Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie

Het Rode Leger in 1941

Tegenover het beste leger ter wereld stond een leger dat in 23 stormachtige en woelige jaren een grote verscheidenheid van organisatorische, theoretische en operationele ervaring had opgedaan. In de begintijd van de Russische revolutie en de daaropvolgende Burgeroorlog hadden de bolsjewistische leiders strijdkrachten nodig om hun greep naar de macht te kunnen verdedigen. Op basis van vrijwillige deelname van partijleden en andere bereidwillige verdedigers van het regime werd het Rode Leger van Arbeiders en Boeren (RKKA=Raboche Krestyanskaya Krasnaya Armia) gevormd, kortweg het Rode Leger.

Maar om over voldoende manschappen te beschikken besloot Lenin de dienstplicht in te voeren. Het Rode Leger groeide uit tot een leger van 5.000.000 manschappen, maar als gevolg van de overal voorkomende oorlogsmoeheid en de sterke vooroordelen tegen discipline en de orthodoxe militaire organisatie kwam veel desertie voor, waardoor eenheden werden ontbonden en weer opnieuw gevormd werden, al gelang naar de stemming van de boerensoldaten ter plaatse.

Ongeregelde roversbende
Over het geheel genomen leek het Rode Leger op een ongeregelde roversbende dat op de ťťn of andere manier door politieke commissarissen tot een soort strijdmacht bijeengehouden werd. Dit leger werd geleid door een beroepsstaf in Moskou, welke bestond uit voormalige tsaristische officieren.

De Burgeroorlog was een bewegingsoorlog, waarin de cavalerie van beide partijen diep in het door de vijand bezette gebied doordrong om plundertochten uit te voeren en daarmee verwarring zaaide in de achterhoede van hun tegenstander. De slecht uitgeruste infanterie nam het opruimen van verzetshaarden voor haar rekening. Het Rode Leger wist uiteindelijk aan het langste eind te trekken waardoor het communistisch regime gevestigd bleef in Moskou.

Het Rode Leger werd na de Burgeroorlog deels ontbonden en gereorganiseerd. Langs de grenzen en in dichtbevolkte gebieden werden de voornaamste eenheden gelegerd, terwijl grote cavalerieformaties werden achtergehouden voor het uitvoeren van offensieve operaties. Het was de tijd van de half-ontwikkelde "rode commandant", de ex-guerrillastrijder, die het voor het zeggen had. De werkelijke militaire specialisten, die meestal geen proletarische achtergrond hadden, kwamen nauwelijks aan bod. Daar kwam verandering in door de publicaties van M.V. Frunze, een succesvol legercommandant uit de Burgeroorlog. Hij ontwierp een geheel nieuwe militair-politieke denkwijze die grote invloed zou krijgen op de doctrine van het Rode Leger. De belangrijkste kenmerken van zijn denkwijze waren het door middel van offensieve operaties en ideologische scholing afdwingen van de wereldrevolutie. Frunze maakte eveneens een zeer belangrijk begin met de daadwerkelijke modernisering van de Sovjetstrijdkrachten. De macht van de politieke commissarissen in de operationele bevelvoering werd door toedoen van Frunze voor een groot deel aan banden gelegd.

Geheime overeenkomst met Duitsland
In het Verdrag van Versailles, opgesteld door de westelijke geallieerden na de Eerste Wereldoorlog, werd Duitsland beperkingen opgelegd voor het ontwikkelen en produceren van bepaalde wapens. Doordat zowel Duitsland als de Sovjet-Unie internationaal in een geÔsoleerde positie waren terechtgekomen werd er op 16 april 1922 in het Italiaanse Rapallo een politiek verdrag overeengekomen, waarin Duitsland de Sovjets als officiŽle regering van de Sovjet-Unie erkende. In het geheim werden er echter ook economische en militaire overeenkomsten gesloten. In de Sovjet-Unie werden Duitse wapenfabrieken aangelegd, terwijl er bovendien opleidingsfaciliteiten werden gecreŽerd door officieren van de Reichswehr. In ruil hiervoor kregen Sovjetmilitairen de gelegenheid deel te nemen aan technische en tactische lessen.

