Britse Torpedobootjagers van de Tribal-klasse

Tribal klasse

HMS Afridi
HMS Cossack
HMS Mohawk
HMS Zulu
HMS Sikh
HMS Ghurka
HMS Nubian
HMS Somali
HMS Ashanti
HMS Eskimo
HMS Maori
HMS Matabele
HMS Tartar
HMS Bedouin
HMAS Arunta
HMS Mashona
HMS Punjabi
HMAS Warramunga
HMCS Iroquois
HMCS Athabaskan
HMCS Huron
HMCS Haida
HMAS Bataan

Niet meer ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog waren: HMCS Micmac, HMCS Nookta, HMCS Cayuga en HMCS Athabaskan (II).

Al in 1934 kwam de Britse marine er achter dat men op het gebied van ontwikkeling van torpedobootjagers op een technische achterstand dreigde te raken. Zowel Japan, Duitsland als ItaliŽ bouwden grotere schepen in deze categorie dan de Britten. Een gemiddelde Britse torpedobootjager had in die tijd een waterverplaatsing van 1300 BRT, terwijl de andere landen al schepen met een tonnage van 2000 BRT bouwden.

Om deze achterstand weg te werken, werden de ontwerpers direct aan het werk gezet. Pas het achtste ontwerp werd door de Admiralty geaccepteerd. De schepen waren een stuk groter dan de gangbare torpedobootjagers en hadden een zwaardere hoofdbewapening. Deze ging bestaan uit acht 4,7" (4x2) DP geschut. Het luchtafweergeschut werd langzaamaan uitgebreid en uiteindelijk werd zelf ťťn van de batterijen hoofdgeschut (X) vervangen door een dubbelloops 4" luchtafweergeschut. Ondanks het feit dat er in totaal 27 schepen in deze klasse zijn gebouwd, kenden de schepen verschillende problemen. De constructie van de boeg en de aandrijving zorgden in de loop der tijd voor de nodige hoofdbrekens. Gezien het formaat van de schepen werd bij deze klasse voor het eerst afgezien van de productie van grotere exemplaren als flottieljeleiders. Indien een schip deze rol diende te vervullen, werd simpelweg de inrichting aangepast.Van de 27 Tribals opereerden er 22 werkelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dertien schepen gingen hierbij verloren.

Het formaat van de schepen en de snelheid maakten ze bij uitstek geschikt als vlootescorteschepen. Toch was het aanpassingsvermogen dusdanig dat ze eenvoudig konden worden ingezet als snelle mijnenvegers en mijnenleggers. Hieronder volgt een zeer globaal overzicht van de inzet van de schepen in de Tribal klasse. Het overzicht is zeker niet compleet, maar geeft een indruk weer.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Tribal-klasse
Aantal in klasse: 27 (23 tijdens WOII in dienst gekomen)
Land: Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ en Canada
Type: Torpedobootjager
Waterverpl.: standaard: 1959 BRT
volledig beladen: ca. 2519 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 115.06 meter
Breedte: 11,13 meter
Diepgang (max.): 2,74 meter
Aandrijving: Vermogen: 44000 shp
Max. Snelheid: 36 knopen
2 schachten geschakelde turbines
3 Admiralty boilers
Bewapening:

8 - 4,7" (4x2)
4 - 2 ponder
8 - 12,7 mm machinegeweren (4x2)
4 - 21" Torpedolanceerbuizen
Dieptebommenwerpers (30 dieptebommen

Bemanning: 190 man

Hieronder volgt een globaal overzicht van de schepen uit deze klasse. Het is geen compleet overzicht, maar schetst een beeld van de levensloop van de betrokken schepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

HMS Afridi, F.07

Vickers Armstrong- Newcastle

09-06-1936

08-06-1937

03-05-1938

03-05-1940

De HMS Afridi vertrok na haar indienststelling naar de Middellandse Zee (mei 1938). Het schip werd hier ingezet om toe te zien op de internationale blokkade van de Spaanse Republiek ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog. Op 18 september arriveerde het schip in Istanbul voor een vriendschapstoer. Deze werd echter afgezegd vanwege de crisis in Tsjechoslowakije. Uiteindelijk kreeg ze haar thuisbasis bij het 4th Destroyer Flotilla in Malta.

Kort na het uitbreken van de oorlog in september 1939, werd het 4th Destroyer Flotilla naar Groot-BrittanniŽ teruggeroepen. Daar werd de flottielje min of meer opgedeeld over de vloot. Bij de crisis in Noorwegen werd de HMS Afridi daarheen gedirigeerd. Op 2 mei 1940 stoomde ze met de Franse torpedobootjager Bison, de HMS Imperial en de HMS Grenade langs de Noorse kust toen Duitse bommenwerpers op het eskader neerdoken. De Bison was het eerste slachtoffer. Tijdens de daaropvolgende bomaanvallen vielen twee Junkers Ju 87 duikbommenwerpers de HMS Afridi van twee kanten aan. Beide bommen raakten het schip en er brak brand uit. Om 14.45 uur zonk de HMS Afridi.

