Tankontwikkeling in de Verenigde Staten (1918-1945)

Zware tanks

Amerika ontwikkelde in de jaren veertig een zware tank: de M6 zware (Heavy) tank. De gebeurtenissen in Europa in 1940 hadden het Ordnance Department ervan overtuigd dat een zware tank nodig zou zijn. Die zware tank moest twee koepels hebben met een 75mm kanon. Van die specificaties kwam niets terecht. In oktober 1940 werd het project 'Heavy Tank T1' genoemd. Het voertuig zou ongeveer vijftig ton moeten wegen, met een pantserdikte van 75mm en bewapend worden met verschillende kanonnen. In februari 1941 werd toestemming gegeven om vier pilotvoertuigen te bouwen. Het was de bedoeling om honderd voertuigen per maand af te leveren. De vier modellen verschilden in technische aspecten. De T1E1 moest een gegoten romp hebben en elektrische aandrijving, de T1E2 zou een gegoten romp hebben en een koppelomvormer, de T1E3 zou een gelaste romp en een koppelomvormer krijgen, en de T1E4 zou een gelaste romp en twee dieselmotoren krijgen. Het laatste project werd afgewezen omdat de installatie van dieselmotoren teveel tijd zou kosten. In december 1941 was de T1E2 compleet en testritten bleken succesvol. In april 1942 werd het model gestandaardiseerd als M6A1 (verschil was dat de M6A1 een gelaste romp had). De T1E1 werd getest in juni 1943, maar werd niet gestandaardiseerd. Het Ordance Department stelde dat meer zware tanks gebouwd moesten worden. Tweehonderdvijftig stuks per maand moesten worden afgeleverd door Grand Blanc Arsenal (Fisher).

Financiële problemen zorgden er echter voor dat de M6 nooit in grote aantallen werd gebouwd. De economische crisis (Great Depression van 1929) had nog invloed op investeringen in het leger. In september 1942 was er tevens sprake van een nadruk op vliegtuigbouw. Daarnaast stelde het Armored Force dat de M6 onvoldoende presteerde bij testritten. Het voertuig was te zwaar, slecht bewapend, slecht vormgegeven en had transmissieproblemen. In maart 1943 werd daarom door het Ordnance Department besloten dat er slechts veertig M6 tanks gebouwd zouden worden. Die voertuigen werden alleen gebruikt voor trainingsritten en experimenteel werk. Verschillende tanks werden getest met nieuwe kanonnen, zoals een 105mm kanon (T5E1 105mm, M6A2E1). Omdat het Ordnance Department zich met name richtte op middelzware, snelle tanks werd de M6 geen succes.

M6 zware tank/Heavy Tank M6
Gewicht: 56.8-57.4 ton
Afmetingen: 8.43 meter lang, 3 meter hoog, 3.12 meter breed
Bepantsering: 25.4mm (koepeldak) tot 82.5-101.6mm (voorkant romp)
Bewapening: 1 x 7.62 cm (76.2 mm) kanon M7 (75 granaten), 1 x 3.7 cm (37mm) kanon M3 of M6 (202 granaten), 2 x .50 cal (12.7mm) Browning M2HB machinegeweren (6900 patronen), 2 x .30 Browning M1919A4 machinegeweren (5,500 patronen)
Motor: Wright G-200 9 cilinder benzinemotor van 825pk
Snelheid: 35-36 km/u
Productieaantal: 40 stuks
Bemanning: 6 man

