Internationaal Militair Tribunaal (IMT) Neurenberg

De verhoren van de verdachten

Vanaf 8 maart 1946 legden de verdachten hun verklaringen af. Weinig aangeklaagden toonden berouw. Zij vielen elkaar af en namen afstand van hun naziverleden. Zelfs Rosenberg verklaarde dat hij zijn filosofie niet allemaal zo bedoeld had. Ze beweerden bijna allemaal dat zij onder invloed van Hitler hadden verkeerd. Pas later zagen zij in dat hij in een krankzinnige was veranderd die zijn volk vernietigde. Een aantal van hen verdedigde hem na zijn dood, onder wie Göring en Streicher. Slechts weinigen namen direct afstand van hem. Alleen Speer en later Baldur van Schirach deden dit. Behalve Speer ontkenden zij hun eigen schuld. Ze erkenden allen dat er misdaden waren gepleegd, maar zij hadden er niets mee te maken gehad. Zij voerden alleen maar bevelen uit. Keitel beriep zich er op dat voor een militair een bevel een bevel is.

Tussen de verdachten bestonden weinig broederlijke gevoelens. Julius Streicher werd door de andere verdachten gemeden. De enige die met hem om was gegaan was Ley. De meeste anderen zagen hem als een aan porno verslaafde sadist. Karl Dönitz diende zelfs een petitie in waarin hij verzocht om Streicher niet meer samen met de andere verdachten te laten eten. Ernst Kaltenbrunner werd ook gemeden vanwege zijn misdaden als hoofd van het RSHA. Schacht mat zich, in de woorden van de Duitse historicus Maser, een irritante houding van quasi-waardigheid en intellectuele superioriteit aan. Hij was ervan overtuigd vrijgesproken te worden. Tegenover Gilbert verklaarde hij dat hij hoopte dat het proces snel voorbij was, zodat de misdadigers konden worden opgehangen en hij naar huis kon.

Hermann Göring leefde gedurende het proces helemaal op. Hij viel 35 kilo af en werd zijn para-codeďne verslaving de baas. Andrus merkte haast goedkeurend op dat ze (het personeel van de gevangenis) een man van hem hadden gemaakt. Dit keerde zich echter in zekere zin tegen het tribunaal. Göring, die onder meer vanwege zijn verslaving aan verdovende middelen gedurende de oorlog steeds meer aan macht had ingeboet, beschikte weer over de bravoure en brutale zelfverzekerdheid uit het begin van zijn nazi-carričre. Kahn verklaarde: "Na de pijnlijke periode van afbraak en teleurstellingen greep hij in dit proces zijn laatste kans om een leidinggevende rol te spelen en door een wereldomvattend publiek bewonderd te worden. Hij was nooit bang geweest van de dood, wel voor zijn reputatie in de geschiedenis." Göring kwam als tweede uit de IQ-test, na Schacht. De rol die hij speelde was volgens de psychiater Kelley die van de ruwe oudgediende met een gouden hart, een sportieve verliezer. Göring verklaarde dat de verdachten ooit als helden gezien zouden worden en dat hun gebeenten in marmeren tomben zouden worden bijgezet. Tegen Kelley merkte hij op dat er over 50 jaar in elk huis in Duitsland een beeld van hem zou staan.

