Sabotage van de zwaar waterproductie in Noorwegen

Operatie Grouse en Freshman

Operatie Grouse

Voorafgaand aan operatie Freshman zouden vier Noorse verkenners worden gedropt. Zij moesten onder meer informatie geven over het weer en de Duitse verdediging. Ook moesten zij telefoonkabels doorsnijden en het landingsgebied markeren. Deze operatie kreeg de codenaam Grouse (Korhoen). De verkenningsploeg (aangeduid als Swallow (Zwaluw) bestond uit de tweede luitenant Jens-Anton Poulsson, sergeant Arne Kjelstrup, radiotelegrafist sergeant Knut Haugland en sergeant Claus Helberg. De Noorse commandoís hadden alvorens gedropt te worden een training ontvangen van de SOE, waarin zij onder meer werden opgeleid in het gebruik van radiozenders, het omgaan met explosieven en survivalvaardigheden. Alle vier waren zij geboren in Telemark. Nadat zij na de Duitse bezetting waren uitgeweken naar Groot-BrittanniŽ hadden zij zich aangesloten bij de Norwegion Independant Compagny, ook wel aangeduid als Kompani Linge (de 1e Noorse onafhankelijke compagnie). Alle vier waren bekend met het gebied en waren ervaren skiŽrs. Alleen Poulsson kende het doel van de operatie, alhoewel hij na de oorlog toegaf dat hij niet wist waar de Duitsers zwaar water precies voor nodig hadden. De anderen dachten dat zij in Noorwegen mensen zouden moeten opleiden voor het (gewapende) verzet. Eind augustus 1942 waren zij klaar voor vertrek. Er vonden twee pogingen plaats, maar de mannen konden beide keren niet gedropt worden boven Noorwegen omdat het vliegtuig mechanische problemen kreeg, of omdat het weer boven het landingsgebied tegenzat. Op 18 oktober 1942 werden zij succesvol gedropt vanuit een Handley Page Halifax. Bij hun landing bleek echter dat de mannen niet op de geplande plaats terecht waren gekomen. Ze hadden eigenlijk gedropt moeten worden boven Ugleflott (een moerasachtig gebied op de Hardangervidda), maar zij kwamen terecht op een berghelling bezaaid met rotsblokken in de buurt van een berghut die plaatselijk bekend stond als Fjarefit. Het duurde twee dagen om de twaalf gedropte containers die hun voorraden en uitrusting bevatten te bergen in het besneeuwde gebied, onder meer omdat juist hun skiís in de laatste container zaten die zij vonden.

De mannen wisten inmiddels dat ze 16 km westelijk van de beoogde dropzone zaten. Zij moesten hierna een barre tocht door onherbergzaam gebied van 100 km afleggen naar het meer MÝsvatn. Dat werd nog eens bemoeilijkt omdat zij in totaal 325 kg aan uitrusting moesten vervoeren. Het maximumgewicht dat een skiŽr op deze hoogte kon vervoeren was 33 kg. Dit betekende dat zij elke etappe van de route drie keer moesten afleggen om alles te transporteren. De sneeuwconditie was niet goed. Er lag water onder. Ook waren zij veel tijd kwijt met het sprokkelen van hout. De voorraad petroleum voor hun brander was namelijk bij de dropping verloren gegaan. De mannen konden hierdoor maar enkele kilometers per dag afleggen. Bij het oversteken van een bevroren meer zakte Poulsson door het ijs. Zijn teamleden konden hem gelukkig net op tijd uit het wak halen. Ze overnachtten in onbewoonde berghutten. Op 30 oktober bereikten zij een berghut die door de bevolking werd aangeduid als Reinar. Hier hielden zij een paar dagen rust. In eerste instantie lukte het niet om zendcontact te krijgen met Londen, omdat de accu leeg was.

Een dag later bereikten zij de Grasfjell hut bij het meer Sandvatn. Dit zou de uitvalsbasis voor de operatie worden. Via een accu die was geregeld door Torstein Skinnarland, de broer van Einar en een zelf geconstrueerde antennemast, kregen zij uiteindelijk toch zendcontact met Londen. De mannen begonnen met de voorbereidingen voor de operatie. Het landingsgebied dat zij uitkozen lag ongeveer 5 km ten zuidwesten van de MÝsvatn dam en ongeveer 5 km van Vemork. Zij moesten het gebied markeren middels lampen en een Eureka radiozender. Deze zond een signaal uit dat werd opgevangen door een zender in het vliegtuig. Hierdoor zou dit de landingszone gemakkelijk moeten kunnen vinden. Het leven in de hut was niet makkelijk. De buitentemperatuur lag ver onder 0 įC. Ook leefden zij continu in het halfduister. Het gebied van Rjukan ligt, vanwege de noordelijke ligging en het feit dat de plaats wordt omringd door bergen, van september tot maart in de schaduw. De mannen aten voornamelijk soep van gedroogde vis.

