Invasie van Malakka en Singapore

De verovering van Malakka

Jitra

Toen men eenmaal doorhad dat de Japanse landingen gaande waren had het voor de 11th Indian Division geen enkele zin meer om Thailand diep binnen te trekken. Dit zou alleen maar de posities rond Jitra verder verzwakken. Het duurde echter zo lang voordat het bevel gegeven werd om rond Jitra de verdedigingslinie te betrekken dat tegen die tijd de Japanners daar de overwinning al binnen hadden. Dit totaal falen van leiding vanuit het Britse opperbevel was geheel te wijten aan het optreden van Arthur Percival, die op de cruciale momenten niet aanwezig was, daar waar hij verwacht werd.

De toestand bij de RAF was ondertussen dramatisch geworden. Van de 150 beschikbare toestellen waren er na die eerste dag nog maar een kleine 50 over. De verdedigingslinie bij Jitra werd beschermd door het vliegveldje van Alor Star. Toen de 11th Indian Division de stellingen rond Jitra moest betrekken, bleken deze verdedigingswerken hopeloos verwaarloosd. De verdedigingswerken rond Jitra waren eigenlijk geen echte verdedigingslinie. Ze hadden vooral ten doel het nabijgelegen strategisch belangrijke vliegveld Alor Star te verdedigen. Om de onder water staande loopgraven vrij te maken en reparaties uit te voeren had men tijd nodig, tijd die er niet meer was. De prikkeldraadversperringen waren amper aangebracht en, wat erger was, de landmijnen lagen nog opgestapeld in de magazijnen. De commandant van de 11th Division, Murray-Lyon formeerde zijn eenheden. De 6th en de 15th Brigade werden respectievelijk op de linker- en de rechterflank opgesteld. De 28th Brigade werd voorlopig in reserve gehouden. De ondersteuning werd verzorgd door het 22nd Regiment Mountain Artillery, het 80th Regiment Anti Tank Artillery, het 1/14 Regiment Punjab en het 155th Regiment Field Artillery.

De Japanse aanval begon op 11 december 1941 's morgens vroeg rond 08.00 uur en werd bekend als de slag om Jitra. De gevechten die volgden, werden gekenmerkt door verwarring en tactisch falen. Vooral het verschijnen van de Japanse tanks wekte de nodige verwarring. Vele Indische soldaten hadden nog nooit een tank gezien. Toen de voorposten van de 6th Brigade zich wilden terugtrekken op Jitra, zag de bewakingscommandant van een brug deze aan voor Japanners en liet prompt de brug opblazen. Dit is een klein voorbeeld van de vele dingen die mis gingen door gebrek aan planning, communicatie en leiding. Toch wisten de Britten zich danig te verweren. Vooral eenheden zoals het Leicester Regiment, 2nd Battalion/2nd Regiment Ghurka's en de 2nd East Surreys wisten werkelijk moedige aanvallen te ondernemen. Op 12 december 1941 was de situatie echter hopeloos geworden. De Britten waren moe en hadden honger. Ondanks moedig verzet moest men langzaam maar zeker haar meerdere erkennen in de 9e Japanse Infanteriebrigade van generaal-majoor Kawamura. Uiteindelijk werd er op 12 december toestemming gegeven om aan een strategische terugtocht te beginnen. Om 22.00 uur kregen de Brits-Indische soldaten het bevel en begon de lange terugtocht naar de Sungei Kedah nabij Alor Star.

Kroh

De nabij Patani gelande 5e Japanse Divisie was al strijdend opgetrokken in de richting van de Thais-Maleisische grens nabij Kroh. Op 12 december lanceren de Japanse troepen nabij Kroh een zware aanval op de daar aanwezige 3/16 Punjab. Tegen 16 december 1941 waren de troepen van Lewis Heath bij Kroh gedwongen zich terug te trekken tot de Krian rivier en vervolgens verder tot voorbij de Perakrivier, alwaar zijn troepen zich hergroeperen met de troepen die zuidwaarts trekken vanuit Gurun en Penang.

