Klingelhöfer, Woldemar

Tweede Wereldoorlog

Aan het Oostfront

Kort na het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 werd de Sicherheitsdienst opgenomen binnen het nieuw opgerichte Reichssicherheitshauptamt. Klingelhöfer was dus voortaan werkzaam voor dit zogenoemde RSHA. Hij had in Kassel tot mei 1941 de leiding over een afdeling van de SD, die zich bezighield met het peilen van de stemming van de lokale bevolking ten opzichte van de oorlog en de overheid en haar propaganda. Dit bevolkingsonderzoek was tijdens de oorlog één van de belangrijkste binnenlandse bezigheden van de SD en vormde een belangrijke informatiebron voor de nazileiding. Met dit werk moest Klingelhöfer stoppen toen het RSHA hem rekruteerde voor de Einsatzgruppen, speciale eenheden bestaande uit manschappen van verschillende SS-disciplines die bij de invasie van de Sovjet-Unie "veiligheidstaken" in het gebied direct achter het front zouden uitvoeren. Een belangrijke taak was het executeren van communistische leiders, partizanen, saboteurs en andere vijandelijke elementen. Aanvankelijk werden daartoe alleen mannelijke Joden gerekend, maar al na ongeveer acht weken werden hele Joodse gemeenschappen uitgeroeid door de vier Einsatzgruppen die elk toegewezen waren aan een apart deel van het front.

Klingelhöfer maakte deel uit van Einsatzgruppe B die van 22 juni tot eind oktober 1941 aangevoerd werd door SS-Brigadeführer und Generalmajor der Polizei Arthur Nebe. De eenheid opereerde in Wit-Rusland en de regio Smolensk en was ondergeschikt aan Heeresgruppe Mitte. Op 14 november 1941 werd aan Berlijn gerapporteerd dat op dat moment het totale aantal geregistreerde liquidaties door Einsatzgruppe B, 45.467 bedroeg. Klingelhöfer was aanvankelijk toegewezen als tolk aan het Sonderkommando 7b, één van de vijf subeenheden van Einsatzgruppe B. Nadat Nebe op 5 juli zijn hoofdkwartier voor een maand in Minsk vestigde, werd Klingelhöfer overgeplaatst naar Sonderkommando 7c, beter bekend als het Vorkommando Moskau. In augustus 1941 nam hij het bevel over de eenheid over ter vervanging van Franz Six. Deze eenheid had de opdracht Moskou en omgeving te zuiveren van Joden en andere "vijanden van het Rijk". Tot in Moskou is het Vorkommando echter nooit gekomen, want het op 2 oktober 1941 door het Duitse leger gelanceerde offensief op de Russische hoofdstad, operatie Tyfoon, faalde. Gedurende de tijd dat Klingelhöfer het bevel had over de eenheid liquideerde deze duizenden mensen, wat gerapporteerd werd in verslagen die naar het hoofdkwartier van de RSHA werden verzonden.

Het is niet bewezen dat Klingelhöfer persoonlijk het bevel gaf voor alle executies of dat hij hierbij altijd aanwezig was. Tijdens verhoren voorafgaande aan het naoorlogse proces tegen hem en andere leiders van de Einsatzgruppen gaf hij toe in elk geval kortstondig present geweest te zijn bij een executie in Mstsislaw in Wit-Rusland. Naar eigen zeggen had Nebe het bevel voor deze executie gegeven omdat de manschappen van de Einsatzgruppen behoefte hadden aan bontjassen en andere winterkleding, die van de geëxecuteerde Joden ontnomen werden. Naar eigen zeggen keek Klingelhöfer toe hoe tien Joden aan de rand van een massagraf doodgeschoten werden. Hij beweerde zelf hierbij verder niet betrokken te zijn geweest en schoof de schuld af op een collega, een SS-Hauptsturmführer van de Kriminalpolizei. Wel gaf hij toe dat hij dat najaar het bevel had gegeven voor de arrestatie van 200 Joden in het eveneens in Wit-Rusland gelegen Tatarsk. Hiervan liet hij 30 tot 50 mannen executeren omdat ze zonder toestemming het getto hadden verlaten en zich in het bos verenigd zouden hebben met partizanen. Ook drie vrouwen zouden vanwege contacten met partizanen geëxecuteerd zijn. Ze kregen uit mededogen een blinddoek om bij hun executie en werden apart begraven. De opdracht tot deze executie zou Klingelhöfer gekregen hebben van Nebe en was volgens hem noodzakelijk ter beveiliging van het gebied achter het front. Het was dit veiligheidsexcuus dat door de SS aan het Oostfront stelselmatig werd gebruikt ter rechtvaardiging van de moord op onschuldige burgers.

