Organisatie Reichsführung-SS

De ontwikkeling van het SS-Amt tot de Reichsführung-SS

Op het hoogtepunt van haar macht werd de Schutzstaffel (SS) geleid vanuit twaalf zogenaamde SS-Hauptämter (SS-hoofdbureaus), die gezamenlijk de Reichsführung-SS (rijksleiding van de SS) vormden. Deze hoofdbureaus waren ingedeeld in Amtsgruppen en Ämter die verder werden ingedeeld in ondergeschikte bureaus. De basis voor het uit twaalf bureaus bestaande bestuursorgaan van de SS kwam voort uit de organisatiestructuur van de Sturmabteilung (SA), waar de SS tot de ‘Nacht van de Lange Messen’ in juni 1934 deel van uitmaakte. De leiding van de SA voerde formeel het commando over de SS, maar zorgde ook voor de rekrutering van manschappen uit de SA voor de SS. De SS viel toen direct onder de Oberste SA Führung, het commandocentrum van de SA onder leiding van de Oberste SA-Führer. Van 1926 tot 1930 werd deze functie vervuld door de ex-Freikorpsleider Felix Pfeffer von Salomon. In 1930 werd de functie van Oberste SA-Führer veranderd in Chef des Stabs. Voormalig Reichswehr-officier en persoonlijke vriend van Adolf Hitler, Ernst Röhm, vervulde deze functie van 1931 tot 1934. Zowel Von Salomon als Röhm creëerden een organisatiestructuur die als grondslag diende voor de uiteindelijke structuur van de SS.

In 1929 kreeg Heinrich Himmler het commando over de SS. Op dat moment had hij minder dan driehonderd man onder zich en de controle over de SS was dus nog redelijk eenvoudig. Himmler ontwikkelde echter een grote hoeveelheid leidinggevende niveaus en overdreef het aantal manschappen waaraan hij leiding gaf. Het aandikken van machtsniveaus en manschappen zou gedurende Himmlers machtsperiode één van zijn kenmerkende werkwijzen zijn. Himmler richtte het SS-Amt op als leidinggevend orgaan van de SS en experimenteerde verder met verschillende bureaus binnen dit oppercommando. Gedurende de geschiedenis van de SS veranderden diverse van deze (hoofd)bureaus van vorm, naam en functie. Himmler voerde zelf het opperbevel over het SS-Amt, maar de operationele leiding was in handen van de volgende SS-officieren:

Dr. Ernst Bach (december 1932 tot 12 juni 1933)
Siegfried Seidel-Dittmarsch (12 juni 1933 tot 1 februari 1934)
Kurt Wittje (1 februari 1934 tot 30 januari 1935)

Gedurende de vroege jaren van de SS werd de SS-Oberstab door Himmler opgericht, maar deze staforganisatie werd na korte tijd ontbonden. Ook experimenteerde hij begin jaren 30 met een verbindingsbureau dat de communicatie tussen de SS en andere NSDAP-organisaties moest coördineren. Deze organisatie stond bekend als de Führungsstab en werd geleid door Himmlers vroegere adjudant Siegfried Seidel-Dittmarsch. Toen Seidel-Dittmarsch overleed, betekende dit ook het einde van de Führungsstab. Een soortgelijk verbindingsbureau was de Gruppenstab z.b.V. (staf voor speciale taken), dat informatie moest uitwisselen tussen de SS en staats- en NSDAP-organisaties, maar ook dit bureau verdween in de zomer van 1935.