Kota Bahru

Bij de Japanse landingen nabij Kota Bharu had de 8th Indian Brigade zich zeer dapper verweerd, maar ze waren uiteindelijk geen partij voor de veel beter getrainde en uitgeruste Japanse troepen. De overwinning werd daar dan ook behaald door de Japanners met zeer zware verliezen. Brigade General Key trachtte nog steeds met de Dogra Frontier Force Rifles de Japanse troepen via het strand te bereiken om met alle macht te trachten het vliegveld uit Japanse handen te houden. De overmacht bleek echter te groot, vooral toen de Japanners tanks aan land wisten te brengen. Gelukkig wisten de Britten nog de brandstofvoorraden te vernielen, maar konden niet voorkomen dat op 9 december 1941 het vliegveld bruikbaar in Japanse handen viel. Tegen het einde van 9 december konden de Japanners dan ook beschikken over twee vliegvelden in Malakka, waardoor zij konden beschikken over essentiŽle luchtsteun op korte afstand.

De Sungei Kedah

De 11th Indian Division trok zich vanuit Jitra terug op een stelling bij Alor Star achter de Sungei Kedah. Er was echter niet veel eenheid meer in de divisie te vinden. Vele soldaten waren aangeslagen en moe. De aftocht van de 11th Indian Division werd gedekt door de 28th Brigade. De Britse-Indische eenheden waren echter volledig in verwarring. Vele waren wapens en uitrusting kwijt en het geheel had meer weg van een overhaaste vlucht dan een georganiseerde terugtrekking. In de nacht van 12 op 13 december 1941 werden de bruggen over de Sungei Kedah gereedgemaakt om te worden opgeblazen. Net op tijd voordat Japanse troepen de bruggen naderden lukte dit. Op 14 december is het hier echter ook afgelopen. Het Japanse leger wist de RAF-basis bij Alor Star nagenoeg onbeschadigd in handen te krijgen en nam het, inclusief de Britse voorraad aan brandstof en bommen, direct in bedrijf. Al laat die middag stegen de eerste Japanse vliegtuigen op van het vliegveld, geladen met Britse brandstof en bommen om de terugtrekkende Britse troepen aan te vallen.

Op 15 december al nam Jamasjita zijn intrek in de voormalige Britse legerbasis om er zijn hoofdkwartier te vestigen. Op 17 december arriveerden in Alor Star ook de vanuit Thailand optrekkende eenheden van Nishimura's Keizerlijke Garde. Zij kwamen aan per trein.

Gurun

Hoewel er nu een goed verdedigbare linie achter de rivier Sungei Kedah lag, zag de commandant van de Britten, Murray-Lyon, in dat het merendeel van zijn troepen niet meer in staat was om lang stand te houden. Hij besloot dan ook om in de nacht verder terug te trekken tot Gurun. De Britten gingen er vanuit dat de Japanners wel zeker drie ŗ vier dagen nodig zouden hebben om de bruggen te repareren. Generaal Tomoyuki Jamashita's genietroepen waren echter veel beter getraind en toen de laatste Britten op 14 december 1941 hun volgende stop bereikten, naderden de eerste Japanners alweer. Ook hier verdedigden de 6th, 15th en 28th Brigade zich weer met alle macht. De eerste vijandelijke tanks werden uitgeschakeld door aanwezig antitankgeschut, maar al snel was de Japanse overmacht aan infanterie zo groot dat er geen houden meer aan was. In de nacht doorbraken de Japanners de stellingen en wisten het hoofdkwartier te bereiken. Tevergeefs had de commandant aan Percival verzocht zich verder te mogen terugtrekken. De toestemming bleef uit en toen deze eenmaal kwam, was het al te laat. Brigade General Carpendale van de 28th Brigade was de enige die nog wat verband in zijn linies vond en trok zich terug tot de rivier de Moeda. Op 16 december 1941 bereikten ook de overige restanten van de 11th Division deze stelling.

