Internationaal Militair Tribunaal (IMT) Neurenberg

De aangeklaagden

De meeste personen die in Neurenberg berecht zouden worden, waren in mei-juni 1945 gearresteerd door de geallieerden. Martin Bormann (de persoonlijk secretaris van Hitler en leider van de Parteikanzlei) werd bij verstek berecht. Later zou blijken dat hij reeds begin mei 1945 zelfmoord had gepleegd in Berlijn. Dit gold ook voor andere belangrijke personen in het Derde Rijk, zoals Joseph Goebbels, Heinrich Himmler en Adolf Hitler. Veel van de gearresteerde nazi’s werden overgebracht naar het Palace Hotel in Mondorf-les-Bains in Luxemburg. Hermann Göring werd gezien als de belangrijkste van hen. Hij vertoonde na zijn arrestatie arrogant gedrag. Hij wilde per se aan het hoofd van de tafel zitten. Hij klaagde er over dat na zijn arrestatie zijn bagage hem was afgenomen. Göring en Karl Dönitz (van 1943 tot het eind van de oorlog opperbevelhebber van de Kriegsmarine en als Reichskanzler opvolger van Hitler) vochten ook een verbale strijd uit over wie de ware opvolger van Adolf Hitler was. De geïnterneerden werden in het hotel bediend door Duitse krijgsgevangenen. Toen Göring tegen een van hen opmerkte dat hij het eten dat hem hier werd voorgezet nog niet eens aan zijn honden zou geven, merkte de ober fijntjes op dat hij zijn honden tijdens de oorlog blijkbaar beter verzorgd had dan degenen die onder hem gediend hadden in de Luftwaffe. Ook Dönitz klaagde over zijn behandeling. Hij vond deze een voormalig staatshoofd onwaardig. Het hotel met de codenaam 'Camp Ashcan' stond onder leiding van Colonel Burton Andrus. Tijdens zijn verblijf in Mondorf werd Göring gedwongen om af te kicken van de paracodeïne waar hij al jaren aan verslaafd was en volgde hij een dieet. In tegenstelling tot wat Göring beweerde was de behandeling van de gevangenen in Mondorf goed. Zij verbleven in vrij geriefelijke kamers, kregen behoorlijk te eten en mochten bezoekers ontvangen. Een aantal andere aangeklaagden, onder wie Albert Speer en Hjalmar Schacht, verbleven, voordat zij werden overgebracht naar Neurenberg, in het kasteel van Kransberg, dat werd aangeduid als 'Camp Dustbin'.

In augustus 1945 werden de gevangenen overgeplaatst naar Neurenberg. Hier hadden zij minder bewegingsruimte en vrijheid dan in Mondorf. Pas nadat proces begon, mochten gevangenen met elkaar contact hebben. Colonel Burton Andrus, die was meeverhuisd en nu de directeur van de gevangenis in Neurenberg was, hechtte aan orde en discipline. Hij weigerde concessies te doen aan hun gevoelens van belangrijkheid. Er werden strenge huisregels afgekondigd, waarin zelfs was opgenomen hoe gevangenen en bewakers elkaar dienden te groeten. De cellen waar de gevangenen werden ondergebracht maten 4 bij 2,5 meter en waren spartaans ingericht. Ze bevatten alleen een bed met een strozak en een deken, een tafel en een stoel die ’s avonds uit de cel werd verwijderd. De verwarming ging elke dag maar een paar minuten aan. De cellen waren tochtig en koud. Onder meer doordat de als gevolg van de luchtaanvallen gesneuvelde ruiten nog niet allemaal waren gemaakt. De gevangenen hadden in hun cel geen beschikking over warm water. Zij mochten zich eenmaal per week douchen. De enkele brieven die zij per maand mochten versturen werden gecensureerd. De gevangenen moesten hun cel zelf schoonmaken. Göring werd hiervan vrijgesteld, omdat hij hartklachten en zenuwpijnen kreeg.

Andrus beklaagde zich over het bewakingspersoneel dat hem ter beschikking stond in Neurenberg. Hij bestempelde hen als afdankertjes en slechte werkers. Veel van hen hadden geen ervaring met het bewaken van gevangenen, sommige zelfs niet eens met het gebruik van een wapen. De bewakers gedroegen zich niet altijd onberispelijk, maar er zijn geen berichten dat gevangenen in Neurenberg ooit zijn mishandeld. De gevangenen klaagden er wel over dat de bewakers ’s nachts veel lawaai maakten. Het gevangenisregime kwam op de voormalige nazibonzen zeer onbarmhartig over. Zij hadden het echter een stuk beter dan de gemiddelde Duitse burger, die moest overleven in de puinhopen van de gebombardeerde steden. De gevangenen kregen hetzelfde voedselrantsoen als de Duitse burgers. Later kregen zij dezelfde rantsoenen als die werden toegekend aan de Amerikaanse militairen.

