Hitlerjugend

Index

Jullie, mijn jeugd, zijn de meest waardevolle garantie voor de toekomst van  onze natie, en jullie zijn voorbestemd om de leiders te worden van een glorieuze  nationaalsocialistische maatschappij. Vergeet nooit dat jullie op een dag over de  wereld zullen heersen!
 
 - Adolf Hitler (tijdens een toespraak op een partijdag in Neurenberg op 10 september  1938)

De Hitlerjugend was de jeugdorganisatie van de NSDAP. Uiteindelijk werd vrijwel de gehele Duitse jeugd (behalve Joden) in deze organisatie gemobiliseerd en werden ze daarin vanaf een leeftijd van tien jaar zowel geestelijk als fysiek gevormd volgens de idealen van de nazi's. De geestelijke ('intellectuele') vorming werd gebruikt voor indoctrinatie van de jeugd op nationaalsocialistische leest, terwijl het fysieke aspect zich voornamelijk richtte op paramilitaire training. De jeugd zou klaargestoomd worden voor een toekomst waarin ze als volgzame en goed getrainde soldaten het Derde Rijk van Hitler zouden dienen.


Het begin van de Hitlerjugend

De wortels van de Hitlerjugend kunnen gezocht worden in de jeugdbewegingen die al voor de Eerste Wereldoorlog werden opgericht. Daaruit blijkt namelijk het belang van jeugdorganisaties binnen de Duitse maatschappij en de populariteit die ze voor de opkomst van de NSDAP al genoten. Zo ontstond in 1896 Der Wandervogel. Deze groep streefde naar veel meer directe betrokkenheid met de natuur. Ze romantiseerden bijvoorbeeld het autarkische verleden waarin men enkel en alleen van het land leefde en middenin de natuur stond. Ze verwierpen strikte autoriteit - zowel van de maatschappij als van hun ouders - en konden zich niet vinden in de individualiserende maatschappij die gevormd was door de industriële revolutie.

Der Wandervogel kenmerkte zich onder meer door de korte broeken en wandellaarzen die de jongens droegen en de boerenklederdracht waarin de meisjes zich vertoonden. Hun liefde voor de natuur bleek uit de uitstapjes waarbij ze zonder echte hulpmiddelen een aantal dagen in de buitenlucht doorbrachten. Ze zongen Duitse volkliederen rond een kampvuur, sliepen onder de sterren en maten zich de gewoonte aan elkaar met “Heil” te begroeten. Tussen 1900 en 1914 groeide de beweging in hoog tempo en van die populariteit maakten andere maatschappelijke groeperingen gebruik. Een breed scala aan jeugdbewegingen werd opgericht en groeide verder uit, waaronder de Katholieke Jeugdbeweging,de Padvinders en diverse andere politieke, religieuze en zelfs paramilitaire groeperingen.

Het verlies van Duitsland in 1918 in de Eerste Wereldoorlog bracht een radicale versplintering van de maatschappij teweeg. Met name de politieke groeperingen polariseerden enorm. Iedereen had zo zijn ideeën over hoe Duitsland geregeerd diende te worden. Om deze ideeën te promoten en te verwezenlijken, en daarnaast een solide machtsbasis te vormen, werd gepoogd de jeugd te mobiliseren. De Jonge Socialisten, de Jonge Democraten en de Jonge Conservatieven waren hiervan de grootste (politieke) jeugdbewegingen. Ze maten zich een militaire stijl aan door in militaire uniforms gekleed te gaan en een strikte hiërarchie binnen de organisatie te ontwikkelen.

De oprichting van de Hitlerjugend werd geïnitieerd door Gustav Adolf Lenk. Als 17-jarige jongen verdiende hij zijn geld met het poetsen van piano's. In het najaar van 1921 werd zijn interesse voor de NSDAP gewekt na het bijwonen van een toespraak van Hitler. Toen hij zich in december van dat jaar aan wilde melden als partijlid, werd hij echter afgewezen omdat hij nog geen 18 jaar was. Toen hij daarop antwoordde dat hij zich in dat geval bij de jeugdbeweging aan zou sluiten, kreeg hij te horen dat deze nog niet bestond. Als hij zich zo graag bij het jeugdkorps van de NSDAP aan wilde sluiten - zo werd hem verteld - moest hij deze zelf maar oprichten.

