Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie

De gevechten in de OekraÔne

Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt, de commandant van Heeresgruppe SŁd had de meest ambitieuze opdracht van de drie legergroepen. Heeresgruppe SŁd opereerde ten zuiden van de Pripjatmoerassen, terwijl de voornaamste machtsconcentratie (Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Mitte met drie van de vier pantsergroepen) zich ten noorden daarvan bevond. Von Rundstedt's legergroep was verdeeld in twee vleugels. De noordelijke vleugel die opereerde vanuit het zuidoosten van het Generaalgouvernement (het in 1939 door de Duitsers bezette Polen) bestond uit twee legers en een pantsergroep, in totaal 34 divisies. De zuidelijke vleugel die de sector omvatte van de Karpaten tot aan de Zwarte Zee bestond slechts uit de 11. Armee onder leiding van Generaloberst Eugen Ritter von Schobert (acht divisies). Er waren ook twee Roemeense legers (het Derde en het Vierde), maar deze waren slecht uitgerust en qua gevechtskwaliteit niet te vergelijken met een Duits veldleger. De zuidelijke vleugel kreeg de benaming Heeresgruppe Antonescu, omdat deze onder commando stond van de Roemeense dictator maarschalk Ion Antonescu.

De taken werden als volgt verdeeld: De 6. Armee onder leiding van Generalfeldmarschall Walther von Reichenau moest een bres slaan in de Sovjetverdedigingslinie, waardoorheen de Panzergruppe 1, aangevoerd door Generaloberst Ewald von Kleist, snel moest oprukken, eerst in de richting van de Dnjepr ten zuiden van Kiev, waarna het zuidwaarts langs de rivieroever achter het Russische Zuidwestelijk Front moest doorstoten naar de Zwarte Zee. De 17. Armee onder commando van General der Infanterie Carl-Heinrich von StŁlpnagel moest oprukken naar Vinnitsa en dan zijn weg oost- of zuidoostwaarts vervolgen om Panzergruppe 1 te ontmoeten. Het resultaat dat men hiervan verwachtte, was de vernietiging van het gehele vijandelijke Zuidwestelijk Front ten westen van de Dnjepr en de verovering van het noordwestelijke deel van de OekraÔne tot aan de rivier.

In het zuiden moest Heeresgruppe Antonescu de olievelden van Ploiesti bewaken, de noordelijke vleugel beschermen tegen een eventuele Sovjetpoging haar te omtrekken en vervolgens meehelpen het verwachte succes uit te buiten door naar het oosten op te rukken, daarbij het Zuidelijke Front te vernietigen en het zuidwestelijke deel van de OekraÔne te veroveren. Zo zou de gehele OekraÔne ten westen van de Dnjepr (het gebied dat in Oost-Europa bekend staat als de 'rechteroever-OekraÔne') in Duitse handen moeten vallen.

De militaire districten Kiev en Odessa
Het Militaire District Kiev, op de dag van de Duitse invasie omgedoopt in Zuidwestelijk Front, was de krachtigste Sovjettroepenmacht aan de westelijke grenzen. Bevelhebber kolonel-generaal Mikhail P. Kirponos beschikte over vier legers, acht gemechaniseerde korpsen en een luchtlandingskorps. Van noord naar zuid waren langs de grens opgesteld: Luitenant-generaal M.I. Potapov's 5e Leger, luitenant-generaal N.I. Musichenko's 6e Leger, luitenant-generaal F.I. Kostenko's 26e Leger en luitenant-generaal P.G. Ponedelin's 12e Leger. Deze legers vormden het eerste verdedigingsechelon. Het 5e Leger werd ondersteund door majoor-generaal Konstantin K. Rokossovsky's 9e Gemechaniseerde Korps en het 22e Gemechaniseerde Korps onder leiding van majoor-generaal S.I. Kondrusev. Het 6e Leger werd bijgestaan door het goed uitgeruste 4e Gemechaniseerde Korps onder commando van majoor-generaal Andrei A. Vlasov en door majoor-generaal I.I. Karpezo's 15e Gemechaniseerde Korps. Het 26e en het 12e Leger kregen respectievelijk komdiv A.D. Sokolov's 16e Gemechaniseerde Korps en luitenant-generaal D.I. Ryabishev's 8e Gemechaniseerde Korps toegewezen.

