Tankontwikkeling in de Verenigde Staten (1918-1945)

Interbellum

Na de Eerste Wereldoorlog kwam Amerikaanse tankontwikkeling in een stroomversnelling terecht. Verschillende tanks en andere pantservoertuigen werden gebouwd na 1918. Het Amerikaanse leger kreeg een reorganisatie en het idee dat tanks infanterie moesten ondersteunen werd bekrachtigd door het House Commitee on Military Affairs. Slechts twee zware en vier lichte tankbataljons bleven bestaan na het eind van de Eerste Wereldoorlog. Veel voertuigen werden op de schroothoop vernietigd. De gedachte dat tanks infanterie moesten ondersteunen was overigens niet uniek: ook andere landen zoals Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en de Sovjet-Unie dachten er toentertijd zo over. Naast de lichte en zware tankcategorieŽn (die nog in ontwikkeling konden gaan) werd een derde type tank in Amerika ontwikkeld: de middelzware tank. Lichte tanks zouden een gewicht van tot tien ton hebben, de door de Britten geproduceerde middelzware tank tussen de tien en vijfentwintig ton en de zware tank meer dan vijfentwintig ton. Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde dat. Toen werden tanks veel zwaarder.

Zowel George Patton (1885-1945) als Dwight Eisenhower (1890-1969) waren betrokken bij de ontwikkeling van tanks. Patton en Eisenhower hielden zich bezig met de rol en inzet van tanks in toekomstige oorlogen. Tanks zouden volgens hen als snelle, offensieve wapens ingezet moeten worden. Beide militairen kregen tegenstand door conservatieve militairen en ambtenaren die stelden dat tanks niet als snelle, offensieve wapens bedoeld zijn, maar slechts geschikt zijn om infanterie te ondersteunen (de tank is dus ondergeschikt aan de infanterie). Het Amerikaanse Congres deelde die conservatieve mening. Zowel Patton als Eisenhower besloten in de jaren twintig om over te worden geplaatst naar andere militaire takken. Patton ging in 1920 bij de cavalerie en Eisenhower ging in januari 1922 bij een infanterie brigade in Panama. Het feit dat er weinig geld voor tanks beschikbaar was speelde ook een grote rol bij het feit dat tankontwikkeling in de Verenigde Staten traag op gang kwam. Toch ging de tankontwikkeling door. Het Amerikaanse Oorlogsdepartement stelde dat lichte en middelzware tanks geschikt waren om gevechtsmissies uit te voeren. Trucks zouden lichte tanks kunnen vervoeren. Hun lichte gewicht speelde daarbij een grote rol. De minimale financiŽle middelen die ter beschikking stonden om tanks te ontwikkelen droegen eraan bij dat de lichte tank de belangrijkste tank werd tussen de twee wereldoorlogen. Lichte tanks konden ook relatief eenvoudig geproduceerd worden door een industrie die (nog) niet bekend was met grootschalige tankconstructie.

In 1928 stelde Dwight F. Davis (minister van Oorlog), dat een tankmacht ontwikkeld moest worden gezien de ontwikkelingen van andere landen zoals Groot-BrittanniŽ. Een experimentele gemechaniseerde eenheid werd opgericht in trainingskamp Meade te Maryland (juli-september 1928). Verschillende legereenheden, zoals cavalerie, luchtmacht en het medisch korps, trainden mee. Het gebrek aan genoeg geld speelde parten en zorgde ervoor dat nieuwe trainingen niet mogelijk waren. Toch zorgden die oefeningen in 1928 voor succes wat betreft het tankwapen: de afdeling mechanisatie en bestuur van het Oorlogsdepartement stelde dat een gemechaniseerde kracht opgericht moest worden. Een van de meest bekende Amerikaanse ingenieurs, J. Walter Christie (1865-1944), ontwikkelde in de jaren twintig en dertig moderne aandrijfsystemen en pantserauto's. Een van de ontwikkelde voertuigen was de M1911, een prototype. Het kenmerkende Christie-suspension systeem (aandrijfsysteem met rupsbanden), werd echter afgewezen door het Amerikaanse leger. Die afwijzing had te maken met specificaties die niet voldeden aan de standaarden die gesteld waren door andere legertakken. Achteraf gezien was dat wellicht een vergissing. De Sovjet-Unie maakte handig gebruik van Christie's ontwerptalent: zij wisten enkele experimentele modellen de Sovjet-Unie binnen te krijgen en baseerden hun snelle BT-tanks en T-34 tank op de ontwerpmodellen van de Amerikaanse ingenieur (onder andere het ontwerp van de M1928 en M1931 voertuigen).

Douglas MacArthur (1880-1964) was tussen 1930 en 1935 Chief of Staff en wilde dat het Amerikaanse leger gemechaniseerd zou worden. Rond 1931 werden experimenten met tanks en pantservoertuigen gedaan. De cavalerie moest voertuigen ontwikkelen die verkenningstaken konden uitvoeren. Verschillende 'Combat Cars' werden gebouwd. Eigenlijk waren dat geen tanks maar gepantserde voertuigen. In 1933 stelde MacArthur dat het paard als cavaleriewapen verouderd was. Drie jaar later besloot de Amerikaanse cavalerietak dat gepantserde voertuigen nodig waren. De T7 Combat Car was een snel voertuig dat verkenningstaken kon uitvoeren. Dat gepantserde voertuig werd ontwikkeld door Rock Island Arsenal tussen 1937 en 1938 en was gebaseerd op de M1 Combat Car van 1937. Op de Aberdeen Proving Grounds werd het voertuig in 1938 getest. Het voertuig kon op wegen op wielen rijden (zonder rupsbanden) en cross country met rupsbanden. Ondanks zijn snelheid waren aanwezige militairen (van de cavalerie) niet erg onder de indruk. In oktober 1939 stelde de cavalerie nieuwe eisen op waarin stond dat rupsbanden voortaan de standaard moesten zijn wat betreft aandrijving van tanks. Rupsbanden waren toentertijd (1939) in redelijke aantallen beschikbaar. Ook de bewapening van tanks en andere pantservoertuigen moest veranderen: in plaats van (zware) machinegeweren moesten kanonnen worden gemonteerd. Machinegeweren waren te zwak om dik pantserstaal te doorboren. Het Mechanized Cavalry Board (het Gemechaniseerde Cavalerie Bestuur) besloot in oktober 1939 om de ontwikkeling van het T7 Combat Car-programma en soortgelijke projecten te stoppen.

M1 Combat Car
Gewicht: 9.1 ton
Afmetingen: 4.14 meter lang, 2.26 meter hoog, 2.4 meter breed
Bepantsering: 6 tot 16mm maximaal
Bewapening: 1 x .50 cal (12.7 mm) machinegeweer en 1 x .30 cal (7.62 mm) machinegeweer, eventueel nog 1 x .30 cal (7.62 mm) machinegeweer
Motor: Continental R-670 van 250pk
Snelheid: 72 km/u
Productieaantal: ongeveer 113 stuks
Bemanning: 4 man

Definitielijst

brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


General Dwight Eisenhower, General George Patton, 1940's
(Bron: Wikimedia)


T-34 Model 1940
(Bron: Wikimedia)


Combat Car T7
(Bron: Wikimedia)


Generaal Douglas MacArthur, tussen 1930 en 1935 Chief of Staff
(Bron: Wikimedia)


M1 Combat Car
(Bron: Wikimedia)

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
20-08-2017
Laatst gewijzigd:
28-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.