Op 14 december 1941 vielen maar liefst 85 Japanse duikbommenwerpers het eiland Penang en de daarop gelegen stad Georgetown aan, met ruim 2000 slachtoffers onder de plaatselijke bevolking tot gevolg. Op 16 december besloten de Britten dat het eiland moest worden ontruimd en startte een evacuatie, gevolgd door de Japanse invasie op 17 december.

Tactische wijziging

Op 18 december 1941 zag A.E. Percival eindelijk in dat de situatie dusdanig was dat er een andere tactiek nodig was. Hij had eindelijk door dat, naast de Japanse 5e Divisie van Takuro Matsui hij ook te maken kreeg met de in het oosten oprukkende 18e Divisie van Takumi. Hier tegenover kon Percival alleen maar de restanten van de 11th Division, twee overgebleven brigades van de 9th Division aan de oostkust, de 8th Australian Division in Johore en de troepen in Singapore zelf inzetten. Daarnaast kregen de Japanners steeds meer vliegvelden in bezit, waardoor de luchtsteun en bevoorrading steeds beter georganiseerd kon worden.

Vanaf 19 december 1941 begon de Japanse 3e Luchtbrigade te opereren vanaf Sungei Patani en Alor Star. De Japanse luchtovermacht was teveel voor de Britten. De 3e en 12e Japanse Luchtbrigades konden volop opereren vanaf bases in Thailand en later ook Malakka zelf. Uiteindelijk was nagenoeg de gehele RAF uitgeschakeld of teruggetrokken naar omringende gebieden. Langs de westkust voerden de overgebleven troepen een hopeloze strijd en op 21 december werden alle acties ten westen van de Perak afgebroken. Besloten werd dat de troepen zich terug moesten trekken over de Perak-rivier, die een natuurlijke tankhindernis vormde. Hier zou de 12th Indian Brigade bij de divisie worden gevoegd. Op 23 december werd de Britse terugtocht volbracht en trachtte men opnieuw de verdediging op zich te nemen.

De Japanse opperbevelhebber Jamasjita had echter ondertussen door dat zijn tegenstander niet bepaald krachtig meer was en gaf het 4e Garde Regiment opdracht om dwars door de jungle een omtrekkende beweging te maken en op vlotten de Perak over te steken. Ongezien wist men zo op 26 december 1941 de Perak over te steken en viel de verdediging al gelijk weer in duigen. De Japanse opmars kon nu weer ongestoord verder en op 27 december vestigde Jamashita zijn hoofdkwartier in Taiping, nabij de Penang-rivier.

Kampar

De Britten werden teruggedrongen tot Ipoh. General Sir Lewis Heath trachtte nu het initiatief terug te winnen en rukte met de 11th Division op naar Kampar. De Britten hergroepeerden hier en op 29 december 1941 brak de slag bij Kampar in alle hevigheid los. De komende vijf dagen troffen de beide vijanden elkaar in een reeks gevechten, waarin de Britten eindelijk hun kracht toonden. Vooral de Sikhs wisten zich hierin te onderscheiden. De Britse troepen werden nu echter in hun flank bedreigd door een Japanse landing vanuit zee nabij Oetan Melintang. Op 3 januari moest de 11th Division zich wel uit Kampar terugtrekken.

Juist op dat moment arriveerden voor het eerst versterkingen van over zee in Singapore. De 45th Indian Brigade ontscheepte. De Japanse troepen trokken nu in het westen echter langs twee fronten op. De Keizerlijke Garde Divisie trok langs de kust met behulp van landaanvallen en landingen vanuit zee verder, terwijl de 5e en 18e Divisie langs de hoofdweg en spoorlijn zuidwaarts trokken.