Twee bureaus, die reeds bestonden voordat de Reichsführung-SS met haar twaalf bureaus ontwikkeld werd en uiteindelijk in 1931 hierin ook opgenomen werden, waren het Rasse und Siedlungshauptamt en de Ic Dienst (inlichtingendienst). Het Rasse und Siedlungshauptamt werd één van de twaalf hoofdbureau’s en de Ic Dienst werd opgenomen binnen één van de hoofdbureaus. Ook Himmlers persoonlijke staf werd uiteindelijk ontwikkeld tot een hoofdbureau. Uiteraard was Himmler als Reichsführer-SS de commandant over alle hoofdbureaus. Deze bureaus stonden onder de dagelijkse leiding van een chef of stafchef, meestal met de rang van SS-Obergruppenführer of SS-Oberst-Gruppenführer. Deze leiders van de Reichsführung-SS hadden een rang binnen de Allgemeine-SS, maar in de meeste gevallen ook een rang binnen de Duitse politie, de Waffen-SS of een ander onderdeel van de Gesamt-SS (totale SS). Meerdere hoofdbureaus hadden niet alleen bepaalde verantwoordelijkheid over de SS, maar ook over onderdelen binnen de Duitse politie. Naast Reichsführer-SS was Himmler namelijk vanaf juni 1936 ook Chef der Deutschen Polizei. De organisatiestructuren van de SS en de Duitse politie waren vanaf dat moment zeer nauw met elkaar verbonden.


SS-Hauptamt en Rasse und Siedlungshauptamt

SS-Hauptamt (SS-HA)
In de jaren voor de oorlog was het SS-Hauptamt het belangrijkste commandocentrum van de SS. Gedurende de oorlogsjaren hield dit hoofdbureau zich vooral bezig met algemene beleids- en personeelszaken. De volgende personen hadden opeenvolgend de dagelijkse leiding over het SS-Hauptamt:

SS-Gruppenführer Kurt Wittje - (30 januari 1935 – 22 mei 1935)
SS-Obergruppenführer August Heißmeyer (22 mei 1935 – 1 april 1940)
SS-Obergruppenführer Gottlob Berger (1940 - 1945)

Toen het SS-Hauptamt op 30 januari 1935 opgericht werd, nam het grotendeels de macht en de taken van het oorspronkelijke SS-Amt over. Met uitzondering van raciale en veiligheidszaken hield het SS-Hauptamt zich bezig met alle taken en onderdelen binnen de SS. Zo was het SS-Hauptamt op dat moment belast met de bevelvoering over de SS, administratieve zaken, personeelszaken en de rechtspraak binnen de SS. Tevens was dit bureau verantwoordelijk voor de Allgemeine-SS, concentratiekampen, Politische Bereitschaften (eenheid voor de beveiliging van Heinrich Himmler en andere nazi-leiders, welke zich ontwikkelde tot de SS-Verfügungstruppe en later de Waffen-SS) en grensbewaking. Later zouden afdelingen binnen het SS-Hauptamt zich ook bezighouden met fysieke training, welzijn en bevoorrading. Ook de SS-officierenschool, communicatiediensten en SS-garnizoenen maakten deel uit van dit hoofdbureau.

Na het uitbreken van de oorlog werden andere hoofdbureaus opgericht en werden diverse taken van het SS-Hauptamt door deze hoofdbureaus overgenomen. De belangrijkste taak van het SS-Hauptamt was het rekruteren van manschappen en uiteraard was dit één van de kerntaken binnen de gehele SS-organisatie. Het SS-Hauptamt was onder andere betrokken bij het aantrekken van vrijwilligers voor de Waffen-SS uit verschillende landen buiten Duitland. Toen de Waffen-SS in de laatste oorlogsjaren zware verliezen leed, dienden buitenlandse vrijwilligers als aanvulling van de Duitse Waffen-SS-eenheden. Ook hield dit hoofdbureau zich bezig met taken die verband hielden de fysieke training en 'Germaanse' educatie van manschappen.

