Duitse Wehrmacht

Opbouw van de Duitse Wehrmacht

Inleiding

Het Duitse leger dat op 1 september 1939 formeel ten strijde trok had in korte tijd een gigantische ontwikkeling doorgemaakt. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam ging de toenmalige "Reichswehr" nog altijd gebukt onder de bepalingen van het Verdrag van Versailles. Het beruchte "Kriegsschuldartikel", artikel 231 van het verdrag, had immers Duitsland aangewezen als de agressor en het land de volledige verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog opgelegd. De via het verdrag ingestelde beperkingen aan de Duitse Reichswehr dienden te voorkomen dat het land ooit weer aan een dergelijk avontuur kon beginnen. Verdragsartikel 160 had bepaald dat de Reichswehr zich alleen mocht bezighouden met politionele taken binnen de eigen landsgrenzen. Het land mocht slechts een leger opbouwen, bestaand uit 100.000 manschappen. Een luchtmacht mocht Duitsland al helemaal niet meer bezitten en de marine mocht alleen uit kustverdedigingschepen bestaan. Grote oorlogsbodems en onderzeeboten waren geheel verboden. De dienstplicht mocht niet meer worden ingevoerd.

Aanvankelijke organisatie

De Reichswehr kende een zeer eenvoudige organisatie. Het Duitse leger stond onder de directe verantwoordelijkheid van de Reichswehrminister en bestond voornamelijk uit het Reichsheer en een zeer kleine Reichsmarine. De operationele leiding viel onder de Chef der Heeresleitung. De troepen waren ondergebracht in zeven infanterie- en drie cavaleriedivisies, verdeeld over twee Reichswehrgruppenkommandos ( in Berlijn en Kassel). Onder de Reichswehrgruppenkommandos stonden de Wehrkreise. De opleiding van officieren en manschappen vond plaats binnen de Wehrkreise. Direct na de Eerste Wereldoorlog werd Generalmajor Walther Reinhardt belast met de functie Chef der Heeresleitung. De werkelijke opbouw van de Reichswehr werd echter pas na 1920 uitgevoerd toen Generalmajor Hans von Seeckt de nieuwe Chef der Heeresleitung werd, een post die hij bekleedde tot 1926.

Von Seeckt begon al in 1921 te onderzoeken hoe Duitsland de bepalingen in het Verdrag van Versailles kon ontduiken. De verboden Generale Staf werd weer opgebouwd onder de noemer Truppenamt. Ingenieurs van bijvoorbeeld Krupp liet men in het geheim wapens ontwikkelen, waar later het beroemde 88 mm geschut uit zou ontstaan. Er werden organisaties opgericht die onschuldig leken, maar in feite de opleiding tot specialistische militaire functies op zich namen. Zo werden voor de toekomstige opbouw van een luchtmacht zweefvliegclubs opgericht zoals de Aerosport GmbH. In 1922 werd een geheime overeenkomst met de Sovjet-Unie gesloten. In ruil voor Sovjetwapens en -munitie zouden Duitse technici hun Sovjetcollega's opleiden voor de opbouw van de Sovjetindustrie én zouden Duitse militairen hun collega's van het Rode Leger trainen. Daarnaast kregen Duitse militairen de kans om in de Sovjet-Unie te oefenen in het gebruik van tanks en vliegtuigen. Tien jaar lang zou zo het kader van de Duitse Luftwaffe en cavalerie in de Sovjet-Unie worden opgeleid.

Vernieuwde opbouw

Al in 1925 werden door het Truppenamt de eerste plannen opgesteld die moesten leiden tot de opbouw van een nieuw en sterk leger. In oktober 1926 nam Generalleutnant Wilhelm Heye de estafettestok over van Von Seeckt en hij nam de opbouw voortvarend ter hand. In februari 1927 wist hij het Duitse kabinet onder leiding van Wilhelm Marx achter de opbouw van de Reichswehr te krijgen. Het Reichswehrministerium kreeg via een ingenieus betalingssysteem de geldstromen op gang om de zaken te financieren. In de tussentijd ging men in de Reichswehr zelf hard aan de slag met de ontwikkeling van militaire tactieken. Men ontleedde de gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog en paste de vernieuwde technieken hier op toe. Aan het einde van de jaren twintig was men het er in Duitse militaire kringen over eens dat Duitsland op zijn minst in haar eigen verdediging moest kunnen voorzien. De militaire situatie was in 1930 allerminst rooskleurig. De achtereenvolgende Chefs des Truppenamtes Generalmajor Werner von Blomberg en zijn opvolger General Adam (1933) toonden duidelijk de zwakte van de Reichswehr in de Weimarrepubliek aan.

