Fins-Russische Winteroorlog 1939-1940

Russische doorbraak

De mislukking van het eerste offensief in december had de Sovjetlegerleiding doen inzien dat alleen een uitstekend voorbereide aanval op de Finse verdedigingslinies kans van slagen zou hebben. De hergroepering van het Rode Leger begon op 26 december, toen het 13e Leger onder leiding van legercommandant 2e klas Grendal werd gevormd, dat plaats moest nemen op de rechterflank van het 7e Leger. Op 28 december werden nieuwe operationele orders uitgegeven. Massale frontale aanvallen mochten niet meer plaatsvinden. In de plaats daarvan moesten stap voor stap de doelen worden bereikt, maar niet voordat de artillerie de Finse fortificaties had vernietigd. Een maand lang werd besteed aan realistische gevechtstraining, waarin de aanvallen op de bunkers werden geoefend en waarin speciale aandacht werd besteed aan de samenwerking tussen infanterie, tanks en artillerie.

Wijzigingen in de bevelvoering
Volkscommissaris van Defensie maarschalk Kliment E. Voroshilov en de bevelhebber van het Militaire District Leningrad Kirill A. Meretskov hadden duidelijk gefaald in het bereiken van de voorafgestelde doelen. Zij waren beiden niet in staat gebleken de grootschalige operaties op een doelmatige wijze te coŲrdineren. Legercommandant 1e klas Semyon K. Timoshenko werd op 7 januari 1940 benoemd tot bevelhebber van het nieuw gevormde Noordwestelijk Front, hetgeen alle troepen omvatte die op de Karelische landengte werden ingezet. Meretskov werd benoemd tot commandant van het 7e Leger en Voroshilov werd teruggeroepen naar Moskou. Enkele lagere bevelhebbers en stafofficieren kwamen er minder gelukkig vanaf en werden op persoonlijk bevel van Stalin geŽxecuteerd. De troepen ten noorden van het Ladogameer werden allen ondergebracht in het Noordelijk Front onder leiding van legercommandant 2e klas Shtern, die bij Khalkin Gol in de zomer van 1939 bewezen had een uitstekende commandant te zijn. Samen met Timoshenko en Shtern werden aanzienlijke versterkingen aangevoerd om op de Karelische landengte een beslissende doorbraak te kunnen forceren.

Genadeloze bombardementen
De gevechtshandelingen op de landengte werden hervat op 15 januari. Een gigantische hoeveelheid aan artilleriestukken werd ontplooid om de Finse stellingen te bestoken en de Sovjetluchtmacht verhevigde zijn bombardementen op de fortificaties van de Mannerheimlinie. Bunkers lagen de hele dag onder vuur en werden letterlijk ontworteld door de constante beschietingen en bombardementen. De Finnen hadden het voordeel dat het aantal uren daglicht beperkt was, waardoor zij 's nachts in staat waren de bunkers weer op te lappen. Dat nam niet weg dat de vermoeidheid toenam en dat er onder de Finse strijdkrachten aanzienlijke verliezen werden geleden.

Achter de linies verzamelde zich een gigantische troepenmacht voor de bestorming van de Mannerheimlinie. Honderdduizenden manschappen en duizenden tanks en gevechtsvliegtuigen werden aangevoerd voor de grote doorbraak in de richting van Viipuri.

Op 1 februari begon het Rode Leger met verkenningsaanvallen. Tegenover de gigantische troepenmacht hadden de Finnen maar zes divisies staan. Twee divisies waren opgesteld langs de Woeoksi en vier tussen de Woeoksi en de Finse Golf. De uiterst belangrijke 3e Divisie werd ontplooid bij Summa. Carl Mannerheim had drie divisies in reserve, waarvan ťťn ervaren, en twee nauwelijks geoefend. De reserves werkten aan het gereedmaken van twee nieuwe verdedigingslinies, de 'tussenliggende linie' en de 'achterste linie'. Maar deze linies bestonden slechts uit loopgraven en hier en daar enkele tankhindernissen en prikkeldraadversperringen. Ze waren nog verre van voltooid toen de gevechten werden hervat.

Grendal had met zijn 13e Leger de beschikking over negen divisies fuseliers, een tankbrigade en twee tankbataljons. Het moest aanvallen tussen het Muolaanjšrvimeer en de Woeoksi, waarbij vijf van de negen divisies fuseliers en de tankbrigade werden ingezet. Het doel van de aanval was de lijn Kškisalmi-Antrea, een heel eind achter de Finse 'achterste linie'. Meretskovs 7e Leger bestond uit twaalf divisies fuseliers, vijf tankbrigades en twee tankbataljons. Meretskov kreeg de opdracht om in de Summa-sector aan te vallen en had als doel de lijn Viipuri-Antrea te bereiken. Een speciale groep van drie divisies fuseliers en een tankbrigade werd achtergehouden om na de doorbraak over het ijs naar de Finse Golf op te rukken ten westen van Viipuri om daar de westelijke flank van de 'achterste linie' te bestoken.