In maart 1922 werd de oprichting van de 'Jugendbund der NSDAP' in de partijkrant Völkischer Beobachter als volgt bekendgemaakt:

Wij vragen de nationaalsocialistische jeugd en alle andere jonge Duitsers tussen 14 en 18 jaar en ongeacht klasse of beroep, wier hart lijdt onder het leed en de ontberingen die het vaderland in hun greep hebben, en die later in de gelederen opgenomen willen worden van de strijders tegen de Joodse vijand, de enige oorzaak van onze huidige schaamte en lijdensweg, zich aan de sluiten bij de Jeugdliga van de NSDAP.

Op 13 mei van datzelfde jaar huurden de nazi's de Bürgerbräukeller in München af, om tegenover een grote menigte de oprichting van de jeugdbeweging aan te kondigen. Het initiatief werd niet met buitensporig veel enthousiasme begroet; onder de vele aanwezigen waren er slechts 17 tieners present. Veel nationaalsocialisten waren sceptisch over het succes van een jeugdbeweging, omdat er al teveel bestonden, en de meesten bovendien uiterst goed georganiseerd waren. Echter, ondanks de wijdverbreide scepsis over de kersverse jeugdbeweging, had zich een belangrijke gebeurtenis voltrokken: de voorganger van de Hitlerjugend was geboren.


Een groeiende jeugdbeweging

Lenk zette ondanks de kritiek enthousiast door en deelde de Jugendbund onder in twee afdelingen: de eerste - de Jungsturm Adolf Hitler - voor 14 tot 16-jarigen en de tweede – de Jugendbund – voor 16 tot 18-jarigen. Gezien het gebrekkige ledental bleef een echt succes voor de jeugdbeweging vooralsnog uit. Lenk besefte dit wellicht nog niet geheel, aangezien hij in het voorjaar van 1922 een tijdschrift - de ‘Nationale Jungsturm’ - liet publiceren. Door het gebrek aan voldoende abonnees kon hij de kosten niet dekken en zodoende werd het tijdschrift op 12 augustus 1922 herdoopt tot de Nationalsozialistische Jugend. Het succes bleef echter uit en het tijdschrift eindigde uiteindelijk als bijlage van de Völkischer Beobachter.

Op 9 november 1923 marcheerde Hitler, samen met 3000 andere nazi's, naar de Bürgerbräukeller in München om daar een politieke bijeenkomst onder leiding van de Beierse afgevaardigde Gustav von Kahr te verstoren. Het plan was om de Beierse regering gevangen te nemen en zodoende een staatsgreep te plegen. Dit mislukte echter en Hitler moest vluchten om aan arrestatie te ontkomen. Twee dagen later werd hij alsnog gearresteerd en na een proces van vijf weken werd hij, samen met een aantal andere prominente partijfunctionarissen, veroordeeld. Hem werd een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd. Daar zou hij slechts acht maanden van uitzitten. Het bleek echter lang genoeg om zijn politieke autobiografie, Mein Kampf, te schrijven.

Naast de veroordeling van Hitler en andere nazi's werd de NSDAP door het gerechtshof verboden. Dat betekende dat ook de jeugdbeweging van Lenk illegaal werd verklaard. In de tijd dat Hitler in Landsberg am Lech zijn gevangenisstraf uitzat, trachtte Lenk tot tweemaal toe een soortgelijke jeugdbeweging op te richten. Zijn pogingen om onschuldig klinkende namen te hanteren voor zijn nieuwe jeugdbewegingen liepen op niets uit; zowel het 'Patriottische Jeugdverbond van Groot-Duitsland' als de 'Groot-Duitse Jeugdbeweging' werden al snel door de Beierse rechter verboden. Het vermoeden dat deze organisaties slechts een dekmantel waren voor de voormalige Jugendbund der NSDAP noopte de rechter ertoe om ook Lenk te veroordelen. Net als Hitler kwam Lenk terecht in de Landsberg gevangenis. Niet lang nadat Hitler op 1 december 1924 vroegtijdig werd vrijgelaten, was ook Lenk weer een vrij man.

Al snel bleek dat Hitler lak had aan het door de rechtbank opgelegde verbod op de partij en zodoende richtte hij zich weer volledig op de op 26 febuari 1925 heropgerichte NSDAP en werd de jeugdbeweging – nu onder de naam ‘Grossdeutsche Jugendbewegung’ - op 4 juli 1926 weer in ere hersteld. Het bleek echter dat de partijleiders van de NSDAP een ander leiderschap voor de jeugdbeweging beoogden. Lenk viel in ongenade omdat hij te zelfstandig gehandeld zou hebben en vanwege zijn kritiek op Hitler. Hij suggereerde namelijk dat Hitler niet in staat was om absoluut over de partij te heersen. Al snel circuleerden er geruchten dat hij een verrader was van de partij.

