Sabotage van de zwaar waterproductie in Noorwegen

Slot

Na de oorlog is beweerd dat de sabotageoperaties achteraf gezien weinig zin hadden, omdat de Duitsers toch niet in staat waren geweest om een atoombom te ontwikkelen. Na de Duitse capitulatie bleek inderdaad dat het onderzoek nog niet ver gevorderd was, maar dit konden de geallieerden tijdens de oorlog niet vermoeden. De geallieerden beschikte over weinig inlichtingen op dit gebied en zij konden hierover ook geen informatie inwinnen. Er is door de Amerikanen overwogen om een spion naar het Derde Rijk te sturen om te proberen informatie te vergaren over de Duitse vorderingen in het atoombomonderzoek. Hier is echter van afgezien. Er werd betoogd dat als een dergelijke spion werd gestuurd, het zou moeten gaan om iemand die veel natuurkundige kennis had en die ook op de hoogte was van de Amerikaanse vorderingen op het gebied van kernfysica. Als deze gevangen was genomen, had deze veel geheimen prijs gegeven aan de Duitsers waardoor die juist op de hoogte zouden zijn geraakt van de Amerikaanse vorderingen. De Amerikanen bleven er mede daardoor lang van overtuigd dat de Duitsers juist een voorsprong hadden en durfden daarom, begrijpelijk, geen enkel risico te nemen.

Het is moeilijk om achteraf te bepalen wat er zou zijn gebeurd als de zwaar waterproductie niet was gesaboteerd. Feit is dat als het Derde Rijk een atoombom had weten te verkrijgen, dit catastrofale gevolgen zou hebben gehad. Duitsland had begin 1945 500 liter zwaar water, wat niet voldoende was voor een kernreactor. Berekeningen tonen aan dat hiervoor minimaal 5.000 kg zwaar water nodig was. In sommige bronnen wordt overigens aangegeven dat Albert Speer, minister van bewapening, begin 1942 al weinig prioriteit meer gaf aan het Duitse atoombomproject, toen bleek dat het lang zou duren voordat resultaat kon worden verwacht. Volgens de historici Gitta Sereny en Ian Kershaw maakte Speer deze beslissing pas in 1944 en speelde hierbij ook een rol dat Duitsland op dat moment kampte met een groot tekort aan grondstoffen. De wetenschappers in het derde Rijk hebben uiteindelijk wel een kernreactor gebouwd, maar deze is nooit kritisch geworden.

Aan de moed van de deelnemende mannen kan niemand twijfelen. Toen Winston Churchill de rapporten las over de sabotageoperatie drong hij aan op onderscheidingen "voor deze dapperen". Haukelid en Rönneberg werden onderscheiden met een Distinguished Service Order. De overige leden van het team kregen de Military Medal. Skinnarland kreeg voor zijn bijdrage een Distinguished Service Medal. Alle deelnemende Noren werden onderscheiden met het Krigskorset med Sverd, (oorlogskruis met zwaarden) de hoogste Noorse militaire onderscheiding. Onder zeer moeilijke omstandigheden hebben zij een buitengewone prestatie geleverd. Veel historici zoals Antony Beevor en Max Hastings bestempelen het als de meest succesvolle sabotageoperatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De historicus Antony Beevor verklaarde hier over: "Duitse wetenschappers waren weliswaar nog lang niet zover dat ze een atoomwapen konden maken, maar de geallieerden konden zich op dit terrein geen risico's veroorloven. De twee Vemork-operaties waren hoe dan ook de succesvolste sabotageacties van de gehele oorlog."

Operatie Gunnerside is voer voor veel boeken en films geweest. Reeds in 1948 verscheen de Noors-Franse film ‘Kampen om tungtvannet’. Opvallend is dat in deze film een aantal acteurs zichzelf speelde, onder wie Poulsson en Kjelstrup. In 1965 verscheen de Britse film ‘The Heroes of Telemark’, die echter weinig met de waarheid van doen heeft. Als reactie hierop werd in 2003 de documentaire ‘The Real Heroes of Telemark’ uitgebracht door de BBC. Hierin wordt het ware verhaal verteld met daarbij de nadruk op de winter die Poulsson en zijn metgezellen doorbrachten op het Hardangerplateau. De op dat moment nog in leven zijnde commando’s werkten mee aan deze serie. In 2015 werd in Noorwegen een miniserie uitgebracht, met dezelfde naam als de film uit 1948, waarin het verhaal opnieuw werd verteld. In het Engels wordt deze serie aangeduid als ‘The Heavy Water war’. In 2010 wijdde de Zweedse Power Metal Band Sabaton het nummer genaamd ‘Saboteurs’ aan de operatie.

Syverstad en Tronstad kwamen op 11 maart 1945 om bij een schietpartij met Duitse troepen tijdens een SOE-operatie in Noorwegen. De overige deelnemers aan operatie Gunnerside en het tot zinken brengen van de Hydro zouden de oorlog overleven. Idland stierf in 1968. Haukelid in 1994, Kjelstrup en Storhaug in 1995 en Einar Skinnarland in 2002. Helberg overleed op 6 maart 2003, vlak na de zestigste herdenking van operatie Gunnerside, waarbij alle toen nog levende commando’s aanwezig waren. Lier-Hansen stierf in 2008, Haugland en Kayser in 2009, Poulsson in 2011 en Strömsheim in 2012 op 101-jarige leeftijd. Joachim Rönneberg is thans (2017), als enige van de deelnemende commando’s, nog steeds in leven. Hij is inmiddels 97.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
SOE
Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Bij de premiere van een film over de operatie Gunnerside schudt koning Haakon VII van Noorwegen de handen van Knut Haukelid, Joachim Rønneberg, Jens Anton Poulsson (v.l.n.r)
(Bron: Leif Ørnelund (CC BY-SA 4.0))

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
06-06-2018
Laatst gewijzigd:
31-07-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.