MAC-Schepen

MAC-schepen

Merchant Aircraft Carriers (MAC-schepen)

In de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog leden de Atlantische konvooien gigantische verliezen. De grootste oorzaak bleek te liggen in een gat in de luchtdekking midden op de Atlantische Oceaan.

Om dit gat te dichten werd vanaf 1940 al geŽxperimenteerd. De eerste oplossing werd gevonden in het plaatsen van een katapultinstallatie aan boord van een vrachtschip (zogenaamd CAM-schepen (Catapult Aircraft Merchantman)), met een Hawker Hurricane hierop gemonteerd. Het nadeel was natuurlijk dat het toestel na afloop van zijn missie op het water moest landen, waardoor het vliegtuig verloren ging. Vanaf de zomer van dat jaar werden diverse schepen hiertoe uitgerust.

Een tweede experiment was de ombouw van bestaande schepen tot Escorte vliegdekschepen. In de herfst van 1940 werd hiertoe als proef een voormalig Duits passagiersschip, de MV Hannover, dat was buitgemaakt, omgebouwd tot Escort Carrier HMS Audacity. De Escort Carriers waren volwaardige vliegdekschepen in dienst van de Royal Navy en de US Navy.

Een derde experiment was het vanaf 1942 uitrusten van graanschepen of olietankers met een vliegdek, waarbij het schip zijn originele functie als vrachtschip behield en als zodanig ook onder koopvaardijvlag bleef varen. Het idee voor de ombouw van de graanschepen is afkomstig van Sir Douglas Thomson van het British Ministry of War Transport, terwijl het idee om de olietankers te verbouwen afkomstig was van John Lamb van de Anglo-Saxon Petroleum Company.

Oorspronkelijk was het plan opgevat om een aantal passagiersschepen om te bouwen tot Escort Carrier. Omdat men de beschikbare schepen echter hard nodig had voor troepentransport, werd besloten de graan- en olietankers te gebruiken. In oktober 1942 werd uiteindelijk het besluit genomen. Aanvankelijk zag vooral de Royal Navy niets in het concept, waarbij de schepen onder koopvaardijvlag bleven varen. Aangezien echter de konvooien onder toezicht van de marine stonden gaf ook de Royal Navy toe.

In februari 1942 werd het plan opgevat om allereerst twee graanschepen om te bouwen. De schepen zouden drie tot vier vliegtuigen mee krijgen. In juni 1942 werd dit definitief en was besloten dat de twee schepen koopvaarder bleven en ieder vier vliegtuigen van het type Fairey Swordfish mee zouden krijgen. Het vliegdek zou een formaat van 124,95 x 18,88 meter krijgen. In oktober werd besloten om nogmaals twaalf koopvaarders om te bouwen, zes graanschepen met vliegdek, hangar en lift en zes olietankers zonder hangar. Het vliegdek werd verlengd naar 140,20 x 18,88 meter. De schepen zonder hangar en lift zouden niet vier maar drie vliegtuigen meekrijgen. Later werden de plannen weer bijgesteld door nogmaals zes graanschepen, vier nieuwe en tien bestaande olietankers te verbouwen, waarmee het totaal te produceren MAC-schepen op 32 kwam.

Er werden uiteindelijk zes graanschepen van de Empireklasse, vier olietankers van de Empireklasse, zeven olietankers van de Anglo-Saxon Petroleum Company (Britse rederij van Shell) en twee olietankers van de Petroleum Mij. La Corona omgebouwd. De schepen werden ontdaan van alles wat boven de romp uitstak. Op deze romp werd een houten vliegdek aangebracht. De graanschepen kregen in de romp een bescheiden hangar en een lift, de olietankers niet. Bij de laatste diende het onderhoud van de vliegtuigen dus aan dek te gebeuren. Aan boord hadden de graanschepen vier en de olietankers meestal drie vliegtuigen. De militaire bemanning voor onderhoud en bedienen van de toestellen werd geleverd door de Fleet Air Arm van de Royal Navy. Meestal werden hiervoor Fairey Swordfishes gebruikt, maar ook de Sea Hurricane kwam wel voor. Omdat de schepen onder koopvaardijvlag bleven varen, kregen ze geen militaire codenummers toegewezen. In plaats daarvan kregen ze een tweelettercode die werd aangebracht op het vliegdek.