Lenk verloor zijn macht en moest zijn plaats afstaan aan Kurt Gruber, een 21-jarige rechtenstudent die zich in 1923 bij de partij had aangesloten. Hij bleek een competente leider te zijn die goed in de partijideologie paste dat de jeugd door de jeugd geleid zou moeten worden. Op 4 juli 1926 werd de 'Groot-Duitse Jeugdbeweging' omgedoopt tot Hitler Jugend, Bund deutscher Arbeitersjugend, kortweg Hitlerjugend. Gruber werd benoemd tot Reichsführer der Hitlerjugend en als jeugdadviseur opgenomen in het rijksbestuur van de NSDAP. Zijn organisatietalent bleef niet verscholen en blijkt ook uit de statistieken: in de eerste twee jaar van zijn leiderschap (1927-1928) vertienvoudigde de omvang van de beweging. In 1929 groeide het aantal leden nog eens met dertig procent. Gruber introduceerde daarop het uniform dat gebaseerd was op dat van de SA. Vervolgens structureerde hij de Hitlerjugend naar het evenbeeld van de NSDAP. Er werden veertien afdelingen opgericht die zich onder meer zouden richten op terreinen als sport, pers en propaganda, onderwijs en cultuur.

Hoewel het prestige van de Hitlerjugend langzaam maar zeker steeg, kwam de organisatie nauwelijks in de schijnwerpers te staan. Pas op 19 en 20 augustus 1929 werd de Hitlerjugend een iets grotere, maar nog steeds niet significante, rol binnen de NSDAP toebedeeld. Samen met 30.000 SA-leden marcheerden 300 jongens naar Nürnberg om daar deel uit te maken van de tweede partijdag van de nazi's. Twee jaar later genoten 2000 leden van de Hitlerjugend een bombastisch onthaal tijdens de vierde, dit keer grootse, partijdag van de NSDAP.

De Hitlerjugend bleef zich dus ontwikkelen. In het kader van de Volksgemeinschaft die Hitler en zijn aanhangers propageerden, zocht Gruber ook buiten de grenzen van Duitsland naar jongeren die als etnische Duitsers in aanmerking kwamen voor lidmaatschap. Er werden contacten aangeknoopt met jongeren uit het Sudetenland in Tsjechoslowakije en uit provincies van Polen die tot aan de Eerste Wereldoorlog aan het Duitse rijk hadden toebehoord.

De beurskrach van 1929 luidde een wereldwijde economische depressie in die vooral Duitsland hard raakte. De nazi's wisten de crisis goed uit te buiten en daarmee in buitengewoon korte tijd hun machtsbasis aanzienlijk te vergroten. Bij de Hitlerjugend liep het echter niet zo vlot. In 1932, ten tijde van de verkiezingen voor Rijkspresident tussen Paul von Hindenburg en Adolf Hitler, vreesden de autoriteiten dat het militante karakter van de SS en SA tot ongewenste excessen zou kunnen leiden. Zowel de SS als de SA werd op 13 april 1932 door de rechtbank verboden. Aangezien de Hitlerjugend volledig ondergeschikt was aan de SA, werd ook de jeugdbeweging illegaal verklaard.

Het verbod had niet het effect dat het gezag beoogde. De Hitlerjugend zette zich illegaal voort onder verschillende namen, waaronder 'De natuurvrienden'. Hoewel de autoriteiten hier niet in tuinden en de dekmantelorganisaties illegaal verklaarden, werd de Hitlerjugend steeds populairder. Met name het paramilitaire vertoon, dat vanaf die periode steeds prominenter werd, trok nieuwe jongens naar de jeugdbeweging. Het verbod op de Hitlerjugend (en tevens op de SS en SA) werd echter allesbehalve strikt nageleefd door de autoriteiten en op 17 juni 1932 werd het verbod door de toenmalige Rijkskanselier Franz von Papen ingetrokken in een diplomatieke poging om de politieke gemoederen zoveel mogelijk te bedaren.