Rasse und Siedlungshauptamt (RuSHA)
De raszuiverheid van de manschappen vormde een belangrijke basis binnen de SS. Het hoofdbureau dat zich specifiek met de raciale zuiverheid van manschappen bezighield was het Rasse und Siedlungshauptamt. De leiders van dit hoofdbureau waren:

SS-Obergruppenführer Walter Darré (30 januari 1935 – 11 september 1938)
SS-Brigadeführer Günther Pancke (11 september 1939 - 9 juli 1940)
SS-Gruppenführer Otto Hofmann (9 juli 1940 - 20 april 1943)
SS-Obergruppenführer Richard Hildebrandt (20 april 1943 - 25 december 1943)
SS-Gruppenführer Dr. Harald Turner (25 december 1943 - 1944)
SS-Obergruppenführer Richard Hildebrandt (1944 - 31 juli 1944)
SS-Standartenführer Albert Uhlih (31 juli 1944 - 1944)
SS-Obergruppenführer Richard Hildebrandt (1944 - 1945)

Dit hoofdbureau werd in 1935 ontwikkeld vanuit het reeds in 1931 bestaande gelijknamige bureau. De belangrijkste taak van dit hoofdbureau was de keuring van rekruten volgens de strenge, bijna obsessieve, regelgeving binnen de SS die vooral in de jaren vóór de oorlog gold. De voornaamste eis die aan manschappen gesteld werd, was dat ze volledig Arisch moesten zijn en dus bijvoorbeeld geen Joodse of Slavische afstamming hadden. Gedurende de oorlogsjaren werden deze regels drastisch versoepeld om de grote verliezen aan het front aan te kunnen vullen. Zo bestond de 13. Waffen-Gebirgs-Division der SS "Handschar" bijvoorbeeld uit Kroatische moslims.

Naast het onderzoeken van de familieafstamming van manschappen werden ook de toekomstige echtgenoten van SS’ers onderworpen aan een genealogisch onderzoek. Volgens een interne verordening uit december 1930 moesten SS’ers toestemming van de Reichsführer-SS krijgen voor hun huwelijk. Voordat men toestemming kreeg om te trouwen moest het RuSHA dus eerst de raszuiverheid van de toekomstige echtgenote onderzoeken. Verder gaf dit Hauptamt advies over rassenkwesties en organiseerde het speciale trainingscursussen over dit onderwerp.


Reichssicherheitshauptamt (RSHA)

Het Reichssicherheitshauptamt was het meest machtige én gevreesde hoofdbureau binnen de SS. Het RSHA hield zich bezig met veiligheidszaken en was het overkoepelende orgaan voor diverse (geheime) politie- en inlichtingenorganisaties. Dit hoofdbureau stond onder leiding van de volgende personen:

SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich (27 september 1939 - 27 mei 1942)
Reichsführer-SS Heinrich Himmler (mei 1942 - januari 1943)
SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner (31 januari 1943 - 8 mei 1945)

Het Reichssicherheitshauptamt werd op 27 september 1939 opgericht vanuit twee bestaande hoofdbureaus: het Hauptamt Sicherheitspolizei en het Sicherheits Hauptamt. Beide hoofdbureaus stonden reeds onder leiding van Chef der Sicherheitspolizei und der Sicherheitsdienst Reinhard Heydrich. Hij was de eerste leider van het RSHA, maar op 4 juni 1942 kwam aan zijn machtsperiode een eind toen hij overleed aan de verwondingen die het gevolg waren van een aanslag door Tsjechische verzetsstrijders. Door de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst (SD) samen te voegen binnen het RSHA creëerde Heydrich gedurende zijn machtsperiode een uiterst invloedrijke en gevreesde organisatie die een uiterst belangrijke spil vormde binnen het nazi-terreurapparaat.

De Sicherheitspolizei (SIPO) bestond uit de Gestapo (geheime staatspolitie) en de Kriminalpolizei (recherche); beide overheidsorganisaties bestonden reeds voordat Adolf Hitler aan de macht kwam. De Sicherheitsdienst (SD) werd echter pas opgericht in maart 1934 en was een partijorganisatie verantwoordelijk voor het vergaren van inlichtingen ten behoeve van de veiligheid van de NSDAP en haar partijleden. De SD ontwikkelde zich echter tot de belangrijkste inlichtingendienst die zich in samenwerking met de Gestapo vooral bezighield met het opsporen van politieke en 'raciale' vijanden van het Duitse Rijk. Binnen het RSHA waren deze twee organisaties niet alleen verantwoordelijk voor de arrestatie van Joden en andere ‘vijanden’ van het Rijk, maar ook voor de deportatie naar getto’s en concentratie- en vernietigingskampen. Onder andere Adolf Eichmann hield zich binnen de Joodse sectie van de Gestapo bezig met de organisatie van de uitroeiing van het Europese Jodendom. Het RSHA dient dus beschouwd te worden als de organisatie die de holocaust vorm gaf.