Op 6 oktober 1945 werd het 66 pagina’s tellende concept van de aanklacht vastgesteld in Berlijn. Op 18 oktober 1945 werd de akte van beschuldiging officieel gedeponeerd bij het tribunaal en overhandigd aan de verdachten door een delegatie bestaande uit Airey Neave (een Britse officier die vanwege zijn kennis van het recht en De Duitse taal voor deze taak was uitgekozen), Burton Andrus, gevangenispsychiater Major Douglas Kelly, een dominee en een tolk.

De tekst van de aanklacht luidde:
   "I. De Verenigde Staten van Amerika, de Republiek Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, bij monde van ondergetekenden, Robert H. Jackson, François de Menthon, Hartley Shawcross en R.A. Rudenko, aangewezen om hun respectievelijke regeringen te vertegenwoordigen in het onderzoek naar de beschuldigingen tegen en de vervolging van de belangrijkste oorlogsmisdadigers, in overeenstemming met de Overeenkomst van Londen, gedateerd 8 augustus 1945 en het daarin opgenomen Handvest van dit Tribunaal, beschuldigen bij deze, op de punten hierna genoemd, van misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid en van een algemeen plan tot samenzwering teneinde deze misdaden te plegen, zoals omschreven in het Handvest van het Tribunaal en noemen vervolgens als beklaagden in deze zaak en als aangeklaagden op de punten hiervoor genoemd: HERMANN WILHELM GÖRING, RUDOLF HESS, JOACHIM VON RIBBENTROP, ROBERT LEY, WILHELM KEITEL, ERNST KALTENBRUNNER, ALFRED ROSENBERG, HANS FRANK, WILHELM FRICK, JULIUS STREICHER, WALTER FUNK, HJALMAR SCHACHT, GUSTAV KRUPP VON BOHLEN UND HALBACH, KARL DÖNITZ, ERICH RAEDER, BALDUR VON SCHIRACH, FRITZ SAUCKEL, ALFRED JODL, MARTIN BORMANN, FRANZ VON PAPEN, ARTHUR SEYSS-INQUART, ALBERT SPEER, KONSTANTIN VON NEURATH en HANS FRITZSCHE, individueel en als lid van één van de groepen of organisaties hierna genoemd.
   II Onderstaand worden genoemd de groepen of organisaties - sindsdien ontbonden - die als misdadig moeten worden aangemerkt vanwege hun doelstellingen en vanwege de voor de verwezenlijking daarvan gebruikte middelen en in verband met de schuldigverklaring van vorengenoemde beklaagden voor zover zij lid waren van: DIE REICHSREGIERUNG (het Rijkskabinet); DAS KORPS DER POLITISCHEN LEITER DER NATIONALSOZIALISTISCHEN DEUTSCHEN ARBEITERPARTEI (het korps politieke leiders der nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij, NSDAP, de NAZI PARTIJ), DIE SCHUTZSTAFFELN DER NSDAP, (algemeen bekend als de "SS"), waaronder DER SICHERHEITSDIENST (algemeen bekend als de "SD"), DIE GEHEIME STAATSPOLIZEI (Geheime Staatspolitie, algemeen bekend als de "GESTAPO"), DIE STURMABTEILUNGEN DER NSDAP (algemeen bekend als de "SA"); en DER GENERALSTAB (de Generale Staf) en DAS OBERKOMMANDO DER DEUTSCHEN WEHRMACHT (algemeen bekend als het "OKW"- het Opperbevel der Duitse Strijdkrachten)."

Er werd een aanklacht ingediend op de volgende vier punten:
   - Samenzwering tot het voeren van een aanvalsoorlog ofwel misdaden tegen de vrede
   - Het voeren van een aanvalsoorlog
   - Oorlogsmisdaden
   - Misdaden tegen de menselijkheid