Tijdens de nationale verkiezingen op 14 september 1930 behaalden de nazi's ruim 6,4 miljoen stemmen, bijna achtmaal zoveel als in 1928. Vanwege het succes dat de Hitlerjugend die periode genoot, aasden twee voorname kandidaten op de functie van Kurt Gruber: Ernst Röhm en Baldur von Schirach. Röhm wilde als leider van de Sturmabteilung de Hitlerjugend bij zijn paramilitaire eenheid inlijven, ondanks het feit dat de Hitlerjugend volledig ondergeschikt was aan de SA. Baldur von Schirach zag het als een prachtige kans om de jeugd te mobiliseren voor het nationaalsocialisme.

Hoewel Gruber niet impopulair was onder nazileiders of slechte resultaten behaalde, kreeg hij wel te maken met geduchte concurrentie van Baldur von Schirach, een rijzende ster binnen de NSDAP . Von Schirach was achttien jaar oud toen hij zich in 1925 voor de NSDAP aanmeldde. Als zoon van een theaterdirecteur, die voorheen als Pruisisch officier had gediend, en van een moeder wiens familiestamboom terugging tot twee ondertekenaars van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, werd hij geboren en getogen in een aristocratisch milieu. Hij was de Engelse taal sneller machtig dan de Duitse en hield zich veel bezig met literatuur, kunst en theater. Op zijn tiende werd hij lid van een Wehrjugendgruppe, een jeugdvereniging waarin kinderen al op jonge leeftijd affiniteit met militaire oefeningen bijgebracht werd. Vanaf zijn prille tienerjaren hield hij zich al bezig met antisemitische en andere soortgelijke geschriften, waardoor zijn antisemitisme en afkeer van het Christendom en van zijn eigen aristocratische afkomst al vanaf jonge leeftijd gevoed werden.

Von Schirach leerde in 1925 op 18-jarige leeftijd Hitler kennen. Toen hij een jaar later, in 1926, zijn gymnasiumdiploma behaalde, raadde Hitler hem aan om Germaanse folklore, kunstgeschiedenis en Engelse literatuur te studeren. Zijn organisatorische vaardigheden en zijn vleierij tegenover Hitler deden hem snel in aanzien stijgen. Op 20 juli 1928 werd hij benoemd tot Führer des Nationalsozialistischen Deutschen Studentenbunds. In deze hoedanigheid kon hij zijn organisatorische vaardigheden toetsen door studenten te mobiliseren voor de nationaalsocialistische zaak. Vanwege de goede resultaten die hij hiermee behaalde en zijn niet aflatende verheerlijking van Hitler in zijn romantische poëzie, werd hij steeds vaker uitgenodigd op de Berghof.

Gruber had al snel door dat Von Schirach een bedreiging vormde voor zijn positie. In een poging het prestige van de Hitlerjugend verder op te vijzelen, riep hij twee nieuwe kranten in het leven: Die Junge Front en de Hitlerjugend Zeitung. Geen van beide werd succesvol. Toen in april 1929 door de nazi's de Hitlerjugend tot enige officiële jeugdbeweging van de NSDAP werd uitgeroepen, hoewel er op dat moment geen andere nazi-jeugdbewegingen bestonden, leek Grubers positie vooralsnog veilig. Hij had in drie jaar tijd, van 1926 tot 1929, het ledental op weten te schroeven van 700 naar 13.000 leden. Dat was echter nog steeds een schril aantal vergeleken met de Duitse jeugdbevolking van 4,3 miljoen.

De interne concurrentie maakte van Gruber een wanhopig man. Hij beloofde Hitler binnen een jaar het ledental te verdubbelen. De kritiek die vanuit verschillende hoeken op hem werd geuit, had zijn gezag echter al dusdanig ondermijnd dat de situatie voor hem uitzichtloos was. Na drie jaar leiderschap werd hij door partijleiders van de NSDAP aan de kant gezet. In oktober 1931 maakte het hoofdkantoor van de NSDAP in München bekend dat Gruber zijn ontslag had ingediend. Dat was echter niet zo. Hij was simpelweg het vertrouwen kwijtgeraakt en Hitler zag meer in de visie van Von Schirach. De jonge aristocraat werd eind oktober benoemd tot Reichsjugendführer der NSDAP.


