Gort, Andries

Kwaadsprekerij en eerherstel

Zoals al vermeld, wordt Andries ongefundeerd, direct na zijn arrestatie ervan beschuldigd dat hij "door de mand valt". De roddelstroom blijkt op gang gebracht door het echtpaar Morsink, vooral door Geertje. Als vader Gort hen op 28 augustus 1945 bezoekt, beweert Geertje dat zij Andries heeft gehaat vanaf de eerste keer dat hij bij haar over de vloer kwam. Dat er bij Henk Morsink – na tweeënhalf jaar voortvluchtig te zijn geweest – sterke gevoelens van wantrouwen en angst aanwezig zijn, ligt voor de hand. Vrouw Geertje heeft de bakkerij zo goed mogelijk draaiende gehouden en velen hulp geboden, en niet alleen in de vorm van voeding. Eén en ander komt aan het licht als vader Gort na de oorlog alles doet om de naam van Andries weer onbesmet te krijgen. Op 16 juni schrijft hij een brief naar de redactie van Trouw in Amsterdam, gevolgd door een briefkaart op 23 juni. De ontvangst ervan wordt bevestigd middels een berichtje dat op 4 juli binnenkomt.

Ook op de redacties van Trouw in Amsterdam, Deventer en in Enschede gaat Andries over de tong: die begenadiging moet wel het gevolg van loslippigheid zijn. Op 3 augustus ’45 krijgt vader Gort bezoek van de hoofdverspreider van Trouw voor Overijssel, "Karel Overijssel" ( Henk Groot Enzerink), en Henk Morsink. Henk Morsink wordt door vader Gort "ongenadig uitgekafferd". Vader Gort voelt zich geconfronteerd met leugens, onverschilligheid en onwil. Op 1 oktober ’45 schrijft hij een lange brief aan Dr. Bruins Slot, die pas op 5 november beantwoord wordt. Bruins Slot geeft de zaak in handen van zijn "vriend en medewerker, den Heer E. van Ruller". Elbert van Ruller bevestigd e.e.a. in een brief van 7 november, die meteen wordt beantwoord met een bedankje van vader Gort de dag erna. Van Ruller heeft het druk (Trouw en de AR), zodat een uitgebreide brief van hem pas op 18 december wordt geschreven. Van Ruller probeert vader Gort wat te sussen door te zeggen dat er in zijn ogen (en in die van de mensen van Trouw) beslist geen sprake is van verraad en hem tevens verzoekt zich wat milder uit te laten over de verspreiders van Trouw.

Op de dag van ontvangst van deze brief (19 dec.) klimt vader Gort direct weer in de pen. In deze brief vertelt hij o.a. dat Henk Morsink voor het verspreiden van bepaalde roddels vooral naar zijn vouw verwijst. Verder is het een tamelijke felle brief, vol details over allerlei zaken die gespeeld hebben rond de arrestatie van Piet Fleurke en zijn zoon Andries. Twee dagen later schrijft vader Gort een brief, waarin hij zijn toon wat tempert en zelfs zegt mondeling en schriftelijk schuld te wille bekennen als hij ongelijk mocht hebben. Omdat een toegezegd bezoek van E. van Ruller uitblijft, schrijft vader Gort op 21 januari 1946 weer en geeft nog wat aanvullende informatie, die Van Ruller bij zijn onderzoek zou kunnen gebruiken. Verder spreekt hij de wens uit dat een ontmoeting spoedig plaats zal vinden. Het lijkt wel of hij nog iets kwijt wil, maar dan alleen onder vier ogen aan Van Ruller. In een volgende brief van 14 febr. ’46 bedankt vader Gort voor een brief van Van Ruller van 12 februari en voor het langverwachte bezoek van hem op 7 februari. Van Ruller heeft aansluitend ook een bezoek gebracht aan het echtpaar Morsink. Dat bezoek is blijkbaar niet geheel moeiteloos verlopen, zodat een tweede bezoek eind februari noodzakelijk wordt. Meerdere mensen worden door Van Ruller benaderd en het lijkt er veel op dat het gesprek met vader Gort hem informatie heeft opgeleverd die hem heel actief maakt.

