Invasie van Malakka en Singapore

De val van Singapore

Singapore krijgt hulp.

Al op 8 december 1941, om 04.15 uur, werd Singapore-stad totaal verrast door het eerste luchtbombardement. Zeventien Japanse marinebommenwerpers, opgestegen in Saigon, bombardeerden de havenfaciliteiten, de marinebasis en vliegvelden Tengah en Seletar. De chaos was vanaf dat moment enorm en al spoedig bleek hoe slecht de verdediging was geregeld. Ondanks het feit dat al uren eerder de landingen bij Kota Bharu waren begonnen, had men totaal verzuimd om de troepen in Singapore zelf al in gereedheid te brengen. In deze verloren uren had men de verdediging al lang kunnen organiseren. De aanvallers hadden vrij spel, mede omdat alle straatverlichting in Singapore nog volop brandde.

Op 25 december 1941 arriveerden 12 Nederlandse Brewster Buffalo's van de ML/KNIL ter ondersteuning van de verdediging van Singapore. Deze toestellen waren uitgerust met bomrekken en konden dus als duikbommenwerper worden ingezet. De toestellen werden gestationeerd op Kallang. Tijdens hun operaties vanuit Singapore hebben de Nederlandse Buffalo's diverse operaties uitgevoerd, waarbij onder andere een Japanse torpedobootjager tot zinken werd gebracht. Er werden ook vier Japanse vliegtuigen neergehaald en ťťn Nederlandse piloot verloor het leven. Op 18 januari 1942 werden de overgebleven toestellen teruggehaald naar Java om daar de Nederlandse tekorten op te vangen.

De Nederlandse hulp aan Singapore was al voor aanvang van de vijandigheden overeengekomen. Al vanaf oktober 1940 wisselden de Britten en Nederlanders militaire informatie aan elkaar uit. In november van dat jaar hadden de eerste besprekingen plaatsgevonden tussen de Britten, AustraliŽrs en de Nederlanders over een gezamenlijke verdediging van het gehele gebied. In januari 1941 hadden de Amerikanen zich hierbij gevoegd in het kader van de Asiatic Fleet in Manilla. Op 28 november waren de Nederlandse onderzeeboten Hr.Ms. K.XVII en Hr.Ms. O.16 al onder commando van de Britse vloot in Singapore geplaatst. Op 3 december werd daar een groep MLD Dornier Do 24 K vliegboten aan toegevoegd. Op 8 december zelf werden acht Nederlandse onderzeeboten naar de wateren rond Malakka en Singapore gestuurd en op 9 december volgde de opdracht aan de ML/KNIL om 27 Glenn Martin 139 bommenwerpers en 12 Brewster Buffalo jagers naar Singapore te sturen. De Nederlandse admiraal Conrad Helfrich stond zelfs de kruiser Hr.Ms. Java af aan het Britse opperbevel.

Op 8 februari 1942 begon de langverwachte aanval op Singapore. De eerste en enige tankeenheid, de 100th Indian Independent Light Tank Unit, kwam op 29 januari 1942 aan in Singapore aan boord van de Empire Star met konvooi. De eenheid werd op 11 februari ingezet onder de 18th Infantry Division en kon eigenlijk niets anders meer doen dan zich zonder actie over te geven.

Terugtocht

Zoals al eerder aangegeven begon de Britse terugtocht naar Singapore-eiland op 26 januari 1942. In de nacht van 30 op 31 januari zou de terugtrekking moeten zijn voltooid. De terugtrekkende troepen hoopten zich in de vesting Singapore eindelijk goed te kunnen verdedigen. Dit was echter een illusie. Het bouwen van stellingen had gigantische vertragingen opgelopen, niet in het minst doordat veel burgers zich verzetten tegen het gebruik van hun eigendommen en landerijen voor die verdediging.

