gestapo. Dat nam zoveel tijd in beslag dat de patiŽnten niet op tijd beneden waren. Uiteindelijk besloten medewerkers van de Reichsvereinigung zonder toestemming de politieafdeling te evacueren toen het alarm weerklonk. Omdat disciplinaire maatregelen uitbleven, vervolgden ze deze praktijk gedurende de rest van de oorlog.

Slag om Berlijn

Terwijl gedurende de afgelopen herfst de laatste deportaties vanuit Berlijn naar Auschwitz hadden plaatsgevonden, leefden eind februari 1945 volgens een officiŽle telling in opdracht van de Gestapo nog 6.284 Joden in de Duitse hoofdstad. 162 daarvan waren "voljoden" die niet beschermd waren door een gemengd huwelijk. De meesten van die groep werkten in het hospitaal en dankten daaraan hun overleving. De overlevingsstrijd van de overgebleven aanwezigen in het hospitaal was echter nog niet ten einde. Terwijl het Rode Leger de Duitse hoofdstad steeds dichter naderde, vreesden ze dat er elk moment een einde aan hun bevoorrechte positie kon komen en dat ze op het laatste moment alsnog geŽxecuteerd zouden worden. Toen in april 1945 de Slag om Berlijn losbarstte, waren de Joden in het hospitaal echter nog altijd ongemoeid gelaten door de SS.

Waarom de Joden in het hospitaal ook gedurende de eindfase van de oorlog gespaard werden, is niet helemaal duidelijk. SS-officier Dobberke, de commandant van het op het hospitaalterrein gevestigde Sammellager, zou wel degelijk de opdracht tot de executie van de Joden hebben gekregen, maar dat nagelaten hebben. Volgens sommige overlevenden wist zijn minnares, een verpleegster uit het hospitaal, hem daartoe over te halen. Hij zou, voordat hij met haar op 24 april het hazenpad koos, zijn gevangenen een verklaring hebben laten tekenen waarin stond dat hij hun leven gespaard had. Daarmee hoopte hij te kunnen ontsnappen aan geallieerde vervolging (hij zou in 1946 sterven aan difterie in een Sovjet-krijgsgevangenenkamp). Ook de andere bewakers en de Joodse Greifer verlieten rond diezelfde tijd het hospitaalterrein. Tevoren had de Gestapo in de verbrandingsoven van het ziekenhuis eerst nog belastende documenten verbrand.

Gedurende de laatste dagen van de Slag om Berlijn gingen de dokters in het hospitaal dapper door met het behandelen van patiŽnten terwijl buiten de geluiden van artillerievuur en geweerschoten klonken. Hoewel dat volgens de naziwetgeving al sinds 1938 verboden was, zochten ook wanhopige en gewond geraakte Arische burgers hulp in het ziekenhuis, die hen niet geweigerd werd. Onder de gewonden die indertijd behandeld werden, was ook ten minste ťťn Joodse soldaat uit het Rode Leger. De omstandigheden in het ziekenhuis waren erbarmelijk. Alle ruimtes waren overvol met gewonden, zieken en gezonde bewoners. De stroom was uitgevallen, zodat er ook tijdens operaties met olielampen bijgelicht moest worden. Het aanvullen van de alsmaar kleiner wordende watervoorraad was levensgevaarlijk. De waterbron bevond zich namelijk in de buitenlucht op het hospitaalterrein, waar waterhalers blootgesteld waren aan sluipschutters en rondvliegende scherven, kogels en rommel.

Als gevolg van de onhygiŽnische omstandigheden en de beperkte medische zorg stierven gedurende de Slag om Berlijn naar verhouding meer patiŽnten dan gedurende eerdere jaren. In totaal vielen in 1945 567 doden te betreuren, wat neerkwam op 22% van het totale aantal patiŽnten van dat jaar. In 1943 was dat 29% (425 doden) en in 1944 ruim 17% (124), terwijl in de vooroorlogse periode dat percentage schommelde tussen de 8,6 en 15,8%. Ondanks het risico om beschoten te worden of door een artillerieaanval getroffen te worden, werden de doden gedurende de laatste dagen voor het einde van de oorlog begraven in de hospitaaltuin. Ze zouden later herbegraven worden op de Joodse begraafplaats Weissensee.

Definitielijst

Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Brandende huizen in Berlijn als gevolg van een geallieerd bombardement.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 183-J30142 / CC-BY-SA 3.0)


Terwijl een steeds groter deel van de stad in puin veranderde, bleef het Joodse ziekenhuis het ergste bespaard.
(Bron: Imperial War Museums)


Soldaten van het Rode Leger tijdens de Slag om Berlijn. Gedurende de laatste dagen van de strijd gingen de dokters in het Joodse hospitaal dapper door met het behandelen van patiŽnten.


Hospitaalzaal in 1935. In de laatste oorlogsweken zal het er chaotischer uit gezien hebben.
(Bron: JŁdisches Museum Berlin / Yad Vashem)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-11-2015
Laatst gewijzigd:
12-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.