De schepen konden in een redelijk snel tempo worden verbouwd. Alle waren ongeveer volgens hetzelfde concept gebouwd. De ombouw kon daardoor worden gestandaardiseerd. Het nieuwbouwschip, de Empire Mac Alpine, was als eerste klaar in april 1943. De Rapana was de eerste van de bestaande schepen die klaar was en de tweede van het totaal. Toen in mei 1944 de Macoma als laatste werd overgedragen, was de situatie op de Atlantische Oceaan dusdanig verbeterd dat werd afgezien van de ombouw van de laatste dertien schepen.

De bemanning van de schepen bestond, naast de vaste koopvaardijmensen, uit een vaste ploeg vliegdienstpersoneel, welke scheepsgebonden was, een ploeg voor de wapenbediening van de DEM (Defensive Equipment Merchant Ships) die ook gebonden was aan het schip en een mobiele groep van vlieg- en grondpersoneel die tezamen de vliegeenheid (air-unit) formeerden.

Alle MAC's hebben gedurende de gehele oorlog alleen dienst gedaan op de Noord-Atlantische konvooiroutes.

Empire Mac Alpine klasse graanschepen:

Empire Mac Alpine Empire Mac Kendrick
Eerste omgebouwd: december 1942
Laatste omgebouwd: januari 1944

De Empire Mac Alpine en de Empire Mac Kendrick waren iets groter dan de andere schepen, maar hadden hetzelfde basisontwerp. Alle Empire-graanschepen uit deze klasse werden al bij de bouw verbouwd tot Merchant Aircraft Carrier. Alhoewel ze dus alle als graanschip zijn ontworpen, werden ze met vliegdek en hangar afgebouwd. Direct na de oorlog kregen alle schepen hun oorspronkelijk ontworpen uiterlijk. De Empire Mac Alpine (MH) was op 14 april 1943 af. De kiel was op 11 augustus 1942 gelegd bij Burnisland en de tewaterlating heeft op 23 december 1942 plaatsgevonden. Na de oorlog weer verbouwd als Derryname en uiteindelijk als Pacific Endeavour in 1970 gesloopt. De Empire Mac Kendrick (MO) werd in december 1943 in de vaart genomen en werd uiteindelijk als Vassil Levsky aan de grond gezet bij de Arabisch-Israelische oorlog tussen 1967 en 1975 in het Suezkanaal. Het schip is in 1975 uiteindelijk in Split gesloopt. Alle Empire-klasse graanschepen hadden vier vliegtuigen aan boord van het type Fairey Swordfish of Sea Hurricane.

Technische gegevens na verbouw:

Klasse: Empire Mac Alpine graanschepen
Aantal in klasse: 2
Land: Engeland
Type: Merchant Aircraft Carrier
Waterverpl.: volledig beladen 12000 BRT
Gebouwd door: Diversen
Verbouwd: 1943
Einde: jaren zestig/zeventig
Afmetingen:

Lengte: over alles: 140 meter
Lengte vliegdek: 140,20 meter
Breedte: 18,30 meter
Diepgang: 7,3 (volledig beladen) meter

Aandrijving: Motor: diesel
Vermogen:3500 pk
Max. Snelheid: 12,5 knopen
Bepantsering: Geen
Bewapening: Een kanon van 102 mm (4 inch HA/LA), twee 40 mm Bofors en vier 20 mm Oerlikon.
Vliegtuigen: vier
Bemanning: 107 in oorlogstijd

Empire Mac Andrew klasse Graanschepen:

Empire Mac Andrew Empire Mac Dermott
Empire Mac Callum Empire Mac Rae
Eerste omgebouwd: ?
Laatste omgebouwd: Mei-juli 1943

De Empire Mac Andrew (MK) was in juli 1943 klaar en ging na de oorlog als Patricia in 1970 naar de sloop. De Empire Mac Callum (MN) werd in december 1943 in de vaart genomen en als graanschip de Phorkiss in 1960 gesloopt. De Empire Mac Dermott (MS) kwam pas in maart 1944 onder de wapens. Van dit schip is bekend dat ze uiteindelijk in 1976 in handen kwam van de Chinese overheid. Wat er met het schip is gebeurd, is niet bekend. In september 1943 kwam de Empire Mac Rae (MU) in de vaart. Na de oorlog heeft het onder diverse vlaggen en namen gevaren om uiteindelijk in 1971 te worden gesloopt onder de naam Despina P. Alle Empire-klasse graanschepen hadden vier vliegtuigen aan boord van het type Fairey Swordfish of Sea Hurricane.