Organisatie

In 1931 herorganiseerde Von Schirach de Hitlerjugend zodanig dat voortaan een groter gedeelte van de Duitse jeugd gemobiliseerd kon worden. De Hitlerjugend werd uitgebreid met het Jungvolk, waartoe de 10- tot 14-jarigen behoorden. De twee verschillende afdelingen van de Jugendbund werden samengevoegd in een nieuwe afdeling – waar de 14- tot 18-jarigen toe behoorden – en die de naam Hitlerjugend (HJ) kreeg. Jongens van 6 tot 10 jaar mochten informeel bijeenkomsten en activiteiten bijwonen. Daar werd hun enthousiasme gewekt door uitstapjes naar het platteland, wapenoefeningen en sportwedstrijden. Voortaan werd er tevens meer aandacht besteed aan politieke indoctrinatie middels het scanderen van nazileuzen en het zingen van nationalistische volksliederen tijdens uitstapjes. Specifieke politieke indoctrinatie vond plaats via de zogenaamde Heimabende, waar HJ-leiders in speciale HJ-huizen via toespraken hun jonge toehoorders onderwezen in de nazi-ideologie. Deze avonden werden volgens een strak schema georganiseerd. De leiders van de Hitlerjugend ontvingen tijdschriften waarin de strekking was vermeld van wat ze hun ondergeschikten moesten onderwijzen. Elk tijdschrift behandelde een bepaald thema dat gebaseerd was op nationaalsocialistische grondslag. Zo werden de leden bijvoorbeeld onderwezen in de rol van mannen en vrouwen in de maatschappij, het prestige van het Duitse leger en de vijanden van het nationaalsocialisme. Elke jongen die formeel tot de Hitlerjugend behoorde, kreeg een zogenaamd Leistungsbuch, waarin zowel zijn sportieve prestaties als zijn politieke indoctrinatie nauwgezet werden bijgehouden.

Tevens werd er in juli 1929 een afdeling voor de vrouwen gecreëerd. Meisjes van 10 tot 14 jaar behoorden tot de Jungmädelbund (JM) en die van 14 tot 18 jaar behoorden tot de Bund Deutscher Mädel (BDM). De vrouwelijke afdeling van de Hitlerjugend was bij uitstek geschikt om de leden voor te bereiden op de rol van de vrouwen in de maatschappij zoals de nazi's die voor zich zagen. Volgens de nazi's was de primaire taak van vrouwen om raciaal zuivere, gezonde en sterke kinderen te baren en vervolgens naar nazistische idealen op te voeden. Daarmee zouden ze een rol vervullen waarbij ze vrijwel volledig ondergeschikt waren aan mannen. Terwijl de mannen het Duitse imperium uitbouwden, zouden de vrouwen hen zoveel mogelijk zorg uit handen nemen door met name het huishouden en de kinderopvoeding op zich te nemen.

De nazi’s wilden een leger van ‘politieke soldaten’ creëren. Soldaten die een zeer grondige militaire opleiding hadden ondergaan, trouw aan de Führer en zijn regime waren en in uitstekende fysieke conditie waren, zouden in staat zijn om een nieuw, machtig Duitsland te helpen opbouwen. In 1934 verschoof de nadruk van de activiteiten van de Hitlerjugend dan ook naar uitstapjes naar het platteland en het zingen van kampliederen naar paramilitaire trainingen. De uitstapjes veranderden in militaire bivakken, met ochtendappels, fanfaremuziek, schietoefeningen, kaartlezen, navigatie en dagmarsen. Er werden gespecialiseerde eenheden in het leven geroepen zodat de Hitlerjugend een rekruteringsbron kon worden voor verschillende legeronderdelen. Eén van de meest populaire onderdelen daarvan was de Flieger Hitler Jugend, waar de jongelingen met zweefvliegtuigen de basisprincipes van het vliegen in de praktijk leerden. De Motor Hitler Jugend, was net als de Flieger HJ, een eliteonderdeel. Binnen dit onderdeel leerden de jongens motor rijden. In het noorden van Duitsland was de Marine Hitler Jugend vrij populair. Daar oefenden de leden met zeilboten en kajakken, waarmee ze klaargestoomd werden voor een dienstperiode in de Duitse Kriegsmarine. Tevens was er een onderdeel dat de jongens militaire communicatie via radiotelefoon en morsecode aanleerde. De muzikaal aangelegde leden werden gerekruteerd voor de muziekdivisie die tijdens verschillende aangelegenheden militaire marsmuziek ten gehore bracht. De mogelijkheden om binnen deze onderdelen actief te zijn maakte veel jongeren enthousiast om lid te worden van de jeugdbeweging.

