Sabotage van de zwaar waterproductie in Noorwegen

Voorgeschiedenis en planning

Voorgeschiedenis

Nadat het de Amerikanen en Britten in 1942 duidelijk was dat de ontwikkeling van een atoombom haalbaar was, was het hun grootste angst dat Duitsland een dergelijk wapen zou ontwikkelen. Dit vooral omdat men er van uitging dat dit land een grote voorsprong had op het gebied van kernfysica. In 1942 dachten de Britten en Amerikanen nog dat de Duitsers twee jaar op hen voorliepen. Duitsland beschikte immers over uranium afkomstig uit mijnen in de bezette Tsjechische gebieden en de Duitse wetenschappers stonden hoog aangeschreven.

Een essentieel element in het Duitse atoombomonderzoek was zwaar water. Zwaar water (deuteriumoxide) lijkt natuurkundig gezien op gewoon water, alleen hebben de moleculen een dubbel atoomgewicht. Het soortelijk gewicht is daarom ongeveer 10 % groter dan gewoon water. De kern bestaat uit 1 proton, een neutron en een elektron (de kern van een gewoon waterstofatoom bevat geen neutron). Zwaar water bevindt zich in kleine hoeveelheden in gewoon water, maar het is moeilijk te scheiden. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit alleen mogelijk in de waterkrachtcentrale van Norsk Hydro in Vemork in de Noorse provincie Telemark. Door middel van elektrolyse werd het zwaar water hier gescheiden van gewoon water. Bij Norsk Hydro ontstond het als bijproduct bij de productie van ammoniak, wat weer benodigd was voor de vervaardiging van kunstmest. Voor de oorlog had zwaar water feitelijk geen functie, maar wetenschappers waren wel erg geÔnteresseerd in de eigenschappen van de stof.

Zwaar water kan onder meer gebruikt worden om de bewegingen van neutronen in een uraniumzuil te vertragen. Dankzij deze afremmende eigenschap kan het de kernsplitsing vergemakkelijken en een kettingreactie creŽren. Een dergelijke negatieve katalysator (aangeduid als moderator) is daarom essentieel bij het bouwen van een kernreactor. De Amerikanen gebruikten in het kader van het Manhattan project overigens grafiet als moderator in hun reactoren. Op 2 december 1942 wist Enrico Fermi in een dergelijke reactor de eerste kettingreactie tot stand te brengen. De Duitsers dachten dat grafiet niet werkte als moderator en probeerden daarom een zwaarwaterreactor te bouwen. De wetenschappers wilden hiermee eerst experimenteren en later hoopten zij met deze reactor plutonium te verkrijgen. De geallieerden waren op de hoogte van de Duitse plannen omtrent zwaar water en al voor het uitbreken van de oorlog probeerden zij te verhinderen dat Duitsland deze substantie in handen kreeg. In 1939 had de Franse geheime dienst de beschikbare voorraad van 185 liter zwaar water vanuit Noorwegen naar Frankrijk en later naar Groot-BrittanniŽ gesmokkeld.

Nadat Noorwegen in april-juni 1940 was veroverd en bezet door nazi-Duitsland tijdens operatie WeserŁbung-Nord, gaven de Duitsers opdracht om de zwaar waterproductie in Vemork te vergroten. In februari 1942 bedroeg deze 5000 liter per jaar. De wetenschappelijk adviseur van Winston Churchill, professor Frederick Lindemann verklaarde dat als de Duitsers 5000 liter van deze substantie zouden hebben zij een kernreactor zouden kunnen bouwen.

Planning

De Amerikanen en Britten wisten, onder meer door de inlichtingen die zij kregen van het verzet uit Noorwegen, dat de Duitsers veel pogingen deden om zwaar water te verkrijgen. Zij besloten daarom dat de productiecapaciteit in Noorwegen vernietigd moest worden. De Noorse professor Leif Tronstad had een belangrijke rol bij de (voorbereiding van) de sabotage van de zwaar waterproductie. Deze professor, die voor de oorlog werkzaam was geweest bij het Noorse instituut van technologie in Trondheim, was expert op het gebied van zwaar water en als zodanig betrokken geweest bij de bouw van de installatie in Vemork. In oktober 1941 was Tronstad, toen de Duitsers hem dreigden te arresteren, via het neutrale Zweden naar Groot-BrittanniŽ gevlucht. Hij had met behulp van een verzetsgroep, die beschikte over een geheime zender, inlichtingen doorgegeven, onder meer over de installatie in Vemork. Nadat hij was uitgeweken, bleef hij via het SOE-netwerk in Noorwegen contact houden met Jomar Brun, de directeur van de centrale en een goede vriend van hem. De elektrolyse-installatie in Vemork was ondergebracht in een complex, dat was gebouwd tegen een berghelling aan, op een hoogte van 300 meter. Het complex was alleen toegankelijk via een hangbrug over een ravijn. Aan de overkant van het dal lag de stad Rjukan. Directeur Brun en andere met het verzet sympathiserende medewerkers saboteerden de productie van zwaar water door wonderolie aan het elektrolyse-bassin toe te voegen, waardoor het water erg ging schuimen. De productie moest daarom vaak worden onderbroken. Het zwaar water dat wel geproduceerd werd was vervuild, waardoor het eerst gereinigd moest worden voordat het kon worden gebruikt.