De verklaringen van de meeste andere verdachten kwam er in min of meerdere mate op neer dat zij onwillige werktuigen waren in handen van een dictator en dat zij geen macht tot beslissen hadden. Voor Göring was dit geen optie. Hij had geen andere keuze dan verantwoordelijkheid te nemen, hij liet zich niet in ongunstige zin uit over Hitler. Göring trachtte zijn medegevangenen te verenigen en een gemeenschappelijk front te vormen. Volgens hem mochten zij niet toegeven dat er misdaden hadden plaatsgevonden en mochten zij Hitler niet afvallen. Schacht en Speer verzetten zich tegen Göring. Anderen lieten zich wel leiden door hem. Hij bemoeide zich regelmatig met de overleggen die de gevangenen hadden met hun advocaat en verbood hen bekentenissen af te leggen. Vanaf 15 februari 1946 werden de verdachten in opdracht van Andrus strikt gescheiden en mochten zij buiten de rechtszittingen om geen contact meer hebben met elkaar. Göring moest voortaan apart lunchen. De andere gevangenen in groepen van vier. Een aantal verdachten, onder wie Hans Frank en Albert Speer gaven aan dat zij blij waren dat ze niets meer met Göring te maken hadden. Göring had weinig op met zijn medeverdachten. Hij merkte op: "Ze zouden hun ziel willen verkopen om hun smerige hals te redden."

Van 13 tot 22 maart 1946 zat Göring in de getuigenbank. Jackson wist dat hij voldoende bewijs tegen Göring had om hem te laten vonnissen. Hij was echter bang dat Göring zijn ondervraging zou gebruiken om het naziverleden in een ander daglicht te stellen en de Duitsers hiervoor te enthousiasmeren. Tijdens het kruisverhoor gaf de voormalige Reichsmarschall telkens lange en ontwijkende antwoorden. Jackson gaf aan dat hij alleen een antwoord op zijn vragen wilde en geen lange niet ter zake doende toelichtingen. Het hof onderbrak de aanklager echter en gaf aan dat de getuige in staat moest worden gesteld om zijn antwoorden toe te lichten. Over het 'Führerprincipe' beweerde hij dat de katholieke kerk en de Sovjet-Unie hetzelfde beginsel kenden. Een aantal maal trok hij een parallel tussen het Derde Rijk en de VS, onder meer bij het onderwerp aangaande de bekendmaking van de mobilisatie van het Duitse leger. Jackson verloor zijn geduld en ontstak in woede. Hij wees het tribunaal erop dat Göring volgens hem niet wilde meewerken en arrogant en hoogmoedig gedrag vertoonde. De president berispte Jackson en schorste de zitting op 19 maart. Jackson kon Göring geen partij bieden. De Amerikaanse hoofdaanklager was onhandig en onvoorzichtig. Göring viel hem steeds weer in de rede. De volgende en laatste dag deed de Amerikaanse hoofdaanklager het overigens wel beter. Toch was Jackson dermate ontevreden over het verloop van de ondervraging dat hij er over dacht om terug te treden als hoofdaanklager in Neurenberg.

Telford Taylor verklaarde over het verhoor van Jackson: "Jacksons kruisverhoor van Göring was geen volledig succes. Bij antwoorden op vragen van militaire en diplomatieke aard troefde Göring de aanklager herhaaldelijk af. Toch wist Jackson in essentie zijn doel te bereiken. Hij legde de ware aard van Göring bloot en liet hem een beeld schetsen van het Derde Rijk dat sterk overeenkwam met de beschuldigingen in de tenlastelegging."

Maxwell-Fyfe en Rudenko brokkelden de verdediging van Göring in de volgende dagen af. Zij stelden korte vragen over onder meer de Jodenvervolging, die Göring alleen met ja of nee kon beantwoorden. Göring werd geconfronteerd met een enorme hoeveelheid bewijs. Hij ontkende feiten, waarvan iedereen wist dat hij ze had begaan. Vooral het feit dat hij in 1944 betrokken was geweest bij de moord op vijftig uit een krijgsgevangenenkamp ontsnapte officieren wekte veel beroering. Toen hij beweerde zelf niets te hebben geweten van de Holocaust en zelfs dat Hitler hier niet van op de hoogte was, ging veel van Görings geloofwaardigheid verloren.

Veel verdachten beweerden dat zij niets wisten over documenten waar hun handtekening onderstond. Vooral Kaltenbrunner voerde dit vaak aan. De verdachten beweerden dan dat zij het te druk hadden gehad om alles wat hen werd voorgelegd goed te lezen, of dat zij achter de schermen geprotesteerd hadden.