De Reichswehrminister Wilhelm Groener stelde in april 1930 de nieuwe richtlijnen vast waaraan het leger zou moeten voldoen om een eventuele vijand van een inval te weerhouden. De Reichswehr zou maar liefst tot drie keer haar toenmalige omvang moeten groeien. Een moderniseringsplan diende te worden opgesteld om 21 infanteriedivisies te bewapenen. De operatie moest uiterlijk in 1938 zijn uitgevoerd.

Hitler aan de macht

Toen Hitler in 1933 de nieuwe Reichskanzler werd, kwam de herbewapening van Duitsland in een gigantische stroomversnelling terecht. In oktober 1933 verliet Duitland de Volkenbond en in december besloot Hitler dat een basisleger uit minimaal 300.000 man in vredestijd diende te bestaan en op 1 oktober 1934 zou de dienstplicht weer worden ingevoerd. De nieuwe Chef des Truppenamtes, Generalleutnant Ludwig Beck, was niet helemaal enthousiast over het tempo waarmee Hitler alles wilde realiseren. Hij stelde al snel twee problemen vast. Ten eerste zou een te snelle groei niet in de hand gehouden kunnen worden, omdat niet op tijd voldoende officieren zouden kunnen worden opgeleid. Een ander probleem vormde de groei in aanhang van de SA binnen de NSDAP. Deze organisatie dreigde de vorm van een leger aan te nemen.

Opkomst van de SS

Om de macht van de SA binnen de perken te houden werd vanaf 1934 door het Reichswehrministerium samengewerkt met de Schutzstaffel (SS) van Heinrich Himmler en met de Sicherheitsdienst (SD). Beide organisaties werden bewapend en op 30 juni 1934 werd SA-leider Ernst Röhm samen met andere SA-topmensen uit de weg geruimd. Het machtsvacuüm werd toen echter niet door de Reichswehr ingenomen, maar door Himmlers SS. De SS was opgericht om een soort ideologische voorhoede voor het nationaalsocialisme te formeren. De basis hiervan vormde vanaf 1933 de "Algemeine SS". In 1934 slaagde Himmler erin om met zijn organisatie de controle te krijgen over nagenoeg alle politieorganen. Deze Algemeine SS had een eigen inlichtingendienst, de "IC-Dienst" welke later zou uitgroeien tot de Sicherheitsdienst (SD). Deze organisatie leverde de informatie voor de Gestapo.

Naast de Algemeine SS was in 1933 door Joseph Dietrich een paramilitaire organisatie opgezet die als lijfwacht van Hitler fungeerde en als naam Leibstandarte Adolf Hitler meekreeg. Al snelde volgden meerdere paramilitaire SS-organisaties. Deze werden spoedig ondergebracht in kazernes en militair opgeleid en bewapend. Zo ontstond al vóór 1938 een "SS Verfügungstruppe", bestaande uit de Leibstandarte Adolf Hitler en de later opgerichte SS Standarten "Germania" en "Deutschland". Deze zouden al snel formele regimenten gaan vormen en na de Oostenrijkse Anschluss worden uitgebreid met de SS Standarte Der Führer. Deze troepen zouden later de basis vormen van de "Waffen SS" die vanaf 1939 zou gaan ontstaan.

Uitbouw van de Wehrmacht, vorming van het Heer

Na de dood van president Paul von Hindenburg werd Hitler in 1934 opperbevelhebber van de Reichswehr. Op 16 maart 1935 verklaarde hij dat Duitsland zich niet meer gebonden achtte door de bepalingen van het Verdrag van Versailles en werd de dienstplicht uiteindelijk toch ingevoerd. Het Truppenamt werd omgevormd tot Generalstab des Heeres en de sinds de Eerste Wereldoorlog gesloten Kriegsakademie in Berlijn ging weer open. De voormalige Reichswehr kreeg in 1935 haar nieuwe benaming Wehrmacht en zou bestaan uit een Heer, een Kriegsmarine en een Luftwaffe. Generalleutnant Beck had intussen bepaald dat de Friedensheer zodanig moest worden ingericht dat deze zeer eenvoudig kon worden omgevormd tot een Kriegsheer, bestaande uit 63 infanterie-, 3 cavalerie- en 3 pantserdivisies. Deze Friedensheer zou dan ook uit 36 divisies moeten bestaan.