In 1941 bestond het RSHA uit de volgende zeven afdelingen:

AMT I Personal Organisation
AMT II Verwaltung
AMT III Sicherheitsdienst Inland (Deutsche Lebensgebiete)
AMT IV Gestapo
AMT V Reichskriminalpolizeiamt (RKPA)
AMT VI Sicherheitsdienst Ausland (Auslandsnachrichtendienst)
AMT VII Weltanschauliche Forschung und Auswertung Archiv

AMT I hield zich bezig met de dagelijkse organisatie van het RSHA en personeelszaken en AMT II verzorgde de administratie. AMT III en VI waren afdelingen van de Sicherheitsdienst. AMT III was verantwoordelijk voor de SD binnen het Duitse Rijk en AMT VI voor de SD in het buitenland. AMT VII hield zich onder andere bezig met onderzoek naar diverse bevolkingsgroepen waaronder Joden, marxisten en vrijmetselaars en droeg daarnaast de zorg over het archief en de bibliotheek van het RSHA.De Gestapo was georganiseerd binnen AMT IV en de Kriminalpolizei binnen AMT V. Al deze afdelingen waren verdeeld in meerdere subafdelingen die op hun beurt ook weer verdeeld waren in meerdere onderdelen. Een uiterst complexe en veelomvattende organisatie was het gevolg.

Een belangrijke component van het RSHA die niet onbesproken kan blijven waren de Einsatzgruppen. Vooral vanuit de verschillende takken binnen het RSHA formeerde Heydrich, zowel tijdens de Duitse inval in Polen als in de Sovjet-Unie, zogenaamde Einsatzgruppen die de taak hadden om achter het front raciale en politieke vijanden uit te roeien. In Polen had men het vooral gemunt op de Poolse intelligentsia en Joden met belangrijke functies, maar in de Sovjet-Unie gingen de Einsatzgruppen veel verder. De massale moordpartijen op (Joodse) burgers in de Sovjet-Unie vormden het begin van de georganiseerde uitroeiing van het Europese Jodendom.


Persönlicher Stab Reichsführer-SS

Himmlers persoonlijke staf hield zich onder andere bezig met diverse taken die te maken hadden met het directe werkgebied van Heinrich Himmler. Onder andere adviseurs, adjudanten en secretaresses werkten binnen dit hoofdbureau. Gedurende het bestaan kende Himmlers persoonlijke staf één leider:

SS-Obergruppenführer Karl Wolff (8 juni 1936 - 29 april 1945)

De persoonlijke staf van Himmler bestond ook al voordat het gelijknamige hoofdbureau opgericht werd. Zowel de oorspronkelijke staf als het uiteindelijke gelijknamige hoofdbureau hadden twee taken. Als eerste hield de persoonlijke staf zich bezig met werkzaamheden die vielen binnen de directe invloedsfeer van de Reichsführer-SS of die zijn persoonlijke interesse hadden. De tweede taak was het onderhouden van communicatielijnen en het uitwisselen van informatie met de overige hoofdbureaus. Himmlers persoonlijke staf hield zich onder andere bezig met zijn correspondentie, het vastleggen van gespreksverslagen en het uitreiken van onderscheidingen aan SS’ers. Zaken die binnen Himmlers directe interesse- en werkgebied lagen waren onder andere relaties met de pers, onderzoek naar de Germaanse cultuur en Lebensborn. Het Gesellschaft Ahnenerbe maakte onderdeel uit van Himmlers persoonlijke staf en hield zich bezig met verrichten van onderzoek naar de mystieke oorsprong van het Arische ras. Voor de oorlog voerde de organisatie onderzoeksprojecten en archeologische opgravingen uit om de geschiedenis van het Germaanse volk te onderzoeken. Het Lebensborn programma was Himmlers paradepaardje. Het vormde een onderdeel van zijn obsessie om het Derde Rijk te bevolken met een superras van mannen en vrouwen met zuiver Arisch bloed. In Lebensborn-kraamhuizen verspreid door Duitsland moesten jonge ongetrouwde vrouwen, die geselecteerd waren op hun perfecte Arische uiterlijk, kinderen baren van SS’ers. De kinderen die in deze ‘broedfabrieken’ geboren werden, moesten de toekomst vormen voor de SS en het Duizendjarige Rijk.

