Tankmunitie in de Verenigde Staten (1941-1945)

76mm M1 kanon en 90mm M3

76mm Gun M1

De Duitse Tiger-tank die in 1942 in Noord-Afrika verscheen (was eerder al op 23 september 1942 ingezet aan het Oostfront) maakte duidelijk dat het penetratievermogen van het 75mm kanon van de M4 Shermans niet voldoende was om de frontale pantserplaten tot op lange afstand te doorboren (zelfs de zijkanten van de PzKpfw VI Tiger waren vrijwel onkwetsbaar op lange afstand). Het 76mm M1 kanon werd ontwikkeld door het Amerikaanse Ordnance Departement in 1942 om de M4 Sherman 'toekomstbestendig' te maken (het wapen was geen direct antwoord op de Tiger omdat de ontwikkeling eerder begon). Het kanon werd al in augustus 1942 getest maar pas in augustus 1943 werd een geschikte constructie bedacht om het kanon in de M4 Sherman tank te installeren. Pas in juli 1944 werd het kanon in M4 Sherman tanks gebruikt. Bij de Aberdeen Proving Grounds werden de eerste 76mm kanonnen getest (aangeduid als T1). Er was een 76mm versie met een lange loop en een kortere loop waarbij de kortere versie (38cm korter) aangeduid werd als '76mm M1'. Problemen met de balans van de koepel zorgden ervoor dat de experimentele koepel van de experimentele T23 tank werd gekozen waarin het 76mm wapen was gemonteerd. In augustus 1943 was de M4 Sherman met het 76mm kanon klaar voor massaproductie. Oorspronkelijk bestond het idee bij sommige militairen dat alle met 75mm uitgeruste M4 Sherman tanks vervangen moesten door de 76mm versie. Nadelen van het 76mm kanon waren de grote steekvlam na het vuren, de zwaardere munitie en het opbergen van de granaten. Het grootste nadeel was echter de steekvlam die vrijkwam na het vuren: de kanonnier zag even niets door de flits en het opwaaiende zand en stof. Nieuwe munitiesoorten werden geÔntroduceerd waarbij het slaghoedje langer was gemaakt: daardoor bleef de ontsteking langer branden. Ook mondingsremmen werden geÔntroduceerd om gassen en rook te reduceren. Een ander nadeel was het feit dat de brisant munitie voor de oudere 75mm kanonnen (M2 en M3) een groter gewicht aan explosief materiaal had dan de M42 munitie van het 76mm M1 kanon. Zodoende was de granaat minder effectief tegen infanterie en licht gepantserde voertuigen.

Hoe het ook zij, het 76mm kanon dat in ťťn derde van alle M4 Sherman tanks gemonteerd werd was beter in staat vijandelijk tankpantser te doorboren dan de 75mm M2 en M3 kanonnen. Met de M62 pantsermunitie (APCBC, 7 kilogram, 790-792m/s) doorboorde het 76mm kanon ongeveer 125 mm staal tot op een afstand van honderd meter, 116 mm staal tot op een afstand van vijfhonderd, 106 mm tot op een afstand van een kilometer, 97 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 89 mm staal tot op een afstand van twee kilometer. Dat was voldoende om de voorkant van de Tiger en alle middelzware Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen III en IV (PzKpfw IV) te doorboren. In theorie kon het kanon wat betreft penetratievermogen tot op een afstand van plusminus een kilometer (106mm) de voorkant van de romp (plusminus 100mm) van de Tiger I doorboren (dat lag uiteraard aan de inslaghoek, de training van de bemanning en de omstandigheden). Met de M79 pantsergranaat (AP) doorboorde het kanon nog dikker staal: ongeveer 154 mm tot op een afstand van honderd meter, 131 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 107 mm tot op een afstand van een kilometer, 88 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 72 mm tot op een afstand van twee kilometer. De explosieve inhoud van de M62 pantsergranaat (65 gram) maakte de munitie dodelijker dan de M79 pantsergranaat waarbij de explosieve inhoud ontbrak. Er was ook nog wolfraammunitie beschikbaar in zeer kleine aantallen dat nog dikker staal doorboorde. De genoemde munitie was lichter en het penetratievermogen nam af bij langere afstanden door het lichte gewicht (T4 (M93) HVAP (APCR) munitie). Naast de genoemde granaten kon het 76mm kanon rookgranaten afvuren. Afgezien van al die feiten was het de kans van het doorboren van dikke Duitse pantserplaten met het 76mm kanon in de werkelijkheid niet altijd een succes, zo lezen wij in het boek ĎUnited States vs. German Equipmentí van militair (generaal-majoor) Isaac D. White.