De Generale Staf had kolonel-generaal M.P. Kirponos aanzienlijke reserves toegewezen, waaronder majoor-generaal N.V. Feklenko's 19e Gemechaniseerde Korps en majoor-generaal V.I. Chistiakov's 24e Gemechaniseerde Korps. Enkele dagen voor het begin van Operatie Barbarossa begonnen de eerste eenheden van luitenant-generaal M.F. Lukin's 16e Leger en luitenant-generaal Ivan S. Konev's 19e Leger te arriveren bij de oevers van de Dnjepr. Deze twee legers moesten worden aangevoerd uit het achterland en waren ten tijde van de Duitse aanval verre van geheel gemobiliseerd. Deze strijdkrachten moesten het tweede verdedigingsechelon gaan vormen.

In tegenstelling tot het Baltische en het Westelijke militaire district had Mikhail P. Kirponos in zijn noordelijke sector een diep geŽchelonneerde verdediging gecreŽerd. In de week voorafgaand aan de Duitse invasie had Kirponos er op eigen initiatief voor gezorgd dat zijn grenstroepen extra waakzaam waren, door middel van het vormen van een samenwerkingsverband met NKVD-eenheden. Bovendien waren de verbindingen in een veel betere conditie dan elders aan frontlinie. Aan de vooravond van de Duitse invasie bevond de oplettende M.P. Kirponos zich in zijn commandopost, klaar om de Duitse invasie op te vangen.

Ten zuiden van het Militaire District Kiev was het Militaire District Odessa gelegen, dat de verdediging van de grens met RoemeniŽ voor haar rekening nam. Hoewel Heeresgruppe Antonescu niet aanviel op 22 juni was het Militaire District Odessa, net zoals zijn noorderbuur in opperste staat van paraatheid, ondanks dat bevelhebber kolonel-generaal I.V. Tyulenev in het weekend van de Duitse aanval in Moskou verbleef. Dit was te danken aan het oplettende optreden van stafchef majoor-generaal M.V. Zakharov. Het Militaire District Odessa werd pas op 25 juni geactiveerd als Zuidelijk Front en was samengesteld uit kolonel-generaal I.T. Cherevichenko's 9e Leger en luitenant-generaal A.K. Smirnov's 18e Leger. Het 2e Gemechaniseerde Korps onder bevel van luitenant-generaal I.V. Novoselsky ondersteunde deze twee legers.

De Duitse invasie
In de vroege morgen van 22 juni raasden de voorste eenheden van Ewald von Kleist's Panzergruppe 1 oostwaarts en wisten enkele overgangen over de Westelijke Bug ongeschonden in handen te krijgen. Hoewel de grensposten beter bemand waren dan in het gebied ten noorden van de Pripjatmoerassen wisten de Duitsers deze te omsingelen, maar het duurde wel drie dagen totdat deze geheel waren vernietigd. Op de scheidslijn tussen het 5e en het 6e Leger sloeg de Panzergruppe 1 genadeloos toe. In navolging van NKO Directief nr. 3 ging kolonel-generaal Kirponos aan de slag met het uitwerken van de plannen voor een gigantisch tegenoffensief. Vanuit Moskou werd chef van de Generale Staf legergeneraal Georgy K. Zhukov naar het hoofdkwartier van het Zuidwestelijk Front gestuurd om kolonel-generaal Kirponos bij te staan in het coŲrdineren van de tegenaanval. De gemechaniseerde korpsen in het achterland werd opdracht gegeven startposities te bemannen en voorbereidingen te treffen voor het geplande tegenoffensief.

