Keitel, Wilhelm

Arrestatie en proces van Neurenberg

Op 13 mei 1945 werd de voormalige Chef des OKW gearresteerd in Flensburg en overgebracht naar Camp Ashcan in Mondorf-les-Bainz in Luxemburg. In augustus 1945 werd hij overgeplaatst naar de gevangenis van Neurenberg. Vanaf mei 1945 begon Keitel met het schrijven van zijn memoires, die dropen van het zelfmedelijden, maar geen blijk gaven van reflectie. Hij verklaarde onder meer: "Ik had (nadat hij gevangen was genomen) helemaal onbewaakt een eind aan mijn leven kunnen maken en niemand had mij tegen kunnen houden, maar het idee kwam niet bij me op, want nooit heb ik kunnen dromen dat er zo’n lijdensweg voor me lag als dit tragische einde in Neurenberg."

De gevangenispsycholoog in Neurenberg, Gustav Gilbert, verklaarde over Keitel dat deze net zo veel ruggengraat had als een kwal . "Hij benadrukte telkens dat hij maar een klein mannetje was dat geen autoriteit had en dat hij feitelijk fungeerde als spreekbuis van Hitler." Keitel smeekte Gilbert en de psychiater Douglas Kelley een keer om hem wat vaker te bezoeken, zodat ze hem morele steun konden geven.

Op 18 oktober 1945 werd Keitel samen met 21 andere hoge Nazi’s aangeklaagd voor het Internationaal Militair Tribunaal (IMT) in Neurenberg, wegens misdaden tegen te vrede, het voeren van een aanvalsoorlog, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het proces begon officieel op 20 november. Op 3, 4 en 5 april 1946 werd Keitel ondervraagd door zijn advocaat Otto Nelte. De redenatie dat hij geen macht had, vormde de kern van zijn verdediging. Alle orders waren rechtstreeks afkomstig van Hitler en hij had geen invloed. Hij nam er wel zijn verantwoordelijkheid voor. Naar eigen zeggen had hij zich tegen veel van de orders van Hitler verzet. Hij deed de opvallende bewering dat volgens hem de Russische krijgsgevangenen veel beter en gunstiger werden behandeld dan conform de instructies van Hitler noodzakelijk was. Het feit dat drie miljoen Russen stierven in Duitse gevangenschap liet hij hierbij onvermeld. Keitel gaf toe dat hij wist van het bestaan van de concentratiekampen, maar hij beweerde niets te weten over de erbarmelijke leefomstandigheden aldaar. Heinrich Himmler zou hem hebben uitgenodigd voor een bezoek aan Dachau, maar dat had hij afgeslagen. Hij zou zich op verzoek van Erich Raeder en Wilhelm Canaris tevergeefs hebben ingezet voor de vrijlating van de pastoor Martin Niemöller. Toen hij tijdens het proces werd geconfronteerd met filmbeelden die in de concentratiekampen waren gemaakt, zei hij zich te schamen omdat hij een Duitser was en moest hij huilen.

Hermann Göring gedroeg zich tijdens de eerste weken van het proces van Neurenberg als een soort maffiabaas die zijn medeverdachten trachtte te beïnvloeden en hen verbood (schuld)bekentenissen af te leggen. Toen Keitel tijdens de lunch opmerkte dat de nederlaag van het Derde Rijk te wijten was aan de fouten van Adolf Hitler werd hem direct de mond gesnoerd door Göring. Om de invloed van Göring af te zwakken, werden de gevangenen gescheiden tijdens de lunch. Keitel dineerde voortaan samen met Hans Frank, Arthur Seyss-Inquart en Frits Sauckel. Jodl en Keitel stoorden zich aan de militaire getuigen Friedrich Paulus en Eric von Lahousen, omdat zij hun officierseer schonden. Op de vraag van zijn advocaat hoe hij zou handelen, mocht hij zich weer in dezelfde positie van tijdens de oorlog bevinden, verklaarde Keitel dat hij liever de dood zou hebben verkozen dan verstrikt te raken in het net van dergelijke verderfelijke methoden.

Wilhelm Keitel, die het uiterlijk had van een echte Pruisische generaal (groot, blond haar en altijd goed gekleed), bleef ook tijdens het proces zijn militaire houding bewaren. Hij zat kaarsrecht in de beklaagdenbank zonder enige uitdrukking op zijn gezicht. Zijn cel hield hij schoon met militaire precisie. Goldensohn beschreef Keitel als een stijve militair, die hunkerde naar goedkeuring. De voormalige Generalfeldmarschall baarde opzien door telkens in de houding te springen als hij door iemand in een geallieerd uniform werd aangesproken. Tijdens het proces en ook daarna trachtten de aangeklaagde generaals een scheiding aan te brengen tussen de gewone Duitse soldaten, die zich alleen zouden hebben bezig gehouden met een verbitterde strijd tegen een meedogenloze vijand en de leden van de SS, die alle misdaden zouden hebben gepleegd. Keitel verklaarde openlijk : "Geen enkele Duitse soldaat of officier dacht ooit aan het doden van vrouwen en kinderen."[1] Dit was een aantoonbaar onjuiste bewering. De bewijsstukken spraken over talloze massaslachtingen aangericht door de leden van de Wehrmacht. Ook waren er vele misdaden uitgevoerd op basis van het eerder genoemde Kommissarbefehl en het Kommandobefehl. Later verklaarde Keitel tegenover de gevangenispsychiater Kelley dat hij zich schaamde voor de misdaden die door het Duitse leger waren gepleegd.