De verdachte die de meeste sympathie opriep was Albert Speer. De voormalige minister van bewapening en uitrusting beweerde niets van Hitlers plannen af geweten te hebben. Tegen de Russen was hij arrogant. De Russische aanklager moest het vaak afleggen tegen Speer tijdens de ondervragingen. Jackson kon het beter met hem vinden. Hij noemde Speer de beste man in de getuigenbank. Speer trok het boetekleed aan. De voormalige Rüstungsminister gaf toe dat er een algemene schuld bestond, dat er misdaden hadden plaatsgevonden, waar hij deels verantwoordelijk voor was. Het vermeende verzet dat de architect tegen Hitler had gevoerd, kwam ter sprake. Göring merkte op dat ze hem nooit hadden moeten vertrouwen. De nazi-architect verklaarde tevens dat hij de uitvoering van Adolf Hitlers ‘Nero-bevel’ van 19 april 1945 had tegengewerkt. Speer beweerde later tegen Gitta Sereny (zijn biografe) dat hij in maart 1945 vrede had met een proces, omdat het de haat en woede van het Duitse volk zou afleiden naar degenen die deze echt verdienden, (volgens hem waren dat Bormann, Himmler en Ley). Speer dacht niet dat hij zelf terecht zou moeten staan. Hij noemde het later wel terecht dat hij zich had moeten verantwoorden voor zijn aandeel in het voortduren van de oorlog. Tegenover Goldensohn merkte hij in april 1946 op dat "De geschiedenis zal aantonen dat deze processen noodzakelijk zijn." De Rüstungsminister vond wel dat er te veel schuld op hem geschoven werd. Hij sprak erover met zijn advocaat om direct schuld te bekennen. Die raadde hem dat af. In zijn ondervragingen werd veel aandacht gegeven aan de omstandigheden in de werkkampen, bijvoorbeeld die van Krupp in Essen. Speer hield vol dat het volgens hem niet zo erg was geweest en dat hij er ook niet verantwoordelijk voor was. De verantwoordelijkheid berustte volgens hem bij Fritz Sauckel, vanaf 1942 Generalbevolmächtigter für die Zwangsarbeit (generaal-gevolmachtigde voor de dwangarbeid). Sereny merkte zelf op dat een aantal van degenen die zouden worden opgehangen in Neurenberg, waarschijnlijk minder op hun geweten hadden dan Speer.

Joachim von Ribbentrop maakte een slechte indruk. Hij kwelde zich met zelfmedelijden. Volgens Göring was hij een alles behalve trotse Duitser. De voormalige minister van buitenlandse zaken wilde eerst niet getuigen en toen hij het wel deed, maakte hij een slechte indruk. Zijn belangrijkste argument was eigenlijk dat hij altijd had gedaan wat Hitler hem vroeg, zonder hier verder over na te denken. Joachim von Ribbentrop bleef vertrouwen op Hitler. Hij verklaarde tegenover Gilbert: "Als Hitler mijn cel zou binnenlopen en zou zeggen doe dit, dan zou ik het doen."De voormalige minister delfde vaak het onderspit in de verhoren met de aanklagers. Hij was niet op de hoogte van belangrijke feiten, zoals verklaringen van de Volkenbond. Von Ribbentrop beweerde dat Duitsland geen daden van agressie had begaan en de Tsjechische president Emil Haga in 1938 niet onder druk had gezet toen hij instemde met het afgeven van het Sudetenland aan Nazi-Duitsland. De aanklagers bestempelden hem als een ja-knikker. Von Ribbentrop loog ook over zijn lidmaatschap van de SS. Hij beweerde dat het een erelidmaatschap was, maar later bleek dat hij dit zelf had aangevraagd. De voormalige Reichsaussenminister beweerde ook niets te weten van de Holocaust, hetgeen aantoonbaar onjuist was. (Op 24 juni 1940 had Reinhard Heydrich hem al een brief gestuurd, waarin hij aangaf dat het Joodse probleem niet meer door emigratie kon worden opgelost en waarin hij werd uitgenodigd voor verdere bespreking over de definitieve oplossing). Ook zijn medeverdachten waren van oordeel dat Von Ribbentrop een slechte indruk maakte tijdens zijn verdediging.