HMS Cossack, F.03

Vickers Armstrong- Newcastle

09-03-1936

08-06-1937

07-06-1938

24-10-1941

De HMS Cossack is door de entering van het Duitse schip de Altmark, misschien wel de bekendste Tribal klasse torpedobootjager. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog diende het schip als vlaggenschip voor de 8e Torpedobootjager Divisie met als thuishaven AlexandriŽ. De eerste maanden werden gevuld met het varen van konvooidiensten op de Middellandse Zee. In de nacht van 7 op 8 november 1939 kwam de HMS Cossack in aanvaring met een schip van het konvooi dat op dat moment onder haar bescherming voer. Het schip was dusdanig beschadigd dat het in Groot-BrittanniŽ moest worden gerepareerd.

Na haar reparatie werd de HMS Cossack tijdelijk onder commando van Captain Vian gebracht. Deze had zijn schip, HMS Afridi, wegens reparatie moeten afstaan. HMS Cossack werd hierdoor flottieljeleider van het 4th Destroyer Flotilla. Als zodanig was het schip op 15 en 16 januari zeer nadrukkelijk betrokken bij de overval op de Altmark. Tijdens de campagne in Noorwegen liep de HMS Cossack op 13 april 1940 aan de grond. Na noodreparaties in Skelfjord, Noorwegen, volgde een reparatie in Southampton. Toen het schip op 15 juni was gerepareerd, werd het definitief de flottieljeleider van het 4th Destroyer Flotilla. Diverse operaties rond West- en Noord-Europa volgden tot de HMS Cossack van 7 januari 1941 tot 20 februari 1941 voor een grote onderhoudsbeurt uit de roulatie werd genomen. Hierna was de HMS Cossack betrokken bij de jacht op de Bismarck, operaties rond Groot-BrittanniŽ en bescherming van de aanvoerroutes naar Groot-BrittanniŽ. Voor de bescherming van konvooien in het Kanaal en de Noordzee tegen aanvallen van Duitse E-boten, werd extra 2 ponder geschut geplaatst.

HMS Cossack, HMS Maori en HMS Sikh werden in juli 1941 naar Gibraltar gedirigeerd. Van daaruit dienden zij ten behoeve van de konvooien naar Malta. Tijdens ťťn van die konvooien, op 24 oktober 1941, werd HMS Cossack geraakt door een torpedo van U-563. De gevolgen waren enorm. Een munitiedepot ontplofte en het merendeel van de bemanning kwam om het leven. Ondanks pogingen om de romp van het schip te redden, zonk het uiteindelijk de volgende dag.

HMS Mohawk, F.31/G.31

Thornycroft- Southampton

16-07-1936

05-10-1937

07-09-1938

16-04-1941

De HMS Mohawk werd na haar indienststelling naar de Middellandse Zee gestuurd. In 1940 werd ze teruggeroepen naar Groot-BrittanniŽ. Tijdens ťťn van haar konvooidiensten kwam de HMS Mohawk in aanvaring met een koopvaardijschip en werd beschadigd. Na de reparaties vetrok de HMS Mohawk weer naar de Middellandse Zee als onderdeel van het 14th Destroyer Flotilla. Op 8 juli 1940 was ze aldaar betrokken bij de Slag bij Calapria, met de Italiaanse vloot. In de Middellandse Zee was de HMS Mohawk vervolgens betrokken bij de konvooien naar Malta en de strijd in Griekenland in november 1940.

Op 15 april 1941 werd het flottielje met HMS Mohawk uitgestuurd om een konvooi voor Noord-Afrika te onderscheppen in de buurt van de Afrikaanse kust. Er ontstond een vuurgevecht met de Italiaanse marine. Tijdens het gevecht werd de HMS Mohawk getroffen door een torpedo. Het schip bleef doorvechten, maar was een gemakkelijke prooi en even later trof een tweede torpedo de HMS Mohawk. Uiteindelijk kreeg HMS Janus de opdracht het hulpeloze schip met haar geschut tot zinken te brengen.