Op 31 augustus 1946 droeg Keitel, evenals zijn medeverdachten, zijn slotverklaring voor. Deze bestond grotendeels uit weerleggingen van zijn kant van de beweringen van de aanklagers. Hij wilde nogmaals duidelijk maken, dat hij geen bevelen kon uitvaardigen en dat hij de Wehrmacht niet had overgedragen aan de partij. Uit de laatste woorden van zijn slotverklaring spreekt wel enig schuldbesef: "Ik geloofde, maar ik dwaalde en ik was niet in een positie om te voorkomen wat voorkomen had moeten worden. Dat is mijn schuld. Het is tragisch mij te moeten realiseren, dat het beste dat ik als soldaat had te geven, gehoorzaamheid en trouw, gebruikt werd voor doeleinden die toen niet herkend konden worden en dat ik niet zag dat er zelfs voor een soldaat een grens is aan de uitvoering van zijn plicht." Keitel zou een nog explicietere schuldbekentenis hebben willen doen, maar dit zou hem zijn verboden door Göring.

Keitels verdediging gaf hem geen profijt. Bevelen van hoger hand konden op grond van artikel 8 van het Handvest van het IMT niet dienen als een geldige verdediging en ook niet als verzachtende omstandigheid. In het vonnis van Keitel werd opgemerkt: "Orders van hogerhand kunnen zelfs voor een soldaat niet als verzachtende omstandigheid dienen wanneer er bewust, meedogenloos en zonder militair excuus of rechtvaardiging misdaden van een zo schokkende en veelomvattende aard zijn gepleegd."

Op 30 september en 1 oktober 1946 werden de vonnissen uitgesproken. Het tribunaal liet zich eerst uit over de schuld van de verdachten. Keitel was aangeklaagd op de punten:

• Samenzwering tot het voeren van een aanvalsoorlog, ofwel misdaden tegen de vrede;
• Het voeren van een aanvalsoorlog;
• Oorlogsmisdaden;
• Misdaden tegen de menselijkheid;

Hij werd op alle vier de punten van de aanklacht schuldig verklaart. Op 1 oktober 1946 werd zijn straf bekend gemaakt: dood door ophanging.

Keitel vroeg aan zijn advocaat een gratieverzoek aan de Geallieerde Controleraad voor Duitsland te richten. Zijn voornaamste verzoek was of de executie door middel van een vuurpeloton zou kunnen worden voltrokken. Keitel verklaarde in dit verzoek onder meer: "...dat mijn schuld voortvloeide uit plichtsbesef, wat door alle legers ter wereld als een essentieel, juist en fundamenteel kenmerk van een goed soldaat wordt gezien." Het verzoek van Keitel werd afgewezen. Keitel wachtte zijn vonnis gedwee af. Hij vroeg de gevangenisarts om zijn tabaksrantsoen aan iemand anders, die rookte, te geven . Hij verklaarde dat de dood voor hem de enige redding was.

In de vroege ochtend van 16 oktober 1946 werd het vonnis voltrokken. Wilhelm Keitel was de tweede, die naar het schavot werd geleid, na minister van Buitenlandse Zaken Joachim Von Ribbentrop. Zijn laatste woorden waren: "Ik smeek de almachtige medelijden te hebben met het Duitse volk. Meer dan twee miljoen Duitse soldaten zijn voor hun vaderland de dood ingegaan. Ik kom mijn zonen na, alles voor Duitsland." Hij wist op dat moment niet dat zijn zoon Ernst-Wilhelm nog leefde en zich in Russische krijgsgevangenschap bevond. In 1955 zou hij vrij worden gelaten. De executie van Keitel verliep niet geheel vlekkeloos. Doordat de beul John Woods de strop niet goed had aangelegd en het touw te kort was, stierf Keitel niet door een gebroken nek, wat gebruikelijk is bij ophanging, maar door verstikking. Zijn doodsstrijd duurde meer dan 20 minuten.

Noten

  1. Internationaal Militair Tribunaal, verhoor Wilhelm Keitel 4 (pag. 1), 06-04-1946

Definitielijst

Ashcan
De codenaam voor het Amerikaanse detentiekamp voor nazi-functionarissen met een hoge rang in Mondorf-les-Bains in Luxemburg
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De in Flensburg gearresteerde regering in 'Camp Ascan' in Luxemburg. Recht onder de witte stip staat Wilhelm Keitel.
(Bron: Wikimedia)


Het officiële detentierapport van Wilhelm Keitel d.d 22 juni 1945.
(Bron: Wikimedia)


Aangeklaagde Wilhelm Keitel op 24 november 1945 gefotografeerd in zijn cel tijdens het Internationaal Militair Tribunaal (IMT) Neurenberg.
(Bron: Wikimedia)

Bekijk video
Bekijk video

Wilhelm Keitels laatste woorden op 31 augustus 1946 tijdens het Internationaal Militair Tribunaal (IMT) Neurenberg.
(Bron: YouTube)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
26-09-2018
Laatst gewijzigd:
28-11-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.