De keuze voor de verdachten was gebaseerd op de positie die zij in hadden genomen in het regime (en niet per se op hetgeen hij had (mis)daan). Elk belangrijk aspect of onderdeel van het naziregime (zoals het leger, de economie, het bestuur en propaganda) moest vertegenwoordigd worden in de beklaagdenbank. Hans Fritzsche werd gezien als vervanger van Goebbels. Kahn bestempelde dit als wat dwaas. Alleen al het feit dat hij Hitler bij leven slechts eenmaal ontmoet had, toonde volgens hem aan dat hij lang niet zo belangrijk was als de andere aangeklaagden. Op zijn berechting was aangedrongen door de Russen. Hij was een van de weinige nazi’s die door hen gevangen was genomen. Het principe van vertegenwoordiging werd streng doorgevoerd. Zo wilden de aanklagers Gustav Krupp (een van de grootindustriëlen van Duitsland), die tobde met zijn gezondheid, vervangen door zijn zoon Alfried Krupp. Dit werd kort maar krachtig verworpen door de rechters. Opperrechter Lawrence verklaarde dat het hier geen voetbalwedstrijd betrof waarbij de ene speler kan worden gewisseld voor een andere. Uiteindelijk zou de zaak tegen Alfried Krupp niet worden behandeld door het tribunaal, maar nadien door een Amerikaans gerechtshof in Neurenberg. Hij werd in 1948 veroordeeld tot twaalf jaar cel. In 1951 kwam hij echter alweer vrij. Als hij voor het IMT terecht had moeten staan, had hij waarschijnlijk de doodstraf gekregen. De verdachten vormden op het eerste gezicht een wat bont gezelschap dat weinig samenhang had. De keuze voor Hermann Göring en Ernst Kaltenbrunner (als leider van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) de opvolger van Reinhard Heydrich) was logisch. Er werden onder meer door historici vraagtekens geplaatst bij de dagvaarding van Hjalmar Schacht, Walther Funk, Baldur von Schirach en Hans Fritzsche, omdat zij minder betrokken waren geweest bij misdaden.

De beklaagden kregen een maand de tijd om de aanklacht te bestuderen en hun verdediging voor te bereiden. Elke beklaagde kreeg een uiteenzetting van hun rechten. Zij hadden recht op een door hen zelf aan te wijzen advocaat. De Russen vonden dat advocaten die lid geweest waren van de NSDAP daarvan zouden moeten worden uitgesloten. De meerderheid van rechters vond echter dat daardoor de vrije advocaatkeuze te veel zou worden beperkt.

De gekozen advocaten waren: Heinz Fritz (Hans Fritzsche), Otto Kranzbühler (Karl Dönitz), Otto Pannenbecker (Wilhelm Frick), Alfred Thoma (Alfred Rosenberg), Kurt Kauffmann (Ernst Kaltenbrunner), Hans Laternser (generale staf en OKW), Franz Exner (tevens generale staf en OKW), Hermann Jahrreiss (Alfred Jodl), Alfred Seidl (Hans Frank), Otto Stahmer (Hermann Göring), Hans Flächsner (Albert Speer), Günther von Rohrscheid (en na 5 februari 1946) Alfred Seidl (Rudolf Heß), Egon Kubuschok (Franz von Papen en Reichskabinett), Robert Servatius (Fritz Sauckel en leiderskorps van de NSDAP), Fritz Sauter (Joachim von Ribbentrop, Walther Funk en Baldur von Schirach), Hanns Marx (Julius Streicher), Otto Nelte (Wilhelm Keitel), Herbert Kraus / Rudolph Dix (Hjalmar Schacht), Walter Siemers (Erich Raeder), Gustav Steinbauer (Arthur Seyss-Inquart), Otto von Lüdinghausen (Konstantin von Neuraht), Ludwig Babel (SS en SD), Horst Pelckmann/Carl Haensel (SS), Hans Gawlik (SD), Georg Boehm, Rudolf Aschenauer en Helmut Dürr (SA), Martin Löffler (Reiter-Sa), Rudolf Merkel (Gestapo) en Fridriech Berghold (Martin Bormann). Zes van de uiteindelijke advocaten waren overigens partijlid geweest. Zij mochten geen Amerikaanse of Britse collega’s inschakelen om hen te helpen met de gerechtelijke procedure. Veel advocaten waren geschokt door de dossiers die zij onder ogen kregen. Toch zouden zij de verdediging voortvarend ter hand nemen.

Nadat de verdachten waren geconfronteerd met de aanklacht, legde Kelley vast hoe zij hier (mondeling) op reageerden. De recent in Neurenberg aangekomen gevangenispsycholoog Captain Gustav Gilbert vroeg de verdachten om een eerste schriftelijke reactie. Göring verklaarde in eerste instantie tegenover de psychiater Kelley: "Het is dus zo ver." Toen hij er op gewezen werd dat hij recht had op een advocaat merkte hij op, dat hij eerder behoefte had aan een goede tolk. Als reactie op de vraag van Gilbert schreef hij: "De overwinnaar zal altijd de rechter zijn en de verliezer de beklaagde." Walther Funk huilde toen hem de aanklacht werd overhandigd. Streicher bestempelde het proces als een triomf van het internationale Jodendom en eiste een antisemiet als verdediger. Von Ribbentrop gaf aan dat de aanklacht was gericht tegen de verkeerde persoon. Schacht merkte op dat hij niet begreep waarom hij werd aangeklaagd. Dönitz liet zich in vergelijkbare bewoordingen uit: "Geen een van de punten van de aanklacht is op mij van toepassing."