De militairen Alfred Jodl en Wilhelm Keitel beriepen zich op het dogma 'bevel is bevel'. Zij wezen op het belang van gehoorzaamheid in het leger. Keitel benadrukte telkens dat hij alleen bevelen doorgaf van Hitler, dat hij zelf geen bevelen kon geven en dat hij niet verantwoordelijk was voor de misdaden. Göring gaf hierop aan dat als hij (Keitel) het nationaalsocialisme niet toegedaan was geweest, hij geen minuut op zijn post zou hebben gezeten. De voormalige chef van het OKW moest later ook toegeven dat hij misdadige bevelen van Hitler had doorgegeven over de behandeling van krijgsgevangenen en gearresteerde saboteurs. Jodl beweerde dat hij vaak had geprotesteerd tegen bevelen van Hitler en dat hij had geprobeerd om deze af te zwakken.

Ernst Kaltenbrunner maakte ook een slechte indruk. Hij beweerde dat hij niet verantwoordelijk was geweest voor de concentratiekampen. Toen er documenten werden overgelegd waaruit het tegendeel bleek, beweerde hij dat hij deze nooit had ondertekend, terwijl zijn handtekening er gewoon onderstond. Sauckel bestempelde hem meerdere malen als duivel en een zwijn. De daden waar Kaltenbrunner van werd beschuldigd waren zo monstrueus, dat zijn medeverdachten zich van hem afkeerden en zijn advocaat hem weigerde de hand te schudden.

Alfred Rosenberg hield lange verhandelingen over zijn filosofie. De rechtbank en zelfs zijn advocaat onderbraken hem vaak. Hij klaagde over de kwaliteit van de vertalingen tijdens de rechtszittingen. Later vroeg hij aan zijn advocaat om aan te tonen dat de uitroeiing van de Joden in het Derde Rijk gerechtvaardigd was. Zijn advocaat ging hier niet op in, omdat hij een dergelijke onmenselijke misdaad niet kon en wilde goedpraten.

Het betonen van berouw en schuldbesef leidde niet altijd tot een mild vonnis, hetgeen bleek uit het vonnis van Hans Frank. Hij hervond zijn katholieke geloof en bekende alle daden in Polen nederig. Frank was overigens niet de enige die zijn geloof hervond. Alle gevangenen bezochten de dienst in de gevangeniskapel, behalve Hess, Rosenberg en Streicher. Frank gaf toe dat hij had bijgedragen aan de Holocaust en dat er voor duizenden jaren een schuld op het Duitse volk zou rusten. Hij beweerde dat hij weinig bevoegdheden had en dat alle gruweldaden gebeurden op bevel van Heinrich Himmler en dat hij (Frank) zelfs duizenden mensen had gered. Uit de documenten bleek echter wel degelijk dat Frank zich schuldig had gemaakt aan talloze misdaden. De historicus Werner Maser verklaarde over hem: 'Terwijl Himmler in het begin nog politiek probeerde te bedrijven, gold voor Frank van meet af aan slechts bruut geweld'.

Wilhelm Frick getuigde zelf niet voor het tribunaal. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken liet wel een aantal getuigen oproepen. Er ontstond veel beroering toen bleek dat Hermann Göring via opdrachten die hij had gegeven aan zijn advocaat had geprobeerd een van de getuigen te intimideren.