Op 31 januari 1942 nam Arthur Percival het commando op zich van alle troepen op het eiland. Na de terugtocht door Malakka en de aanvoer van verse troepen had hij op papier een behoorlijke krijgsmacht, circa 85.000 manschappen verdeeld over 38 infanteriebataljons, drie machinegeweerbataljons en de nodige artillerie. Hier zaten echter veel troepen bij zonder ook maar enige gevechtservaring en er was nagenoeg geen luchtbescherming meer beschikbaar. De RAF was bijna geheel vernietigd of werd teruggetrokken. Toen ook nog eens alle vlooteenheden naar andere oorden werden geŽvacueerd, kregen de troepen het idee dat ze wel heel erg op zichzelf waren aangewezen. Dat dit gevolgen heeft gehad voor het moreel, mag duidelijk zijn.

Ondanks het feit dat aanwijzingen anders suggereerden, bleef Percival ervan overtuigd dat de Japanners niet alleen vanuit Malakka het eiland zouden aanvallen, maar ook vanuit zee met landingen. Hierdoor liet hij zijn troepen stellingen innemen langs de gehele kustlijn van het eiland. De dam, de enige toegangsweg vanuit Malakka, werd nadat de laatste troepen zich in veiligheid hadden gebracht, opgeblazen.

Verdediging

Hierna was het zaak om de beschikbare troepen over de gehele verdedigingslinie te verdelen. Het eiland werd in drie sectoren verdeeld. De sector ten westen van de opgeblazen dam zou worden bezet door de 8th Australian Division van Gordon Bennett. Daarnaast zou de noordelijke sector bezet worden door de 11th Indian Division en de 18th Infantry Division. De overige troepen zouden in de zuidelijke sector worden gelegerd. Deze bestond uit de 44th Indian Brigade, de 12th Indian Brigade en de 1st en 2nd Malayan Brigade. Percival had dit zo opgezet omdat hij de hoofdaanval vanuit het noorden verwachtte. Deze verkeerde inschatting veroorzaakte dat de al volledig moegestreden AustraliŽrs van Bennett de grootste kracht van de Japanse aanval moesten opvangen.

Bevoorrading

Van cruciaal belang voor de strijd in het gebied zou de bevoorrading van overzee worden. Aangezien de geallieerden ervan overtuigd waren dat er zich Japanse vlooteenheden in de buurt bevonden, werd aan de zogenaamde Singaporekonvooien, die moesten zorgdragen voor die bevoorrading, vaak zware escortes toegewezen. Tussen december 1941 en februari 1942 voeren maar liefst 11 konvooien naar Singapore. Zij brachten troepen, materieel, vliegtuigen, wapens, munitie, voedsel en andere voorraden. Voor de bescherming werd een beroep gedaan op de marines van Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ, India, de Verenigde Staten en Nederland. De vrachtschepen kwamen uit Groot-BrittanniŽ, Nederland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Noorwegen.

De aanval

Op 6 februari 1942 had Jamasjita zijn aanvalsplan klaar en riep hij zijn commandanten bijeen. Nisjimoera's Garde Divisie zou op 7 februari de aanval aan de noordoostelijke zijde inleiden met een afleidingsmanoeuvre. Allereerst zou een deel van zijn gardisten het eiland Pulau Ubin moeten innemen. Vervolgens zouden zij een landing moeten uitvoeren op het hoofdeiland bij Changi. In de nacht van 8 op 9 februari zouden vervolgens de 5e en 18e Divisie onder Matsoei en Moetagoetsji in het noordwesten aan land gaan. De rest van de Garde Divisie zou dan in de nacht van 9 op 10 februari moeten volgen door over te steken bij Johore Bahru.

De aanval werd op 5 februari 1942 ingeleid met artilleriebeschietingen op de vliegvelden, vlootbasis en belangrijke knooppunten. Dit duurde tot 8 februari, toen bij het aanbreken van de dag het vuur werd geconcentreerd op de Australische troepen en de Japanse luchtmacht zich in de strijd wierp. Ondertussen hadden de Gardisten hun schijnaanval zonder al te veel tegenstand kunnen uitvoeren en hadden zij Pulau Ubin snel bezet.