HMS Zulu, F.18/G.18

Stephen & Sons- Glasgow

10-08-1936

23-09-1937

07-09-1938

14-09-1942

Ook HMS Zulu werd aanvankelijk naar de Middellandse Zee gestuurd. Daar werd het schip ingedeeld bij het 1st Tribal Destroyer Flotilla. In februari 1940 kreeg het schip problemen met haar motoren en was het genoodzaakt terug te keren naar Groot-BrittanniŽ voor reparaties. In april 1940 was het schip betrokken bij de operaties in Noorwegen ten tijde van Operatie WeserŁbung. Als onderdeel van het 4th Destroyer Flotilla was HMS Zulu daarna voornamelijk betrokken bij konvooidiensten op de Atlantische Oceaan. In juni 1940 volgde een grote onderhoudsbeurt, waarna het schip werd toegevoegd aan Force H in Gibraltar.

Op 13 september 1942 werd HMS Zulu ingezet bij operaties rond de Noord-Afrikaanse stad Tobruk. Geschut van Duitse kustbatterijen wisten op die dag de HMS Zulu verscheidene keren te raken. Op 14 september werd de al beschadigde HMS Zulu door een Duitse bommenwerper aangevallen en geraakt. HMS Hursley nam het zinkende schip op sleeptouw, maar kon niet voorkomen dat het schip, in het zicht van de thuishaven AlexandriŽ, uiteindelijk zonk.

HMS Sikh, F.82/G.82

Stephen & Sons- Glasgow

24-09-1936

17-12-1937

12-10-1938

14-09-1942

Na haar indienststelling werd de HMS Sikh allereerst ingezet bij de Home Fleet in het 1st Destroyer Flotilla. In december 1938 vertrok het ook naar de Middellandse Zee. Het schip werd op 21 maart 1939 ingezet bij het evacueren van vluchtelingen van de Spaanse Burgeroorlog uit Cartagena. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog opereerde het schip in de Rode Zee, maar het werd via de Middellandse Zee al snel teruggehaald naar Groot-BrittanniŽ. In april 1940 maakte de HMS Sikh als onderdeel van het 4th Destroyer Flotilla de operaties rond Noorwegen mee. Overgeheveld naar het 6th Destroyer Flotilla evacueerde ze de geallieerde troepen bij Andalsnes. Na verscheidene konvooidiensten op de Atlantische Oceaan en de vernietiging van de Bismarck keerde het schip terug naar de Middellandse Zee als onderdeel van het 14th Destroyer Flotilla.

Op 13 december 1941 vielen de torpedobootjagers HMS Legion, HMS Maori, HMS Sikh en Hr.Ms. Isaac Sweers een Italiaans konvooi onderweg naar Tripoli aan. Bij deze actie wisten de geallieerden de Italiaanse kruisers Alberico da Barbiano en Alberto di Giussano tot zinken te brengen. Samen met HMS Zulu opereerde de HMS Sikh op 12 en 13 september 1942 bij de Noord-Afrikaanse kust. Duits kustgeschut wist de HMS Sikh zo zwaar te beschadigen dat het schip uiteindelijk zonk.

HMS Gurkha, F.20

Fairfield- Govan

06-07-1936

07-07-1937

21-10-1938

09-04-1940

Aanvankelijk werd HMS Ghurka toegevoegd aan het 1st Tribal Destroyer Flotilla in de Middellandse Zee. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 werd ze echter al snel teruggeroepen en ingedeeld bij de Home Fleet. Samen met de Franse torpedobootjager Le Fantasque bracht de HMS Ghurka op 21 februari 1940 de Duitse onderzeeboot U-53 tot zinken. In april 1940 was het schip betrokken bij de operaties rond Noorwegen. Hierbij werd de HMS Ghurka op 9 april getroffen door een bom tijdens een Duitse luchtaanval. De schade was dusdanig dat het schip niet meer te redden viel. Hiermee had HMS Ghurka de twijfelachtige eer om de eerste Tribal en eerste Britse torpedobootjager te zijn die bij een gevechtsactie tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren ging.

HMS Nubian, F.36/G.36

Thornycroft- Southampton

10-08-1936

21-12-1937

06-12-1938

25-06-1949

De HMS Nubian kreeg te maken met de nodige vertragingen tijdens de bouw. Uiteindelijk werd het schip op 2 februari 1939 toegevoegd aan het Flotilla in Malta. Om de nodige problemen aan diverse installaties op te lossen, ging de HMS Nubian al snel na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog terug naar Groot-Brittannie. Vanaf begin 1940 werd haar operatiegebied de Noorse kust. Zodoende was het schip nauw betrokken bij de campagne in Noorwegen vanaf april 1940.