Op 4 maart daarna sluit Van Ruller eindelijk de zaak af. Met het echtpaar Morsink kan blijkbaar iets worden afgesproken, waarover ze zelfs "zeer verheugd" zijn. Onduidelijk is wat er nu precies is geregeld. Mogelijk hebben ze toegegeven op basis van ondeugdelijke gegevens praatjes te hebben rondgestrooid. Het is jammer dat juist het echtpaar Morsink zo bij deze zaak betrokken is geraakt. Ze hebben zich – lang gescheiden van elkaar – beiden in de bezettingstijd verdienstelijk gemaakt. Oorzaken moeten gezocht worden in de rigide manier waarop Geertje vaak mensen be- en veroordeeld, de door lange scheiding en angst bij beiden opgeroepen spanning en daarbij het feit dat de bakkerij op het eind van de oorlog door een bominslag in het ongerede is geraakt.

Over "namen noemen" komen twee getuigenissen tot ons. Allereerst een brief van opperwachtmeester J.H. Schildkamp uit Hengelo d.d. 29 juni 1945. Daarin meldt hij dat Andries hem op weg naar Haaren zegt: "Zeg hun (= Andries’ ouders) dat ik niemand verklapt heb". De eerder genoemde overlevende Folkert Kunst schrijft in een brief d.d. 20 juni 1945: "Ik herinner me, dat Andries ook tegen mij eens de opmerking maakte, dat hij geen namen genoemd heeft bij zijn verhoor, omdat de S.D. volledig op de hoogte was". Had niet Eik Speelman(Freek) al op 28 september 1943 dezelfde ervaring een dag na zijn arrestatie, toen Gottschalk hem een groot vel papier toonde met daarop namen, schuilnamen en adressen van mensen die voor Trouw bezig waren? In ieder geval is Van Ruller blij dat de zaak goed kan worden afgerond en schrijft aan vader Gort: "…kunnen wij met volle vrijmoedigheid komen tot de verklaring die U hierbij ingesloten vindt…". En verder: "Het moet ook voor U voldoening geven, dat U ons zoo volledig heeft kunnen overtuigen". De brief geeft uitdrukking aan een hevig gevoel van opluchting.

Die verklaring van Van Ruller luidt als volgt:

"Ondergetekende verklaart, namens de geheele organisatie "Trouw", dat na uitvoerig onderzoek gebleken is, dat de geruchten, die voor en na de bevrijding van Nederland rondom de arrestatie en het overlijden van Andries Gort(Victor) te Deventer, hebben geloopen, ongegrond zijn geble-ken. Indien er vóór het afleggen van deze verklaring eenige verdenking heeft bestaan van te grote los-lippigheid van "Victor" bij zijn arrestatie, of van het verkrijgen van de hem verleende gratie op laakbaare gronden, dan is deze verdenking vanaf dit moment geheel vervallen. De organisatie "Trouw" is overtuigd dat juist het tegendeel is komen vast te staan en zij betreurt de meningsverschillen die wat dat betreft zijn gerezen. Andries Gort behoort tot degenen, die in haar rijen voor zijn beginsel en daarin voor de zaak van ons vaderland gevallen zijn. Zijn heldendood wordt door haar diep betreurd". Voor de organisatie "Trouw" w.g. E. v. Ruller, voorzitter Trouwvereniging.

Vader Gort is natuurlijk zeer dankbaar in een laatste brief aan v. Ruller d.d. 13 maart 1946. In een P.S. meldt hij, dat hij ook Dr. Bruins Slot een brief heeft geschreven om te bedanken voor het doorsturen van zijn brief van 31 oktober 1945. Van Ruller brengt daarna een moeilijke zaak - aanvankelijk met enige tegenzin – op een voortreffelijke manier tot een goed en voor alle partijen zeer bevredigend einde . Het moet voor de vrouw van Andries, zijn ouders en zijn twee broers een enorme opluchting zijn geweest dat deze zaak zo goed is opgelost. Over de dood van Andries werd later in de familie nauwelijks gesproken. De pijn over het verlies was groot, de troost van het eerherstel maakte de pijn misschien wat beter te verdragen, maar er ging een stressgevoelige en zeer emotionele (penne)strijd aan vooraf. Dochter Marijtje - al overleden juli 1996 - heeft zich haar vader niet herinnerd, maar een vader wel zeer gemist in haar leven. Elbert van Ruller vult persoonlijk de "Opgave voor de erelijst der namen van hen, die voor het vaderland zijn gevallen" in en stuurt die naar het toenmalige RIOD, waardoor Andries Gerrits Gort – terecht - voorkomt op de Erelijst van het NIOD.