De hoofdaanval kwam vlot op gang en door de verwarring aan Britse zijde werd er veel te laat gereageerd op de aanvallende Japanse troepen. De 22nd Australian Brigade kreeg de hoofdmoot van de aanval te verduren. Ondanks dat de Japanners al aan de landing waren begonnen toen het vuur werd geopend, wisten de Australische soldaten de eerste aanvalsgolf af te slaan. Ook de tweede golf kreeg het hard te verduren, maar tegen die tijd waren de verdedigingsposten door de Japanners herkend. De landingsvaartuigen werden simpel verder van de verdedigers aan land gestuurd en de Japanse troepen vielen de verdedigers daarna in de rug aan. Het werd een bloedig gevecht van man tegen man, maar al snel kreeg simpel het aantal de overhand en moesten de AustraliŽrs zich terugtrekken.

Zo was al op 9 februari 1942 de frontlijn een groot stuk teruggebracht tot de zogenaamde Juronglinie en was in feite de gehele westelijke sector in Japanse handen. Op die dag werden in een wanhoopspoging alle beschikbare Britse vliegtuigen, tien RAF Hurricane en vier marine Swordfish er op uit gestuurd de vijand te bestoken. In de lucht kwamen zij echter een overweldigende vloot van 84 Japanse vliegtuigen tegen en gingen zij het hopeloze gevecht aan. De uitkomst mag duidelijk zijn, hoewel gemeld mag worden dat nog diverse Japanse toestellen werden neergehaald. Rond het middaguur waren alle Japanse troepen van de 5e en 18e Divisie overgestoken en kon de hoofdmacht van de Keizerlijke Garde zich bij hen voegen.

Hoewel op 9 februari 1942 Bennett het front wist te stabiliseren, zouden de Japanse tanks die op dat moment aan wal werden gebracht, hier al snel verandering in brengen. Wederom door een misverstand werd de vitale en goed verdedigbare Juronglinie opgegeven. Percival had besloten een verdedigingslinie rond de stad Singapore op te trekken en dit bericht bracht een aantal troepencommandanten ertoe zich al van de Juronglinie terug te trekken richting deze nieuwe linie.

Toen op 10 februari Sir Archibald Wavell een bezoek bracht aan Singapore, was de verdediging dus wederom een puinhoop. Voor hij weer vertrok had Wavell aan Percival de opdracht gegeven gelijk een tegenaanval uit te voeren, hoewel hij wel wist dat dit weinig zou uithalen. De Japanse tanks die zich nu in de strijd wierpen, maakten de situatie alleen nog maar ernstiger en op de ochtend van 13 februari hadden de overgebleven verdedigers zich teruggetrokken op de laatste verdedigingslinie rond de stad Singapore. Ondertussen was het in Singapore een grote chaos. Angstige burgers trachtten een goed heenkomen te vinden en de militaire politie had haar handen vol aan muitende troepen en plunderaars.

Ook de Japanners hadden ondertussen hun problemen. Deze problemen waren zo ernstig dat een sterke, vasthoudende verdediging de Japanse plannen nog in gevaar had kunnen brengen. Getalsmatig waren de Japanse aanvallers nog altijd in de minderheid. Het enige voordeel dat zij hadden was de aanwezigheid van tanks en een luchtoverwicht. Er dreigde echter een ernstig tekort aan munitie en brandstof. Tomoyuki Jamashita zou dan ook snel een overwinning moeten boeken, nog voordat zijn troepen in de straten van Singapore verwikkeld zouden raken in uitputtende straatgevechten.