Julius Streicher deed het al niet veel beter. Hij kon weinig ontkennen in de beklaagdenbank. De aanklagers citeerden vaak zijn antisemitische uitingen in Der Stürmer (de zeer antisemitische krant die door hem werd uitgegeven). Hij deed de opmerkelijke bewering dat hij door deze verbale aanvallen ernaar streefde om de Joden te verjagen uit Duitsland, zodat zij elders een Joodse staat konden stichten. Hij verweet de aanklagers ook dat het hem niet was toegestaan een antisemitische advocaat in te schakelen. De voormalige Gauleiter van Franken beweerde niets te hebben geweten van de Holocaust. In de ondervraging werd deze bewering onderuit gehaald. De advocaat van Streicher verzocht om vrijspraak.

Bij slechts twee andere verdachten werd eveneens om vrijspraak verzocht. Dit waren Walther Funk en Hjalmar Schacht. Schacht beweerde dat hij als hij had geweten dat Hitler het geld dat hij onttrok uit de Reichsbank nodig had voor bewapening, hij het niet gegeven had. Hij benadrukte zijn vijandige houding tegenover het Hitler-regime. Hij was inderdaad zijdelings bij het verzet tegen Hitler betrokken geweest. Walther Funk, de voormalige minister van Economische Zaken en de opvolger van Schacht als directeur van de Reichsbank, beweerde dat hij niets wist van het goud dat de SS had ondergebracht in de kluizen van de Reichsbank en dat afkomstig was van de gevangenen uit de concentratiekampen. De anti-Joodse wetten die mede door hem werden afgekondigd na de Kristallnacht in november 1938, beschreef hij tegenover de gevangenispsychiater Goldensohn als beschermingsmaatregel. Deze wetten hielden onder meer in dat Joden geen eigen bedrijf meer mochten hebben. Zij werden feitelijk uitgesloten uit het hele Duitse economische leven. Funk betoogde dat als de Joden geen eigendom meer hadden, dit ook niet meer kon worden geplunderd of vernield.

Baldur von Schirach werd aangeklaagd voor zijn beďnvloeding van de Duitse Jeugd, in zijn rol als leider van de Hitlerjugend. Ook werd hij verantwoordelijk gehouden voor deportaties van Joden gedurende zijn tijd als Gauleiter in Wenen. Hij gaf aan dat hij zich had neergelegd bij de doodstraf. Hij schilderde de Hitlerjugend af als een soort padvindersgroep. Later toonde hij berouw en nam hij wel openlijk afstand van Hitler en de Jodenvervolging. Dit bracht hij ook tot uitdrukking in een document dat aan alle jeugdleiders werd verstrekt die terecht stonden.

Arthur Seyss-Inquart erkende dat er excessen hadden plaatsgevonden in de kampen, maar dat was volgens hem onvermijdelijk tijdens een oorlog. Hij toonde geen berouw en nam geen afstand van het antisemitisme.

Fritz Sauckel werd door de aanklager bestempeld als de grootse slavenhandelaar sinds de farao’s. Hij werd wat neerbuigend behandeld door medeverdachten. Göring beweerde dat Speer Sauckel schuld in de schoenen had geschoven die hij eigenlijk zelf op zijn schouders had moeten nemen. Daar is wel iets voor te zeggen. Sauckel werd terdood veroordeeld, omdat hij de arbeiders aanleverde waar Speer om had verzocht.

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
Holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Volkenbond
Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genčve, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een blik in de rechtszaal in 1946. Links voor de staande bewakers zitten de aangeklaagden.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 183-H27798 / Unbekannt / CC-BY-SA 3.0)


Een close-up van de aangeklaagden in de rechtszaal in november 1945
(Bron: Wikimedia)


Overleg tussen aangeklaagden en een advocaat
(Bron: Wikimedia)


De tolken in de rechtszaal in Neurenberg
(Bron: Wikimedia)


David Maxwell-Fyfe ( links achter de lezenaar) wist samen met Rudenko de verdediging van Göring te doen afbrokkelen
(Bron: Wikipedia)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
07-11-2017
Laatst gewijzigd:
08-11-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.