Na de oorlog zijn er enkele overlevenden uit het kamp Langenstein-Zwieberge die zich hulpvaardig opstellen. Folkert Kunst en Willy Boon werden al genoemd en daar kan de naam van Douwe Douma uit Amsterdam nog aan toe worden gevoegd. Zij leveren het Rode Kruis in Nederland namen van overleden en overlevende Nederlanders. Folkert Kunst heeft ook contact met familie van gestorven lotgenoten. Al op 14 juni 1945, twaalf dagen na zijn thuiskomst als hij nog zeer bedlegerig is, krijgt Andries’ vrouw een brief van hem. Later bezoekt hij haar, nog altijd vel over been. Ook Andries’ ouders krijgen een brief en wel al op 20 juni. Omdat vader Gort later een aantal, niet eerder genoemde details over het ziek zijn van Andries weet, doet dat het vermoeden rijzen dat er later nog eens contact is geweest. In 1993 schrijft hij, 88 jaar oud, nog een laatste brief aan Frau Ellen Fauser van de Mahn- und Gedenkstätte Langenstein-Zwieberge. Hij schrijft over zijn bezoek in 1972 aan West- en OostDuitsland en aan het kamp. Over zijn herinneringen aan de kamptijd schrijft hij: "Ik heb het gevoel, dat ik nu alleen maar de buitenkant van mijn verhaal heb verteld. De binnenkant is, o wonder, dat ik achteraf dankbaar ben het te hebben meegemaakt". Omdat hij voor zijn invalide vrouw moet zorgen, beëindigt hij de contacten. Folkert Kunst overlijdt in op 23 februari 1995. De familie Morsink emigreert in 1953/1954 naar Brazilië en vestigt zich in de grotendeels Nederlandse nederzetting Castrolande. Hier treft Henk veel Drentse boeren en mensen die hij kent uit de wereld van het verzet. Hij overlijdt in 1994 en op het moment van het beëindigen van dit verhaal leeft Geertje nog, 98 jaar oud. Ook de weduwe van Andries heeft dit verhaal nog kunnen lezen.

Bronnen

  • Bak, P., H. Biersteker en B. van Kaam, De 23 van Trouw, Trouw, 6 augustus 1994.
  • Niezink, Gerhardus Jan, Beknopte [auto]biografie, Wierden 3 juli 1945. Opgenomen in: Allerlaatste Herinneringen, uitgegeven door de Stichting Historische Kring Wederden, Wierden 2008.
  • Archief Elbert van Ruller, Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlandse Protestantisme (1800 - heden), VU Amsterdam, Archief 202, pl. nr. 32.
  • Archief Trouw, verslagen van interviews met Trouw medewerkers uit de oorlog( – met name dat met Henk Morsink -) door Hans Niemeijer, Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800 - heden), VU Amsterdam, Archief 236, vp. 26 – 36, pl. nr. 125.
  • Archieven Buchenwald (en Aussenkommandos), Gedenkstätte Buchenwald, Weimar.
  • Archieven Langenstein-Zwieberge, Mahn- und Gedenkstätte Langenstein-Zwieberge, Langenstein.
  • Archieven bijzondere rechtspleging, Nationaal Archief, Den Haag.
  • Archieven kamp Vught, Niod, Amsterdam.
  • Proces-verbaal van het getuigenis van G.J. Niezink Sr. tegen een niet nader te noemen politieman, Niod, Amsterdam.
  • Archieven van de International Tracing Service, Internationale Rode Kruis, Bad Arolsen.
  • Archieven van de afdeling Oorlogsnazorg van het Rode Kruis Nederland in Den Haag.
  • Archief familie H. Gort, M.A. de Ruyterstraat 74, 3601 TH Maarssen.
  • Trouw, 6 augustus 1994.
  • M. Bruijs.
  • A. van Es-Morsink.
  • A. Weima-Fleurke.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Andries G. Gort
Geplaatst op:
14-02-2018
Laatst gewijzigd:
18-02-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.