Rond 14 mei 1940 was het schip weer terug in de Middellandse Zee. Daar werd de HMS Nubian toegevoegd aan het 14th Destroyer Flotilla in AlexandriŽ. Gedurende de rest van de oorlog was de HMS Nubian betrokken bij alle operaties in de Middellandse Zee en werd het ťťn van de meest gedecoreerde schepen van de Royal Navy, met maar liefst 13 "Battle Honours". In 1944 werd een veertiende verkregen bij operaties in arctische wateren en in 1945 een vijftiende bij Birma. De HMS Nubian werd in 1948 uit operationele dienst teruggetrokken en op 25 juni 1949 gesloopt.

HMS Somali, F.33/G.33

Swan Hunter- Tyne

26-08-1936

24-08-1937

12-12-1938

20-09-1942

Na wat formele plichtplegingen arriveerde de HMS Somali op 9 februari 1940 in Gibraltar om mee te doen aan vlootoefeningen in de Middellandse Zee en op de Atlantische Oceaan. Tijdens ťťn van deze oefeningen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Op 3 september ontdekte de HMS Somali een onbekend schip. Dit bleek het Duitse koopvaardijschip de Hanna BŲge te zijn. De HMS Somali nam het schip in beslag, waarmee dit het eerste prijsschip van de Tweede Wereldoorlog werd. In de winter van 1939 nam de HMS Somali deel aan de jacht op de Duitse schepen Gneisenau en Scharnhorst. April 1940 werd ook voor de HMS Somali een drukke periode, waarbij het de expeditiemacht naar Noorwegen bracht. Tijdens een operatie langs de Noorse kust werd het schip op 14 mei 1940 aangevallen door Duitse bommenwerpers en beschadigd.

Na reparaties volgden diverse operaties bij de Home Fleet, waarbij ze betrokken was bij de jacht op de Bismarck gevolgd door vele escortediensten in de Atlantische Oceaan. Op 20 september 1942 werd het schip geraakt door een torpedo van de U-70. Ondanks een poging van de HMS Ashanti om haar op sleeptouw te nemen, kon niet voorkomen worden dat de HMS Somali enkele dagen later zonk.

HMS Ashanti, F.51

William Denny & Br.- Dumbarton

23-11-1936

05-11-1937

21-12-1938

12-03-1949

De HMS Ashanti begon haar oorlogscarriŤre bij de Home Fleet, als onderdeel van het 6th Destroyer Flotilla. Haar aanvankelijke werk zou bestaan uit konvooi-escorte en antionderzeebootdienst. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden in Noorwegen was HMS Ashanti nauw betrokken bij de Britse aanwezigheid daar. Al vroeg in de campagne werd het schip zwaar beschadigd door een aantal bommen dat dicht bij haar in de buurt ontplofte. Vier maanden lang zou de reparatie duren.

In oktober 1941 werd HMS Ashanti ingezet bij het mijnenvrij maken van de rivier de Tyne. Dit was nodig om het nieuwe slagschip HMS King George V te kunnen verplaatsen van de werf naar Scapa Flow. Bij deze operatie liep het voorste schip, HMS Fame, vast op het strand, de vlak achter haar varende HMS Ashanti voer hier bovenop. HMS Ashanti was zo zwaar beschadigd dat men het schip op het strand moest achterlaten. Op 9 november 1940 werd het schip weer vlotgetrokken en naar de werf gesleept.

Toen de reparaties in augustus 1941 klaar waren, kon de HMS Ashanti weer aan de slag. Na een korte inwerkperiode nam het deel aan de operaties bij de Lofoten in december 1941. Het jaar 1942 werd aangevangen met konvooidiensten naar het koude Moermansk, in augustus gevolgd door konvooidiensten vanuit Gibraltar naar Malta. Vervolgens werd het schip weer naar de koude noordelijke Atlantische Oceaan gestuurd. Oktober 1942 volgde wederom een nieuwe aanstelling bij Force H vanuit Gibraltar. De versterking van Force H was nodig met het oog op Operatie Torch, de geallieerde landingen in Noord-Afrika. Een jaar later was HMS Ashanti weer terug bij de Home Fleet voor de konvooidiensten naar Moermansk. Vanaf 1944 werd ze echter aangesteld bij het 10th Destroyer Flotilla met het oog op Operatie Overlord. Op 16 september 1944 kwam het schip aan bij de werf voor een grote onderhoudsbeurt. Het schip bleek helemaal op te zijn. Ondanks de nodige reparaties kwamen na haar onderhoud steeds meer gebreken aan het licht. Uiteindelijk werd besloten het schip op 12 april 1948 te laten slopen.