De Kommandostab Reichsführer-SS maakte ook deel uit van de persoonlijke staf van Himmler. Deze staf voerde het directe commando over de bewapende eenheden van de SS, hoewel het merendeel van de bewapende eenheden tijdens de oorlog onder het directe bevel van het Duitse leger stond. Meerdere componenten van de Persönlicher Stab Reichsführer-SS werden uiteindelijk overgeplaatst naar andere hoofdbureaus. Ook veel officieren die werkten binnen Himmlers persoonlijke staf, waren daarnaast actief binnen een ander hoofdbureau. Oswald Pohl was bijvoorbeeld het hoofd van het administratiebureau binnen de persoonlijke staf, maar ook binnen het SS-Hauptamt had hij deze functie. In 1942 werd hij leider van het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt. Niet alleen de leiding van de SS was vertegenwoordigd binnen de staf, maar ook tal van andere vertegenwoordigers van verschillende bedrijven, staatsorganisaties en instituten bekleedden een functie binnen Himmlers persoonlijke staf. Zij maakten deel uit van de Freundeskreis Reichsführer-SS die onder andere bestond uit meerdere topondernemers en prominente nazi-vertegenwoordigers. Deze mannen waren belangrijke geldschieters voor Himmler en de SS en hadden daarnaast een adviserende functie.


SS-Personalhauptamt, Hauptamt SS-Gericht en SS-Führungshauptamt

SS-Personalhauptamt
Het SS-Personalhauptamt werd op 1 januari 1939 opgericht vanuit de oorspronkelijke personeelsafdeling binnen Himmlers persoonlijke staf. De leiders van dit hoofdbureau waren:

SS-Gruppenführer Walter Schmitt (1 juni 1939 – 1 oktober 1942)
SS-Obergruppenführer Maximilian von Herff (1 oktober 1942 – 8 mei 1945)

Het SS-Personalhauptamt was verantwoordelijk voor het administreren van personeelsgegevens van alle SS’ers en het produceren van periodieke ‘Dienstalterliste’ waarop alle officieren van de SS opgesomd werden.

Hauptamt SS-Gericht
Juridische zaken waren de verantwoording van dit hoofdbureau dat zich ontwikkelde vanuit het SS-Gerichtsamt dat oorspronkelijk onderdeel uitmaakte van het SS-Hauptamt. Aan het hoofd van dit hoofdbureau stonden:

SS-Obergruppenführer Paul Scharfe (1 juli 1939 – 15 augustus 1942)
SS-Obergruppenführer Franz Breithaupt (15 augustus 1942 – 29 april 1945)

De SS was zelf verantwoordelijk voor de bestraffing van haar manschappen die tijdens hun werkzaamheden misdrijven hadden gepleegd of zich niet hadden gehouden aan de disciplinaire regels van de SS. Zowel tuchtzaken en rechtspraak als het onderzoeken van vergrijpen werden uitgevoerd door het Hauptamt SS-Gericht. Gerechtshoven bevonden zich in elke Oberabschnitt (SS hoofddistrict) en tevens waren juridische officieren ingedeeld binnen alle onderdelen van de SS en de politie op verschillende niveaus. Zaken waarin de doodstraf geveld werd, werden persoonlijk gecontroleerd door Himmler en andere serieuze aanklachten werden behandeld door het hoofdgerechtshof van de SS in München. Ook zaken waarin officieren met de rang van SS-Obergruppenführer aangeklaagd werden, hadden zitting in het hooggerechtshof in München. Daarnaast beheerde het Hauptamt SS-Gericht speciale strafkampen voor veroordeelde SS’ers.