Hoewel M.V. Frunze in 1925 overleed, werden zijn denkbeelden door een nieuwe generatie militaire intellectuelen verder uitgewerkt tot bruikbare strategieŽn. GeÔnspireerd door de lessen die zij van Duitse officieren hadden geleerd werd er naar oplossingen gezocht om een loopgravenoorlog te voorkomen zoals die in de Eerste Wereldoorlog had plaatsgevonden. Hierbij gebruikten de Sovjets tevens de lessen die zij uit de Burgeroorlog hadden geleerd met betrekking tot het uitbuiten van een doorbraak door middel van cavalerie-formaties. De uiteindelijke oplossing werd gevonden in het vormen van gemechaniseerde en gemotoriseerde formaties. Hierbij werd door onder andere Svechin en Triandafilov een strategie uitgewerkt die bekend werd als de 'diepteaanval' (gluboki boy). In de theorie van de 'diepteaanval' moest een overwinning worden bewerkstelligd door middel van een gecombineerde inzet van infanterie, cavalerie, tanks, artillerie en luchtstrijdkrachten. Tukhachevsky, ťťn van de meest invloedrijke rode commandanten, zorgde ervoor dat deze revolutionaire doctrines werden opgenomen in het Rode Leger en diende bij Stalin verzoeken in voor de benodigde wapens.

De Vijfjarenplannen
De door Joseph V. Stalin ingevoerde Vijfjarenplannen moesten de toekomstige formaties van deze wapens gaan voorzien. Het Rode Leger had echter nauwelijks ervaring in de productie van tanks. In Groot-BrittanniŽ werd een licentie gekocht om in Rusland de Vickers-tank te kunnen produceren, die doorontwikkeld werd en uiteindelijk als T-26 werd gefabriceerd, terwijl in de Verenigde Staten de Christie-tank werd aangekocht die de Sovjets zouden doorontwikkelen tot de BT-2 en later tot de BT-5 en BT-7.

In 1930 werd de eerste tankbrigade opgericht en in 1932 waren er inmiddels vier van deze brigades. Door de toegenomen productie van tanks waren de Sovjets in 1936 in staat om maar liefst vier gemechaniseerde korpsen te formeren. Bovendien was er in 1936 een veelvoud aan onafhankelijke gemechaniseerde brigades, tankregimenten en tankbataljons. Een gemechaniseerd korps in 1936 had de beschikking over 560 tanks en 12.700 manschappen. Cavaleriekorpsen en cavaleriedivisies werden in stand gehouden, maar aan deze eenheden werden tankformaties toegevoegd.

De Sovjets waren ook de eersten die het nut inzagen van het op grote schaal inzetten van luchtlandingstroepen. Begin jaren dertig begonnen de eerste experimenten met luchtlandingstroepen. Er werd besloten om het gebruik van luchtlandingen in de achterhoede van de vijand op te nemen in de Sovjet militaire doctrine. Nadat de legerleiding overtuigd was van het nut van luchtlandingen werd er begonnen met de creatie van luchtlandingsbrigades, die begin jaren veertig zelfs werden uitgebreid tot volledige korpsen.

Halverwege de jaren dertig oefende het Rode Leger jaarlijks in de zomer in het uitvoeren van grote militaire manoeuvres. Westerse waarnemers waren diep onder de indruk van hetgeen het Rode Leger aan de dag legde in deze grootscheepse militaire oefeningen. In 1934 werden persoonlijke rangen ingevoerd en werd de macht van de politieke commissaris nog verder beperkt. Bovendien werd er opnieuw een Generale Staf met de benodigde opleidingsfaciliteiten geÔnstalleerd. Er mag dan ook met recht gesproken worden dat de ongeorganiseerde roversbende uit de jaren twintig volwassen was geworden en halverwege de jaren dertig was uitgegroeid tot ťťn van de meest vooruitstrevende legers ter wereld.

