Tankontwikkeling in ItaliŽ (1918-1945)

Italiaanse industrie en economie

De Italiaanse industrie was na 1918 en tijdens de Tweede Wereldoorlog relatief zwak. Daardoor kon tankproductie niet op grote schaal plaatsvinden. Carlo Favagrossa, Italiaans minister voor militaire operaties berekende dat ItaliŽ pas in 1942 in staat zou zijn om grootschalige militaire acties te ondernemen. De Italiaanse industrie was vergeleken met die van Groot-BrittanniŽ of Frankrijk klein. De Italiaanse automobielindustrie kon slechts 374.000 auto's voor de Tweede Wereldoorlog produceren, Groot-BrittanniŽ en Frankrijk produceerden ongeveer 2.500.000 auto's. ItaliŽ was overwegend een land dat afhankelijk was van de landbouw. Ter vergelijking: in 1940 produceerde ItaliŽ 4.4 megaton kolen, 0.01 megaton ruwe olie, 1.2 megaton ijzererts en 2.1 megaton staal, Groot-BrittanniŽ produceerde 224.3 megaton kolen, 11.9 megaton ruwe olie, 17.7 megaton ijzererts en 13 megaton staal. Duitsland produceerde 364.8 megaton kolen, 8 megaton ruwe olie, 29.5 megaton ijzererts en 21.5 megaton staal. De Italianen ondernamen ook geen enkele poging om grote hoeveelheden grondstoffen op te slaan voor het starten van offensieve acties.

Tussen 1936 en 1939 steunde ItaliŽ de opstand van de Spaanse generaal Francisco Franco (1892-1975) tegen de republikeinse regering. Tijdens die Spaanse Burgeroorlog werden door ItaliŽ en Hitler-Duitsland wapens geleverd aan de nationalistische troepen van Franco. De financiŽle kosten van de oorlog waren voor ItaliŽ hoog: tussen 6 en 8.5 miljard lire werd uitgegeven aan legermateriaal. Dat was ongeveer twintig procent van de jaarlijkse uitgaven van ItaliŽ. In 1921, een jaar voordat Mussolini aan de macht kwam, bedroeg de overheidsschuld 93 miljard lire. In 1934 bedroeg die schuld 148,646 miljard lire (ongeveer 77 miljoen Euro) In 1943 berekende de New York Times dat ItaliŽ een schuld had van 405,823 miljard lire (ongeveer 209 miljoen Euro).

Zoals eerder genoemd was de Italiaanse automobielindustrie in staat tanks te produceren, zij het in kleine aantallen. Er waren slechts twee fabrieken in ItaliŽ tussen 1900 en 1945 die groot genoeg waren en de middelen hadden om tanks te produceren: FIAT en Ansaldo. Fabrikant FIAT ('Fabbrica Italiana Automobili Torino') werd in 1899 door Giovanni Agnelli opgericht en legde zich toe op het ontwerp en de productie van auto's. Fabrikant Ansaldo werd in 1853 opgericht (Gio. Ansaldo & C.) door de ondernemers Giovanni Ansaldo, Raffaele Rubattino, Giacomo Filippo Penco en Carlo Bombrini. De firma bestond tot en met 1993. Ansaldo produceerde vooral vliegtuigen (transportvliegtuigen, bommenwerpers, zeevliegtuigen), maar ook schepen en locomotieven. Ansaldo was voorstander van oorlog gezien de vele economische voordelen. De firma had 22.000 werknemers in 1939 en 35.000 in 1943. Wat tanks betreft werkten FIAT en Ansaldo samen: vaak werden onderdelen van tanks door de ene fabriek gemaakt waarna de andere fabriek alles in elkaar zette.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Duitse kool wordt naar ItaliŽ vervoerd over de Brennerpas.
(Bron: Wikimedia Commons)

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
21-04-2017
Laatst gewijzigd:
19-08-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.