Tresckow, Henning von

Henning von Tresckow (1901-1944)

Eerste Wereldoorlog en interbellum

Henning Hermann Robert Karl von Tresckow werd op 10 januari 1901 in Magdeburg (in het huidige Sachsen-Anhalt) geboren als telg van een adellijke Pruisische familie. Velen van zijn voorvaderen waren officier in het Pruisische leger geweest en ook Henning wilde graag het leger in. Op 13 augustus 1917 werd hij bij het 1. Garde-regiment zu Fuß in Potsdam geplaatst, waar hij zijn opleiding ging volgen. Na zijn opleiding werd hij in het voorjaar van 1918 naar het westelijk front in Frankrijk gestuurd en in augustus 1918 tot Leutnant bevorderd. Nadat de Eerste Wereldoorlog ten einde kwam, werd Tresckow in het 9. Preuβische Infanterie-Regiment opgenomen. Daar werd de Leutnant gezien als een zeer ambitieus man die een grote toekomst tegemoet ging. Desondanks besloot hij om zich te richten op een carrière buiten het leger, dat hij eind oktober 1920 verliet om zich als student rechten aan de Berlijnse Friedrich-Wilhelms-Universität in te schrijven. Een jaar later zette Tresckow zijn studie in Kiel voort, maar studeerde nooit af. In 1923 begon Henning bij de Wilhelm Kann bank in Berlijn te werken, en door zijn intelligentie en koelbloedigheid wist hij op de effectenbeurs veel geld te verdienen. Hij bezat een zeer overtuigende persoonlijkheid en combineerde dat met een hoffelijkheid en bereidheid om over alles te discussiëren. Hij liet daardoor bij veel mensen een sterke indruk achter. In 1924 maakte Tresckow een wereldreis door landen in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, iets wat in die tijd een groot privilege was. Daarna ging Tresckow werken als zakenman.

In januari 1926 huwde Henning von Tresckow met Erika von Falkenhayn en een maand later werd Tresckow, op voorspraak van Reichspresident Paul von Hindenburg, weer als Leutnant opgenomen in de na de Eerste Wereldoorlog opgerichte Reichswehr bij het 9. Preuβische Infanterie-Regiment. Dat wilde hij graag, omdat hij zich in het leger echt thuis voelde. Zijn bancaire activiteiten brachten hem te weinig voldoening in het leven. In de jaren die volgden in Potsdam, waar het regiment gehuisvest was, kreeg het echtpaar Tresckow vier kinderen: Mark, Rüdiger, Uta en Heidi. Hoewel Tresckow in deze jaren niet afwijzend tegenover het nationaalsocialisme stond, veranderde die houding langzaam na 30 juni 1934, toen in de zogenoemde Nacht van de Lange Messen de top van de SA en enkele andere voorname personen op bevel van Hitler werden uitgeschakeld. Dit geweld, dat geëntameerd werd door de staat en de SS in het bijzonder, deed Tresckow realiseren dat het nationaalsocialisme een slecht systeem was, maar in de dertiger jaren was hij nog niet bereid tot verzet. In 1934 begon Henning als Hauptmann aan de Kriegsakademie van Berlijn-Moabit, de opleiding die toegang gaf tot de hogere rangen. Daar excelleerde Tresckow: hij scoorde op nagenoeg alle onderwezen vakken als beste, waardoor hij in aanmerking kwam voor goede posities.

Na de Kriegsakademie werd hij in september 1936 bij de afdeling operaties van de Generalstab in het Reichswehrministerium geplaatst, waar hij veel meekreeg van de politieke gebeurtenissen van de jaren '30. Hij was erg getroffen door de zogenoemde Blomberg-Fritsch-crisis in februari 1938, waarbij kritische generaals die hij zeer respecteerde door Hitler aan de kant werden geschoven. Daarnaast keurde Tresckow de voorbereiding voor een oorlog af, omdat hij vond dat het leger er niet klaar voor was en vanwege zijn overtuiging dat elke natie zijn eigen plaats in de Europese orde reeds toegewezen had gekregen. De Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 trof Tresckow ook zeer, omdat het de staat was die hier misdaden beging. Tegelijk was hij als Pruis gebonden aan zijn plichtsopvatting en ging hij door met zijn werk: meewerken aan de voorbereiding van de oorlog. Als het dan toch zo ver kwam, dan moest het goed gebeuren. Hij wist ook dat als hij zou opgeven, er iemand anders in zijn plaats kon komen die een fervent aanhanger was van de nazipartij.

