Prinses Irene Brigade

Ontstaan en training

Inhoudsopgave

Op 14 mei, na de Duitse operatie Fall Gelb, gaf Nederland met uitzondering van Zeeland zich over aan Duitsland. Vanuit Nederland wisten slechts enkele militairen naar Groot-BrittanniŽ te komen. Toen de strijd ook in Zeeland verloren werd, wist een groot aantal militairen zich via BelgiŽ en de Franse havens Brest en Cherbourg naar Groot-BrittanniŽ te begeven. Naast militairen van de landmacht wist ook een deel van het grondpersoneel van de vliegscholen Haamstede en Vlissingen naar Groot-BrittanniŽ te ontkomen.

Uiteindelijk waren er tot juni 1940 120 officieren, 360 onderofficieren en 980 korporaals en soldaten afkomstig van allerlei onderdelen in Groot-BrittanniŽ aangekomen. Zij werden door de Britten nabij Haverfordwest en nabij Porthcawl gelegerd, vanaf 23 mei onder commando van generaal-majoor Noothoven van Goor. Deze Nederlandse groep kreeg als naam ďDetachement Koninklijke Nederlandse troepen in Groot-BrittanniŽĒ en haar commandant werd benoemd tot ďInspecteur der Nederlandse troepenĒ. Op 30 juni 1940 werden 133 man uit deze groep gehaald en overgeplaatst naar RAF en de vliegers naar Nederlands-IndiŽ bij de Marineluchtvaartdienst 320 (Dutch) Squadron.

Na een periode van onzekerheid werd de groep bewapend, van uniformen voorzien en kreeg ze bewakingstaken. Eind juli bezocht prins Bernhard de troepen en begon de Nederlandse regering plannen te maken voor de vorming van een Nederlandse eenheid. Er werd in ieder geval beslist dat het aantal mensen onder de wapenen sterk uitgebreid moest worden. Op 27 mei werden alle in Groot-BrittanniŽ wonende Nederlanders van 20 tot 35 jaar opgeroepen. Op 8 augustus werden ook de Nederlanders in Noord Ierland, Canada en de Verenigede Staten opgeroepen en later ook Zuid-Afrika en andere landen. De vrijwilligers in andere landen konden zich melden, maar werden eerst alleen geregistreerd, pas in een later stadium naar Groot-BrittanniŽ gebracht.

Het aantal mensen dat beschikbaar kwam voor actieve dienst in Groot-BrittanniŽ viel flink tegen, doordat Nederlanders zich vrijwillig opgaven bij het Amerikaanse en Canadese leger, een aanzienlijk aantal naar Nederlands-IndiŽ werd gestuurd en een deel zich aan actieve dienst wist te onttrekken. Daarnaast werd nog eens een groot aantal mensen niet geschikt of beschikbaar gevonden voor actieve dienst omdat ze afgekeurd werden of vrijstelling kregen. Ook wist een Duitse U-boot een schip met 392 opvarenden waaronder 59 rekruten, 1 lid van de Irene Brigade en 33 Nederlandse marinemensen te torpederen.

Van het personeel dat in Groot-BrittanniŽ beschikbaar kwam, kon maar een beperkt aantal voor de Koninklijke Landmacht worden gebruikt, omdat een deel naar de Koninklijke Marine en de luchtstrijdkrachten ging. Hiernaast was er ook nog personeel nodig voor de Nederlandse regering in ballingschap. Eind 1940 besloot de regering tot de vorming van een Brigade.

Op 11 januari 1941 werd de Brigade officieel opgericht onder de naam ĎKoninklijke Nederlandse Brigadeí en zou bestaan uit een staf en 2 bataljons volgens de Britse organisatiestructuur. Eind januari werd hieraan nog een afdeling pantserwagens toegevoegd waarbij een groot deel van de Marechaussee werd ingedeeld. In mei 1941 konden de eerste eenheden uit het tijdelijke kamp naar het definitieve kamp te Wrottesleypark, op 4 kilometer van Wolverhampton. De brigadecommandant, kolonel der infanterie H.J. Phaff, werd tevens kampcommandant met een andere staf.