Operatie Freshman

Terwijl de Noorse verkenners wachtten op het Hardangerplateau, werd de sabotageoperatie verder voorbereid. de engineers die de aanval zouden uitvoeren, ondergingen een training in fort William in Schotland. Hiervoor werden onder meer modellen gebouwd van de installatie die zij moesten vernietigen. In Port Sunlight werden zij onderwezen in het opblazen van grote containers. Hierin zou het zwaar water zijn opgeslagen. Eind oktober 1942 was de training afgerond. De operatie zou plaatsvinden in de volgende volle maanperiode. Deze begon op 17 november.

De start van operatie Freshman werd vastgesteld op 19 november 1942. Het weer was niet ideaal vanwege de dichte bewolking, zowel in Groot-BrittanniŽ als in het doelgebied. Omdat de weersvooruitzichten nog slechter waren, werd door de officieren van Combined Operations besloten dat de operatie toch op deze datum zou plaatsvinden. Om 17:50 uur vertrok de eerste combinatie van de Halifax met zijn zweefvliegtuig, om 18:10 uur de tweede combinatie van RAF Skitten in Schotland. De bemanningsleden van de bommenwerpers hadden weinig ervaring in het vliegen met een Halifax. De piloten van de Horsaís waren wel ervaren, maar voorafgaand aan de missie hadden zij nauwelijks kunnen oefenen. Er was ook geen communicatie mogelijk tussen de bommenwerper en het zweefvliegtuig, omdat bij beide toestellen de telefoonkabel defect bleek te zijn. Bij Egersund bereikten ze de Noorse kust.

De Halifax van de tweede combinatie bleek te weinig hoogte te hebben om de bergketen te overschrijden. Flight Lieutenant Roland Parkinson, de piloot van de bommenwerper, verbrak daarop voortijdig de sleepkabel om te voorkomen dat beide toestellen te pletter zouden vliegen. Het zweefvliegtuig stortte daarop neer in de bergen tussen Helleland en Bjerkreim. De Halifax vloog achttien kilometer verder tegen een berg. Geen van de vier bemanningsleden overleefde deze crash. Bij de noodlanding van het zweefvliegtuig werden zes engineers gedood en raakten de overige commandoís en piloten ernstig gewond. Twee soldaten wisten het wrak te verlaten en een dorp te bereiken. Zij vroegen de plaatselijke bevolking om hulp. De dichtstbijzijnde dokter woonde echter in Egersund op 15 kilometer afstand. Hij kon alleen bereikt worden via de telefoon. Dit betekende automatisch dat de Duitsers ook geÔnformeerd zouden worden. De Britten gingen hiermee desondanks akkoord, omdat zij dachten dat zij als gewone krijgsgevangenen zouden worden beschouwd. De overlevenden werden de volgende dag gevangengenomen door de Duitsers en afgevoerd naar een kamp in SlettebŲ. Na een korte ondervraging werden zij conform het pas uitgevaardigde Kommandobefehl van Hitler doodgeschoten.

De Handley Page Halifax van de eerste combinatie wist wel voldoende hoogte te bereiken. Tijdens de vlucht bleek echter dat de Rebecca-ontvanger, waarmee het signaal van de Eureka zender werd gedetecteerd, niet functioneerde. De bemanning probeerde vervolgens via een kaart de beoogde landingszone te vinden. Het dichte wolkendek bemoeilijkte dit echter. Het vliegtuig vloog enige tijd boven het doelgebied. Toen de piloot had berekend waar hij was, bleek dat, de brandstofsituatie in ogenschouw nemend, het niet meer mogelijk was om het dropterrein te vinden en daarna nog Schotland te halen. Hij besloot daarom met de Horsa terug te vliegen. De inmiddels gevormde ijsafzetting op beide toestellen dwong de Halifax om lager te gaan vliegen. De toestellen werden hierdoor echter slachtoffer van de verraderlijke valwinden, waar het Hardangerplateau om bekend staat. De sleepkabel werd onder druk hiervan en de ijsvorming verbroken om ongeveer 23:55 uur. De Horsa stortte neer op een berghelling bij de Lysefjord. De Halifax wist zijn basis in Schotland te bereiken.