Tevens werd er een sprekerskorps geformeerd. Dit was een onderdeel van de propaganda-afdeling die door de Reichsjugendführung in samenspraak met de Reichspropagandaleitung in het leven werd geroepen. Potentiële sprekers werden niet alleen beoordeeld op hun spreektalent, maar ook op de mate waarin ze zich de nationaalsocialistische ideologie al eigen hadden gemaakt. Om het tot spreker te schoppen moesten de jongeren al gedurende langere tijd (minstens enkele jaren) actief zijn geweest in de Hitlerjugend. Ze konden zich opwerken vanuit de sprekerscirkels, via de afdelingen en vervolgens naar de regiogroep. Het landelijke niveau, de rijksgroep, was het eindstation voor de meest begaafde sprekers. De sprekers moesten zich zoveel mogelijk verdiepen in de nazilectuur en tevens de maatschappelijke ontwikkelingen via kranten en tijdschriften volgen. In 1937 waren er 550 sprekers actief die vrijwel door het hele land reisden om de naziboodschap te verkondigen. Daarvan werden er honderd sprekers zo goed bevonden dat ze in de NSDAP als spreker werden opgenomen. Ze spraken op bijeenkomsten en partijdagen, waar ze onder meer een bijdrage leverden aan het creëren van een bijna religieus aura rond de Führer, Adolf Hitler.

Von Schirach stelde in 1936 voor zichzelf en zijn beweging de ambitieuze doelstelling om alle tienjarigen (uitgezonderd Joden en andere 'ongewensten', zoals zigeuners en gehandicapten) uit het Duitse rijk datzelfde jaar op te nemen in de Hitlerjugend. Hij hoopte de Führer daarmee een mooi verjaardagscadeau te kunnen geven en riep 1936 vervolgens uit tot “Jaar van het Jungvolk”. Aanzienlijke druk werd uitgeoefend op de jongelingen die nog geen lid waren om zich aan te melden. Een groot scala aan promotieactiviteiten, zoals propagandamarsen en massabijeenkomsten waarbij het publiek enthousiast werd gemaakt met typische Hitlerjugend-activiteiten, verhulde het feit dat potentiële leden vaak werden gedwongen door nazistische leraren en leiders van de Hitlerjugend om lid te worden. Op de verjaardag van Hitler dat jaar, op 20 april, vond er in kasteel Marienburg een plechtige ceremonie plaats waar een groep tienjarigen hun pas verworven lidmaatschap bekrachtigden. Het kasteel stamde uit de twaalfde eeuw en behoorde toentertijd de Teutoonse ridders toe die deel hadden genomen aan de kruistocht van het Christendom in een poging de Arabische wereld te bekeren. Onder luid trompetgeschal en onheilspellend tromgeroffel en mystiek verlicht door de brandende fakkels om hen heen, legden de tienjarigen in de nabijheid van de Bloedvlag (de vlag waarmee Hitler paradeerde tijdens de mislukte putsch op 9 november 1923 en die gedrenkt zou zijn in het bloed van de nazi's die tijdens die staatsgreep omkwamen) de eed van trouw af:

In de aanwezigheid van deze Bloedvlag die onze Führer vertegenwoordigt, zweer ik al mijn energie en kracht toe te wijden aan de redder van ons land, Adolf Hitler. Ik ben bereid en klaar om mijn leven voor hem te geven, zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De plechtigheid werd afgesloten door het zingen van het Fahnenlied, dat door Von Schirach was geschreven.

Op 1 december 1936 vaardigde Hitler Das Gesetz über die Hitlerjugend uit. Deze wet verplichtte de gehele Duitse jeugd (zowel jongens als meisjes en uitgezonderd Joden) lid te worden van de Hitlerjugend. Voortaan zou de jeugd vanaf tienjarige leeftijd “lichamelijk, geestelijk en moreel worden opgevoed in de geest van het nationaalsocialisme, teneinde daarmee het vaderland en de Volksgemeinschaft te dienen”. Met deze wet werden tevens alle nog actieve jeugdbewegingen verboden, zoals de Padvinders, de Katholieke Jeugdbeweging en een aantal kleinere jeugdorganisaties. Toen in het Sudetenland en later Oostenrijk bij het Duitse rijk werden gevoegd, kwam er een groot aantal etnische Duitsers bij. Daarvan zouden de jeugdigen van tien tot achttien jaar ook worden ingelijfd bij de Hitlerjugend. Het gevolg was dat het ledental het daaropvolgende jaar, in 1937, steeg tot 5,9 miljoen.