90mm Gun M3

Tussen 1942 en 1945 verschenen steeds krachtigere Duitse tanks aan het front in Noord-Afrika (1942), in de Sovjet-Unie (1943) en in West-Europa (1944-1945). De Duitse Panzerkampfwagen VI Tiger (1942), Panzerkampfwagen V Panther, PzKpfw V Panther (1943) en Panzerkampfwagen VI Ausf. B Tiger II, PZkPfw VIb KŲnigstiger (1944) waren de sterkste Duitse tanks tussen 1942 en 1945. Zoals eerder genoemd was het 75mm M2 en M3 kanon van de Amerikaanse M4 Sherman tanks niet krachtig om het pantser van de Tiger en de andere genoemde Duitse zware tanks te doorboren tot op lange afstand. Ook de Duitse Panther-tank die vanaf 1943 aan het Oostfront (Koersk) verscheen had te dik pantser (80mm schuin frontaal pantser en 100 tot 120mm verticaal pantser aan de voorkant van de koepel) om te worden doorboord met de genoemde 75mm munitiesoorten. De introductie van de opvolger van de Tiger, de Tiger II, in 1944 in de Ardennen tegen Amerikaanse troepen zorgde ervoor dat een nieuwe Amerikaanse tank met een krachtiger kanon werd ingezet. Daarbij werd een 90mm kanon gekozen als bewapening. Het 90mm M1/M2/M3 kanon was een zwaar luchtdoelgeschut en had penetratiewaarden die vergelijkbaar waren met het Duitse 8.8 cm Flak 18/36/37 geschut. Als een tankgeschut werd het kanon de hoofdbewapening van de M36 Jackson tankjager en de middelzware M26 Pershing tank (de tank werd voor een korte periode, tussen 1945 en 1947 als zware tank aangeduid). Het standaard luchtdoelgeschut van de Amerikanen was de 3-inch M1918 gun (76.2 mm L/40). Twee nieuwe wapens werden ontwikkeld (90 en 120mm). De eerste productievariant van het 90mm wapen was de M1. Het verbeterde type heette 90mm M1A1 en werd als standaardwapen op 22 mei 1941 geaccepteerd. Het wapen werd het standaard luchtdoelgeschut van de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een groot nadeel van het wapen was het feit dat het kanon niet op de juiste hoogte kon worden gericht om tanks en andere pantservoertuigen uit te schakelen (horizontaal richten). Op 11 september 1942 werd de 90mm M2 geÔntroduceerd die dat wel kon. Het kanon werd geaccepteerd als standaardwapen op 13 mei 1943. Het 90mm M3 kanon (90mm Gun M3) was de tankvariant van het 90mm wapen. De experimentele T7 was de voorloper van het kanon. Testen met het wapen vonden plaats in 1943 met een M10 Wolverine tankjager ('tank destroyer').

Het 90mm M3 kanon (90 mm Gun M3) van de M26 Pershing had een depressie van tien graden en een elevatie van twintig graden. Het 90mm wapen kon verschillende munitiesoorten afvuren. Granaten van het type 'M82' hadden een kaliber van 90mm x 970mm. De T33/M77 granaat (T33 shot) was een pantsergranaat met een mondingssnelheid van 823m/s, woog 11 kilogram (projectiel 10.61-10.91kg) en penetreerde ongeveer 188 mm tot op een afstand van honderd meter en 96 mm tot op een afstand van twee kilometer. De M82 granaat (M82 shot) was een pantsergranaat met een ballistische kop (ABCBC, 'Armor-Piercing Capped Ballistic Cap'), woog 11 kilogram (projectiel 10.94kg, totaalgewicht 19.39kg), had een mondingssnelheid van 807-807.72m/s tot 853.44m/s en doorboorde ongeveer 164 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 114 mm tot op een afstand van twee kilometer. Naast de genoemde granaattypes (T33 en M82) kon de M26 Pershing ook nog wolfraammunitie (APCR, 'Armor-Piercing Composite-Rigid') M304/T30E16 afvuren en brisant munitie (M71 shell). De M304/T30E16 munitie woog 7.57-7.6 kilogram (het totaalgewicht van de granaat bedroeg 16.33 kilogram), bereikte een snelheid van plusminus 1018m/s tot 1021m/s en doorboorde ongeveer 191 mm staal tot op een afstand van twee kilometer. Alle granaten waren voorzien van de Case, Cartridge, 90mm, M19. De genoemde muniesoorten waren in staat het frontale Tiger I pantser te doorboren tot op lange afstand. In theorie tot plusminus twee kilometer. De standaardmunitie (T33/M77 en M82) waren beiden zeer geschikt om Duitse tanks uit te schakelen. Uiteraard konden alle Duitse middelzware tanks zoals de Panzerkampfwagen III en IV, die maximaal 50 tot 80mm frontaal staal hadden, tot op lange afstand vernietigd worden. Zelfs de zware Duitse Panzerkampfwagen VI Ausf. B Tiger II was niet ontkwetsbaar voor het 90mm kanon dat in de M26 Pershing was gemonteerd. Zo konden de zijplaten (80-82mm) van de koepel en de romp doorboord worden. Ook het frontale koepelpantser (180-185mm) van de Tiger II kon doorboord worden. Vooral de wolfraam munitie had een kans om dat te bereiken. Met het 90mm M3 kanon van de M26 Pershing tank had Amerikaanse tankmunitie in de Tweede Wereldoorlog haar hoogtepunt bereikt.

Definitielijst

Flak
Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
kaliber
De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ◊15 cm lang.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
massaproductie
Het maken van een grote hoeveelheid van hetzelfde produkt.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


M4A3 Sherman met 76mm kanon.


90mm M82 pantsergranaat.
(Bron: www.theshermantank.com)

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
04-06-2018
Laatst gewijzigd:
07-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.