Als gevolg van de crash van de Horsa werden acht mannen op slag gedood, vier raakten zwaar gewond, vijf bleven ongedeerd. Twee van hen wisten een boerderij te bereiken. Hier vroegen zij om hulp. De plaatselijke bevolking stuurde een reddingsploeg. De mannen gaven aan dat zij naar Zweden wilden. De Noren gaven echter aan dat dit vanwege de grote afstand naar de Zweedse grens en de verwondingen van de engineers niet mogelijk was. De bevolking probeerde de crash geheim te houden. Zij verbrandden alle documenten en kaarten uit het toestel. De volgende dag arriveerden er echter leden van de Wehrmacht en Waffen-SS in het gebied, die de overlevenden gevangen namen. De doden werden ter plaatse begraven door de Duitsers. De zwaargewonden werden later in het gevangenisziekenhuis van Stavanger vermoord door een militaire arts door middel van een injectie. Hun lichamen werden verzwaard met stenen in zee gedumpt. De ongedeerde overlevenden werden getransporteerd naar het concentratiekamp Grini en hier op 18 januari 1943 doodgeschoten.

De berichten over wat er was gebeurd in Noorwegen sijpelden mondjesmaat binnen In Londen. Op 11 december 1942 berichtte een SOE-agent dat beide Horsaís en een Halifax waren gecrashed en dat alle overlevenden waren doodgeschoten. Ondanks dat de Britse commandoís en Noorse burgers moeite hadden gedaan om alle documenten en kaarten die betrekking hadden op de operatie te verbranden, hadden zij een kaart over het hoofd gezien. De Duitsers vonden deze en leidden hieruit af dat Vemork het beoogde doel van de operatie was geweest. De bewaking van de installatie werd verscherpt. Operatie Freshman toonde, ondanks het mislukken, dat een dergelijke commandoraid wel mogelijk kon zijn. Er werden waardevolle lessen uitgeleerd, die later in de oorlog van pas kwamen.

Overwintering

Door het mislukken van operatie Freshman beseften Poulsson en zijn mannen dat zij langer in het gebied moesten blijven dan was gepland. Vanuit Londen kregen zij de opdracht om de bergen in te trekken en verdere orders af te wachten. Eind november 1942 week het Swallow-team uit naar het Store Saure meer, dertig km ten noordwesten van Rjukan. Zij namen hun intrek in een jagershut die voor de oorlog al door Poulsson gebouwd was. Deze werd door hun aangeduid als de Fetter hut. Tegenwoordig staat deze bekend als de Svensbu hut. De mannen hielden zich in leven met behulp van het weinige voedsel dat nog over was van de voorraad die in oktober was gedropt. Ook zorgde Torstein Skinnarland af en toe voor wat vers voedsel. Skinnarland werd eind november echter gearresteerd door de Gestapo. Dit betekende dat deze bron wegviel. De volgende dagen leefden de mannen op rendiermos. Dit was echter niet voldoende. De mannen vermagerden en kregen last van hongeroedeem. Hun krachten namen zienderogen af. De temperatuur daalde ís nachts tot 30 graden onder 0. Poulsson was het gezondst. Hij ging dagelijks op jacht. Hij hoopte een rendier te schieten, om de Noren te voorzien van het nodige voedsel. Vlak voor Kerstmis had hij succes. Hij schoot een rendier op ongeveer 10 kilometer van de hut. Hij nam een deel van het vlees en de organen mee. Vooral de maag en dan met name de halfverteerde maaginhoud had veel voedingswaarden en bevatte veel vitamine, waar de mannen een tekort aan hadden. Ook de hersens, de ogen en andere organen en het merg in de botten waren een welkome voedselbron. De overige leden van de groep knapten door het nieuwe voedsel snel op. De volgende maanden wisten zij nog een aantal rendieren te schieten, waardoor zij de winter doorstonden.

Definitielijst

Horsa
Zweefvliegtuig door de geallieerden gebruikt bij luchtlandingsoperaties voor het vervoeren van soldaten en rijdend materieel.
SOE
Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Plaquette als herinnering aan de Kompanie Linge in Glenmore Forest Park Scotland
(Bron: QuentinUK (CC BY-SA 3.0))


Short Stirling met een Horsa glider.
(Bron: By F/O T. Lea, Royal Air Force official photographer)


Voorstelling van de engineers in hun Horsa Glider
(Bron: Barry van Veen)


De afgelegde routes van de teams van operatie Grouse en Gunnerside naar de fabriek in Vemork.
(Bron: Roger Paulissen, Go2War2.n)


Plaquette op Skitten Airfield (Schotland) als herinnering aan de gevallenen tijdens oparatie Freshman
(Bron: David Glass (CC BY-SA 2.0))

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
06-06-2018
Laatst gewijzigd:
16-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.