HMS Eskimo, F.75/G.75

Vickers Armstrong- Newcastle

05-08-1936

03-09-1937

30-12-1938

27-06-1949

Nog voordat de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, had HMS Eskimo al haar eerste slachtoffers toen op 17 mei 1939 een oefengranaat ontplofte tijdens het reinigen van een 2 ponder. Ondanks deze slechte start kende de HMS Eskimo eigenlijk alleen maar problemen met de turbines, net zoals alle andere Tribal klasse schepen. De eerste echte actie, buiten het afslaan van de nodige luchtaanvallen en patrouillediensten, kwam met de operaties in Noorwegen in april 1940. HMS Eskimo was zeer nauw betrokken bij de tweede slag bij Narvik. Een torpedo van een Duitse torpedobootjager sloeg echter de volledige boeg van de HMS Eskimo af. Na provisorische reparaties in Noorwegen zelf, kwam het schip uiteindelijk op de werf van Vickers-Armstrong terecht, waarbij ze een volledig nieuwe boeg kreeg.

Rond september 1940 was het schip weer klaar en werd toegevoegd aan het 6th Destroyer Flotilla. Tot juni 1941 trad ze op als escorteschip bij de Home Fleet, waarna ze voor een onderhoudsbeurt het dok in verdween. Vanaf september 1941 was de HMS Eskimo weer paraat en kwam terecht bij de konvooidiensten op de Atlantische Oceaan en in de Noordelijke IJszee.

In november 1942 trad de HMS Eskimo op als flottieljeleider van Force H bij de landing in Noord-Afrika. Ze was al eerder naar de Middellandse Zee gestuurd ten behoeve van de konvooien naar Malta. Tot begin 1944 was de HMS Eskimo betrokken bij alle grote operaties in de Middellandse Zee. Hierbij werd het schip verscheidene malen beschadigd en weer gerepareerd. Uiteindelijk moest ze terug naar Groot-BrittanniŽ voor de nodige definitieve reparaties en verbouwingen. Het schip was net op tijd klaar om deel te nemen aan operatie Overlord. Tijdens een patrouille eind 1944 werd het schip geraakt door vuur, afgegeven door een Duitse trawler. De schade was aanzienlijk en reparaties wederom noodzakelijk. Hierna vertrok de HMS Eskimo naar het Verre Oosten en opereerde in de buurt van Birma tot 11 juli 1945. Hierna werd het naar Durban gestuurd voor onderhoud. De bemanning was hier niet echt blij mee. De oorlog liep op het einde en men was bang dit te moeten missen. Inderdaad hoorde men onderweg naar Durban het einde van de oorlog afgekondigd worden. Na het onderhoud vertrok de HMS Eskimo naar Groot-BrittanniŽ om te worden ontmanteld. Na nog enige jaren dienst te hebben gedaan als depotschip, werd de HMS Eskimo op 27 juni 1949 verkocht voor de sloop.

HMS Maori, F.24/G.24

Fairfield- Govan

06-07-1936

02-09-1937

02-01-1939

12-02-1942

HMS Maori vertrok onmiddellijk naar de Middellandse Zee. De eerste oorlogsweken werden gevuld met escortediensten, waarna het schip vertrok naar Groot-BrittanniŽ. Tijdens het begin van de campagne in Noorwegen opereerde de HMS Maori met de Home Fleet in de Noordzee. Op 19 en 20 april 1940 werd ze aangewezen om als escorte te dienen voor het transport van Franse troepen naar Namsos om even later weer ingezet te worden bij de evacuatie van dezelfde troepen. Ondanks lichte beschadigingen door luchtaanvallen kon HMS Maori al weer snel worden ingezet. In december 1940 werd het schip onder handen genomen voor een grote onderhoudsbeurt. De HMS Maori kon vanaf januari 1941 weer worden ingezet bij de konvooibescherming op de Atlantische Oceaan. De HMS Maori was hierdoor betrokken bij de jacht op de Bismarck.

Eind 1941 werd HMS Maori naar de Middellandse Zee gestuurd ter versterking van het 14th Destroyer Flotilla. Toegevoegd aan Force K, had HMS Maori haar aandeel in het tot zinken brengen van de Italiaanse kruisers Alberico Da Barbiano en Alberto Di Guissano. Na een tegenslag waarbij het flottielje werd afgeslacht in een mijnenveld, kwamen HMS Maori, met HMS Sikh en HMS Zulu in Malta terecht als 22nd Destroyer Flotilla. Op 12 februari 1941 werd HMS Maori in de haven van Valetta gebombardeerd en zonk het uiteindelijk.

HMS Matabele, F.26/G.26

Scotts- Greenock

01-10-1936

06-10-1937

25-01-1939

17-01-1942

Op 26 januari 1939 werd de HMS Matabele in operationele dienst gesteld bij het 2nd Tribal Destroyer Flotilla. In april 1940 werd het schip overgeplaatst naar het torpedobootjagereskader in de Noordzee als onderdeel van de Britse Home Fleet. Hiermee was het nauw betrokken bij de strijd in Noorwegen. De HMS Matabele diende mee de Britse troepen aan land te brengen bij Namsos.