Dönitz was de enige die gelijk aangaf welke advocaat hem moest verdedigen. Speer erkende schuld en de rechtvaardigheid van de aanklacht. "Het proces is nodig. Er bestaat een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor dergelijke afgrijselijke misdaden, zelfs in een autoritair stelsel." Rosenberg wilde zich laten verdedigen door zijn medeverdachte Hans Frank die eerder als advocaat van de NSDAP had opgetreden, terwijl Hess zichzelf wilde verdedigen. Kaltenbrunner lag volgens Kelley huilend op zijn bed en schreeuwde dat hij naar zijn familie wilde. Frank verklaarde: "Ik beschouw dit proces als een door God gewilde rechtszaak die bedoeld is om die vreselijke tijd van lijden onder Adolf Hitler te onderzoeken en te beëindigen." Hess schreef als reactie op de vraag van Gilbert alleen "I can’t remember." Robert Ley, tijdens de oorlog de leider van het 'Deutschen Arbeitsfront', gaf duidelijk blijk van een verslechterde geestelijke gezondheid. Hij ging met zijn handen gespreid tegen de muur van de cel staan (als ware hij gekruisigd) en beweerde dat hij niets wist van de misdaden waarvan hij werd beschuldigd. Hij verzocht om verdedigd te worden door een fatsoenlijke Joodse advocaat.

Op 24 oktober 1945 pleegde Robert Ley zelfmoord door zichzelf op te hangen in zijn cel. Hij maakte een strop van een handdoek die hij in repen had gescheurd en de ritssluiting van zijn jas. Vervolgens hing hij zich op aan een buis van het toilet. Voor zijn zelfmoord schreef hij enkele afscheidsbrieven aan zijn vrouw Inga, die in 1942 zelfmoord had gepleegd. Na uitgebreid onderzoek van alle verdachten in Neurenberg, concludeerde Kelley dat Ley de enige was, die als krankzinnig zou kunnen worden bestempeld. De preventieve maatregelen tegen de gevangenen werden na de zelfmoord van Ley verscherpt. Het aantal bewakers werd verviervoudigd en Andrus verordonneerde dat de gevangenen als zij sliepen zo moesten liggen dat het licht door het kijkgat van de cel op hun gezicht viel. Degene die een bril droegen moesten deze ’s avonds inleveren. Göring vond de zelfmoord van Ley overigens niet erg, zo verklaarde hij tegenover Gilbert. Hij zou toch maar een povere indruk hebben gemaakt in de rechtszaal en hij was toch al bezig geweest om zichzelf dood te drinken. De psychiater Kelley was eveneens van mening dat Ley niet in staat zou zijn geweest om terecht te staan.

Een andere gevangenen van wie Kelley vreesde dat hij zelfmoord zou plegen was Ernst Kaltenbrunner. De man, die als leider van het RSHA verantwoordelijk was geweest voor talloze doden, was nu volgens Kelley veranderd in een 'huilebalk die dacht dat iedereen de pik op hem had en bang was voor het proces'. Op 17 november klaagde hij over hoofdpijn. Onderzoek in het ziekenhuis wees uit dat er een bloeding in zijn hersenen was opgetreden. Waarschijnlijk was deze ontstaan door een te hoge bloeddruk. Zijn bewakers merkten cynisch op dat de SS-beul, die talloze mensen schrik had aangejaagd, zelf bijna was gestorven aan angst. Kaltenbrunner moest enkele weken in het ziekenhuis blijven en sloot later aan bij de rechtszaak.