Experimenten in Spanje
In 1936 brak de Spaanse Burgeroorlog uit, waarin Duitsland en ItaliŽ de Nationalisten onder leiding van Franco steunden in hun strijd tegen de Republikeinen door middel van het leveren van wapens en troepencontingenten. Stalin besloot hierop de Republikeinen te gaan steunen en stuurde gevechtsvliegtuigen, tanks en 'adviseurs' naar Spanje. Tijdens de gevechten bij Guadalajara versloeg een Sovjettankeenheid onder bevel van Dmitry G. Pavlov, twee Italiaanse gemotoriseerde divisies. Dmitry G. Pavlov trok hieruit de conclusie dat de Franse manier om tanks te gebruiken, als rechtstreekse steun van de infanterie, de beste was en dat de SovjettheorieŽn met gemotoriseerde eenheden ondeugdelijk waren. Nadat Dmitry G. Pavlov terugkeerde naar de Sovjet-Unie legde hij dit voor aan de Volkscommissaris van Defensie Kliment E. Voroshilov, die toch al niet overtuigd was van de vooruitstrevende denkbeelden binnen de intellectuele top in het Rode Leger. In navolging van de ervaringen in Spanje werden de gemechaniseerde formaties ontbonden en de tanks verdeeld over de infanterieformaties en apart onderverdeeld in kleinschalige tankbrigades, die nauwelijks beschikten over ondersteunende eenheden.

De zuivering van het officierenkorps
Op dat ogenblik werden de strijdkrachten door Stalins zuivering getroffen. Weinig gebeurtenissen hadden zo veel invloed op het Rode Leger in 1941 als de stelselmatige vernietiging van het Sovjetopperbevel, die Stalin tussen 1937 en 1939 doorvoerde. Stalins motief bij het zuiveren van het leger was in de eerste plaats zijn positie als absoluut heerser over de Sovjet-Unie veilig te stellen. En aangezien het leger over wapens beschikte en bovendien leiders bezat die hun positie, gezag of prestige niet aan Stalin te danken hadden, moesten die leiders worden vernietigd, net zoals dat in de partij was gebeurd. Drie van de vijf maarschalken, waaronder Tukhachevsky, 11 gevolmachtigde commissarissen van defensie, 13 van de 15 legerbevelhebbers en alle militaire districtsleiders van mei 1937, evenals de voornaamste leden van de marine- en luchtmachtstaven, werden in deze periode geŽxecuteerd of verdwenen spoorloos. Het politieke apparaat, dat verondersteld werd de beroepsmilitairen van raad te voorzien, onderging hetzelfde lot. In totaal werden 54.714 officieren weggezuiverd, waarvan er 15.000 werden geŽxecuteerd of spoorloos verdwenen. De rest werd veroordeeld tot het uitzitten van straffen in gevangenissen of strafkampen. Tegelijkertijd werden de vooruitstrevende ideeŽn over de manier van oorlogvoering deels naar de prullenbak verwezen. In wezen werd het Rode Leger ontdaan van zijn hersens.

Een gedeelte van de militaire doctrine werd in stand gehouden, maar er waren nog maar weinig officieren overgebleven die de revolutionaire tactieken konden toepassen. De weggezuiverde officieren werden vervangen door politiek betrouwbare, maar onervaren en bovendien voor het merendeel ongeschoolde bevelhebbers. Dit had grote gevolgen voor de organisatie, coŲrdinatie en daarmee de efficiŽntie van de Sovjetstrijdkrachten. Angst voor het stalinistische regime weerhield de overgebleven en nieuwbenoemde bevelhebbers van het ontplooiien van eigen initiatief. Om zijn controle op het Rode Leger kracht bij te zetten, had Stalin de rechten van de commissaris in ere hersteld. Elk bevel dat uitgevaardigd werd door een officier, moest weer door de commissaris bekrachtigd worden.