Begin van het offensief
De inleidende fases van de aanvallen begonnen op 1 februari. De Sovjets gebruikten tegen de Summa-sector maar liefst 400 kanonnen om de verdediging te bestoken, waarna de infanterie en tanks tegelijk werden ingezet tegen de Finse verdedigers. De Sovjetluchtmacht ondersteunde de aanvallen met bommentapijten op de Finse loopgraven. De aanvallers concentreerden zich op de bunkers die ze ťťn voor ťťn wisten uit te schakelen. Deze strijd, die voor de Finnen ontzettend vermoeiend was, duurde drie dagen. Daarna volgde een gevechtpauze van 24 uur, waarna de aanvallen weer drie dagen duurden.

Op 9 februari kwam er weer een rustperiode in de gevechtshandelingen waarvan de Finnen gebruik maakten om een bataljon bij Summa af te lossen. Deze eenheid was echter onervaren en werd dan ook op 11 februari vernietigd door de 123e Divisie Fuseliers. De Sovjets braken door en overrompelden de Finse achterhoede bij Summa. De bevelhebber van het IIe Legerkorps gaf opdracht voor de lancering van enkele tegenaanvallen, maar toen duidelijk werd dat deze geen effect hadden vroeg ÷hquist toestemming om terug te trekken naar de 'tussenliggende linie'. Op 15 februari verkreeg ÷hquist van Carl Mannerheim deze toestemming. Zo was na twee weken van zware strijd de Mannerheimlinie op deze cruciale sector doorbroken. In de andere sectoren werden de Sovjetaanvallen met grote moeite afgeslagen.

De doorbraak bij Summa vormde vanuit militair oogpunt gezien het keerpunt in de Winteroorlog. De Finse verdedigingslinies vertoonden gebreken en de vermoeidheid van de strijdkrachten begon zijn tol te eisen. De reserves waren onervaren en er heerste een groot gebrek aan munitie.

Vechtend terugtrekken
Het terugtrekken op de 'tussenliggende linie' was op 17 februari met succes voltooid. De Mannerheimlinie was van de Finse Golf tot de Woeoksi ontruimd. De Sovjets waren er echter nog diezelfde dag in geslaagd om ook door de 'tussenliggende linie' te breken. ÷hquist vroeg om een verdere terugtrekking tot de 'achterste linie', maar Mannerheim verklaarde dat de Finse troepen moesten volhouden omdat er vredesonderhandelingen gaande waren en hij wilde zo weinig mogelijk terrein prijsgeven.

Op 19 februari reorganiseerde Mannerheim de Finse bevelvoering. Generaal Hugo ÷sterman werd op eigen verzoek ontheven uit zijn functie en het bevel over het Karelische Leger werd overgenomen door generaal Axel Heinrichs. Deze liet het bevel over het IIIe Legerkorps op zijn beurt weer over aan Talvela, de overwinnaar van Tolvajšrvi.

De Sovjetdruk op de 'tussenliggende linie' duurde voort tot 21 februari, waarna Timoshenko de opdracht gaf voor een hergroepering. Op aandringen van ÷hquist en Heinrichs werden inmiddels plannen gemaakt om ook de 'tussenliggende linie' te ontruimen.

Op 25 februari bezweek het Finse 13e Infanterieregiment, dat sinds 11 februari voortdurend bij zware gevechten betrokken was geweest. Er waren veel slachtoffers gevallen en de compagnieŽn waren gedecimeerd tot maar 40 tot 50 man. De volgende morgen lanceerde ÷hquist een tegenaanval, waarbij hij gebruik maakte van de vijftien tanks die het Finse leger rijk was. De Vickers-tank bleek echter waardeloos in het besneeuwde terrein. Meer dan de helft van de tanks werd vernietigd en de rest bleef steken in de sneeuw. De tegenaanval werd dus een fiasco en op 27 februari werd Mannerheim dan ook gedwongen het bevel te geven voor de ontruiming van de 'tussenliggende linie'.

De laatste verdedigingslinie
De 'achterste linie', de laatste gereedgemaakte verdedigingslinie, liep voor Viipuri langs en zwenkte vervolgens af naar het noordoosten naar de rivier de Woeoksi. In potentie was het een sterke linie vanwege het rotsachtige terrein dat slecht begaanbaar was voor tanks. Een deel van de linie kon onder water worden gezet. Het zwakste gedeelte van de 'achterste linie' lag bij Tali. Daar was een strook tamelijk open terrein, dat slechts gedeeltelijk geÔnundeerd kon worden. De linie had geen betonnen bunkers, maar de schuttersputten en tankversperringen waren wel zo goed als voltooid. De Sovjets bereikten de linie tussen 29 februari en 2 maart.