Technische gegevens na verbouw:

Klasse: Empire Mac Alpine graanschepen
Aantal in klasse: 4
Land: Engeland
Type: Merchant Aircraft Carrier
Waterverpl.: volledig beladen 12000 BRT
Gebouwd door: Diversen
Verbouwd: 1943
Einde: jaren zestig/zeventig
Afmetingen:

Lengte: over alles: 136,5 meter
Lengte vliegdek: 140,20 meter
Breedte: 18,30 meter
Diepgang: 7,5 (volledig beladen) meter

Aandrijving: Motor: diesel
Vermogen:3300 pk
Max. Snelheid: 12,5 knopen
Bepantsering: Geen
Bewapening: Een kanon van 102 mm (4 inch HA/LA), twee 40 mm Bofors en vier 20 mm Oerlikon.
Vliegtuigen: vier
Bemanning: 107 in oorlogstijd

Empire klasse olietankers:

Empire Mac Cabe Empire Mac Mahon
Empire Mac Coll Empire Mac Kay
Eerste omgebouwd: ?
Laatste omgebouwd: Mei-juli 1943

Alle Empire-klasse olietankers werden eveneens tijdens de bouw al omgevormd tot MAC-schepen. Ze hadden net als de Rapana-klasse alleen een vliegdek en de vliegtuigen werden dus ook aan dek onderhouden en gestald. De vier schepen uit deze klasse kregen alle drie Fairey Swordfishes mee. Alhoewel het ontwerp van alle vier de schepen eniszins verschilde, werden ze volgens eenzelfde concept verbouwd als de schepen van de Rapana-klasse. De Empire Mac Kay (MH) werd in oktober 1943 afgeleverd. Het schip is na de oorlog weer verbouwd en heeft als British Swordfish gevaren tot de sloop in 1959. Een maand later werd de Empire Mac Coll (MB) overgedragen. Als British Pilot is het schip in 1962 naar de sloper gegaan. In december 1943 kwamen de Empire Mac Mahon (MJ) en de Empire Mac Cabe (ML) van de werf af. De eerste is in 1960 als Naninia gesloopt en de laatste in 1962 als Easthill Escort.

Technische gegevens na verbouw:

Klasse: Empire Mac Kay olietankers
Aantal in klasse: 4
Land: Engeland
Type: Merchant Aircraft Carrier
Waterverpl.: volledig beladen 8900 BRT
Gebouwd door: Harland & Wolff, Cammell Laird en Swan Hunter
Kiel gelegd: 1943
Te water: 1943
Verbouwd: 1943
Einde: 1959/1962
Afmetingen: Lengte: over alles: 146 meter
Lengte vliegdek: 140,20 meter
Breedte: 18,3 meter
Diepgang: 8,2 (volledig beladen)meter
Aandrijving: Motor: diesel
Vermogen: 3300 pk
Max. Snelheid: 11 knopen
Bepantsering: Geen
Bewapening: Een kanon van 102 mm (4 inch HA/LA) en acht 20 mm Oerlikon.
Vliegtuigen: drie Fairey Swordfishes
Bemanning: 122 in oorlogstijd

Rapana klasse olietankers:

Acavus Ancylus Rapana
Adula Gadila
Alexia Macoma
Amastra Miralda
Eerste omgebouwd: 1942
Laatste omgebouwd: 1944

Naast de bovenstaande tankers werden nog negen bestaande tankers verbouwd. Zeven schepen van de Anglo-Saxon Petroleum Company (Britse dochter van Shell) en twee van de Petroleum Mij. La Corona. De Acavus (MA) was op 24 november 1934 van stapel gelopen bij Workman Clark en in januari 1935 in dienst genomen.Ze is in Falmouth verbouwd tot MAC. De vliegtuigen die aan boord waren kwamen onder andere van het No 860 Squadron. Tussen januari 1944 en april 1944 was de O-flight van dit squadron gelegerd aan boord. Direct na de Tweede Wereldoorlog is het schip weer omgebouwd en als Iacara tot 1952 in de vaart gehouden. De Adula (MQ) liep op 28 januari 1937 van de helling in Blythswood en voer vanaf maart 1937. De ombouw vond plaats in februari 1944. Na de oorlog werd het schip weer verbouwd en in 1953 uit de vaart genomen. De Alexia (MP) is gebouwd bij Bremer Vulkan en werd in april 1935 in de vaart genomen. De ombouw vond plaats tot december 1943. Na de oorlog kwam ze als Ianthina weer in de vaart en werd in 1954 gesloopt. De Amastra (MD) werd maart 1935 in de vaart genomen en verbouwd bij Smith's Dock tot september 1943. Na de oorlog in dienst gekomen als Idas, werd het schip in 1955 gesloopt. De Ancylus (MF) werd in oktober 1943 afgeleverd als MAC. Het schip werd in oktober 1934 gebouwd en kwam in januari 1935 in de vaart. Als Imbricia werd het schip in 1954 gesloopt.