Ervaringen in het Verre Oosten, Polen en Finland
In het Verre Oosten had het Rode Leger al sinds begin jaren dertig een goedgetrainde strijdmacht opgesteld aan de oostgrenzen van de Sovjet-Unie vanwege de dreiging die uitging van de Japanners. In 1938 en 1939 werden er op grote schaal grensgevechten geleverd tussen Siberische Sovjetsoldaten en het Kwantoengleger. Aangezien Moskou in het Verre Oosten minder invloed had op de bevelvoering wist korpscommandant Georgy K. Zhukov met zijn troepenmacht de Japanners te verslaan door een gecombineerd gebruik van tanks, infanterie, artillerie en gevechtsvliegtuigen.

Ook in het westen kwam het Rode Leger in actie in september 1939. Hoewel de Duitsers de Polen al zo goed als verslagen hadden eiste het Rode Leger op 17 september haar deel op van het Poolse grondgebied. Dit was zo afgesproken in geheime toegevoegde protocollen bij het op 23 augustus van datzelfde jaar overeengekomen Molotov-Ribbentrop Pact. Gedurende de inname van oostelijk Polen werd duidelijk dat er grote problemen waren bij de gemotoriseerde eenheden. Twee tankkorpsen namen deel aan de opmars naar het westen. Deze werden echter voortdurend opgehouden door mechanische en logistieke problemen.

In december 1939 brak er eveneens een conflict uit met Finland, bekend als de Winteroorlog. De prestaties van het Rode Leger in de eerste maand van het conflict voldeden niet aan de verwachtingen en er werden rampzalige verliezen geleden, zonder dat de voorafgestelde doelen werden bereikt. De verrichtingen van de tankformaties tijdens de Winteroorlog waren armoedig. Veel tanks gingen verloren vanwege technische mankementen en opnieuw schoot de logistiek ernstig tekort. De tankformaties werden daardoor voornamelijk ingezet als ondersteuning van de infanterie.

Hervormingen
Gezien de Duitse successen in Polen en Noorwegen en de armoedige prestaties van het Rode Leger in Finland werd er in mei 1940 besloten tot een grootschalige reorganisatie. Ten eerste werden er in de hoogste posten van het militaire apparaat wijzigingen aangebracht in de bevelvoering. De ondeskundige maarschalk Kliment E. Voroshilov, Volkscommissaris van Defensie, werd vervangen door maarschalk Semyon K. Timoshenko en Chef van de Generale Staf maarschalk Boris M. Shaposhnikov werd vervangen door kolonel-generaal Kirill A. Meretskov. Semyon K. Timoshenko verscherpte de discipline door het opleggen van zware straffen voor kleine overtredingen. De in het tijdperk van de tsaar gebruikelijke rangen van generaal werden in ere hersteld en een deel van de weggezuiverde officieren werd gerehabiliteerd (waarvan het bekendste voorbeeld de vrijlating van de latere maarschalk Konstantin K. Rokossovsky). In juni werden ongeveer 1.000 officieren bevorderd. Dit had tot gevolg dat een officier gemiddeld genomen een positie bekleedde die twee rangen hoger lag dan waarvoor hij was opgeleid.

Na de Duitse verovering van West-Europa en de toegenomen spanningen met de nazi's werd het in de Sovjet-Unie duidelijk dat er wat moest worden ondernomen om het in geval van een Duitse invasie een weerwoord te kunnen bieden. Eind 1940 werd dan ook besloten de gemechaniseerde korpsen in ere te herstellen. De gemechaniseerde korpsen waren echter groter dan de gemechaniseerde korpsen uit de jaren dertig. Op papier had een gemechaniseerd korps in 1941 de beschikking over 1.031 tanks en 36.080 manschappen. Toch waren de gemechaniseerde korpsen qua organisatie en structuur nauwelijks te vergelijken met de flexibel, maar wel gecompliceerd opererende Duitse pantserformaties.

