Razzia op Putten, 1-2 oktober 1944

Represailles en de razzia

De ondertussen gealarmeerde Duitse troepen, onder leiding van kolonel Fritz Fullriede van het Hermann Göring-regiment, kregen op last van de stafchef van de Wehrmacht, H.H. von Wühlisch, het bevel om het dorp Putten te omsingelen. Ook de opperbevelhebber van de Duitse troepen in Nederland, generaal Friedrich Christiansen, was na het horen van de eerste berichten woedend, en vond dat ‘dat nest aangestoken moet worden en heel de bende tegen de muur gezet moet worden’. De Duitsers bereikten in de vroege ochtend van zondag 1 oktober het dorp en grendelden dit helemaal van de buitenwereld af. Toen om vijf uur de boeren uit de omgeving wilden gaan melken, werden ze aangehouden. Alle wegen werden afgestroopt, alle boerderijen doorzocht, maar de vermiste officier werd niet gevonden. Ook de nabijgelegen bossen werden nog helemaal uitgekamd om een mogelijk spoor van de aanvallers te vinden. Intussen werd de strop om Putten steeds nauwer aangehaald. De meeste inwoners hadden echter geen flauw idee wat er aan de hand was, maar toch heerste er enige onrust. Er gingen geruchten over troepenbewegingen in de buurt, er waren schoten gehoord en al vrij snel dacht men aan een razzia. Tijdens de gebruikelijke kerkdienst op zondag in de Oude Kerk raadde dominee C.B.Holland de mannen aan naar huis te gaan en zich te verbergen.

De Duitsers hadden met de medewerking van enkele NSB’ers ondertussen een lijst opgesteld van vooraanstaande inwoners van het dorp, die als gijzelaar konden dienen als de daders en de vermiste officier, niet gevonden werden. Vlakbij de plaats van de aanslag stond een groep van dertig mannen onder extra zware bewaking. Eén van hen was de gemeentesecretaris van Putten, die al vroeg uit zijn huis was gehaald door een Duitse patrouille. Als na de kerkdienst de mensen die buiten het dorp woonden, naar huis wilden gaan, werden ze op de buitenwegen aangehouden en naar het dorp teruggestuurd. Sommigen probeerden het dorp toch te ontvluchten en uiteindelijk werden zeven van hen, waaronder een jong meisje, tijdens deze vlucht doodgeschoten. De dertig gijzelaars werden naar het dorp gebracht, waar ze tegen de muur van een garage en het plaatselijk café werden gezet, als angstaanjagend voorbeeld voor de honderden dorpelingen, die nu uit alle hoeken van het dorp als vee bijeengedreven waren in de Oude Kerk.

Nog diezelfde dag kreeg kolonel Fullriede een schriftelijk bevel dat door Christiansen was ondertekend en waarin de volgende vergeldingsmaatregelen stonden vermeld:
1. De schuldigen dienen te worden doodgeschoten.
2. De mannen tussen de achttien en vijftig jaar moeten worden afgevoerd.
3. Putten moet worden platgebrand, behalve het huis van de boer die de zwaargewonde Duitse officier heeft geholpen en de huizen van NSB’ers en Duitsgezinden.

Kolonel Fullriede meende dat zijn mannen gewroken moeten worden, maar vond de straf onevenredig zwaar. Hij kon de schuldigen overigens niet eens straffen, omdat deze nog steeds niet gevonden waren. Ook de intussen gealarmeerde SS werkte mee aan de uitvoering van het bevel. Maandagochtend 2 oktober om tien uur stond op het station van Putten een trein gereed. Fullriede moest dan de Puttense mannen overdragen aan de SS, die voor de verdere afvoer instond. De hele middag en avond was er overleg tussen de plaatselijke autoriteiten en de commandant van de Duitse troepen. Men probeerde er nog steeds achter te komen wie de daders van de aanslag waren en waar de vermiste officier zich bevond. De verzetsgroep had inmiddels gehoord wat er in Putten was gebeurd en dat er een redelijke kans bestond dat Fullriede misschien zou besluiten de wraakoefening af te gelasten, als de daders zich zouden melden en de officier werd gevonden. Daarom besloten ze in de nacht van zondag op maandag de Duitse officier achter te laten op het erf van een boer in Stroe. Later, tijdens het proces tegen Christiansen, beweerde Fullriede dat hij daarvan destijds nooit iets heeft vernomen en dat is ook de verklaring waarom de actie in Putten gewoon werd doorgezet.

De volgende ochtend, maandag 2 oktober, werden enkele namen voorgelezen van NSB’ers die vrijgelaten werden. Ook een vader en twee zoons die vlak bij de plaats van de aanslag woonden en er totaal niets mee te maken hadden, ontsprongen de dans. Vervolgens werd er een scheiding gemaakt tussen Puttenaren en niet-Puttenaren. Puttenaren tussen de achttien en vijftig jaar werden naar buiten gebracht, geteld en apart gezet. Er werd nogmaals gevraagd of de daders van de aanslag zich zouden melden en hoewel enkele mannen naar voren traden, namen de Duitsers daar geen genoegen mee. Vervolgens zette de stoet, onder begeleiding van het uit Amersfoort opgeroepen SS-Wachbataillon Nordwest, zich in beweging, in de richting van het station van Putten. Op dit station, waar de vrouwen de laatste kans kregen om afscheid te nemen van hun dierbaren, speelden zich hartverscheurende taferelen af, maar al vrij snel werden de gevangenen de treinen in gedirigeerd. Snel werden de deuren dichtgedaan en zette de trein zich in beweging in de richting van Amersfoort. Na het vertrek reden vrachtwagens met brandstof en explosieven door het dorp, waarna 'slechts' zevenentachtig huizen in Putten in brand werden gestoken. De gereformeerde predikant G. de Jager verklaarde: "De zwarte rook steeg uit verschillende haarden in kolommen ten hemel.’ Het vee schreeuwde onverdraaglijk. De hoop van sommigen dat alleen maar een paar oude krotten in vlammen zouden opgaan, was al direct vervlogen. De toezegging dat de kern van het dorp gespaard zou blijven, omdat daar dan woningen van deutschfreundlichte Puttenaren verwoest zouden worden, werd nagekomen. Alleen café De Heerdt naast de Oude Kerk werd ongewild verbrand. De brandstichting ging heel systematisch. Een groep van zo’n vijf tot zeven man reed door het dorp met een auto met springstoffen. Ze sloegen de ruiten van het huis stuk en staken de gordijnen en het tafelkleed in brand. Op tafel zette men een fles met ontploffingsmateriaal. Eenmaal buiten, gooiden ze vaak nog een handgranaat naar binnen. De brandstichters gingen als dollemannen tekeer. De soldaten waren beschonken en brachten hun opdrachten met veel plezier tot uitvoer. In het huis van de weggevoerde gemeentesecretaris speelden zij, voordat het in vlammen opging, ‘Stille nacht, heilige nacht’ op het orgel."

Definitielijst

NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Het persoonsbewijs van Dhr. Thomas

Informatie

Artikel door:
Hans Molier
Geplaatst op:
27-09-2004
Laatst gewijzigd:
22-02-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.