Midden 1942 besloot de Britse regering dat dit niet genoeg was en dat de fabriek in Vemork diende te worden vernietigd. Er werden verschillende opties besproken. Van een bombardement door de RAF werd afgezien, omdat zeker bij een nachtelijke aanval het al moeilijk zou zijn om de fabriek te vinden, laat staan te raken. Daar kwam bij dat de reactoren in een ondergrondse ruimte stonden, waardoor deze feitelijk onkwetsbaar waren voor een luchtaanval. Tronstad wees er ook op dat bij een bombardement de tanks met vloeibaar ammonium konden worden geraakt, wat grote gevaren voor de bevolking kon opleveren. Ook werd overwogen om een groep Britse commandoís op het meer MÝsvatn af te zetten met behulp van vliegboten van het type Consolidated PBY, bijgenaamd Catalina. Dit plan werd echter gecanceld toen bleek dat de Catalinaís niet konden landen op ijs. Uiteindelijk werd een gewaagd plan bedacht door Combined Operations. Twee bommenwerpers van het type Handley Page Halifax moesten ieder een Horsa zweefvliegtuig slepen van hun basis in Schotland naar Noorwegen. Dit was een afstand van honderden kilometers.

Aan boord van elk zweefvliegtuig zouden zich twee piloten en 15 Royal Engineers van de 9th Field Company en de 261st Field Park Company bevinden. Beide compagnieŽn waren onderdeel van de 1st British Airborne Division. Het plan was dat als zij eenmaal waren geland op het meer MÝsvatn, zij op vouwfietsen zouden optrekken richting de fabriek. De aanwezige Duitse wachtposten moesten worden uitgeschakeld. Als zij de fabriek waren binnengedrongen zouden zij de aanwezige apparatuur en voorraad zwaar water vernietigen. Vervolgens zou de eenheid zich moeten splitsen in groepen van drie en uitwijken naar het neutrale Zweden. Feitelijk zou dit de eerste keer worden dat de Britten zweefvliegtuigen gebruikten bij een Airborne-operatie. Eerder hadden zij alleen gewerkt met parachutisten. Daarvan werd nu afgezien omdat de mannen dan een te zware uitrusting moesten meenemen en omdat bij een dropping het risico bestond dat de parachutisten te ver van elkaar verspreid zouden raken. De ene groep commandoís stond onder leiding van luitenant A.C. Allen en de andere onder die van luitenant M.D. Green, later werd deze vervangen door luitenant D.A. Methven. Bij het plannen van de raid ging men ervan uit dat elke ploeg afzonderlijk in staat zou moeten zijn om de operatie (die werd aangeduid met de codenaam Freshman) te volbrengen.

De sectie Noorwegen van de SOE adviseerde negatief ten aanzien van het plan. De afhankelijkheid van goede weersomstandigheden was volgens haar medewerkers te groot, temeer omdat op het Hardangerplateau (in het Noors Hardangervidda) het weer vaak slecht was. Het plaatselijke klimaat werd gekenmerkt door dichte bewolking en stormwinden. Het landingsgebied zou volgens hen ook moeilijk waarneembaar zijn en zij twijfelden er over of het ijs op het meer wel sterk genoeg zou zijn om een (volgeladen) zweefvliegtuig te dragen.

Op 28 maart 1942 werd de Noorse SOE-agent Einar Skinnarland naar Telemark gestuurd als eerste verkenner. Hij was afkomstig uit deze streek en kende enkele personen die bij de centrale in Vemork werkten, waaronder zijn broer Torstein. Einar zelf had ook een baan als technicus bij de centrale. Hij bracht de Duitse verdediging van de fabriek in kaart en gaf deze informatie door aan de SOE. Het Duitse garnizoen bestond in Rjukan en Vemork in oktober uit ongeveer 60 man.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
Horsa
Zweefvliegtuig door de geallieerden gebruikt bij luchtlandingsoperaties voor het vervoeren van soldaten en rijdend materieel.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
raid
Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.
SOE
Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Albert Einstein (hier met Leo Szilard) schreef al in 1939 een brief naar president Roosevelt met de waarschuwing voor de ontwikkeling van een atoombom door de Duitsers.
(Bron: www.osti.gov)


De Hangbrug naar de waterkrachtcentrale
(Bron: Barry van Veen)


Turbines in de waterkrachtcentrale in Vemork.
(Bron: Barry van Veen)


Interieur in het museum van de elektriciteitscentrale in Vemork.
(Bron: Barry van Veen)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
06-06-2018
Laatst gewijzigd:
31-07-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.