Maarschalk Semyon K. Timoshenko werkte plannen uit voor een uitbreiding van het Rode Leger die in 1942 voltooid moest zijn. De verouderde tanks moesten vervangen worden door modellen die aan de eisen van het moderne slagveld voldeden. Deze nieuwe tanks moesten ingedeeld worden in maar liefst 29 gemechaniseerde korpsen. De gemechaniseerde korpsen werden opgebouwd rondom de kaders van bestaande cavalerieformaties en zouden voorlopig worden uitgerust met de verouderde T-26, BT-2, BT-5, BT-7 en T-28 tanks, totdat deze vervangen waren door de nieuwe modellen T-34 en KV-1. Om de mobiliteit te garanderen van de gemotoriseerde infanterieformaties, die tot de gemechaniseerde korpsen behoorden, werden vrachtwagens en tractoren weggenomen bij artillerieformaties van de reguliere divisies. Het grootste probleem bij de mobiele eenheden van het Rode Leger was het gebrek aan coŲrdinatie. Manschappen werden slecht getraind (nieuwe voertuigen waren geheim, waardoor training nog nauwelijks was begonnen) en maar bij enkele voertuigen was er communicatie-apparatuur aan boord. De manier van communiceren geschiedde nog door middel van het seinen met vlaggen.

Infanterieformaties
In 1939 werd er reeds begonnen met een gigantische uitbreiding van het Rode Leger, vanwege de groeiende internationale spanningen. Hoewel de nadruk in een bewegingsoorlog ligt bij de gemechaniseerde formaties, bestond het Rode Leger toch nog altijd voor het merendeel uit infanterieformaties (In 1939 zo'n 65% van het aantal grondtroepen). Door Stalins zuiveringen waren er echter veel te weinig officieren voorhanden die de nieuwe formaties op een professionele manier konden opleiden en aanvoeren.

Op 16 augustus 1940 werd besloten tot een herziening van de bestaande mobilisatieplannen. Er werd een speciale commissie in het leven geroepen, voorgezeten door Alexandr M. Vasilevsky, die lid was van de Generale Staf. De nieuwe mobilisatieplannen werden bekend onder de benaming MP-41 (Mobilisatie Plan 41) en zouden in de loop van 1941 steeds weer worden aangepast. MP-41 voorzag in een geheim mobilisatieproces waardoor reservisten op beperkte schaal werden opgeroepen onder de dekmantel van oefenmanoeuvres, waarmee in mei 1941, en dus veel te laat, werd begonnen. Toen de Duitsers op 22 juni de Sovjet-Unie binnenvielen had het Rode Leger in haar westelijke militaire districten slechts 2.901.000 manschappen onder de wapenen.

Op papier was een Sovjetdivisie vrijwel gelijk aan een Duitse infanteriedivisie met een totaal van 14.483 manschappen, verdeeld over drie regimenten van drie bataljons, twee regimenten artillerie, een licht tankbataljon en ondersteuningseenheden. In juni 1941 waren de divisies fuseliers echter sterk onderbemand en hadden gemiddeld genomen niet meer dan 8.000 manschappen onder de wapenen. Doordat er in mei 1941 een beroep werd gedaan op 800.000 reservisten, waren de divisies mondjesmaat aangevuld, maar het ontbrak de reservisten aan ervaring. Een Sovjetleger bestond in juni 1941 uit drie korpsen fuseliers, die op hun beurt weer waren samengesteld uit twee tot drie divisies fuseliers. In de praktijk bestond een Sovjetleger in juni 1941 dus maar uit zes tot tien divisies, ondersteund door een onderbemand gemechaniseerd korps en een groot gebrek aan ondersteunings- en verbindingseenheden.