De laatste strijd

Jamashita besloot zijn tegenstander Percival door bluf op de knieŽn te brengen. Deze bluf bestond uit een artilleriebeschieting die zo hevig moest zijn dat de Britten dachten met een grote overmacht te maken te krijgen. Daarnaast liet hij de legerluchtmacht alles in de strijd gooien, desnoods met alle laatste middelen. Zijn doel was de Britten zodanig te overdonderen dat Percival zich wel gedwongen zou voelen zich over te geven. In Londen had men ondertussen wel door dat de Japanse kracht nooit zo groot kon zijn als hij leek en Wavell gaf dan ook aan Percival de opdracht om door te vechten.

Zijn opdracht hield echter ook de optie vrij om bij een overmacht het eiland te ontvluchten. Percival zag doorvechten allang niet meer als een optie en wilde zich gewonnen geven. Op 14 februari 1942 seinde Wavell hem echter de opdracht door om de vijand zoveel mogelijk schade toe te brengen en zo nodig voor ieder huis te vechten. In Singapore dreigde de situatie echter volledig uit de hand te lopen. De troepen waren volledig gedemoraliseerd en de voorraden raakten uitgeput. Op 15 februari belegde Percival een topbijeenkomst met zijn commandanten om de situatie te bespreken.

De strijd leek hopeloos en op 15 februari 1942 gaf Percival Singapore over aan de Japanners, waardoor meer dan 70.000 Britse onderdanen krijgsgevangen werden genomen. Dat deze Britten op dat moment van geluk mochten spreken, blijkt wel uit de vele berichten van wandaden die door Japanse soldaten op krijgsgevangenen werden uitgevoerd. Een geluk dat overigens maar een tijdelijk karakter had, gezien de verschrikkingen die deze mannen nog moesten doorstaan in de Japanse krijgsgevangenkampen. Bekend is echter dat bij de aanvallen in Malakka en op het eiland Singapore, vaak hulpeloze, vastgebonden krijgsgevangenen zonder pardon werden gedood, soms met een kogel, maar meestal met bajonet of zwaard.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
bajonet
Steekwapen dat voor man-tot-man gevechten op het geweer geplaatst kan worden.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
KNIL
Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in IndonesiŽ.
kruiser
Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Bronnen

- Bennett H.G., Why Singapore Fell, Angus and Robertson, 1944
- Churchill W., Speech voor Mansion House op 10-11-1941 over Involvement in a US-Japanese War by the British, London
- Exibits of the Joint Committee, exibit No.1, Intercepted Messages sent by the Japanese Governement between juli 1 and december 8, 1941
- Frei HP, Malaya in World War II, The Revolving Door of Colonialism: Malaya 1940-46, essay
- Greenfield e.a, Command Decisions, Chapter 4, Japans decision for war, Center of military history, Department of the Army, Wachington, 1960
- Jong L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 11a, Nederlands IndiŽ I, Staatsuitgeverij, 's Gravenhage, 1984,
- Matloff M., en Edwin M. Snell, Strategis Planning for Coalition Warfare 1941-1942, Centre of Military History, United States Army, Washington, D.C., 1990
- Mayer S.L. ea., De Japanse Oorlogsmachine, Elsevier, Amsterdam,1978
- Neidpath J., The Singapore Naval Base and the Defence of Britain's Eastern Empire, 1919-1941, Oxford University Press, Oxford, 1989
- Nortier J.J., Bloedvingers op Malakka, artikel in STABALAN 16e Jaargang nr.1 31 augustus 1989
- Owen F, The Fall of Singapore, Michael Joseph, 1960
- Percival A.E., The war in Malaya, Eyre & Spottiswoode, 1990
- Sullivan G.R., East Indies, uit de serie The US Army Campaigns of World War II,CMH Publications
- Sulzberger C.L., Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, De Kern, Utrecht, 1980
- Swinson A., De Val van Singapore, Standaard Uitgeverij Antwerpen, 1976
- Thomas D., De Slag in de Javazee, Forum Boekerij Ad.M.C.Stok, Den Haag
- Tobback A., De Korea-oorlog dl2 t/m4
- Tsuji M., Singapore: The Japanese Version, Constable, London, 1990

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
13-06-2005
Laatst gewijzigd:
13-04-2011
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.