In 1935 werd door de Chef der Heeresleitung Werner Freiherr von Fritsch aangegeven dat hij eind 1935 maar liefst 24 divisies paraat wilde hebben. Om dit snel te bewerkstelligen werd de Landespolizei direct opgenomen in de Reichsheer. Hiermee had men voldoende getraind kader en samen met de opgeroepen dienstplichtigen kon men eind 1935 een leger op de been brengen bestaande uit 400.000 man. Het lukte uiteindelijk om 21 divisies onder te brengen in 3 Heeresgruppen. Dit leger kwam voor het eerst in actie op 7 maart 1936, toen Hitler zijn troepen het na de Eerste Wereldoorlog gedemilitariseerde Rijnland liet binnenmarcheren. Het was pure bluf van Hitler. Zijn troepen hadden de opdracht om bij de geringste tegenstand van Frankrijk, onmiddellijk terug te keren. Niemand greep echter in, wat een gigantische politieke overwinning voor Hitler betekende.

De herrijzenis van de Luftwaffe

Ten tijde van de machtsovername door Hitler werd de Luftwaffe voorzichtig opgestart. Aanvankelijk probeerde men het buitenland nog zand in de ogen te strooien door het gebruik van de luchtvaart met recreatieve of reclamedoeleinden. Een geheime trainingsbasis was al jaren daarvoor in de Sovjet-Unie opgezet. Dit veranderde direct toen Hermann Göring Reichskommisar für die Luftfahrt werd. In 1933 werd al besloten dat militaire en burgerluchtvaart beiden onder hetzelfde Reichsluftfahrtministerium zouden vallen. Met name staatssecretaris Erhard Milch en Lufthansa-directeur Robert Knauss pionierden in dit stadium. Op 1 juli 1934 werd een omvangrijk bouwprogramma gepresenteerd, waarmee men de Luftwaffe in 1938 op een sterkte wilde brengen van 2.225 jachtvliegtuigen, 2.188 bommenwerpers, 1.559 verkenningsvliegtuigen en 699 duikbommenwerpers. Het mag duidelijk zijn dat dit de Duitse luchtvaartindustrie tot grote hoogte zou opstuwen.

Het programma bleek al snel veel te ambitieus en in 1936 moest Göring maatregelen nemen om het opbouwprogramma niet te laten mislukken. Hij benoemde twee mensen op twee cruciale posten. Oberst Ernst Udet werd aangewezen als Chef des Technische Amtes, waarmee hij verantwoordelijk werd voor de technische ontwikkelingen. De organisatorische leiding kwam in handen van Generalleutnant Albert Kesselring, die Chef des Luftkommandoamtes werd. Het werd al snel duidelijk dat de Luftwaffe zich niet tot een werkelijk zelfstandig wapen zou kunnen ontwikkelen. Men besloot echter dat de Luftwaffe zodanig moest worden ingericht dat deze het leger volledig kon ondersteunen. Hierdoor kwam vooral de nadruk te liggen op de ontwikkeling van jachtvliegtuigen en jachtbommenwerpers. De overige typen werden ontwikkeld in dezelfde doctrine, waardoor men vooral toestellen met een relatief geringe actieradius ging fabriceren. Naast de luchtpoot zou de Luftwaffe echter ook nog andere eenheden gaan kennen. Naast de operationele vliegeenheden kende men ook de Flakartillerie, bevoorradingseenheden en vliegveldverdediging. In 1938 begon men met de formatie van Fallschirmjäger eenheden en later ook Luftwaffeinfanterie-eenheden.

Kriegsmarine geen prioriteit

Heel anders was het gesteld met de ontwikkeling van de Kriegsmarine. De herbewapening ging aanvankelijk zeer langzaam. Wonderwel sloot Duitsland op 18 juni 1935 zich wel aan bij een vlootverdrag met Groot-Brittannië. Dit hield in dat de Duitse oppervlaktevloot slechts een geringe omvang mocht hebben. De enige uitzondering in dat verdrag waren de onderzeeboten. Duitsland mocht evenveel onderzeeboten bezitten als Groot-Brittannië. Hierdoor kwam wel de ontwikkeling van de U-boot op gang, maar werd pas in 1938 met de werkelijke opbouw van een oppervlaktevloot begonnen. Vanaf de formatie van de Kriegsmarine in 1935 was deze opgebouwd in drie onderdelen, individuele schepen, marineformaties opgebouwd rond schepen van eenzelfde type en aan land gestationeerde eenheden.

