Broze Burchten

Titel: Broze Burchten - Middelburg en de Holocaust
Schrijver: Dirk Leendert Roth
Uitgever: Elikser
Uitgebracht: 2018
Pagina's: 294
ISBN: 9789463650403
Omschrijving:

Bij de bevrijding op 6 november 1944 werden in Middelburg nog slechts 8 Joodse inwoners geteld. Aan het begin van de oorlog waren er volgens eigen onderzoek van Dirk Leendert Roth 134. Daarbij zijn meegeteld hun (eventuele) niet Joodse partners en kinderen. Hoeveel Joodse Middelburgers er tijdens de oorlog zijn omgekomen in de nazikampen heeft Roth verwerkt in een database die uitgebreid wordt weergegeven aan het eind van zijn boek. De auteur onderzoekt in deze publicatie de lokale geschiedenis, vervolging en deportatie van de Middelburgse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij de Zeeuwse geschiedschrijving wordt gecorrigeerd en aangevuld. Welke rol hebben de plaatselijke en regionale autoriteiten gespeeld bij de Jodenvervolging? De lotgevallen van de grote groep gemengd gehuwde Middelburgse Joden, hun partners en kinderen komen eveneens aan bod.

Op 10 mei 1940 vluchten in totaal 31 Joodse Middelburgers de Westerschelde over. Zij behoren in de woorden van de schrijver tot de ‘hogere welstandsklasse’ en hebben ruimere financiële middelen, auto’s, nationale en internationale reiservaring, talenkennis en een groter sociaal vangnet. Via België, Frankrijk, Spanje en/of Portugal proberen ze Engeland te bereiken. Onder hen de Joodse families Koch en Smit. Zoon Arnout Koch schrijft in zijn dagboek over een grensovergang in Menen (België) die zij gezamenlijk en dankzij het diplomatieke paspoort van Arie Smit (hij was Portugees viceconsul) kunnen passeren. In het overvolle Bapaume in Frankrijk realiseert Anna Koch zich wat haar man Carel Koch altijd zegt: ‘als je in moeilijkheden zit, ga dan naar de Rotarians’. Via omwegen en inderdaad met de hulp van de Rotaryclub worden beide families toegevoegd aan de passagierslijst van het stoomschip Reggestroom dat in de haven van Bordeaux ligt. Ze komen op 22 juni veilig in de haven van Falmouth aan. De familie Koch wordt een dag later in Londen herenigd met echtgenoot en vader Carel Koch die zijn eigen weg hierheen heeft gevolgd.

De succesvolle vlucht van deze twee families is te danken aan hun gunstige contacten en mogelijkheden. De auteur beschrijft dat niet iedereen hierover de beschikking heeft. Sommige vluchtelingen keren noodgedwongen terug naar Middelburg, zoals de familie Polak. In november 1940 is deze familie weer terug in Middelburg na hun mislukte vlucht. Ze duiken onder in Colijnsplaat. De situatie is dan veranderd in Middelburg, niet alleen door de vernielingen en branden van 17 mei 1940 als gevolg van de beschietingen en de gevechten, maar ook met betrekking tot het overheidsbeleid ten opzichte van de Joden. De schrijver verwijst naar twee zeer bijzondere Jodenlijsten in het archief van de Middelburgse politie met gegevens en een stempel van de politie, gedateerd 3 en 17 juni 1940. Hierop opgesomd staan alle in Middelburg wonende Joden. Daarmee had Middelburg de bedenkelijke primeur van de eerste Nederlandse Jodenlijsten. De schrijver vraagt zich in zijn boek af in opdracht van wie deze lijsten zijn opgesteld. Volgens hem is dat nog steeds een belangrijke lacune in de lokale geschiedschrijving.