SS-Führungshauptamt (SS-FHA)
Het SS-Führungshauptamt werd op 15 augustus 1940 opgericht en kwam voort vanuit het Kommandoamt der Waffen-SS. Toen het opgericht werd, werden veel afdelingen en verantwoordelijkheden van het SS-Haupamt overgenomen. De voornaamste verantwoordelijkheden van dit hoofdbureau waren de supervisie over, de bevoorrading en het trainen van de Waffen-SS. Het takenpakket werd gedurende de eerste twee jaar van het bestaan van dit hoofdbureau verder uitgebreid. Dit hoofdbureau werd aangevoerd door de volgende personen:

Reichsführer-SS Heinrich Himmler (15 augustus 1940 - 30 januari 1943)
SS-Obergruppenführer Hans Jüttner (30 januari 1943 - mei 1945)

Tijdens de oorlogsjaren werd dit hoofdbureau verantwoordelijk gemaakt voor de inspectiediensten en inspecteurs van de gewapende onderdelen binnen de SS. Een belangrijke verantwoordelijkheid van deze inspectiediensten en haar inspecteurs was de coördinatie van de relatie tussen de Waffen-SS en de Wehrmacht. Het SS-Führungshauptamt voerde ook het commando over de Allgemeine-SS en was van 1940 tot maart 1942 verantwoordelijk voor de concentratiekampen. Hoewel dit hoofdbureau niet ondergeschikt was aan het Oberkommando des Heeres (OKH) en het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) had het niet de verantwoordelijkheid over manschappen van de Waffen-SS die in oorlogsgebieden onder het bevel stonden van het Heer of de Wehrmacht. Himmler was tot 30 januari 1943 commandant van dit hoofdbureau met Hans Jüttner als zijn stafchef. Het commando werd echter tot het einde van de oorlog overgedragen aan Jüttner.


Hauptamt Reichskommissariat für die Festigung Deutschen Volkstums en Hauptamt Volksdeutsche Mittelstelle

Hauptamt Reichskommissariat für die Festigung Deutschen Volkstums (RKFDV)
Binnen de Reichsführung-SS waren twee bureaus verantwoordelijk voor de vestiging van (etnische) Duitsers in overwonnen gebieden in het Oosten en de hervestiging van Volksdeutsche (etnische Duitsers) in het Rijk en haar nieuwe bezette gebieden. Het Hauptamt Reichskommissariat für die Festigung Deutschen Volkstums was belast met het handhaven en beschermen van raciale standaarden en de uitbreiding van het Germaanse ras. De leider van dit hoofdbureau was:

SS-Obergruppenführer Ulrich Greifelt (6 november 1941 - 9 november 1944)

Heinrich Himmler bekleedde vanaf 7 oktober 1939 de functie van Reichskommissar für die Festigung Deutschen Volkstums. In december 1940 nam hij tevens de verantwoordelijkheid over Volkdeutsche zaken over van Rudolf Hess, de plaatsvervanger van Adolf Hitler. Het hoofdbureau werd vanaf 6 november 1941 geleid door Ullrich Greiffelt. Voorheen had Greiffelt leiding gegeven aan het centrale bureau voor immigratie binnen het SS-Hauptamt. De eerste grote hervestigingsoperatie vond plaats in de Reichsgaue Wartheland en Danzig in Polen waar de oorspronkelijke 'niet-Germaanse' bewoners werden gedeporteerd naar het oostelijke deel Polen. Hun plaats werd ingenomen door Volksdeutsche.