Op 19 januari 1938 werd de Bund Deutscher Mädel uitgebreid met de afdeling 'Glaube und Schönheit' voor 17 tot 21-jarige vrouwen. Deelname was niet verplicht voor leden van de BDM die in deze leeftijdscategorie vielen, hoewel in de praktijk de meesten vanuit de jongere afdelingen meestal de facto doorstroomden naar deze afdeling. Het was bedoeld om het gat te dichten tussen de BDM en de Nationaal-Socialistische Frauenschaft. In deze drie organisaties werden vrouwen voorbereid voorbereid op hun rol als echtgenote en huisvrouw. Leden van de BDM deden bijvoorbeeld praktijkervaring op door in kleuterscholen en huishoudens met grote families te assisteren. Later, tijdens de oorlog, zouden ze gewonde soldaten verplegen en rantsoenen aanbieden aan soldaten die op weg naar het front waren. In 1939 telde de BDM 1.5 miljoen leden.

De wet van december 1936, die lidmaatschap verplichtte, had het nog steeds niet het beoogde effect. Er waren nog steeds kinderen die aan het geforceerde lidmaatschap waren ontkomen omdat hun ouders hen thuis hielden. Een nieuwe wet werd op 25 maart 1939 uitgevaardigd die lidmaatschap nog strikter afdwong. Ouders werden vermaand hun kinderen aan te melden als ze wilden voorkomen dat hun kinderen in opvang- en weeshuizen terechtkwamen. De ouders zelf riskeerden een fikse geldboete of zelfs gevangenisstraf als ze besloten hun kinderen thuis te houden. In het begin van 1939 waren er 8,7 miljoen leden (hierin zijn de leden uit Oostenrijk en Sudetenland meegerekend) binnen de Hitlerjugend actief. Zodoende was vrijwel de gehele jeugd – die 8,87 miljoen jongeren omvatte - destijds in de Hitlerjugend opgenomen. Alleen de “ongewenste minderheden”, zoals Joden, werden buitengesloten.


Leven in de Hitlerjugend

Het leven in de Hitlerjugend veranderde voor de leden in een militair bestaan naarmate de partijleiders van de NSDAP en het Duitse leger zich voorbereidden op oorlog. Uitstapjes naar het platteland werden steeds vaker vervangen door militaire bivakken en de nadruk kwam meer en meer op competitieve sportactiviteiten te liggen. In 1933 schreef Hitler aan Hermann Rauschning, voorzitter van de Senaat van de vrijstad Danzig, de volgende nota:

“Ik zal [de jeugd] volop in alle lichamelijk activiteiten laten trainen. Ik wil een atletische jeugd hebben, dat is het allervoornaamste. Op deze manier kan ik de duizenden jaren van het temmen van de mens uitwissen. En dan heb ik het zuivere en nobele natuurlijke materiaal. Daarmee kan ik de nieuwe orde creëren... Onderwijs en opvoeding in een nationale staat moeten allereerst gericht zijn op het vormen van kerngezonde lichamen en niet op het volproppen van leerlingen met allerlei kennis. Intellectuele opleiding zal er niet bij zijn. Een agressief actieve, dominerende, harde jeugd – daar ben ik op uit. De jeugd moet onverschillig zijn voor pijn. Er mag geen zwakheid of zachtheid zijn. Ik wil in de ogen van de jeugd nog een keer die trotse glans en onafhankelijkheid van het roofdier zien.”

Jongens van tien jaar die lid werden van het Jungvolk – de Pimpfen – moesten eerst een proeftijd doorstaan waarin ze getraind werden door oudere HJ-leiders. Ze moesten zich binnen korte tijd de naziprincipes meester maken door verzen van het Horst Wessel-lied te scanderen en correct antwoord geven op vragen betreffende de nazi-ideologie en de geschiedenis van de NSDAP. De fysieke eisen voor de tienjarigen werden vastgelegd in een zogenaamde Pimpfenprobe. Dit hield in dat ze binnen 12 seconden 60 meter moesten kunnen sprinten, 2.75 meter ver kunnen springen, een kleine bal minimaal 25 meter kunnen gooien en als afsluiting een mars van anderhalve dag af kunnen leggen. Vervolgens legden ze de Mutprobe (dapperheidstest) af. Dit hield in dat ze een sprong moesten wagen over een kampvuur of van een gebouw van de eerste of tweede verdieping (om vervolgens op een laken omhooggehouden door andere leden te landen). Nadat ze de eed van trouw hadden afgelegd, kregen ze het befaamde bruine uniform uitgereikt samen met de dolk met de inscriptie Blut und Ehre (Bloed en Eer).