Overige grondtroepen
De Sovjettroepenmacht die in juni 1941 tegenover de Duitsers stond, bestond niet alleen uit reguliere legereenheden. Aan de grenzen waren speciale eenheden van de Russische veiligheidsdienst, de NKVD (Narodniy Kommissariat Vnutrennikh Del) opgesteld. Dit waren lichtbewapende formaties die zich voor het merendeel bezighielden met de grensbewaking, vergelijkbaar met de huidige douane. Deze NKVD-formaties stonden onder het directe bevel van Moskou en de districts- en legercommandanten werden buiten deze bevelstructuur gehouden. Ook voor de luchtverdediging hadden de Sovjets een aparte afdeling binnen de krijgsmacht, namelijk de PVO-Strany (Voiska Protivovozduchnoi Oboroni). De PVO was verantwoordelijk voor het bemannen van luchtafweergeschut rondom de steden en belangrijke strategische doelen zoals luchthavens. Het had zelfs de beschikking over eigen luchtstrijdkrachten.

De Rode Luchtmacht
De Sovjetluchtmacht (RKKVF= Raboche Krestyanskaya Krasnaya Armia) was in juni 1941 met 19.533 toestellen numeriek gezien de grootste luchtmacht ter wereld, waarvan 7.133 stuks zich bevonden in de westelijke militaire districten. De toestellen waren echter voor het merendeel hopeloos verouderd en de zuivering van het officierskorps had ook bij de Rode Luchtmacht desastreuze gevolgen. Ook werden getalenteerde en vooruitstrevende ontwerpers op bevel van Stalin weggezuiverd. Het overgrote merendeel van de Sovjetjachtvliegtuigen was van het type Polikarpov I-16, die zich op geen enkele wijze kon meten met zijn Duitse tegenhanger de Messerschmitt Bf 109. Er waren in juni 1941 bij de Rode luchtmacht ook nog tweedekkers in gebruik (Polikarpov I-15, Polikarpov I-152 en Polikarpov I-153). Gelijktijdig met het besluit om de uitrusting van het Rode Leger te vernieuwen werd bij de Rode Luchtmacht eveneens begonnen met grootschalige hervormingen.

Eind jaren dertig waren Sovjetontwerpers gestart met het ontwikkelen van moderne eendekkers, zoals de Mikoyan MiG-1, die uiteindelijk doorontwikkeld zou worden tot de Mikoyan MiG-3. De volledig van hout vervaardigde Lavochkin LaGG-1 en de Lavochkin LaGG-3 begonnen in het voorjaar van 1941 eveneens te arriveren bij de luchtmachteenheden. De Yakovlev Yak-1 en de Yakovlev Yak-3, waren ook mondjesmaat verdeeld over de Sovjetjachtregimenten. De productie van de nieuwe toestellen verliep echter langzaam en er waren te weinig piloten die deze nieuwe toestellen konden besturen.

De bommenwerpervloot van de Rode Luchtmacht was ook hopeloos verouderd. De Tupolev SB-2, Sukhoi SU-2 en de Ilyushin Il-4 (DB-3F) waren de meest gebruikte toestellen. In 1940 was men eveneens begonnen met de productie van nieuwe, verbeterde modellen, die zich later in de oorlog zouden gaan onderscheiden, zoals de Petlyakov PE-2 en de formidabele Ilyushin Il-2 'Shturmovik'. In juni 1941 waren er echter maar enkele van deze toestellen beschikbaar. Bij de bommenwerper-regimenten was er eveneens een groot gebrek aan geoefende bemanningen om deze nieuwe toestellen te kunnen bedienen. Bovendien waren de meeste toestellen niet voorzien van radio-uitrusting.

Door de gebiedsuitbreiding naar het westen moesten nieuwe vliegvelden worden aangelegd. In juni 1941 waren er nog weinig luchthavens volledig operationeel. Het merendeel van de toestellen stond in de openlucht opgesteld omdat er te weinig hangars beschikbaar waren om de vliegtuigen voor het oog van de Luftwaffe te verbergen en tegen de weersinvloed te beschermen. Ook was er op de luchthavens een groot gebrek aan luchtafweergeschut.

