Keitel, Wilhelm

Geloof in de eindoverwinning, 1944

Keitel bleef geloven in het genie van de Führer en de uiteindelijke eindoverwinning, ook nadat na de slag om Stalingrad de nederlagen aan het Oostfront zich begonnen op te stapelen. Ook na de oorlog bleef hij vasthouden aan zijn geloof in de genialiteit van Hitler. Hij verklaarde dat Hitler veel militaire kennis had en dat hij onmogelijk op een vergissing te betrappen was. In werkelijkheid maakte Hitler talloze militaire fouten. Zijn bevelen om continu stand te houden in 'Festungen' in plaats van zijn legers zich te laten terugtrekken op beter verdedigbaar gebieden zorgden bijvoorbeeld voor talloze onnodige verliezen, zoals tijdens de slag om Stalingrad en tijdens operatie 'Bagration', een offensief van het Rode Leger in juni 1944 in Wit-Rusland.

Nadat de slag om Koersk in juni 1943 was uitgelopen op een catastrofe en Charkov op 23 augustus was heroverd door het Rode Leger begonnen er een aantal Duitse officieren te morren. General der Infanterie Otto Wöhler, bevelhebber van het '8. Armee', schreef een kritisch rapport waarin hij erop aandrong dat de soldaten de ware feiten gepresenteerd kregen over de algehele situatie, in plaats van bestookt te worden met propaganda en mooipraterij. Feldmarschall Erich von Manstein steunde hem hierin, maar Keitel verbood dat er nog gecorrespondeerd zou worden over de kwestie. Alle officieren moesten onvoorwaardelijk blijven vertrouwen op de leiding, in plaats van de nationale wilskracht te verzwakken. Keitel dreigde zelfs een aantal kritische officieren over te dragen aan de Gestapo. Abwehrmedewerker Bernd Gisevius verklaarde tijdens het proces van Neurenberg: "Het is mijn grote wens hier te getuigen dat Feldmarschall Keitel, die zijn officieren had moeten beschermen, hen regelmatig met de Gestapo dreigde. Hij zette deze mannen onder druk."

Na de slag om Stalingrad opperde een aantal generaals onder wie Erich von Manstein, dat Hitler de leiding van de strijd aan het oostfront moest overdragen aan een vertrouweling. Hitler weigerde dit. Volgens Kershaw prefereerde hij de meegaandheid van een Keitel boven de scherp geformuleerde tegenargumenten van iemand als Von Manstein. Generaloberst Heinz Guderian, Inspekteur der Panzertruppen stelde een aantal maanden later (januari 1944) voor om een andere generaal aan de stellen als chef van de generale staf van de Wehrmacht. Daarmee doelde hij ook op een ontslag van Keitel. Het voorstel werd afgewezen door Hitler.

Op 6 juni 1944, de dag van de geallieerde invasie in Normandië, had Major Werner Pluskat van de '352. Division', die was gestationeerd in de sector die door de Amerikanen werd aangeduid als Omaha Beach, telefonisch contact met Keitel. De Chef des OKW vroeg hem wat er aan de hand was. Toen hij antwoord had gekregen, liet Keitel de Führer wekken. Het was intussen al laat in de ochtend. Doordat Hitler zo laat werd gewekt was het eerder niet mogelijk om twee pantserdivisies, die in reserve lagen ten westen van Parijs naar Normandië te sturen. Hiervoor was namelijk de toestemming van de Führer nodig. Toen deze ’s middags alsnog kwam, konden de divisies niet meer op tijd in Normandië zijn om de invasie af te stoppen. Na de invasie van 6 juni 1944 waarschuwde Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt het OKW dat de Wehrmacht niet in staat was om de geallieerde legers in Normandië tegen te houden. Tegen Keitel merkte hij op: "U zou een einde aan de hele oorlog moeten maken." Von Runstedt werd daarop op bevel van Hitler vervangen door Generalfeldmarschall Günther von Kluge.

Ook Joseph Goebbels, de minister van Propaganda, uitte kritiek op de militaire tactiek en de situatie in Duitsland, waar het principe van de Totale Oorlog ondanks zijn toespraak nog niet was doorgevoerd. Hij merkte op dat Hitler iemand nodig had als een Scharnhorst of een Gneisenau (twee beroemde Pruisische bevelhebbers uit de Napoleontische tijd) en geen Keitel en Fromm (Generaloberst Friedrich Fromm was de commandant van het reserveleger). Hitler was het met Goebbels eens dat er zwakke plekken zaten in de organisatie van de Wehrmacht, maar hij weigerde om hen te ontslaan, omdat er volgens hem geen geschikte vervangers waren.