Hauptamt Volksdeutsche Mittelstelle (VOMI)
Het Hauptamt Volksdeutsche Mittelstelle was het tweede hoofdbureau binnen de Reichsführung-SS dat verantwoordelijk was voor de vestiging van (etnische) Duitsers en de hervestiging van Volksdeutsche. Dit hoofdbureau was verantwoordelijk over etnische Duitsers (Volksdeutsche) die woonden buiten de Duitse grenzen. De hoofdtaak van dit hoofdbureau was het hervestigen van etnische Duitsers binnen het Reich. Het hoofdbureau werd geleid door:

SS-Obergruppenführer Werner Lorenz (15 juni 1941 – februari 1944)

De basis voor dit hoofdbureau werd gevormd in 1936 door het Büro Von Kursell. Vanaf januari 1937 was de naam van dit bureau de Volksdeutsche Mittelstelle en maakte het deel uit van het Reichskommissariat für die Festigung Deutschen Volkstums. Uiteindelijk werd dit bureau een zelfstandig hoofdbureau. Het bureau hield zich bezig met de hervestiging van Volksdeutsche nakomelingen van Germaanse kolonisten in de Sovjet-Unie en Oost-Europa in het Rijk.


Hauptamt Dienststelle Heißmeyer en Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt

Hauptamt Dienststelle Heißmeyer
De Dienststelle Heißmeyer was intensief betrokken bij de zogenaamde Nationalpolitische Erziehungsanstalten (Napola's). Dit waren prestigieuze nationaalsocialistische opleidingsinstituten waarbinnen studenten werden opgeleid tot de toekomstige leiders van het Derde Rijk. Dit hoofdbureau was vernoemd naar haar leider:

SS-Obergruppenführer Heißmeyer (15 augustus 1940 – 1944)

De Dienststelle SS-Obergruppenführer Heißmeyer hield zich bezig met diverse ondersteunende en organisatorische taken binnen de Napola's. Het belangrijkste effect van de intensieve betrokkenheid van de SS bij deze instituten was dat men trachtte studenten te kunnen werven voor een hoge positie binnen de SS of de Duitse politie.

Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (SS-WVHA)
Economische en administratieve diensten binnen de SS werden vanaf 1942 verzorgd door het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt. Gedurende het bestaan kende dit hoofdbureau één leider:

SS-Obergruppenführer Oswald Pohl (31 januari 1942 - 8 mei 1945)

Het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (SS-WVHA) werd gevormd vanuit het SS-Haupamt Verwaltung und Wirtschaft (hoofdbureau administratie en economie) en het Hauptamt Haushalt und Bauten (hoofdbureau begroting en bouw). Beide bureaus stonden ook al onder leiding van Oswald Pohl die tevens hoofd van het administratiebureau van het SS-Hauptamt (Amt IV - Verwaltungsamt-SS) en Verwaltungs-Chef (chef administratie) van Himmlers persoonlijke staf was. Het uiteindelijke SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt van Pohl bestond uit de volgende vijf onderdelen:

AMT A Truppenverwaltung SS-Gruppenführer August Frank
AMT B Truppenwirtschaft SS-Gruppenführer Georg Lörner
AMT C Bauwesen SS-Obergruppenführer Hans Kammler
AMT D Konzentrationslagerwesen SS-Brigadeführer Richard Glücks
AMT W Wirtschaftsunternehmungen SS-Obergruppenführer Oswald Pohl

AMT A hield zich bezig met troepenadministratie en AMT B met bevoorrading en economische zaken. AMT C was verantwoordelijk voor bouwwerkzaamheden en AMT D nam de verantwoordelijkheid over de concentratiekampen in 1942 over van het SS-Führungshauptamt. Tot slot hield AMT W zich bezig met de industriële en landbouwondernemingen die de SS in beheer had. De SS had niet alleen verschillende ondernemingen in eigen beheer, maar was ook aandeelhouder van verschillende burgermaatschappijen in de bouw, drukkerij en kunst. Ook exploiteerde de SS verschillende natuurlijke hulpbronnen. Naast de genoemde taken verzorgde het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt ook het beheer over divers onroerend goed en was dit hoofdbureau verantwoordelijk voor de confiscatie van kunst en andere eigendommen van joden. Met deze inkomsten en het geld dat verdiend werd door het leveren van slavenarbeid was de SS ongetwijfeld de rijkste organisatie in het Derde Rijk.