In 1942 werd de basis gelegd voor het ontstaan van de M26 'Pershing'-tank. Toentertijd werd de T20 middelzware tank ontwikkeld. Die tank zou een verbetering van de middelzware M4 Sherman-tank moeten worden. Het Ordnance Department hoopte het voertuig te kunnen gebruiken voor testen met bewapening, aandrijvingen en rupsbanden. Dertien verschillende modellen van de T20 tankseries (T20, T22 en T23), werden ontworpen. Sommige van deze tanks waren bewapend met een 76mm kanon en de types hadden verschillende aandrijvingen (waaronder een gas-elektrisch systeem) en ophangingen (rupsbanden en wielen). Ontwikkeling van twee types volgde: T25 en T26. In 1944 was een prototype tank ontwikkeld: de T26E1. In juni 1944 werd dat prototype 'Heavy Tank T26E1' genoemd. Verschillende testritten werden uitgevoerd met het voertuig door het Ordnance Department. In augustus 1944 was het Ordnance Department van mening dat de T26E1 in productie moest gaan. Tegenstanders waren legio: Army Ground Forces (tak van het leger) was tegen de massaproductie van het voertuig omdat de M4 Sherman goed genoeg zou zijn. De tank zou alleen geproduceerd kunnen worden als het Armored Force Board het eens was met de gang van zaken. In juli had Army Ground Forces voorgesteld de tank te bewapenen met een 76mm kanon. Dat idee werd door het Ordnance Department genegeerd en in december 1944 werd de T26E1 toch in productie genomen vanwege de krachtige bewapening en bepantsering. In november 1944 begon de productie van de eerste twintig voertuigen (T26E3).

Het Ordnance Department stelde in december 1944 dat de voertuigen naar Europa verscheept moesten worden voor proeftesten. Army Ground Forces was tegen dat idee: de M4 Sherman-tank zou alle taken met succes uit kunnen voeren. Het Ardennenoffensief maakte echter duidelijk dat de M4 Sherman-tank met zijn 75 of 76mm kanon, te zwak bewapend was om het op te nemen tegen Duitse (zware) tanks. Het 75mm M3 kanon was te zwak en het 76mm kanon kon de voorkant van die Duitse tanks niet of nauwelijks doorboren. De Amerikaanse Generale Staf ging zich bemoeien met de zaak en eiste onmiddellijk dat de tank naar Europa gestuurd werd. De eerste twintig T26E3 voertuigen werden in januari 1945 naar Europa verscheept en in februari toebedeeld aan de 3th and 9th Armored Divisions ('Zebra Mission'). De tank was bewapend met een krachtig 90mm M3 kanon dat elke Duitse tank kon vernietigen, inclusief de Panzerkampfwagen Ausf. B Tiger II. Grand Blanc Arsenal bouwde 1190 T26E3 tanks en Detroit Arsenal 246 stuks. In maart 1945 werd de T26E3 gestandaardiseerd als de 'Zware Tank M26' (Heavy Tank M26). De tank kreeg de bijnaam 'General Pershing'. In 1945 zag de tank nog actie in de Pacific tijdens de Slag om Okinawa.

Er werd ook nog een experimentele M26 gebouwd met een krachtiger 90mm kanon (T15E1 90 mm gun). Het kanon had een kaliber van L/73 (90mm L/73 oftewel 9 cm L/73). Munitie bestond uit één stuk en was 1300mm (1.30 meter) lang. Die tank werd 'Super Pershing' genoemd. Het voertuig stond bekend onder de naam 'T26E4'. De tank had extra pantser aan de voorkant van de romp en de koepel. Slechts één tank van dit type werd naar Europa gestuurd. In mei 1946 werd de M26 ingedeeld als middelzware tank omdat het Amerikaanse leger toentertijd van plan was om nog krachtigere en zwaardere tanks in te zetten.

M26 Pershing/Heavy Tank M26
Gewicht: 42 ton (41560-41730 kg)
Afmetingen: 8.649 meter lang, 2.78 meter hoog, 3.5-3.51 meter breed
Bepantsering: 102mm tot 114mm maximaal (voorkant koepel: 101.6-114.3mm, zijkant romp en koepel: 76.2mm, achterkant romp en koepel: 50.8-76.2mm)
Bewapening: 1 x 9 cm (90mm) M3 kanon (70 granaten), 1 x .50 cal (12.7mm) Browning M2HB machinegeweer (550 patronen), 2 x .30 Browning M1919A4 machinegeweren (5000 patronen)
Motor: Ford GAF 5 cilinder benzinemotor van 500pk
Snelheid: 40 km/u
Productieaantal: 2212 stuks
Bemanning: 5 man