Nadat het proces begon, werden de regels tegen de verdachten wat versoepeld. Zo mochten zij hun eigen kleding, die hen eerder was afgenomen, weer dragen. De militairen mochten in uniform verschijnen, mits het niet was voorzien van onderscheidingstekens. Op aandringen van Andrus werden, tijdens het proces, de kleren van de gevangenen elke dag geperst. Hij wilde dat ze er goed uitzagen tijdens de rechtszaak. Elke dag van het proces verliep volgens een vast stramien. De ochtendzitting duurde tot 12:00 uur. Vervolgens werd de lunch geserveerd op de bovenverdieping. Van 14:00 tot 17:00 uur vond de middagzitting plaats. Na de zitting mochten de verdachten in de gevangenis tot 22:00 uur overleggen met hun raadsman. Op zaterdag en zondag waren er geen zittingen Sommige gevangenen merkten op dat toen het proces was begonnen, het eten verbeterde. Von Schirach verklaarde dat ze op de dag van de executie wel steaks zouden krijgen. Veel verdachten gingen ervan uit dat zij geëxecuteerd zouden worden. Fritzsche verklaarde tegenover Gilbert dat hij geen 'Pfennig' voor zijn eigen leven gaf.

De geestelijke toestand van een aantal gevangenen was niet heel stabiel. Hans Frank had in gevangenschap twee mislukte zelfmoordpogingen ondernomen en Kelley vreesde ook dat Von Ribbentrop een poging daartoe zou doen. Van twee personen werd onderzocht of zij voldoende toerekeningsvatbaar waren om terecht te staan. Dit waren Julius Streicher en Rudolf Hess. Van de eerste werd vastgesteld dat hij een IQ had van 106, ver beneden het gemiddelde van de andere nazi’s die terecht stonden in Neurenberg. Hij leed aan ziekelijke seksuele dwangvoorstellingen en zijn Jodenhaat was obsessief. De commissie kwam toch tot de conclusie dat hij, alhoewel in hoge mate neurotisch, niet geestesziek was.

Over Rudolf Hess is meer discussie mogelijk. Al tijdens zijn verblijf in Engeland, waar hij op 10 mei 1941 naartoe was gevlogen, naar eigen zeggen om vrede te sluiten, had Hess last van al dan niet gefingeerd geheugenverlies en vervolgingswaanzin. Op 7 november vroeg zijn verdediger het tribunaal om te onderzoeken of Hess toerekeningsvatbaar was. Hij beweerde dat hij aan progressieve amnesie leed en dat hij zich alleen maar de gebeurtenissen tot twee weken terug herinnerde. Later herriep hij die verklaringen weer. Zijn advocaat wilde daarom dat het proces tegen hem werd uitgesteld. Op 14 en 15 november werd hij onderzocht door Amerikaanse, Britse, Franse en Russische experts. Een algemene conclusie was dat een deel van zijn geheugenstoornis gefingeerd was, maar een deel ook niet. De experts van de commissie waren het niet met elkaar eens. Op 30 november werd de motie van de advocaat besproken door de rechters. Tijdens deze zitting legde Hess tot verbazing van zijn advocaat en de rechters een verklaring af, waarin hij aangaf dat zijn geheugenverlies gesimuleerd was om redenen van tactische aard en dat hij alleen last had van concentratieproblemen. Hij zou wel in staat zijn om het proces te volgen. Deze verklaring was niet geheel overtuigend. De rechters besloten om het proces tegen hem voort te zetten. Vlak na zijn afgelegde verklaring beweerde Hess weer dat hij last had van geheugenverlies. Dit standpunt handhaafde hij enige tijd, om later weer te verklaren dat hij dit gesimuleerd had. Zijn houding en reacties weken dermate af van hetgeen als normaal wordt getypeerd, dat men er over kan twijfelen of hij daadwerkelijk in staat was om zich te verdedigen.

Definitielijst

Ashcan
De codenaam voor het Amerikaanse detentiekamp voor nazi-functionarissen met een hoge rang in Mondorf-les-Bains in Luxemburg
Dustbin
Britse equivalent van de Ashcan, ofwel de Britse gevangenis voor hooggeplaatste nazi-functionarissen.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De gevangenen van "Central Continental Prisoner of War Enclosure No. 32" met de codenaam "Ashcan". in het Palace Hotel van Mondorf-les-Bains, Luxembourg. Met frontaal vooraan Hermann Göring.
(Bron: Wikimedia)


Hans Fritzsche, Franz von Papen and Hjalmar Schacht met Colonel Burton Andrus in 1946
(Bron: Wikimedia)


Drie militairen van de C compagnie van het 371st Batallion bespreken de bewaking, terwijl achter hen bewakers de cellen in de gaten houden.
(Bron: Wikimedia)


Een cel van een Duitse gevangene. Proces van Neurenberg, 20-11-1945 tot 1-10-1946
(Bron: BeeldbankWo2)


Kolonel Tuyll van Serooskerken die Nederland in het proces te Neurenberg vertegenwoordigde
(Bron: BeeldbankWo2)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
07-11-2017
Laatst gewijzigd:
20-04-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.