Inmiddels had Panzergruppe 1 en Walther von Reichenau's 6. Armee op de tweede dag van de Duitse invasie een bres van meer dan 50 kilometer breed geslagen in de Sovjetverdediging, waardoorheen Eberhard von Mackensen's III. Armeekorps (13. Panzerdivision en 14. Panzerdivision) en Werner Kempf's XLVIII. Panzerkorps in rap tempo oprukten in de richting van Dubno. Ten zuiden hiervan stuitte Von StŁlpnagel's 17. Armee op een vastberaden Sovjetverdediging ten westen van Lvov (Lemberg), maar wist toch een bres te slaan tussen het 6e en het 26e Leger. Kirponos besloot om het 15e Gemechaniseerde Korps in de strijd te werpen om de Duitse voorhoede een halt toe te roepen. Doordat er onvoldoende tijd was zich degelijk voor te bereiden, werd het 15e Gemechaniseerde Korps op 23 juni gedwongen zijn troepen in kleine gedeelten tegelijk in te zetten, waardoor de tegenaanvallen gemakkelijk door de Duitse infanterie konden worden afgeslagen. De 11. PanzerdivisionXLVIII. Panzerkorps slaagde er in 60 kilpometer door te dringen in de Sovjetverdediging. Een dag later ging het 22e Gemechaniseerde Korps over tot de tegenaanval. Ten oosten van Vladimir-Volinski kwam het tot een treffen tussen de voorhoede van Von Mackensen's III. Korps (elementen van de 13. en 14. Panzerdivision) en de 215e Gemotoriseerde Divisie en de 19e Tankdivisie. Het 22e Gemechaniseerde Korps werd met behulp van de Luftwaffe gedecimeerd en de Duitsers slaagden er in de buitenwijken van Lutsk te bereiken. Hier ontstonden opnieuw zware gevechten en het duurde tot 26 juni voordat Lutsk geheel in Duitse handen was, terwijl de 11. Panzerdivision zonder noemenswaardige tegenstand Dubno innam.

Op 26 juni was de Panzergruppe 1 in een ideale uitgangspositie beland om door te stoten naar Kiev, het politieke en industriŽle centrum van de OekraÔne. Inmiddels had Mikhail P. Kirponos echter voldoende troepen verzameld voor het lanceren van een groot tegenoffensief. Op aandringen van chef van de Generale Staf legergeneraal Georgy K. Zhukov gaf Kirponos het 19e en het 9e Gemechaniseerde Korps de opdracht de Duitse voorhoede bij Dubno en Lutsk aan te vallen. De beide korpsen waren echter zwaar onderbemand. Luitenant-generaal M.I. Potapov, de bevelhebber van het 5e Leger, kreeg de supervisie over de tegenaanval die vanuit Rovno in westwaartse richting moest worden ingezet. Zijn staf was echter onervaren, de verbindingen waren deels verbroken en er was nauwelijks luchtsteun voorhanden. Verder naar het zuiden moest het 15e en het 8e Gemechaniseerde Korps de Duitsers in de rechterflank aanvallen, eveneens in de richting van Dubno. Deze twee korpsen waren eveneens zwaar onderbemand. Het krachtige 4e Gemechaniseerde Korps, aangevoerd door Andrei A. Vlasov, bevond zich nog te ver naar het oosten om op tijd aanwezig te zijn om aan het tegenoffensief deel te nemen.

De tankslag bij Dubno
Ondanks alle problemen begon op 26 juni de tegenaanval ten noorden en zuiden van Dubno, waardoor een tankslag ontstond van een tot dan toe ongekende schaal, waarbij meer dan 2.000 tanks waren betrokken. Aanvankelijk boekten het 8e en het 15e Gemechaniseerde Korps succes door de 57. Infanteriedivision in de flank aan te vallen en 10 kilometer terug te werpen. Diezelfde avond gaf legergeneraal G.K. Zhukov het 8e Gemechaniseerde Korps de opdracht door te stoten naar Dubno, waar het echter op een vastberaden verdedigingsschild stuitte van de 16. Panzerdivision. De volgende dag probeerde de 34e Tankdivisie het nogmaals, maar opnieuw zonder de gewenste resultaten. Duitse artillerie en duikbommenwerpers konden ongestoord het 8e Gemechaniseerde Korps blijven bestoken en door de superieure Duitse tactieken werd het 8e Gemechaniseerde Korps omsingeld en vernietigd. Het 15e Gemechaniseerde Korps werd eveneens verpulverd door vernietigende luchtaanvallen en bij een uitwijkactie liep het 15e Gemechaniseerde Korps vast in een moeras, waardoor het merendeel van de voertuigen en tanks achtergelaten moest worden.