Als aanvoerder van een eenheid, die zich bezighield met de uitvoering van executies en de "pacificatie" van veroverde gebieden, leek Klingelhöfer met zijn beroep als operazanger een vreemde eend in de bijt. Ook veel andere leiders van de Einsatzgruppen hadden echter geen achtergrond binnen de politie of het leger. Het merendeel was hoger opgeleid en diverse beroepsgroepen waren vertegenwoordigd, hoewel juristen in de meerderheid waren. Het was dan ook niet Klingelhöfers zangcarrière waardoor hij gerekruteerd werd, maar zijn politieke betrouwbaarheid en staat van dienst binnen de SD in combinatie met zijn kennis van de Russische taal en cultuur. Etnische Duitsers (door de nazi’s Volksduitsers genoemd) zoals hij waren volgens een studie van socioloog Michael Mann oververtegenwoordigd onder de Holocaustdaders. Terwijl ze 1% uitmaakten van de totale Duitse bevolking, vormden ze 6% van de daders. Dat Klingelhöfer geboren was in Moskou en dat hij het boek van Markov had vertaald, speelde hem vermoedelijk in de kijker toen de leiders voor de Einsatzgruppen aangewezen werden. Zijn goede reputatie binnen de SD in Kassel deed de rest.

Overplaatsing naar Minsk

Na een korte vakantie werd Klingelhöfer op 20 december 1941 overgeplaatst naar het hoofdkwartier van Einsatzgruppe B in Smolensk. Hoewel het er niet naar uit zag dat een Duitse verovering van Moskou alsnog ophanden was, werkte hij hier aan de vertaling van buitgemaakte documenten in het kader van het Einsatzplan Moskau, een plan waarin uitgewerkt stond wat de taken van de SS zouden zijn bij de inname en het bestuur van Moskou. Het onrealistische plan kon verdwijnen in een dossierkast toen Klingelhöfer in september 1943 werd overgeplaatst naar het hoofdkwartier van de bevelhebber van de SD en Sicherheitspolizei in Minsk. Welke precieze werkzaamheden hij hier uitvoerde is niet bekend, maar in deze tijd deed zich iets voor dat een smet(je) vormde op Klingelhöfers verder zo schone blazoen binnen de SS. De kwestie had betrekking op de beschuldiging dat hij zich tijdens zijn tijd in Minsk op onrechtmatige wijze twee paar vrouwenschoenen had toegeëigend uit de opslag van de SD, een paar voor zijn vrouw en het andere voor de echtgenote van een collega. Nergens in de gerechtelijke documenten wordt opgemerkt van wie de schoenen oorspronkelijk waren geweest, maar het is aannemelijk dat de vroegere draagsters Joodse vrouwen waren, die geëxecuteerd waren.

Binnen een organisatie als de SS die zich op grote schaal schuldig maakte aan massamoord en plundering lijkt de onrechtmatige toe-eigening van twee paar schoenen een futiliteit. Alsof er gezien de erbarmelijke toestand aan het Duitse front in 1944 geen grotere zorgen waren. SS-leider Heinrich Himmler tilde echter zwaar aan de betrouwbaarheid van zijn manschappen, ook al was corruptie schering en inslag binnen zijn organisatie. Voor Klingelhöfer liep het allemaal met een sisser af. Weliswaar had hij op het moment dat de schoenen door een Joodse kampmedewerker aan hem overhandig werden nog geen toestemming hiervoor, maar hij zou de ontvangst daarna aan de kampbeheerder hebben gemeld. Door de SS-rechtbank werd erop gewezen dat hij van tevoren om toestemming had moeten vragen voordat hij de schoenen meenam. Omdat het "naar verhouding om zaken van lage waarde gaat" werd vervolging echter niet noodzakelijk bevonden. Een disciplinaire bestraffing werd evenwel niet uitgesloten aangezien Klingelhöfer "het aan zijn rang en zijn stand verplicht was zich buitengewoon correct te gedragen en ook de schijn, dat hij zich ten kosten van staatseigendom wil verrijken, vermeden moet worden." Of Klingelhöfer werkelijk disciplinair gestraft werd, wordt in zijn personeelsdossier niet vermeld. Zijn vrijspraak van vervolging werd op 9 augustus 1944 bekrachtigd door Heinrich Himmler.