Na de strijd in Noorwegen werd de HMS Matabele grondig onder handen genomen, waarbij verbeterde luchtafweer werd geplaatst. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie werd HMS Matabele toegewezen aan konvooidiensten naar de Sovjet-Unie. Tijdens konvooi PQ8, werd HMS Matabele getroffen door een torpedo op 17 januari 1942 en zonk.

HMS Tartar, F.43/G.43

Swan Hunter- Wallsend

26-08-1936

21-10-1937

10-03-1939

22-02-1948

De HMS Tartar is een ware legende geworden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de vele tegenspoed die het schip trof, wist ze er altijd weer bovenop te komen en het schip overleefde zelfs de oorlog. Tijdens de oorlog kreeg ze haar bijnaam "Lucky Tartar".

De oorlog begon rustig voor HMS Tartar, maar dit zou snel veranderen tijdens de campagne in Noorwegen. Hier kreeg het met een aantal andere torpedobootjagers de opdracht om konvooien in Noorse wateren te beschermen. Aanvankelijk ging dit haar goed af. Aan het einde van de Noorse campagne echter moest het schip de met troepen beladen Poolse passagiersschepen Sobieski en Batory naar Groot-BrittanniŽ escorteren. Tijdens deze escorte verloor het schip haar roer.

Augustus 1940 was de HMS Tartar weer present om te opereren in de Western Approaches en vervolgens als escorte van HMS Illustrious, naar de Middellandse Zee. Tijdens de maanden oktober en november werd het schip volledig in revisie genomen, waarna het werd toegevoegd aan de Home Fleet.

Op 4 maart 1941 nam de HMS Tartar deel aan de commandoraid op de Lofoteneilanden bij Noorwegen, om vervolgens te opereren tegen Duitse weerschepen. Na een nieuwe revisie in de maanden september en oktober, gevolgd door operaties in de Noordelijke IJszee, vertrok de HMS Tartar naar de Middellandse Zee om deel te nemen aan de escorte van het konvooi naar Malta in augustus 1942. Na een kort verblijf in Groot-BrittanniŽ nam het deel aan Operatie Torch. De HMS Tartar nam achtereenvolgens deel aan de invasie van ItaliŽ in september 1943.

Januari 1944 stond wederom in het teken van revisie, waarbij het schip een verbeterde luchtafweer kreeg in de vorm van twee 20 mm wapens nabij de brug en een 20 mm Oerlikon in plaats van het vierling 0,5 inch geschut. Na deze revisie werd de HMS Tartar aangewezen als flottieljeleider voor het 10th Destroyer Flotilla.

Na reparaties werd het schip in januari 1945 naar het Verre Oosten gezonden, waarvan het in november 1945 terugkeerde. De jaren na de oorlog bracht de HMS Tartar door als hotelschip en werd het op 22 februari 1948 afgevoerd om te worden gesloopt.

HMS Bedouin, F.67

William Denny & Br.- Dumbarton

13-01-1937

21-12-1937

15-03-1939

15-06-1942

De HMS Bedouin doorstond haar eerste oorlogsjaren zonder al te veel problemen. In juni 1942 werd het schip aangewezen voor konvooidienst naar Malta. Ter hoogte van Pantellaria werd het konvooi aangevallen door Italiaanse schepen. Alhoewel de escorte de Italianen wist te verdrijven, raakte de HMS Bedouin zo zwaar beschadigd dat het door de HMS Partridge op sleeptouw moest worden genomen. Korte tijd later viel het Italiaanse eskader opnieuw aan, waarbij de HMS Partridge de sleep moest losmaken om zelf niet het slachtoffer te worden. Een daaropvolgende torpedoaanval door een Italiaanse bommenwerper bracht de hulpeloze HMS Bedouin tot zinken op 15 juni 1942.

HMAS Arunta, I.30

Cockatoo

24-01-1939

15-11-1939

30-11-1940

30-04-1942

Het duurde bijna anderhalf jaar voordat de HMAS Arunta was afgebouwd. Op 30 april 1942 kon het schip in dienst worden genomen bij de Australische marine. HMAS Arunta werd vanaf haar indienststelling gelijk ingezet tegen de dreiging van een Japanse invasie in AustraliŽ. In augustus 1942 werd het schip met hetzelfde doel naar Nieuw-Guinea gestuurd, waar het deelnam aan de gevechten tegen de Japanse invasietroepen. Hierbij bracht het de Japanse onderzeeboot RO-33 tot zinken. De periode hierna bleef het schip opereren rond Nieuw-Guinea en Timor.