De Gadila (MR) is op 11 april 1935 afgeleverd bij de Howaldtswerke in Kiel en is tussen april 1943 en februari 1944 verbouwd bij Smith's Dock. Na de oorlog werd ze weer verbouwd en werd in 1958 gesloopt in Hong Kong. Vanaf de Gadila werd gevlogen met Swordfishes van de S-flight van No 860 Squadron. De S-flight heeft aan boord gezeten van februari 1944 tot 15 mei 1945. De Macoma (MX) werd gebouwd bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam. Begin 1936 kwam het schip in de vaart en is tussen eind 1943 en begin 1944 omgebouwd. O-flight van No 860 Squadron was ook hier gelegerd en wel vanaf 2 juni 1944. De flight werd op 19 oktober 1944 hernoemd tot F-flight en bleef aan boord tot 21 mei 1945. Het schip is als tanker begin 1958 gesloopt in Hong Kong. De Miralda (MW) was gebouwd bij de Nederlandse Droogdok Maatschappij en werd juli 1936 afgeleverd. De ombouw vond plaats tot januari 1944. Begin 1960 is het schip als Marisa gesloopt in Hong Kong.

De Rapana (MV) is in maart 1935 gebouwd bij Wilton-Feijenoord. In juli 1944 was de ombouw klaar tot MAC-schip. De Rapana werd de naamgever van deze klasse MAC-schepen. Interessant gegeven is dat van de drie tankers die onder Nederlandse vlag voeren (Gadila, Macoma en Miralda) de eerste twee onder Nederlandse vlag bleven varen en ook Nederlandse Swordfishes kregen toegewezen van het No. 860 (Dutch) Squadron. Als zodanig worden ze ook wel de eerste vliegdekschepen van de Nederlandse marine genoemd. Alhoewel de schepen niet helemaal identiek aan elkaar waren, zijn ze allemaal volgens hetzelfde concept gebouwd en verbouwd. De Nederlandse marine had al langere tijd het idee om zelf een vliegdekschip in de vaart te nemen. Op dit tijdstip van de oorlog was dat echter onmogelijk. Er waren geen schepen beschikbaar en de Koninklijke marine had geen enkele ervaring met vliegdekschepen om een bestaand schip over te nemen. Het eerste plan was om een schip van de KPM, de Ruys, om te bouwen. Dit soort schepen was echter onmisbaar voor troepentransport. Toen men lucht kreeg van de MAC-plannen werd hier onmiddellijk op ingespeeld. Nederland bood aan om twee Nederlandse schepen op te laten nemen in het programma en deze geheel door Nederlanders te bemannen. De Nederlandse marine kon zo de nodige ervaring opdoen.

Technische gegevens na verbouw:

Klasse: Rapana
Aantal in klasse: 9
Land: Engeland/Nederland
Type: Merchant Aircraft Carrier
Waterverpl.: standaard 8011 BRT
volledig beladen 16000 BRT
Gebouwd door: Diversen
Kiel gelegd: 1934-1937
Te water: 1934-1937
Verbouwd: 1943/1944
Einde: jaren vijftig
Afmetingen: Lengte: over alles:ca 146,6 meter
Lengte vliegdek: 140,20 meter
Breedte: ca 18,3 meter
Diepgang: (volledig beladen) 8,4 meter
Aandrijving: Motor: 8 cylinder MAN diesel
Vermogen: 4400 pk
Max. Snelheid: 11,5-12,75 knopen
Bepantsering: Geen
Bewapening: Een kanon van 102 mm (4 inch HA/LA), twee 40 mm Bofors en zes 20 mm Oerlikon.
Vliegtuigen: meestal drie Fairey Swordfishes
Bemanning: 54 in vredestijd
118 in oorlogstijd

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.

Bronnen

- MŁnching L.L. von , De Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, Den Boer uitgevers, Middelburg, 1986
- Fleet Air Arm Archive, 1939-1945, website (laatst bekende adres: http://www.fleetairarmarchive.net/Index.html)

Afbeeldingen


Empire Mac Kendrick


Empire Mac Mahon


Amastra

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
06-05-2003
Laatst gewijzigd:
25-09-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.