In februari 1941 moet er van de bezetter een nieuwe lijst komen. P. Dieleman, de waarnemend Commissaris van de provincie Zeeland, doet zijn best en speelt de opdracht door aan de Zeeuwse burgemeesters. Oud-Middelburger mr. dr. K.J. Frederiks, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, weet dankzij zijn functie een groot aantal Joden te redden, waaronder veel (oud-)Middelburgers. Over het algemeen werken Zeeuwse bestuurders echter mee aan de uitvoering van de door de bezetter opgedragen maatregelen tegen de Joden. Een uitzondering is de grootvader van Charlotte Fontijne, die in 2012 als gymnasiumleerlinge een gedicht voordraagt tijdens de Nationale Dodenherdenking in Amsterdam. Ze licht in kranten en voor de radio en televisie toe dat ze zich heeft laten inspireren door haar familiegeschiedenis. "Mijn grootvader Jacob Fontijne was tijdens de oorlog Commissaris van politie in Middelburg", aldus de toen 16-jarige scholiere. "Toen de Duitsers hem begin 1942 de opdracht gaven om Joden op te pakken, met als doel ze te deporteren, heeft hij geweigerd dat onder zijn bevel te laten uitvoeren. Als gevolg daarvan werd hij op 27 april 1942 door de SD gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Middelburg en kort daarna overgebracht naar het pas geopende gijzelaarskamp Beekvliet." De schrijver gaat verder op zoek naar deze geschiedenis en beschrijft deze in ruim 7 pagina’s. Het is een eerherstel voor Jacob Fontijne.

Als meerdere Joodse Middelburgers op 19 maart 1942 een ‘aanzegging’ van de Joodse Raad ontvangen komt er een eind aan hun onzekerheid. Ze worden op 24 maart 1942 met de trein van 9:30 uur vanaf station Middelburg naar Amsterdam geëvacueerd. Alleen wat een ieder kan dragen aan bagage is toegestaan. Het is op die 24e maart vroeg in de ochtend doodstil in de Stationsstraat, zo bevestigen alle getuigen. De schrijver vertelt ook over het onzekere lot van de daarna nog in Middelburg achtergebleven Joden die nog geen brief hebben ontvangen en zo tussen hoop en vrees zweven. Onder hen zijn Joden uit een gemend huwelijk, half- en kwart joden, maar ook zieken en voortvluchtigen. Een nieuwe lijst met Joodse Middelburgers volgt direct op 24 maart 1942 na het vertrek van de eerste groep. Deze bevat de namen van 38 achterblijvers. De Duitsers eisen uiteindelijk dat op 1 juni 1942 iedereen naar Amsterdam is afgevoerd. Door de schrijver wordt behandeld hoe ook de meeste voorheen uitgezonderde Joden uiteindelijk ten prooi vallen aan vervolging door de nazi’s.

Roth haalt nog een ander uniek, onbekend historisch document aan uit het Zeeuws archief. Hij noemt het een ‘document humaine’ van Middelburger P.J. Koets. Koets verhaalt op indringende wijze over de manier van leven en de onzekerheden van de Middelburgse Joden die hij regelmatig bezoekt in Amsterdam. Ze weten niet wat hun volgende bestemming zal zijn, Westerbork, Theresienstadt, Barneveld of een werkkamp? Ook de Hongerwinter, het onderduiken en het afstaan van kinderen aan helpers zijn onderwerpen die aan bod komen in zijn rapport. Aan het eind van het boek laat de schrijver de overlevenden aan het woord. Eén van hen verklaart: "wij zijn die elitaire mensen die de oorlog hebben overleefd."

Het lot van de vele anderen die niet overleefden, wordt door Dirk Leendert Roth in zijn boek goed gedocumenteerd. Het boek telt veel verwijzingen in voetnoten naar onderzoeken, andere publicaties en boeken, enkele onbekende archiefstukken en documenten. In een naschrift reageert de schrijver op de biografie van Jan van Walré de Bordes, burgemeester van Middelburg tijdens de jaren 1939-1942, door auteur Jan Zwemer, historicus en een welbekend Zeeuwse publicist. Ondanks alle verwijzingen weet de schrijver toch het overzicht te behouden. Zijn boek is goed leesbaar en beschrijft een onderwerp – de geschiedenis van de Joodse Middelburgers in de Tweede Wereldoorlog – die niet eerder zo uitgebreid belicht werd.

Beoordeling: Zeer goed

Afbeeldingen


Bestel nu bij bol.com

Informatie

Artikel door:
Mia van den Berg
Geplaatst op:
11-05-2018
Laatst gewijzigd:
12-05-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.