In mei 1943 werd de HMAS Arunta, samen met haar zusterschip HMAS Warramunga, toegevoegd aan Task Force 74, dat opereerde in de Koraalzee. Ook hierbij werden diverse operaties op Nieuw-Guinea ondersteund. In februari 1944 was het schip betrokken bij een bombardement van Corregidor, gevolgd in maart door een revisie in Sidney. Hierna opereerde het schip tot het einde van de oorlog rond Nieuw-Guinea en Borneo.

Na de oorlog bleef de HMAS Arunta in actieve dienst tot in 1957 in reserve werd genomen. Op 13 februari 1969 werd de HMAS Arunta weggesleept om te worden gesloopt in Taiwan. Onderweg maakte de HMAS Arunta echter plotseling zware slagzij en zonk. Blijkbaar weigerde dit schip zich over te geven aan de slopershamer.

HMS Mashona, F.59/G.59

Vickers Armstrong- Newcastle

05-08-1936

03-09-1937

28-03-1939

28-05-1941

De HMS Mashona begon haar activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het 6th Destroyer Flotilla en de Home Fleet. HMS Mashona was hierdoor betrokken bij de operaties in Noorwegen vanaf april 1940. De operaties rond Noorwegen hadden het schip onder zware druk gezet. Tijdens een inspectie bleek namelijk dat meer dan 240 klinknagels opnieuw moesten worden geklonken.

Na de nodige reparaties werd het schip toegewezen aan de Western Approaches, waar de nodige konvooidiensten en reddingsoperaties werden ondernomen. Tijdens een alarmoproep raakte de HMS Mashona bij het uitvaren in aanvaring met HMS Sikh, waarbij de boeg van HMS Mashona zich zo diep in de HMS Sikh boorde dat het schip tot 3 maart 1941 in het droogdok moest.

Toegewezen aan de Home Fleet nam HMS Mashona deel aan de jacht op de Bismarck. Tijdens de terugtocht om brandstof in te nemen werd HMS Mashona samen met HMS Tartar op 27 mei 1941 aangevallen door Duitse bommenwerpers. Het schip werd getroffen door een bom en maakte al snel water. Uiteindelijk hebben de toegesnelde HMS Sherwood en HMS St. Clair het schip met kanonvuur tot zinken gebracht.

HMS Punjabi, F.21/G.21

Scots- Greenock

01-10-1936

18-12-1937

29-03-1939

01-05-1942

HMS Punjabi werd bij het uitbreken van de oorlog ingedeeld bij het 6th Destroyer Flotilla. Het schip was hierdoor eveneens betrokken bij de operaties in Noorwegen. Tijdens de Tweede Slag bij Narvik, op 13 april 1940, werd het schip zwaar beschadigd en moest het worden gerepareerd.

In mei 1941 was HMS Punjabi echter weer paraat om met de Home Fleet uit te varen in de jacht op de Bismarck. Hierna volgden tot januari 1942 voornamelijk konvooidiensten naar de Sovjet-Unie. Op 5 maart 1942 nam het echter samen met HMS Ashanti en HMS Bedouin deel aan een actie tegen het Duitse slagschip Tirpitz. Tijdens deze actie werd HMS Punjabi beschadigd aan haar roer.

Tijdens het escorteren van konvooi PQ 15 op 1 mei 1942, nam het zicht plotseling af. In de verwarring die ontstond, werd HMS Punjabi geramd door het slagschip HMS King George V. Hierbij werd HMS Punjabi. compleet doormidden gebroken en zonk zeer snel. Toegesnelde schepen konden nog 169 mensen redden.

HMAS Warramunga, I.44

Cockatoo

24-01-1939

10-02-1940

07-02-1942

23-11-1942

HMAS Warramunga begon haar diensten in AustraliŽ. Hier werden aanvankelijk vooral konvooidiensten ondernomen. In maart en april 1943 was het schip betrokken bij operaties rond Nieuw-Guinea en in mei werd ze toegevoegd aan Task Force 74 in de Koraalzee.

De gehele oorlog nam HMAS Warramunga deel aan nagenoeg alle belangrijke operaties in de Zuidelijke Pacific en was zelfs aanwezig bij de Japanse overgave in de Baai van Tokio op 2 september 1945. Na de oorlog bleef het schip dienst doen. Ze nam actief deel aan de Korea-oorlog en werd pas in 1960 uit operationele dienst teruggetrokken. In 1962 werd HMAS Warramunga verkocht om te worden gesloopt en in januari 1963 vertrok het schip voor haar laatste reis.