Het 90mm M3 kanon dat in de Pershing werd gemonteerd was een van de meest krachtige tankkanonnen uit de Tweede Wereldoorlog. De M26 Pershing was in staat verschillende munitiesoorten af te vuren. T33, M71, M82 en M304 projectielen waren beschikbaar. Granaten van het type 'M82' hadden een kaliber van 90mm x 970mm. Het 11 kilogram (10.61-10.91kg) wegende projectiel van de T33/M77 pantsergranaat ('AP', 822-822.96m/s of 823 tot 853.44m/s), was in staat 188 mm staal tot op een afstand van honderd meter, 163 mm tot op een afstand van vijfhonderd meter, 137 mm tot op een afstand van een kilometer, 115 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 96 mm tot op een afstand van twee kilometer te doorboren. Het projectiel van de M71 granaat ('HE', brisant) woog ongeveer 11 kilogram (10.56kg), en werd met een snelheid van 823m/s afgevuurd. Het projectiel van de M82 granaat ('APCBC', pantsergranaat met ballistische kop) woog ongeveer 11 kilogram (10.94kg), werd met een snelheid van plusminus 807-807.72m/s tot 853.44m/s afgevuurd, en doorboorde 164 mm staal tot op een afstand van honderd meter, 150 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 137 mm tot op een afstand een kilometer, 125 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 114 mm tot op een afstand van twee kilometer. Het projectiel van de M304/T30E16 granaat ('APCR'/'HVAP', wolfraammunitie) woog ongeveer 7.57-7.6 kilogram (het totaalgewicht van de granaat bedroeg 16.33 kilogram), bereikte een snelheid van plusminus 1018m/s (exact: 1018.032) tot 1021m/s (exact: 1021.080), en doorboorde ongeveer 260 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 191 mm tot op een afstand van twee kilometer (sommige bronnen geven 306 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 193 mm tot op een afstand van twee kilometer). Die M304 granaat werd echter niet of nauwelijks tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet. Onduidelijkheid bestaat hierover. Naast de genoemde munitiesoorten kon de tank rookgranaten (M313) afvuren.

(belangrijkste munitie van de M26 Pershing)

T33 (‘AP’: pantser) M82 ('APCBC': pantser met ballistische kop) M304 ('APCR': wolfraammunitie)
Gewicht: 11 kg Gewicht: 11 kg Gewicht: 7.6 kg
Snelheid: 822-853m/s Snelheid: 807-853m/s Snelheid: 1018-1021m/s
Penetratievermogen: 189mm tot 10, 188mm tot 100, 163mm tot 500, 137mm tot 1000, 115mm tot 1500 en 96mm tot 2000 meter Penetratievermogen: 165mm tot 10, 164mm tot 100, 150mm tot 500, 137mm tot 1000, 125mm tot 1500 en 114mm tot 2000 meter Penetratievermogen: 264mm tot 10, 260mm tot 100, 245mm tot 500, 226mm tot 1000, 210mm tot 1500 en 191mm tot 2000 meter

De M26 had geen enkele moeite om het frontale pantser van de Duitse zware (tank) Panzerkampfwagen VI 'Tiger' I (Panzerkampfwagen VI Ausf. H/E Tiger I oftewel PzKpfw VI Tiger), te doorboren (maximaal 100 tot 120mm staal), of de voorkant van de koepel van de middelzware Panzerkampfwagen V 'Panther' (110 tot 120mm staal op sommige plekken). Verder was de Duitse middelzware Panzerkampfwagen IV kwetsbaar voor het 90mm Pershing-kanon. De Panzerkampfwagen IV had maximaal 50 tot 80mm staal aan de voorkant van de romp en de koepel. Ook de zijkanten van de zware Panzerkampfwagen VI Ausf. H Tiger I en VI Ausf. B Tiger II, PzKpfw VIb Königstiger (80 tot 82mm staal), waren kwetsbaar. De voorkant van de koepel van de Tiger II (180 tot 185mm) kon in theorie doorboord worden, maar het 88mm KwK 43 L/71 kanon van die tank kon de Pershing tot op lange afstand, twee kilometer of verder, uitschakelen. Het Duitse 88mm L/71 kanon penetreerde met standaardmunitie ongeveer 176 mm staal tot op een afstand van twee kilometer. Dat was genoeg om de voorkant van de koepel (114mm) of de romp (102mm) van de Pershing-tank te doorboren. Daarnaast waren de zijkanten en achterkant van de M26 kwetsbaar voor Duits antitankvuur met een kaliber van 7,5 cm (75mm KwK 40 L/43, 75mm KwK 40 L/48, 75mm PaK 39 L/48, 75mm KwK 42 L/70), of groter (88mm KwK 36 L/56, 88mm KwK 43 L/71, 128mm PaK 44 L/55).