Kuantan

Ondertussen was de situatie aan de oostkust ook snel verslechterd. De 9th Indian Division was na de gevechten rond Kota Bharu zwaar gehavend en trok zich vechtend terug richting Kuantan, op de hielen gevolgd door de gevechtsgroep van Takumi. Op 30 december formeerden de 2nd Brigade en de 9th Indian Division te Kuantan een verdedigingslinie achter de Kuantanrivier. De Japanse aanval volgde op 31 december 1941. De verdedigers wisten zich hier goed te verweren, mede door de ondersteuning van artillerie. Ze werden echter langzaam aan weer verder teruggedrongen en vielen terug op Endau. Te Endau werden op 16 januari de Britten alweer verjaagd door de oprukkende Japanse troepen en op 26 januari landden nabij het veroverde Endau Japanse troepen van de 18e Divisie vanuit zee om zich op te maken voor de grote aanval op Johore.

Wisseling van de wacht

Ondertussen was er ver van het strijdtoneel, in het Witte Huis in Washington iets gebeurd. Op aandringen van General George Marshall werd voorgesteld om een opperbevelhebber aan te wijzen voor alle strijdende "geallieerde" troepen in het Verre Oosten. Als beste kandidaat hiervoor kwam General Sir Archibald Wavell naar voren. Het commando dat hem werd gegeven viel onder de noemer ABDA-command en omvatte alle troepen van Amerikaanse, Britse, Nederlandse and Australische herkomst. Het commando zou de zeggenschap krijgen over het strijdtoneel van de Filippijnen tot en met Birma. Lieutenant General Sir Henry Pownall nam de taak van Robert Brooke-Popham op zich.

In het veld gaf dit echter weinig soelaas. Toen Wavell op 7 januari 1942 in Singapore aankwam, trof hij een ramp aan. De Japanners hadden op 1 januari al het vliegveld van Kuantan veroverd en bevonden zich op nog slechts 260 kilometer van Singapore. De Britse troepen waren bijna tot op Kuala Lumpur teruggedreven. Generaal Heath van de 11th Division maakte zich ondertussen zorgen over een mogelijke landing vanuit zee in de rug van zijn troepen en liet de reserve-eenheden een aantal strategische kustplaatsen bezetten met ondersteuning van artillerie.

Inderdaad trachtten de Japanners de 5e Divisie van Matsui op 2 januari 1942 een landing te laten uitvoeren. De Britten wisten ze twee dagen lang terug in zee te drijven, maar op 4 januari kregen de Japanners vaste voet aan wal. Vervolgens trachtte de 11th Division haar posities aan de rivier de Slim zo goed en zo kwaad als dat mogelijk was, verder te versterken. Dit kon echter alleen 's nachts gebeuren. Het Japanse luchtoverwicht maakte iedere beweging overdag tot een dodelijk spel. Het is dan ook te begrijpen dat de Britse troepen hierdoor totaal uitgeput raakten en eigenlijk niet meer tot enig gevecht in staat waren.

Slag aan de rivier de Slim

Op 5 januari begon, ondersteund door tanks, de Japanse aanval op voorposten van de linies. De aanwezige tankafweer wist al snel enige Japanse tanks uit te schakelen en de Britten konden in eerste instantie de linie behouden. Diverse tankaanvallen werden afgeslagen, maar uiteindelijk werd de druk te groot en een omtrekkende Japanse beweging schakelde ook deze verdedigingslinie weer uit.