Hauptamt Ordnungspolizei

Het Hauptamt Ordnungspolizei was het grootste hoofdbureau binnen de Reichsführung-SS. In de beginjaren van de oorlog had dit bureau honderdduizenden personeelsleden in dienst. Dit hoofdbureau was verantwoordelijk voor de Ordnungspolizei (Orpo), bestaande uit verschillende geüniformeerde politiediensten. De leiders van dit hoofdbureau waren:

SS-Oberstgruppenführer Kurt Daluege (juni 1936 - 31 augustus 1943)
SS-Obergruppenführer Alfred Wünnenberg (31 augustus 1943 - 8 mei 1945)

Naast de Schutzpolizei (veiligheidspolitie), de Gemeindepolizei (gemeentepolitie) en de Gendarmerie (plattelandspolitie) bestond de Ordnungspolizei uit tal van gespecialiseerde politiediensten waaronder de Bahnschutz (spoorwegpolitie), Luftschutzpolizei (luchtbeveiligingspolitie) en de Wasserschutzpolizei (waterpolitie). Ook douanebeambten, de Technische Nothilfe (technische nooddienst), de Feuerwehr (brandweer) en de Feuerschutzpolizei (brandweer politie) vielen onder Ordnungspolizei. De Ordnungspolizei had haar eigen scholen en ook de Höhere SS- und Polizeiführer maakten deel uit van deze politieorganisatie. Höhere SS- und Polizeiführer waren hoge SS- en politieleiders die onder de directe supervisie van Himmler de verantwoording droegen over de veiligheid in een bepaalde regio of land. De verantwoordelijkheid over de Ordnungspolizei werd door de SS gedeeld met het Rijksministerie van Binnenlandse Zaken. De macht over de Ordnungspolizei moest Himmler dus delen met de Minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm Frick. Toen Himmler in augustus 1943 echter werd benoemd tot Minister van Binnenlandse Zaken had hij het alleenrecht over de organisatie.

De Ordnungspolizei had de beschikking over een groot aantal bewapende regimenten en bataljons die werden gebruikt voor defensieve taken en bij acties tegen partizanen en Joden. In een later stadium werden sommige politie-eenheden ingedeeld binnen Kampfgruppen onder het commando van Höhere SS- und Polizeiführer. Voor hun resultaten in de strijd ontvingen veel politiebeambten het ‘Kriegsorden des Deutsche Kreuzes in Gold’, een hoge onderscheiding voor prestaties tijdens oorlogstijd. Alle veldeenheden (Polizei Regimenter, Polizei Schützenregimenter, Polizei-Reiter-Abteilungen, Polizei Kampfgrüppen etc.) kregen vanaf 24 februari 1943 het voorvoegsel ‘SS’ vanwege hun bijdragen aan de strijd in Rusland. In bezet gebied had de Ordnungspolizei ook de beschikking over Schutzmannschaft Bataillone waarin Estlandse, Letlandse en Oekraïense troepen onder Duits bevel verenigd waren. Het Hauptamt Ordnungspolizei was intensief betrokken bij de bevoorrading, training en andere zaken rond de 4. SS-Polizei-Panzergrenadierdivision van de Waffen-SS.


Bronnen

Boeken

- Nazi Conspiracy and Aggresion. Vol. II. USGPO, Washington, 1946, pag.173-237. (link)
- Wikipedia (Duits) - Schutzstaffel
- Wikipedia (Duits) - Organisationsstruktur der SS
- Wikipedia (Engels) - Schutzstaffel
Versie: 31-10-2009 Artikel door: Kevin Prenger

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/1136/Organisatie-Reichsführung-SS.htm