In 1945 vond een gevecht in Keulen plaats tussen de Amerikaanse M26 Pershing en de Duitse middelzware Panzerkampfwagen V 'Panther'-tank (PzKpfw V Panther). De Pershing raakte de Panther-tank verschillende keren en vernietigde het voertuig. Vaak worden op populairwetenschappelijke fora op internet de M26 Pershing en de Panzerkampfwagen V 'Panther' met elkaar vergeleken, met name omdat ze wat betreft bepantsering en bewapening vergelijkbaar waren. Wat betreft technische specificaties woog de Duitse Panther-tank ongeveer veertig tot vijfenveertig ton en was bewapend met een lang 75mm kanon (7,5 cm KwK 42 L/70). De bepantsering bedroeg honderd of honderdtien tot honderdtwintig millimeter (100-120mm) aan de voorkant van de koepel (mantel), 80mm aan de voorkant van de romp, 40 tot 50mm aan de zijkant van de romp en 40mm aan de achterkant van de romp. Het Panther-kanon kon met standaardmunitie (Panzergranate 39/42/PzGr 39/42) ongeveer 185 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 116 mm tot op een afstand van twee kilometer doorboren. De Pershing was ongeveer even zwaar gepantserd (76.2-114.3mm), maar had een groter kanon (90mm). Het 90mm kanon van de Pershing doorboorde zoals gezegd ongeveer 188 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 96 mm tot op een afstand van twee kilometer (met T33/M77 munitie). Wat betreft mondingssnelheid bedroeg de granaatsnelheid van het Panther-kanon 925 tot 935m/s (exact: 935.1264m/s) en de granaatsnelheid van de Pershing 807 tot 822m/s (de wellicht in kleine aantallen beschikbare M304 'APCR' granaat legde een snelheid van 1018m/s tot 1021m/s af, vergeleken met de 1120m/s tot 1129.589m/s van de PzGr 40/42 wolfraamgranaat van de Panther). Feit is dat het projectiel van de pantsergranaat van de Pershing zwaarder was (plusminus 11 kilogram), vergeleken met het gewicht van het projectiel van de standaard pantsergranaat (Panzergranate 39/42) van de Panther-tank (plusminus 6.8-7.2 kilogram). Wat betreft explosieve vulling had de M82 granaat van de M26 Pershing ongeveer 140 tot 199 gram explosief materiaal (Explosive D). De pantsergranaat van de Panther-tank (Panzergranate 39/42) had een explosieve vulling van plusminus 17 tot 18 gram (RDX en wax).

Tankgevechten zijn altijd afhankelijk van de training van de tankbemanning en de situatie. Een getrainde tankbemanning kan een vijandelijke tank snel opmerken en vervolgens vernietigen. Zonder te letten op die factoren kan gesteld worden dat de Pershing, wat betreft bewapening en bepantsering, opgewassen was tegen de Duitse Panther-tank. Nadeel van de M26 Pershing was wel dat de gebruikte motor vrij zwak was (500pk), vergeleken met de motor (700pk) van de Panther.