Ten noorden van Dubno probeerde het 19e Gemechaniseerde Korps op 26 juni eveneens op te rukken naar Dubno. De 11. Panzerdivision en de 13. Panzerdivision gingen over tot de tegenaanval en wierpen de 40e en de 43e Tankdivisie terug naar Rovno. Verder naar het zuiden viel majoor-generaal Konstantin K. Rokossovsky's 9e Gemechaniseerde Korps eveneens aan in de richting van Dubno. De verbindingen met het 19e Gemechaniseerde Korps werden echter verbroken en de verliezen onder de lichte tanks (T-26 en BT-7) waren extreem hoog. Na het mislukken van deze tegenaanval kreeg Rokossovsky de volgende dag de opdracht zijn tegenaanval te hernieuwen, maar in de plaats daarvan besloot hij verdedigende stellingen in te nemen en de 13. Panzerdivision, die Rovno naderde, in een hinderlaag te lokken. Voor de eerste maal in de oorlog werden de Duitsers op grote schaal bestookt door Sovjetartillerie en leden ze zware verliezen. De verliezen voor Rokossovsky waren door toedoen van de Luftwaffe opgelopen en een dag later kreeg de jonge bevelhebber de opdracht zich terug te trekken. De zwaar gehavende eenheden van het 5e Leger trokken zich in noordelijke richting terug in de uitlopers van de Pripjatmoerassen. Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt besloot zijn ondergeschikten geen toestemming te geven de achtervolging in te zetten. Zijn voorzichtigheid had wel gevolgen voor het verdere verloop van de operaties. De bevelhebber van de 6. Armee was hierdoor gedwongen eenheden achter te houden voor de verdediging van zijn linkerflank.

De Sovjet-terugtocht
De Sovjet-tegenoffensieven vertraagden Heeresgruppe SŁd voor minstens een week. De vastberaden en stugge tegenstand hielp mee aan Hitler's latere beslissing om generaloberst Heinz Guderian's Panzergruppe 2 naar het zuiden te laten afbuigen om de OekraÔne van Sovjet-tegenstand te zuiveren. Dat nam niet weg dat door de Duitse overwinningen bij Dubno en Brody M.P. Kirponos gedwongen werd zijn verdediging ten zuiden van Lvov op te geven. Het 6e Leger trok zich in noordelijke richting terug naar Lvov, maar moest na drie dagen de stad aan de Duitsers laten om aan omsingeling te ontsnappen. Diezelfde dag (9 juli) kreeg Kirponos van Moskou de opdracht de overgebleven troepen van het 6e Leger terug te trekken naar de Stalinlinie. Verder naar het zuiden werd ook aan het 26e en het 12e Leger de opdracht gegeven zich in zuidelijke richting terug te trekken.

Tijdens hun terugtocht werden het 6e, 26e en 12e Leger contstant op de hielen gezeten door de Panzergruppe 1 en de 17. Armee. Begin juli rukte Mackensen's III. Korps gestaag op vanuit Rovno naar de Dnjepr. Ten zuiden van deze opmars stootte Kempf's XLVIII. Panzerkorps door naar Shepetovka. Hierdoor werden de naar het zuiden terugtrekkende Sovjettroepen bedreigd met omsingeling. Kirponos reageerde hierop door het naar de Pripjatmoerassen verdreven 5e Leger een aanval te laten uitvoeren tegen de linkerflank van Mackensen. Hoewel deze tegenaanvallen mislukten werd Mackensen twee dagen opgehouden, waardoor Kirponos de tijd kreeg zijn troepen terug te trekken naar nieuwe verdedigingslinies.

De paniek onder de Sovjeteenheden nam echter toe. Kirponos besloot hierop zogenaamde 'blokkeer-detachementen' te creŽeren die de opdracht kregen iedere soldaat die zich terugtrok zonder hiervoor bevel te hebben gekregen te executeren. Terwijl de terugtocht voortduurde wisten Mackensen's III. Korps en Kempf's XLVIII. Panzerkorps verder naar het oosten door te stoten en Berdichev en Zhitomir te veroveren. Doordat Berdichev door de Duitsers onder de voet was gelopen dreigde de linkerflank van het Zuidwestelijk Front opnieuw omsingeld te worden. Om dit te voorkomen gaf Kirponos het 6e Leger de opdracht, versterkt met het 16e Gemechaniseerde Korps en de overblijfselen van het 15e Gemechaniseerde Korps, de posities ten zuiden van Berdichev koste wat kost te behouden. Tegelijkertijd werden er in Kharkov en Kiev volksmilities geformeerd om stellingen in te nemen in het gefortificeerde district Kiev.