Tweede Wereldoorlog: Polen en West-Europa

In januari 1939 werd Tresckow het commando over een compagnie gegeven bij het 45. Infanterie-Regiment, waardoor hij verder van de politieke ontwikkelingen af kwam te staan. Op 1 maart 1939 werd Tresckow tot Major bevorderd en half augustus overgeplaatst naar de functie van Erster Generalstabsoffizier (Ia) bij de 228. Infanterie-Division. In die functie maakte hij de voorbereidingen voor de inval in Polen (Fall Weiss) van dichtbij mee en hoopte hij tot het laatst dat een oorlog daadwerkelijk afgewend zou worden. De inval van Polen op 1 september 1939 verliep voor de Duitsers voorspoedig en de Polen werden op 6 oktober bij Kock tot overgave gedwongen. Wel was het gevolg van de inval in Polen dat Groot-Brittannië en Frankrijk, Duitsland de oorlog verklaarden.

Nu het aan het Oostfront even rustig was, werd een groot deel van het leger naar de westgrenzen van het Duitse rijk overgebracht. Tresckow werd midden oktober 1939 overgeplaatst naar het hoofdkwartier van Generaloberst Gerd von Rundstedt, die Heeresgruppe A in het westen leidde. Major Tresckow werd daar ingezet als rechterhand van Rundstedt's chef, Generalleutnant Erich von Manstein. Daar kon hij meewerken aan Mansteins Sichelschnittplan voor de inval in Frankrijk, België en Nederland. Die operatie onder de codenaam Fall Gelb startte op 10 mei 1940 en Tresckow was op dat moment aan het hoofdkwartier van Heeresgruppe A verbonden, waar hij midden mei tot Oberstleutnant bevorderd werd. De West-Europese landen werden, net als Polen, verpletterend verslagen. Tresckow was hiervan onder de indruk, net als veel andere militairen. In zijn positie maakte hij de voorbereidingen voor een mogelijke inval in Groot-Brittannië mee. Tresckow was van meet af aan sceptisch over het slagen van een dergelijke inval en het taaie verzet van de Britten in 1941 bevestigde zijn scepsis.

Aan het einde van 1940 werd Tresckow Erster Generalstabsoffizier van de nieuw gevormde Heeresgruppe Mitte. In die hoedanigheid werkte hij aan een aanvalsplan op de Sovjet-Unie, een voornemen van Hitler waar Tresckow zeer kritisch tegenover stond. Het was in deze functie dat Henning nauw ging samenwerken met zijn ordonnans Fabian von Schlabrendorff, een belangrijke kompaan in zijn latere verzetsstrijd. Tresckow kreeg veel mee van de voorbereidingen voor de aanval op de Sovjet-Unie en van het herhaaldelijk uitstellen van de operatie.

Eén van de bekendste orders vóór aanvang van operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie, was het zogenoemde Kommissarbefehl van 6 juni 1941, een misdadig bevel waarmee elke politieke commissaris van het Rode Leger zonder vorm van proces neergeschoten moest worden. Henning von Tresckow sprak openlijk zijn afschuw uit over deze inbreuk in het volkenrecht, zoals nu blijkt uit de notities van Major Engel (een adjudant van Hitler).Volgens Rudolf Christoph von Gersdorff, die in die tijd deel uitmaakte van de staf van Tresckow, werd het Kommissarbefehl na uitgifte meteen mondeling verspreid onder alle chefs van staven, waardoor de uitvoer ervan lastig te saboteren was. Omstreeks deze tijd was Tresckow bezig om te onderzoeken wie tot verzet bereid zou zijn, nadat zijn weerzin tegen het regime steeds groter was geworden. Zijn zoektocht beperkte zich in deze fase van de oorlog nog tot het voeren van discussies met vele militairen, om te achterhalen hoe zij over het regime dachten.