Zeppelin

Wanneer Klingelhöfer precies terugkeerde van het Oostfront is onduidelijk, maar vanaf januari 1944 was hij in Duitsland werkzaam binnen de organisatie van Unternehmen Zeppelin (operatie Zeppelin), die onderdeel uitmaakte van de afdeling C (Russisch-Japans invloedgebied) van Amt VI (SD-Ausland) van het RSHA. De operatie, waarvan het hoofdkwartier zich bevond in de wijk Wannsee in Berlijn, was omstreeks 1942/1943 van start gegaan en had zowel een inlichtingen- als sabotagecomponent. Het idee was om in Duitse krijgsgevangenenkampen Sovjetsoldaten te rekruteren, die na een trainingsperiode in speciale kampen met parachutes achter het Sovjetfront zouden worden gedropt om daar sabotage- en contraspionageopdrachten uit te voeren. Het was een grootschalige operatie: op een gegeven moment bevonden zich ongeveer 10.000 tot 15.000 vrijwilligers in de kampen en waren er 2.000 tot 3.000 klaargestoomd voor inzet. Onder hen waren verschillende nationaliteiten, waaronder Turkmenen, Kaukasiërs en Georgiërs, die het Sovjetregime niet positief gezind waren. Het merendeel van de vrijwilligers zou vanwege een tekort aan vliegtuigen, radio’s en parachutes nimmer uitgezonden worden. Hooguit 2.000 agenten werden door Zeppelin en de Abwehr (de militaire inlichtingendienst onder leiding van Admiral Wilhelm Canaris) in de Sovjet-Unie achter de vijandelijke linies gedropt.

Klingelhöfer kreeg de leiding over Sonderlager L, één van de kampen van operatie Zeppelin, dat zich bevond in Blamau in het oosten van Oostenrijk. Het was een voortzetting van Sonderlager T in het Poolse Wrocław, dat vanwege de opmars van het Rode Leger gesloten was. In het door Klingelhöfer aangevoerde kamp waren Sovjetingenieurs en -technici ondergebracht, die hier op vrijwillige basis hun kennis deelden met de Duitsers. Anders dan in Duitse krijgsgevangenenkampen verbleven ze hier onder goede omstandigheden. In het kamp werden waardevolle statistieken, kaarten, grafieken en andere informatie verzameld en geëvalueerd over onder meer tankproductie, voedselvoorziening, natuurlijke hulpbronnen en communicatiesystemen in de Sovjet-Unie. Ten bate van het onderzoek werd de buitgemaakte bibliotheekcollectie van de technische hogeschool van Kiev in acht vrachtwagons overgebracht naar het kamp. Samenwerking was er onder andere met het vanuit Berlijn naar kasteel Plankenwarth in Oostenrijk verhuisde Wannsee Institut, een onderzoeksinstelling van de SD voor politieke, economische en bestuurlijke kwesties. Volgens de Britse historicus Perry Biddiscombe was Sonderlager L het succesvolste onderdeel van operatie Zeppelin, hoewel de in het kamp vergaarde kennis nimmer in de praktijk ingezet kon worden vanwege de Duitse nederlagen aan het Oostfront.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Moskou in 1941, de niet behaalde bestemming van het Vorkommando Moskau.
(Bron: Publiek domein)


Sovjetkrijgsgevangenen in 1942. Het doel van operatie Zeppelin was om mannen zoals deze te rekruteren voor sabotage- en inlichtingenmissies.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 101I-218-0514-30A / CC-BY-SA 3.0)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
15-04-2018
Laatst gewijzigd:
18-04-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.