Naast de genoemde tanks ontwikkelde Amerika enkele zware prototypetanks. Voorbeelden zijn de T32, T29, T30 en T34 zware tanks. De T32 was een verbeterde M26 Pershing tank met sterker pantser en betere bewapening. Frontaal pantser bedroeg 125mm aan de voorkant van de romp en 200mm aan de voorkant van de koepel. Het verbeterde T15E1 90mm kanon was gemonteerd en de motor had een vermogen van 750pk. Een aantal pilot modellen werd gebouwd. Geen productieorder volgde. De T29 was een experimentele zware tank waarvan de ontwikkeling in 1944 begon. De T29 zou krachtiger moeten zijn dan de M26 Pershing. De romp zag er ongeveer hetzelfde uit als die van de M26, maar was langer. De tank was bewapend met een 105mm T5 kanon. De Generale Staf autoriseerde productie van het voertuig in februari 1945 om te vechten tegen Japanse troepen. Japanse bunkers konden met behulp van de T29 uitgeschakeld worden. Army Ground Forces was echter tegen de tank omdat het voertuig (in hun ogen), veel te groot was. Slechts een klein aantal testmodellen werd gebouwd. Die modellen waren pas in 1947 voltooid. De T29 kreeg een bemanning van zes man. Munitie bedroeg 63 granaten voor het 105mm kanon. De T30 was een soortgelijk experimenteel project. De T30 kreeg een motor van 810pk met een 155mm T7 kanon (in plaats van een 105mm wapen). Het kanon vuurde tweedelige munitie af. De T30 had een munitievoorraad van 34 granaten. De tank werd nooit ingezet aan oorlogsfronten. De T34 had een 120mm T53 kanon. Een T29 testmodel en een T30 testmodel werden uitgerust met een 120mm kanon. De tanks werden vervolgens 'Heavy Tank T34' genoemd. In april 1945 werd goedkeuring verleend door de Amerikaanse legertop, maar de testmodellen werden pas in 1947 afgeleverd. Van massaproductie was geen sprake. Feit is dat de T34 inspiratiebron was voor de latere Amerikaanse M103 tank. Wat betreft pantser en bewapening waren de genoemde experimentele zware tanks equivalent aan de Sovjet IS-2 (zware tank IS-serie) en de zware Duitse Tiger II tank (PzKpfw VIb Königstiger).

De M26 Pershing vormde de basis voor de ontwikkeling van latere Amerikaanse tanks die eind jaren veertig, tijdens de jaren vijftig en later (1960) ontwikkeld werden zoals de M46 Patton, de M47 Patton, de M48 Patton en de M60 Patton. De M46 Patton deed dienst in de Koreaoorlog (1950-1953) en was een M26 Pershing-tank met een sterkere motor (810 pk) en een krachtiger kanon (90mm M3A1). De opvolger van de M46 was de M47 die weer opgevolgd werd door de M48 en de M60 tank (verschillende versies zijn ontwikkeld). Tegenwoordig heeft het Amerikaanse leger de plusminus zeventig ton wegende 'MBT' (Main Battle Tank) M1 Abrams in dienst. Een tank die in de jaren zeventig (1972-1979) ontworpen werd en in de jaren tachtig (1980) in gebruik werd genomen. De M1 Abrams is een van de meest krachtige tanks ter wereld met een 105mm (105mm L/52 M68) of 120mm (120 mm L/44 M256A1) kanon en een bepantsering van neokeramisch materiaal (verarmd uranium is tevens aangebracht) dat aan de voorkant van de tank equivalent is aan plusminus 350mm (350-700mm voorkant romp) tot 950mm staal (700-950mm voorkant koepel). De bepantsering is afhankelijk van het model (bijvoorbeeld M1, M1A1, M1A2). Op dit moment (2017) ontwikkelt het Amerikaanse leger een nieuwe en lichtere M1 Abrams tank, de M1A3.

Definitielijst

kaliber
De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ×15 cm lang.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
massaproductie
Het maken van een grote hoeveelheid van hetzelfde produkt.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


M6 heavy tank
(Bron: Wikimedia)


M26 op een ponton bij Remagen
(Bron: Wikimedia)


M26 super Pershing
(Bron: Wikimedia)


M60 Patton
(Bron: Wikimedia)


M1A1-Abrams tijdens training in Irak
(Bron: Wikimedia)

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
20-08-2017
Laatst gewijzigd:
28-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.