Duitsland klaar voor de oorlog

Al snel nadat de snelheid waarmee men de Duitse herbewapening ter hand nam duidelijk maakte dat de verouderde tactieken van alleen het eigen land kunnen verdedigen, moesten worden aangevuld met modernere strijdmethoden, gingen de Duitse plannenmakers aan de slag. Meest opvallend hierbij is dat de Duitse plannenmakers zeer nauwkeurig bijhielden wat militaire specialisten van potentiële vijanden aandroegen. Al snel kwam men op het idee om de nieuwe technieken van tanks en vliegtuigen te combineren tot een snelle doeltreffende strijdtechniek, de Blitzkrieg. Het waren echter nog steeds tactieken die voortborduurden op het eeuwenoude probleem van de Duitsers, namelijk het moeten voeren van een strijd op twee fronten.

De tactieken en het materieel waren er in 1937 klaar voor om mee te gaan oefenen. In de Spaanse Burgeroorlog zag men een uitgelezen kans om de technieken te testen en men stuurde het Condor-Legion in de strijd aan Nationalistische zijde. Vanaf 1938 begon echter ook Hitler zich meer en meer met het leger te bemoeien. De Duitse strijdmacht werd langzamerhand ook een puur politiek wapen. De Sudetencrisis in 1938 gaf Hitlers bedoelingen weer. Het was overigens dit doel van Hitler, dat in datzelfde jaar de Chef van de Generale Staf, Generaloberst Ludwig Beck ertoe bracht om zijn ontslag in te dienen. Voor Hitler was dit de gelegenheid om een zuivering door te voeren. De oude garde zoals Blomberg en Von Fritsch moesten ook opstappen. De Generale Staf werd nu geleid door General der Artillerie Franz Halder.

De Oberster Befehlshaber der Wehrmacht (opperbevelhebber) werd Adolf Hitler. Direct onder zijn bevel stond het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) en zijn bevelhebber, de Chef des Oberkommandos der Wehrmacht. Hoewel onderdeel van het Oberkommando der Wehrmacht vielen de drie legeronderdelen en hun bevelhebbers onder het directe bevel van Adolf Hitler en niet onder de Chef des Oberkommandos der Wehrmacht. In deze hoedanigheid was Hitlers oorlogsmachine klaar voor actie.

Oberkommando der Wehrmacht
- OKW vanaf september 1939
Opperbevelhebber
Adolf Hitler
(4 februari 1938)
Grossadmiral Karl Dönitz
(30 april 1945 tot 8 mei 1945)


Oberkommando des Heeres
- OKH - De Duitse Heer

Bevelhebber
Generalfeldmarschall Walther von Brauchitsch
(1 september 1939)
Adolf Hitler
(19 december 1941)
Generalfeldmarschall Ferdinand Schörner
(30 april 1945 tot 8 mei 1945)


Oberkommando der Marine
- OKM - De Kriegsmarine

Bevelhebber
Grossadmiral Erich Raeder
(24 september 1928)
Grossadmiral Karl Dönitz
(30 januari 1943)
Generaladmiral Hans-Georg von Friedeburg
(1 mei 1945 tot 8 mei 1945)


Oberkommando der Luftwaffe
- OKL - De Luftwaffe

Bevelhebber
Generalfeldmarschall Hermann Göring
(1 maart 1935)
Generalfeldmarschall Robert Ritter von Greim
(23 april 1945 tot 8 mei 1945)

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
Artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Blitzkrieg
De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Fallschirmjäger
Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Germania
De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
OKM
Ober Kommando der Kriegs Marine. Het Duitse opperbevel over de Kriegsmarine.
Reichswehr
Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
Rijnland
Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Standarte
Paramilitaire eenheid, ongeveer ter grootte van een regiment, binnen de Sturmabteilung (SA) en de Schutzstaffel (SS).
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.
Volkenbond
Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

Afbeeldingen


Generalmajor Hans von Seeckt


Generaloberst Ludwig Beck


Das Heer geht zum krieg

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
15-03-2015
Laatst gewijzigd:
17-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.