De bevelvoering bij de Rode Luchtmacht was ook verwarrend. Er waren luchtdivisies die waren toegewezen voor het ondersteunen van grondeenheden (legers en fronten), andere stonden onder direct bevel van de Generale Staf, terwijl weer andere eenheden waren ingedeeld in een bevelstructuur van regionale luchtverdediging (PVO). Het ontbrak de Rode Luchtmacht aan een gecoŲrdineerde bevelstructuur, waardoor het moeilijk was om een gecombineerd inzet van land- en luchtstrijdkrachten te verwezenlijken. Bovendien waren de gebruikte tactieken hopeloos verouderd.

De Rode Marine
Ook de Rode Marine (RKKF= Raboche Krestyanskaya Krasnaya Flot) werd zwaar getroffen door de zuiveringen in de bevelvoering. Net zoals bij de landstrijdkrachten werd er in 1940 bij de Rode Marine op grote schaal gereorganiseerd. De traditionele rangen uit de tijd van de tsaar, namelijk die van admiraal en vice-admiraal, werden weer ingevoerd. De Rode Marine had de verantwoordelijkheid voor de verdediging van de Oostzeekust (Baltische Vloot met als thuisbasis Kronstadt), de kust in het hoge noorden (Noordelijke Vloot met haar basis in Moermansk) en de Zwarte Zeevloot had de taak om de Russische kust aan de Zwarte Zee te verdedigen (basis te Sevastopol). De Rode Marine had er door de inlijving van de Baltische staten een aantal nieuwe vlootbases bij, waardoor ze strategisch gezien haar positie had verbeterd om het tegen de Kriegsmarine in de Oostzee op te nemen in het geval van een oorlog. De Rode Marine was gedwongen een defensieve strategie te ontwikkelen bij een oorlog met Duitsland. Het merendeel van de productiemiddelen werd toebedeeld aan de bouw van onderzeeboten. De Rode Marine had overigens haar eigen luchtmachteenheden en grondtroepen ter verdediging van haar thuisbases en voor het ondernemen van amfibische landingen.

De Sovjet-Unie werd op 22 juni 1941 aangevallen toen ze in feite op haar zwakst was. Het grote gebrek aan goed opgeleide officieren, de uit de zuiveringen voortgekomen angst voor het ontplooien van eigen initiatief, de rigoreuze reorganisaties, de halfslachtige mobilisatie en het ontbreken van moderne communicatiemiddelen droegen in grote mate bij aan de desastreuze nederlagen van het Rode Leger in het openingsjaar van de Duits-Russische oorlog.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
Mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
Reichswehr
Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
RKKA
OfficiŽle naam van het Rode Leger, de Landmacht van de Sovjet-Unie. Voluit Rabotsje Krestjanskaja Krasnaja Armiya, wat Rode Leger van Arbeiders en Boeren betekent.
RKKF
OfficiŽle naam van de Rode Vloot, de Vloot van de Sovjet-Unie. Voluit Rabotsje Krestjanskaja Flot, wat Rode Vloot van Arbeiders en Boeren betekent.
RKKVF
OfficiŽle naam van de Rode Luchtmacht, de Luchtmacht van de Sovjet-Unie. Voluit Rabotsje Krestjanskaja Vozdoesjny Flot, wat Rode Luchtvloot van Arbeiders en Boeren betekent.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Volkscommissaris
In de Sovjetunie een minister.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Halverwege de jaren dertig genoot het Rode Leger een hoog aanzien in Europese militaire kringen.


Het merendeel van het Russische materieel was in 1941 hopeloos verouderd.


De opleiding van Russische infanteristen.

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
25-08-2003
Laatst gewijzigd:
08-03-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.