De Sovjets hadden hun plan al klaar. Ze waren van plan langs beide zijden van Viipuri op te rukken. De zuidelijke opmars moest over het ijs van de Finse Golf plaatsvinden in westelijke richting en de andere zou in oostelijke richting worden ingezet naar Tali. Een derde aanval moest een overgang over de Woeoksi forceren bij Vuosalmi, waar de linie aanleunde tegen de stellingen van het IIIe Legerkorps. Als deze aanvallen zouden slagen, zou het IIIe Legerkorps omsingeld worden. Het Finse opperbevel was zich terdege bewust van het gevaar dat zou ontstaan indien de Sovjets over het ijs zouden oprukken. De Finnen namen voorzorgsmaatregelen door het ijs op verschillende plaatsen op te blazen, maar het vroor zo hard, dat de gaten spoedig weer dichtvroren. Bovendien hadden de Finnen geen plannen klaar voor de verdediging van de kustlijn ten westen van Viipuri. Een nieuw front, de kustsector, werd op 28 februari in allerijl gevormd en er werd een hele divisie voor aangewezen. Dat gebied lag vol eilanden en de kust bestond uit rotsachtige vooruitstekende punten en diepe inhammen. Als er voldoende tijd van tevoren met de voorbereiding was begonnen, had het gebied naar alle waarschijnlijkheid zonder al te veel moeite verdedigd kunnen worden. De Finnen waren echter te laat en werden gehinderd door vervoersmoeilijkheden en de belangrijke hoofdweg tussen Helsinki en Viipuri liep bovendien gevaarlijk dicht langs de kust.

Over het ijs
De Sovjetopmars over het ijs werd opnieuw met een grote meedogenloosheid uitgevoerd. Alleen lichte tanks van het type T-26 en BT-7 konden zich op het ijs wagen. De tanks ondersteunden de oprukkende stoottroepen die over het ijs trokken en aan land gingen. Op 4 maart werd er een sterk bruggenhoofd gevormd bij Vilajoki. Daar waren enkele tanks er in geslaagd aan land te gaan en de Finse tegenaanvallen af te slaan.

Op 4 maart lag de weg van Helsinki naar Viipuri zwaar onder vuur. Het Finse opperbevel liet alle beschikbare versterkingen aanrukken en verdeelde de kustsector in twee stukken, waarbij het bruggehoofd de scheiding tussen de twee stukken vormde. Maar intussen naderde een verse Sovjetdivisie over het ijs. Deze operaties op de Sovjetlinkerflank waren uiterst riskant, want een plotselinge temperatuurstijging had kunnen leiden tot een catastrofe. Maar de temperatuur steeg niet, waardoor het grootste gedeelte van de Finse reserve werd vastgepind in de kustsector. Daardoor hadden de Finnen te weinig troepen beschikbaar voor de verdediging van de voornaamste posities bij Viipuri.

Op de landengte zelf bereikten de Sovjetstrijdkrachten op 3 maart de omgeving van Viipuri. Er werd onmiddellijk een aanval ingezet tegen de Finse 3e en 5e Divisie die de sector rondom de stad verdedigden. Op 5 maart begon ÷hquist zich af te vragen hoe lang de 'achterste linie' het nog vol zou kunnen houden. Een algemene terugtocht zou niet mogelijk zijn totdat het IIIe Legerkorps zijn stellingen langs de Woeoksi had ontruimd, anders zou het volkomen ingesloten en vernietigd worden. Maar bij Viipuri was de druk zo hoog dat de Finnen tot het inzicht kwamen dat de stad wellicht prijsgegeven zou moeten worden.

Doorbraak in de Tali-sector
Ten noordoosten van Viipuri lag de belangrijke sector bij Tali, die verdedigd werd door de 23e Divisie, een eenheid die bij het uitbreken van de oorlog uit reservisten was gevormd. In dit gebied hadden de Finnen de inundatie in werking gezet, maar door de vrieskou bevroor het ondergelopen terrein vrijwel onmiddelijk en op 5 maart rukte de Sovjet-infanterie op over het ijs. De gevechtskracht van de 23e Divisie was ver beneden peil en op 9 maart was een Sovjeteenheid over het geÔnundeerde gebied doorgedrongen in de achterhoede van de onervaren 23e Divisie. De Finse manschappen waren gedemoraliseerd door geruchten over Sovjettanks, wat tot gevolg had dat ze hun stellingen in de steek lieten en op de vlucht sloegen. De Sovjets trokken daarna langzaam op in westelijke richting totdat op 12 maart na een week van verbitterde gevechten een gevechtspauze werd ingelast. De Sovjet-infanterie was te ver vooruit geraakt op de artillerie en de bevoorrading, die te kampen had met de inundatie en de nodige maatregelen moest nemen.