Operatie Barbarossa en verzet

Operatie Barbarossa begon op 22 juni 1941 en achter de frontlinie werden de zogenoemde Einsatzgruppen ingezet. Deze eenheden hadden de opdracht om alle, door Hitler en consorten ongewenste mensen (communisten, partizanen, gehandicapten) en bevolkingsgroepen (Joden en Roma) uit te roeien. Gersdorff moest in de staf van Tresckow voor het contact met de Einsatzgruppe B zorgen, die onder bevel van SS-Gruppenführer Arthur Nebe stond. Op die manier waren Tresckow en zijn staf goed op de hoogte van de verschrikkingen die achter het front plaatsvonden. In het stadje Borissow, zo vernam Tresckow's staf, waren op brute wijze ongeveer 8000 Joden vermoord. Daarnaast ervoer zijn staf dat in het achterland van aangrenzende Heeresgruppen ook enorme aantallen mensen vermoord werden, omdat het regime ze ongewenst vond. Die berichten namen bij Tresckow het laatste restje hoop weg, waarna hij vastberaden was om gewapend verzet tegen Hitler te organiseren met als doel hem te doden.

Tresckow was begonnen met het inpraten op Generalfeldmarschall Fedor von Bock, de commandant van Heeresgruppe Mitte, maar die wilde zich niet bij het verzet aansluiten. Ook pogingen om Generalfeldmarschall Erich von Manstein en Generalfeldmarschall Günther von Kluge te overtuigen strandden op een koppig vasthouden aan Pruisische soldatentrots. Tresckow was diep teleurgesteld in de hoogste militaire leiding vanwege de diepgewortelde koppigheid, die hen belette de politieke gang van zaken serieus te nemen. Hij was van mening dat dan de aanslag maar zonder steun van deze militaire kopstukken moest plaatsvinden.

Ondertussen vroeg de oorlog veel inspanningen van Tresckow, maar dat belette hem niet om onvermoeibaar steun voor het verzet te zoeken. In 1942 had hij een redelijk vaste kring om zich heen verzameld van mensen die bereid waren om tot actie over te gaan. De belangrijkste personen waren in deze groep naast Tresckow: Fabian von Schlabrendorff (de ordonnans van Tresckow) en Rudolf Christoph Freiherr von Gersdorff (stafofficier achterland). Onder Tresckow's leiding beraamden zij enkele aanslagen in 1943, waarbij ze hoopten Hitler met een bom te doden.

De eerste aanslagpoging vond plaats toen Hitler een bezoek bracht aan het Oostfront bij Smolensk op 13 maart 1943. Henning von Tresckow wilde die mogelijkheid gebruiken om een bom in het vliegtuig te plaatsen, zodat Hitler en zijn gevolg in de lucht zouden omkomen. De verzetsgroep van Heeresgruppe Mitte had een Britse mijn als meest geschikte springstof uitgekozen en plaatste vier exemplaren daarvan in een kist waarin twee flessen Cointreau zouden moeten zitten. De kist werd het vliegtuig ingedragen onder het mom van een geschenk voor Oberst Hellmuth Stieff (die in het hoofdkwartier van de landmacht werkte). Er was een ontsteking van dertig minuten ingebouwd die nog nooit gefaald had, maar uitgerekend deze keer faalde de ontsteker wel. De bom ging niet af en Schlabrendorff moest als de bliksem naar Berlijn om de bom onschadelijk te maken, want anders was de groep rond Tresckow door de ontploffing ontdekt.

Na de mislukte aanslag van 13 maart 1943, wilde Tresckow zo snel mogelijk nog een poging wagen om Hitler te doden. De tweede poging vond op 21 maart 1943 plaats, slechts één week na de eerste aanslag. Nu wilde Gersdorff zich tezamen met Hitler opblazen, terwijl de Führer in een wapenopslagplaats buitgemaakte wapens zou gaan bekijken. Wederom werd de ontsteker ingesteld, maar ook nu mislukte de aanslag, omdat Hitler de opslagplaats veel sneller verliet dan verwacht. Gersdorff kon net op tijd de bom op zijn lijf onschadelijk maken, zodat hij en de anderen niet alsnog ontdekt zouden worden. Tresckow was zeer bedroefd over het falen van beide aanslagen, want hoe vroeger Hitler gestopt kon worden, des te beter. Hij was echter niet uit het veld geslagen en ging onvermoeibaar door met het zoeken naar nieuwe mogelijkheden.