In augustus 1941 bestond de Brigade inmiddels uit staf, verbindingsafdeling, twee bataljons, depot (waaruit het 3de bataljon gevormd moest worden), brigadetrein, verbandplaatsafdeling, herstellingsafdeling en een sectie politietroepen. De afdeling pantserwagens was inmiddels weer opgeheven. Bij Koninklijk Besluit No. 1 1941 van 26 augustus 1941 kreeg de brigade de naam ĎKoninklijke Nederlandse Brigade Prinses Ireneí.

De troepensterkte van de brigade werd tussen 1 september 1941 en 13 april 1942 verminderd met 48 officieren, 76 onderofficieren en 395 korporaals en soldaten. De oorzaken hiervoor waren de vorming van het 322 (Spitfire) Squadron en deelname aan Nr 10 Interallied Commando (Korps Commando Troepen) en de SAS (Special Air Service). Ook waren er troepen naar Suriname en Colombo (Ceylon) gestuurd. Uiteindelijk bleven er 1300 man over waarvan 900 geschikt voor frontdienst. In 1942 bleek het noodzakelijk om een organisatie te ontwerpen van 1000 man, welke na de bevrijding de kern zou vormen voor de nieuw op te bouwen strijdmacht.

Halverwege 1942 werd het commando van de Brigade overgenomen door luitenant-kolonel der artillerie A.C. de Ruyter van Steveninck. Op 16 december 1942 bezocht de Minister van Oorlog de Brigade met de mededeling dat er een reorganisatie plaats zou vinden en een geheel gemotoriseerde eenheid gevormd zou worden. De reorganisatie werd op 1 januari 1943 doorgevoerd en de naam Brigade bleef gehandhaafd, ook al was de organisatie anders. Nu bestond de Brigade uit de volgende onderdelen: staf, verkenningsafdeling, drie zelfstandige compagnieŽn (gevechtsgroepen genaamd), een batterij artillerie, een trein en een herstellingsafdeling. De Brigade werd met grote regelmaat getraind en in 1943 ook in combinatie met Britse eenheden op diverse locaties.

In de loop van 1943 werd de XXI Legergroep onder generaal Bernard Montgomery gevormd met daaronder het 1ste Canadese en het 2de Britse leger. Ook de Irene Brigade werd aan deze Legergroep toegevoegd en aan de kust te Dovercourt en Frinton-on-Sea belast met kustbewaking.

Na inspectie door de Britten werd terecht gesteld dat de Brigade niet op voldoende sterkte was en werd ze verzwaard door een groep mariniers die in opleiding waren in de Verenigde Staten. Ze werden tot het einde van de oorlog toegevoegd aan de Irene Brigade en ingedeeld bij de 2de Gevechtsgroep, waardoor de Irene Brigade wel aan de door de Britten gestelde eisen voldeed.

Tijdens Operatie Overlord op 6 juni 1944 was de Irene Brigade nog steeds belast met kustbewakingstaken. Eind juni werd ze overgeplaatst naar een tentenkamp nabij Narborough, waar ook oefeningen in groter verband, onder andere met de Belgische Brigade, plaatsvonden. De Irene Brigade was zich aan het klaarmaken om overgebracht te worden naar het vasteland en werd compleet afgesloten van de buitenwereld vanwege de beveiliging. Alle uitrusting en bewapening werd grondig nagekeken en zonodig vernieuwd. Frans geld en 24-uurs rantsoenen werden uitgereikt. De Irene Brigade was er klaar voor.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
operatie Fall Gelb
Codenaam voor de Duitse invasie van Nederland, BelgiŽ, Luxemburg en Frankrijk in mei 1940.
Operatie Overlord
De overkoepelende strategische planning voor de Geallieerde landing op de Normandische kust in juni 1944 t/m 90 dagen na D-Day.
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Schouder Patch van de Irene Brigade


Locaties Irene brigade in Groot-BrittanniŽ


Prinese Irene Brigade in opleiding in Canada
(Bron: Egbert van de Schootbrugge)

Informatie

Artikel door:
Frank van der Drift
Geplaatst op:
15-10-2005
Laatst gewijzigd:
18-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.