In de ochtend van 20 juli 1944 melde Oberst Claus Schenk Graf von Stauffenberg zich op de Wolfsschanze in Rastenburg bij Generalfeldmarschall Keitel. Van 11:30 tot 12:30 uur had Von Stauffenberg een voorbespreking met de chef van het OKW. ’s Middags zou hij net als Keitel aanwezig zijn bij de vergadering met Adolf Hitler. Alvorens hij daar naar toe ging, vroeg hij waar hij een schoon overhemd kon aantrekken. Keitels adjudant Oberst Ernst John von Freyend wees Von Stauffenberg een ruimte waar hij zich kon opfrissen. De officier gebruikte de afzondering van deze ruimte om een bom in zijn aktetas op scherp te zetten. De regel was dat de officieren, die in het gezelschap van Keitel de vergaderruimte binnenkwamen niet werden gefouilleerd door de lijfwachten van de SS. Von Stauffenberg had geen tijd meer om de ontsteking van de tweede bom te activeren, omdat Von Freyend hem riep voor de vergadering, die was vervroegd vanwege de aankomst van de Italiaanse dictator Benito Mussolini die middag.

Toen Von Stauffenberg de kaartenbarak binnenkwam, zette hij zijn aktetas onder de tafel en mompelde tegen Keitel dat hij een telefoontje moest plegen. Even nadat Von Stauffenberg het vertrek verliet, ontplofte de bom. Zoals bekend mislukte de aanslag echter. Keitel was de enige aanwezige in het vertrek die geen letsel aan de explosie overhield, waarbij twee aanwezigen direct gedood werden. Twee anderen zouden later alsnog overlijden aan hun verwondingen. Toen Hitler weer op de been was, omhelsde de tot tranen geroerde Keitel hem en riep uit: "Mijn Führer, u leeft, u leeft." Al snel kwam de verdenking op Von Stauffenberg te rusten. Keitel nam om 16:00 uur contact op met Fromm, verklaarde dat Hitler nog leefde en vroeg waar de Oberst was. Ook vaardigde hij een order uit aan alle legeronderdelen dat de bevelen van de samenzweerders in de Bendlerstrasse niet mochten worden uitgevoerd.

Na deze aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944 gaf Keitel het bevel tot vervolging van de betrokken Wehrmachtofficieren. Hij was lid van het 'Ehrenhofs des Wehrmacht', dat de bij de aanslag betrokken officieren, onder wie Feldmarschall Erwin von Witzleben, degradeerde en uit de Wehrmacht ontsloeg, zodat zij als burgers konden worden aangeklaagd door het beruchte 'Volksgerichtshof' onder leiding van de 'Bloedrechter' Roland Freisler, waarna zij werden opgehangen. Zelf beweerde Keitel dat hij had gepleit voor clementie voor de gezinnen van de aanslagplegers. Ook verklaarde hij na de oorlog dat hij de vrouw en kinderen van Wilhelm Canaris na diens arrestatie financieel had ondersteund, wat later werd bevestigd door Alfred Jodl. (De voormalige chef van de Abwehr werd in de nasleep van de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944 gearresteerd. Op 9 april 1945 werd hij geëxecuteerd). Hitler zag zich door de aanslag van 20 juli in zijn mening bevestigd dat de Wehrmacht vol zat met verraders en pessimisten.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
Totale Oorlog
Een oorlog waarbij ook de burgerbevolking betrokken is en waarin alles in dienst is gesteld van de oorlogsvoering.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Op 15 juli 1944, bij de Wolfsschanze en vijf dagen voor de aanslag, begroet Hitler een officier. Links op de foto Claus Schenk Graf von Stauffenberg en rechts Wilhelm Keitel.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1984-079-02 / CC-BY-SA 3.0)


Claus Schenk Graf von Stauffenberg (1907-1944).
(Bron: Wikimedia)


Na de aanslag bekijken Martin Bormann, Hermann Göring en Bruno Loerzer de kaartenkamer in de Wolfsschanze.
(Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1972-025-10 / CC-BY-SA 3.0)


Achtergelaten oorlogsmateriaal van het Duitse 9e leger in Witrusland tijdens de operatie 'Bagration' in juli 1944.
(Bron: Wikimedia)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
26-09-2018
Laatst gewijzigd:
28-11-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.