In het najaar van 1943 kon Henning genieten van een korte vakantie, omdat hij een nieuwe functie als regimentscommandant zou krijgen. Hij gebruikte die tijd om contact te leggen met anderen die tot de staatsgreep bereid waren, zoals Ludwig Beck, Claus Schenk Graf von Stauffenberg en Carl Friedrich Goerdeler. In Stauffenberg vond Tresckow zijn gelijke als het ging om de gedrevenheid waarmee zij de aanslag wilden laten plaatsvinden. Gerustgesteld dat het raamwerk van de aanslag klaar was en de voorbereidingen doorgingen, begon de nieuwe regimentscommandant aan zijn functie aan het Oostfront. Het ging om het bevel over het 442. Grenadier-Regiment dat aan het Oostfront heftige tegenslagen te verwerken had gekregen na de slagen bij Koersk en Charkov. Ondanks de zware opgave om het front te stabiliseren, genoot Tresckow van de vrijheid die hij in deze functie had. Hij had op die manier twee gezichten, want hij bereidde een aanslag voor en voerde tegelijkertijd de oorlog aan het Oostfront.

Begin december 1943 werd hij opnieuw overgeplaatst naar een nieuwe functie, nu als Chef des Generalstabes van de 2. Armee. De positie van dat leger gaan het Oostfront was uiterst deplorabel, want de Sovjets hadden het leger uiteen geslagen. Dankzij de orders van Hitler moesten de legers van de Wehrmacht een frontlinie behouden die de troepen veel te veel spreidde. Dat maakte het voor de Sovjets gemakkelijk om terrein terug te veroveren. Dat Hitler de toestand van het front niet wilde veranderen was voor Tresckow des te meer een reden om Hitler uit te schakelen. Hij ergerde zich in hoge mate aan de passieve houding van de meeste generaals, die het als hun enige taak zagen om bevelen uit te voeren. Tresckow liet zich niet afschrikken door zijn mogelijke eigen de dood, omdat hij het als een acceptabel risico zag van een aanslag op Hitler. Eigenlijk wilde hij het liefst alle generaals bij elkaar in het gezicht zeggen dat zij mede verantwoordelijk waren voor een verschrikkelijke oorlog aan het Oostfront. Het ontbreken van steun van hoge officieren was in 1942 een belangrijke reden voor Tresckow om te wachten met het plegen van een aanslag. Hij was bang dat dezen zich tegen de aanslagplegers zouden keren en dat was gevaarlijk in een samenleving waar de Pruisische hiërarchie en traditie diepe sporen had nagelaten. Met het enorme Rode Leger voor de deur wilde Tresckow zoiets beslist niet laten gebeuren.

Complot van 20 juli

Tresckow vernam in april 1944 dat de plannen voor een nieuwe aanslag klaar waren en dat elk moment het codewoord "Walküre" kon vallen, de start van de operatie om het reserveleger in paraatheid te brengen. Het reserveleger werd gebruikt om alle belangrijke staatinstellingen te bezetten, waarna de verzetsgroep haar plannen zou ontvouwen om de staat over te nemen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat Tresckow in de laatste maanden weinig betrokken was bij de organisatie van Walküre, omdat hij aan het Oostfront moest blijven. Op 1 juni 1944 werd Tresckow tot Generalmajor bevorderd en behoorde hij tot de jongste Wehrmachtgeneraals.

Hoewel hij tegen Hitlers oorlogsplannen was, wilde hij, eenmaal in die oorlog, Duitslands trots niet krenken en ook de Duitse soldaten zo goed mogelijk door de strijd loodsen. Tresckow wees onophoudelijk op gaten in het front en wist die gaten met improvisatiewerk te sluiten. Een andere wijze was schier onmogelijk, vanwege de hopeloze situatie aan het Oostfront voor de Duitsers. Tegenover de 2. Armee stond het Rode Leger met het zesvoudige van wat de Wehrmacht op de been kon brengen. Daarnaast waren er gevaarlijke uitstulpingen in de frontlinie ontstaan en op bevel van Hitler mochten die niet opgegeven worden, waardoor een omsingeling bijvoorbeeld beter voorkomen had kunnen worden. Dat is precies wat er begin juli 1944 gebeurde: de Sovjetlegers sloten zich om de 3. Panzerarmee, en de 4. en 9. Armee, en namen zo 350.000 man gevangen. Tresckow greep die situatie aan om anderen te overtuigen om deel te nemen aan het Duitse verzet, want het Oostfront was nu een meer dan hopeloze zaak.