De nieuwe Britse opperbevelhebber, generaal Sir Archibald Wavell, zag de ernst van de situatie al snel in. Door de Japanse opmars dreigde de weg naar Singapore geheel open komen te liggen. Kost wat kost moesten de Britten Johore zien te behouden. Om dit te bereiken dienden ze alle troepen in de richting van Johore terug te trekken, wat bijna geheel Malakka openlegde voor de Japanners. De Japanse opmars ging echter zo snel dat de Britse troepen zich nog niet uit Kuala Lumpur hadden kunnen terugtrekken tot Johore. Met de val van Johore lag de weg naar Singapore vrij. Lang vroegen velen zich af hoe de Japanners zich zo relatief snel konden verplaatsen. Dit werd deels bekend toen Japanse infanteristen Kuala Lumpur binnentrokken, niet in vrachtwagens, maar op de fiets. De fiets bleek in de jungle een ideaal transportmiddel dat zonder problemen de kleinste junglepaden kon nemen.

De laatste terugtocht

In feite konden de verdedigers vanaf dit moment niets anders meer ondernemen in Malakka dan vertragingsoperaties. Vooral de AustraliŽrs van Bennett waren hier meesters in. Zijn troepen wisten zich keer op keer in kleine eenheden te verbergen in de jungle, waarna ze eerst de Japanse troepen lieten passeren en ze daarna in de rug aanvielen om vervolgens weer in de jungle te verdwijnen. In feite ontstond zo een guerrillatactiek die de geallieerden later nog op vele plaatsen zouden toepassen.

Voor deze guerrilla-acties werden overigens ook nog speciale troepen aangevoerd vanuit het buitenland. In totaal werden in januari 1942 vier brigades Nederlandse Marechaussee vanuit Atjeh (het zogenaamde "Malakka detachement") naar de jungle van Malakka gestuurd. Deze eenheden waren van belang omdat zij gespecialiseerd waren in guerrilla-acties in de jungle. Op Atjeh waren deze troepen belast met de strijd tegen Indonesische vrijheidsstrijders, die zich veelal in de jungle schuilhielden. Speciaal vanwege deze ervaring was aan Nederland verzocht deze eenheden naar Malakka te sturen. In totaal ging het hier om 80 manschappen. Deze troepen zouden (op 1 brigade na, die al snel door de Japanners werd vernietigd) tot na de val van Singapore guerrilla-acties uitvoeren met wisselend succes. De meeste manschappen wisten zich later in veiligheid te brengen en hun acties voort te zetten op Sumatra, tot ook dat in Japanse handen viel.

Op 15 januari 1942 wist zelfs de RAF een offensieve actie op touw te zetten en voerden Brewster Buffalo-jagers aanvallen uit op gronddoelen. De Japanners wisten echter het initiatief te behouden. Matsui liet de 9e Japanse Infanteriebrigade aanvallen op Batu Anam en tegelijk de 21ste Brigade een omtrekkende beweging maken. Ondertussen viel Nisjimoera's Garde de Britten aan bij de rivier de Soengei Moear. Hier stuitte hij op de kersverse 11th Indian Brigade van Brigade-Generaal Duncan, een eenheid zonder enige gevechtservaring en slecht geoefend. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat deze 11th Brigade door de Japanners onder de voet werd gelopen. Ondanks de hulp van de 27th Australian Brigade aan de 45th British Indian Brigade leek de zaak hopeloos.

De situatie werd zodanig verslechterd dat besloten werd alle troepen terug te trekken achter een linie lopend van Kloeang tot Ayer Hitam in het zuidelijkste puntje van Malakka. Het totale IIIrd Army Corps kreeg van haar commandant Heath op 26 januari 1942 het bevel om zich in haar geheel terug te trekken op het eiland Singapore. Dit was opvallend omdat officieŽl pas op 28 januari door Percival als opperbevelhebber deze opdracht was uitgevaardigd. Deze gebeurtenis is enigszins tekenend voor de weifelende houding van Percival en geeft eens te meer aan hoe plaatselijke commandanten moesten vertrouwen op eigen inzichten.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van ťťn wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De verovering van Malakka
(Bron: Wilco Vermeer (mbv Microsoft Encarta))


Japanse Type 94 tank op Malakka
(Bron: Wilco Vermeer)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
13-06-2005
Laatst gewijzigd:
13-04-2011
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.