HMCS Iroquois, G.89

Vickers Armstrong- Tyne

05-04-1940

19-09-1940

23-09-1941

10-12-1942

HMCS Iroquois werd voornamelijk ingezet voor konvooidiensten in de Noord-Atlantische en Arctische Oceaan. Na de oorlog nam het schip deel aan de Korea-oorlog en ze werd in september 1966 gesloopt.

HMCS Athabaskan, G.07

Vickers Armstrong- Tyne

05-04-1940

31-10-1940

15-02-1943

29-04-1944

Op 29 april 1944 werd HMCS Athabaskan getroffen door twee torpedo's van de Duitse torpedoboten T-24 en T-27. Het schip explodeerde en 129 man vonden hierbij de dood. De overige bemanningsleden werden door de Duitse schepen opgepikt en krijgsgevangen gemaakt.

HMCS Huron, G.24

Vickers Armstrong- Tyne

15-07-1941

25-06-1942

28-07-1943

19

HMCS Huron nam voornamelijk deel aan konvooidiensten in de Noordelijke Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. In april 1944 werd het schip overgeplaatst naar Plymouth voor operatie Overlord. Later verhuisde het weer naar het noorden voor konvooidiensten naar de Sovjet-Unie. HMCS Huron nam na de Tweede Wereldoorlog nog deel aan de Korea-oorlog en werd in augustus 1965 verkocht om te worden gesloopt.

HMCS Haida, G.63

Vickers Armstrong- Tyne

29-09-1941

25-08-1942

30-08-1943

museumschip

HMCS Haida trad na haar inwerkperiode in dienst bij de Britse Home Fleet. Tot januari 1944 was het schip betrokken bij diverse operaties in het koude Noorden. Vanaf 10 januari 1944 werd HMCS Haida ingedeeld bij het 10th Destroyer Flotilla, dat opereerde vanuit Plymouth. Tijdens een gevecht met de Duitse torpedoboot T-29 in de nacht van 15 op 16 april in de Golf van Biskaje, werd HMCS Haida licht beschadigd. Ze wist echter samen met anderen het Duitse schip tot zinken te brengen. Het schip bleef bij het 10th Destroyer Flotilla en was zodanig betrokken bij operatie Overlord. In de periode hierna maakte het schip diverse slachtoffers onder de Duitse oppervlakteschepen en onderzeeboten.

Januari 1945 keerde HMCS Haida weer terug naar konvooidiensten in het noorden. Na de Duitse overgave vertrok het schip op 17 mei naar Canada om te worden uitgerust voor operaties in de Pacific. Het schip was echter nog niet geheel klaar toen Japan zich overgaf. HMCS Haida werd in 1954 uit dienst genomen en aangekocht om als museumschip dienst te doen. Op 25 augustus 1964 arriveerde het schip aan haar laatste rustplaats, Ontario Place te Toronto.

HMAS Bataan, I.91

Cockatoo

30-11-1940

15-01-1944

25-05-1945

1958

HMAS Bataan kreeg een naam die brak met de traditie. Voor die tijd werden torpedobootjagers van de Tribal klasse genoemd naar mensen of naties binnen het Verenigd Koninkrijk. Canadese schepen kregen de naam van een Indianenstam en Australische schepen die van een Aboriginalstam. HMAS Bataan werd echter zo genoemd als een gebaar naar de Verenigde Staten. Het was een dankwoord voor het vernoemen van de USS Canberra en als nagedachtenis aan de strijd op de Filippijnen en met name op Bataan.

Het schip kwam pas laat in de oorlog in dienst en werd toegevoegd aan Task Force 74. Ook HMAS Bataan was daardoor aanwezig in de Baai van Tokio bij de Japanse overgave.Na de oorlog nam het deel aan de Korea-oorlog. HMAS Bataan werd eind 1958 verkocht om te worden gesloopt.

Definitielijst

Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
Operatie Overlord
De overkoepelende strategische planning voor de Geallieerde landing op de Normandische kust in juni 1944 t/m 90 dagen na D-Day.
Operatie Torch
Geallieerde amfibische landingen in Marokko en Algerije op 8 November 1942. Voorgaande namen van Torch zijn (zie) Gymnast en Super-Gymnast.
Operatie WeserŁbung
Codenaam voor de Duitse inval in Denemarken en Noorwegen. Deze operatie, die begon op 9 april 1940, was bedoeld om Engelse acties in ScandinaviŽ te voorkomen.
slagschip
Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Tobruk
Kleine bunker. Meestal door ťťn soldaat met een machinegeweer bemand, maar er bestonden ook grotere tobruks waar een kanon of mortier in was geplaatst.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Afbeeldingen


HMS Cossack


HMCS Iroquois

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
21-08-2003
Laatst gewijzigd:
02-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.