Op 6 juni 1944 landden de geallieerden op de stranden van Normandië en voor het verzet rees de vraag of de aanslag nu nog zin had. Eén van de doelen was om een onvoorwaardelijke overgave te voorkomen, maar dat werd veel complexer met de legers van de geallieerden voor de deur. Tresckow, echter, was vastbesloten en deelde het volgende mee aan Stauffenberg in Berlijn: "De aanslag moet doorgang vinden, hoe dan ook. Zelfs als het mislukt, dan nog moet er in Berlijn gehandeld worden. Momenteel is het praktische doel van ondergeschikt belang, want belangrijker is dat de Duitse verzetsbeweging voor de wereld en de geschiedenis de noodzakelijke poging gewaagd heeft. Al het andere is van ondergeschikt belang." Zeer bepalend voor het moment van de aanslag was dat Stauffenberg chef van de staf van het reserveleger werd, waardoor hij toegang kreeg tot Hitler. Dat was nog een reden waarom de aanslag niet eerder kon plaatsvinden, omdat het niet eenvoudig was om in de buurt van Hitler te komen. Desondanks had er zeker eerder actie ondernomen kunnen worden, maar trots stond de militairen in de weg in combinatie met angst dat er een grote chaos zou ontstaan. Tevens hadden de verschillende militairen en burgers van het verzet ook verschillende meningen over de aanpak van een aanslag en kostte het veel tijd om de neuzen dezelfde kant op te laten wijzen.

Nadat Stauffenberg naar een goede positie was bevorderd, ging het snel en werd bepaald dat de aanslag in juli zou gaan plaatsvinden. Tresckow had vanaf toen weinig invloed meer op de gang van zaken. Hij zat nog steeds aan het Oostfront bij de 2. Armee en dat was tevens de plek waar hij vernam dat de aanslag daadwerkelijk had plaatsgevonden. Nadat hij geïnformeerd was dat Stauffenberg de bom tot ontploffing had gebracht, hield hij nauwgezet de berichtgeving in de gaten. Middernacht, op 20 juli 1944, hoorde Tresckow de speech van Hitler en realiseerde zich dat het mislukt was. Hij trok de consequentie uit het mislukken van de aanslag met de woorden: "De morele verdienste van een mens begint daar waar hij bereid is om voor zijn overtuigingen zijn leven te geven." Hij nam vervolgens op 21 juli een auto en reed naar het front bij Byalistok waar hij een gevecht met partizanen nabootste, maar in werkelijkheid pleegde hij zelfmoord door een handgranaat tegen zijn slaap te laten ontploffen.

Tresckow werd zonder militaire eer begraven op landgoed Wartenberg, waar hij lang met zijn gezin had gewoond. Op 4 augustus werd Tresckow, nadat duidelijk geworden was dat hij een belangrijke spil in het verzet was geweest, postuum formeel uit het leger gezet en ontdaan van al zijn rangen. Daarnaast werd zijn lichaam op bevel van de Gestapo opgegraven en verbrand in het crematorium van concentratiekamp Sachsenhausen, waarna zijn as op onbekende plek werd uitgestrooid.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Nacht van de Lange Messen
Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Reichswehr
Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

Bronnen

  • GILESSEN, G., 'Tresckow und der Entschluss zum Hochverrat, eine Nachschau zur Kontroverse über die Motive' In: Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte 58 (2010): 365 – 387.
  • HÜRTER, J., 'Auf dem Weg zur Militäropposition. Tresckow, Gersdorff, die Vernichtungskrieg und der Judenmord. Neue Dokumente über das Verhältnis der Heeresgruppe Mitte zur Einsatzgruppe B im Jahr 1941' In: Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte 52 (2004): 527 – 562.
  • RINGHAUSEN, G., 'Hans-Alexander von Voss (1907-1944). Offizier im Widerstand.' In: Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte 52 (2004): 361 – 407.

Afbeeldingen


Generalmajor Henning von Tresckow, 1944.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1976-130-53 / CC-BY-SA 3.0)


Von Tresckow in zijn jongere jaren.
(Bron: Wikimedia Commons)


Erika and Henning von Tresckow.
(Bron: Wikimedia Commons)


Von Tresckow als Oberst in 1943.
(Bron: Uta von Aretin)


Gedenksteen op Bornstedter Friedhof, Potsdam.
(Bron: Publiek domein)

Informatie

Artikel door:
Matthias Ouwejan
Geplaatst op:
20-01-2017
Laatst gewijzigd:
24-01-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.