Maar het was duidelijk dat de 23e Divisie toen al niet meer in staat was de opmars te stuiten. Het tekort aan artilleriemunitie en anti tankwapens was niet groter dan bij andere Finse eenheden, maar de wil om te vechten ontbrak bij de onervaren manschappen. Op 13 maart braken de Sovjets dan ook door de 'achterste linie' in de sector bij Tali.

Maar ook bij de Sovjets was niet alles van een leien dakje gegaan. Op de rechterflank hadden de prestaties van het 13e Leger niet aan de verwachtingen voldaan. Het offensief op 21 december tegen de 'tussenliggende linie' was volkomen mislukt en had veel slachtoffers geŽist. Op 2 maart werd de bevelhebber van het 13e Leger Grendal dan ook uit zijn functie ontheven. Na de Finse terugtocht van de 'tussenliggende linie' naar de 'achterste linie', kwamen de troepen van het 13e Leger aan de oevers van de Woeoksi te staan bij Vuosalmi. De Finse stellingen op dit punt waren zwak en de rivier was bevroren. De grond was zo hard bevroren dat het onmogelijk was schuttersputten en loopgraven aan te leggen. Op 2 maart was het duidelijk dat de Sovjets voorbereidingen aan het treffen waren om een overtocht te forceren. Het Finse opperbevel liet de 21e Divisie ter versterking aanrukken, net als de 23e Divisie gevormd uit reservisten. Maar tegen dat de 21e Divisie op 7 maart de stellingen had bereikt, waren de Sovjets er al in geslaagd vaste voet te krijgen op de zuidwestelijke oever. Op 13 maart was de druk in de sector bij Vuosalmi zo groot dat het IIIe Legerkorps gedwongen werd de stellingen aan de Woeoksi te verlaten en zich in westelijke richting terug te trekken.

De militaire situatie op 13 maart
In het algemeen was de militaire situatie op 13 maart als volgt. Het Sovjetoffensief op de landengte bleef onverminderd voortduren en het Rode Leger zou zijn aanvallen hebben voortgezet, tenminste totdat de lijn Viipuri-Antrea-Kškisalmi was bereikt. Bovendien stonden de Sovjets gereed om het offensief tegen het IVe Legerkorps ten noorden van het Ladogameer te hervatten. De 168e Divisie Fuseliers was inmiddels al uit zijn omsingeling verlost door versterkingen die door het Noordelijk Front waren aangevoerd.

Aan Finse zijde was de gehele strijdmacht bij de strijd betrokken en sommige eenheden waren zo uitgeput dat ze aan gevechtswaarde begonnen te verliezen. Versterking zou alleen maar te verkrijgen zijn geweest door de operaties in het noorden te beŽindigen en dat zou vele dagen tijd gekost hebben terwijl ook de troepen, die daardoor vrijgekomen zouden zijn, uitgeput waren. Het scheen duidelijk te zijn, dat de Finnen Viipuri binnen enkele dagen zouden hebben moeten ontruimen om zich terug te trekken op een lijn, die liep van de Finse Golf naar Vilajoki, het Saimameer en het Ladogameer.

Een dergelijke manier van doen zou twee grote risico's opleveren. Als de Sovjets kans zagen hun bruggenhoofd bij Vilajoki te versterken en de Finnen er niet in slaagden hen hieruit te verdrijven, zou de nieuwe linie gevaar lopen doorbroken te worden. Ten tweede waren de Finse soldaten zo gedemoraliseerd en uitgeput, dat een terugtocht gemakkelijk in een chaotische vlucht had kunnen ontaarden. Maar de Sovjets hielden zich aan het principe dat door Timoshenko in december was bevolen: stap voor stap terrein winnen. Misschien hadden de Finnen het kunnen volhouden tot aan de lentedooi, maar er was een ontstellend gebrek aan manschappen, artillerie, anti-tankwapens en munitie. Tegen de achtergrond van deze militaire vooruitzichten moet men het besluit zien om met de Sovjets vrede te sluiten.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
inundatie
Het met opzet onder water zetten van land met als doel de opmars van de vijand te verhinderen of te vertragen.
Khalkin Gol
Gebied waar in 1938 een door de Russen gewonnen grensoorlog tegen Japan werd gevoerd.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Volkscommissaris
In de Sovjetunie een minister.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Kaart van de Russische offensieve operaties op de Karelische Landengte in februari/maart 1940


Finse soldaten in loopgraven. Uiteindelijk eiste het gebrek aan getrainde manschappen zijn tol en werd Finland op de knieŽn gedwongen


Het Rode Leger zette een gigantisch aantal artilleriestukken in om de bunkers van de Mannerheimlinie letterlijk te ontwortelen

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
03-05-2003
Laatst gewijzigd:
08-03-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.