Het offensief in MoldaviŽ
Op 2 juli ging de zuidelijke vleugel van Heeresgruppe SŁd (Heeresgruppe Antonescu) over tot de aanval tegen Sovjettroepen langs de grens met MoldaviŽ. Het Zuidelijk Front, aangevoerd door kolonel-generaal I.V. Tyulenev had zijn verdediging echter goed georganiseerd en liet zich niet verrassen door de Duits-Roemeense troepen. Generalfeldmarschall Von Rundstedt wilde de 11. Armee een omtrekkende beweging laten uitvoeren om zich samen te voegen met de 17. Armee, welke de rechterflank vormde van de noordelijke vleugel, met de intentie de Sovjettroepen tussen de Karpaten en de 11. Armee te omsingelen. Het Roemeense Derde en Vierde Leger moesten de kust van de Zwarte Zee zuiveren en de belangrijke havenplaats Odessa innemen.

Op de eerste dag van de aanval in het zuiden boekte de 11. Armee aanzienlijke vooruitgang. De Sovjets voerden echter een tactische terugtocht uit, waardoor het aantal slachtoffers aan Sovjetzijde beperkt bleef. Von Schobert wist de oevers van de Prut te bereiken en Iassy te veroveren, maar had zware tegenaanvallen te verduren van Cherevichenko's 9e Leger en luitenant-generaal I.V. Novoselsky's 2e Gemechaniseerde Korps. Kolonel-generaal I.V. Tyulenev overschatte echter de sterkte van de Duitse aanval en hij diende een verzoek in bij het Sovjet-opperbevel om zijn troepen terug te trekken naar een verdedigingslinie langs de rivier de Dnjestr. Het opperbevel stemde toe, maar kwam enkele dagen later tot de conclusie dat de kracht van het Duitse offensief beperkt was. Hierop gaf het I.V. Tyulenev de opdracht om het verloren gegane gebied te heroveren en opnieuw verdedigende stellingen in te nemen langs de oevers van de Prut. De Sovjet-tegenaanval werd echter geen succes en tussen de rivier de Prut en de Dnjestr werden de Sovjets tegengehouden, waarna de frontlinie zich stabiliseerde. Smirnov's 18e Leger groef zich in en blokkeerde de Duitse opmars in het uiterste zuiden.

Tijdens de grensgevechten in de OekraÔne werd het duidelijk dat de Duitse pantsertroepen zeker niet onoverwinnelijk waren, maar ondanks de relatief succesvolle defensieve gevechten waren de verliezen van het Zuidwestelijk Front hoog. Met inbegrip van de verliezen van het 18e Leger bedroegen deze 241,594 manschappen, waarvan 172,324 dood, vermist of gevangengenomen. De materiŽle verliezen waren ook zeer aanzienlijk. In totaal verloor het Rode Leger in de OekraÔne maar liefst 4,381 tanks, 5,086 kanonnen en mortieren en 1,218 gevechtsvliegtuigen. Het was echter verontrustender dat Heeresgruppe SŁd in een ideale uitgangspositie was gekomen om zuidwaarts in de achterhoede van het Zuidwestelijk en het Zuidelijk Front door te stoten.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Stalinlinie
Verdedigingslinie die in het interbellum door de Russen werd aangelegd aan hun westgrens, maar door de expansies in het (Baltische Staten, Polen, BessarabiŽ, etc.) westen schoof de grens op en was de Stalinlinie niet meer de eerste linie bij de Duitse inval in 1941.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Kaart van de Duitse aanval op de OekraÔne.


Tanks van Generaloberst Ewald von Kleist's Panzergruppe 1 in de OekraÔne, juni 1941.


In sommige delen van de OekraÔne werden de nazi's als bevrijders onthaald.


Russische tankstrijdkrachten in de tegenaanval.

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
25-08-2003
Laatst gewijzigd:
08-03-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.