Daarna wachtte de pas ingezworenen een leven dat voornamelijk bestond uit fysieke training. Deze lichamelijke oefeningen gingen gepaard met straffe discipline. Horst Lipmann herinnerde zich over zijn tijd in het Jungvolk:

“We moesten ons correct gekleed in uniform aanmelden bij de groepsruimte van de Jugendschargruppe. Daar meldden we ons als volgt: één van ons beiden klopte aan, ik opende de deur en vervolgens moesten we strak in de houding de Hitlergroet brengen en roepen: “Jugendgenosse Horst Lippmann verzoekt binnen te mogen treden”. De ongeveer vijf tot zes jaar oudere Fähnleinführer antwoordde daarop: “Treed binnen”. Hij las ons dan voor over Adolf Hitler en het ontstaan van het Derde Rijk. Het belangrijkste aspect binnen het Jungvolk was de Wehrertüchtigung (militaire training). Derhalve moesten we vaak op het sportplein Friedrichshöh in sportkleding aantreden. Na het omkleden in de kleedkamer moesten we eerst warmlopen, daarna kwamen oefeningen zoals springen, rennen en werpen aan bod. Nog vaker dan dat maakten we trektochten en speelden we oorlogsspelletjes in het Wohldorfer Wald, natuurlijk in een schoon en net uniform. De oorlogsspelletjes bestonden uit verstoppen achter bomen en struikgewas en het oefenen van camouflage- en observeringsmethoden. We werden tevens geleerd hoe we gevangenen moesten nemen.”

Nadat jongens het Jungvolk eenmaal hadden doorlopen mochten ze vervolgens de “eigenlijke” Hitlerjugend, voor de 14 tot 18-jarige leden, betreden.

Er werd veel waarde gehecht aan onderlinge competitie. Het doel hiervan was om een onbuigzame winnaarsmentaliteit onder de jeugd te kweken. Zowel onder jongens als onder meisjes werd van vrijwel elke activiteit een wedstrijd gemaakt. Niet alleen sport, maar ook de bijdrage van de jeugd aan de landbouw en andere sectoren van de arbeidsmarkt, het zingen tijdens propagandamarsen en collectes voor het Winterhilfe programma werden onderworpen aan een sterk competitief element. Dit wedstrijdelement was niet alleen binnen de Hitlerjugend, maar binnen de gehele maatschappij zichtbaar. Zo werd in het najaar van 1933 de Reichsberufswettkampf door de nazi’s geïntroduceerd. Deze 'beroepswedstrijd' was een middel van de nazi's om een groot aantal deelnemers te toetsen op hun bekwaamheid in hun beroep. Zowel laaggeschoolden als hoogopgeleiden kregen de kans om zich hierbij te meten met anderen in hun vakgebied.

De nazi's zagen de vorming van de jeugd als een opvoeding waarbij de fysieke gesteldheid het allerbelangrijkste was en niet de ontwikkeling van de geest. Het anti-intellectualisme van de nazi's beperkte het leesvoer van de jonge geesten tot een karige hoeveelheid door de nazi's goedgekeurde lectuur. De jeugd zou volgens hen hun tijd beter kunnen spenderen aan het trainen en onderhouden van hun lichaam. Hitler schreef in “Mein Kampf”:

Een lager opgeleid maar fysiek gezond individu met een stabiel en sterk karakter, dat wilskracht en doorzettingsvermogen bezit, is waardevoller voor de Volksgemeinschaft dan een intellectuele zwakkeling.

Hij onderstreepte vervolgens het belang van lichamelijke oefening door te stellen dat het bijdroeg aan het zelfvertrouwen van het individu:

[...] dit zelfvertrouwen moet op jonge leeftijd in elke Duitser bijgebracht worden. Zijn volledige opvoeding moet erop gericht zijn hem te overtuigen van zijn absolute superioriteit ten opzichte van anderen.

De lesroosters van de scholen werden zodanig aangepast dat de kinderen zowel 's ochtends als 's avonds een uur aan lichamelijke oefening deden buiten de schooltijden om. Met name boksen werd onder de Hitlerjugend aangemoedigd, om hun agressie te stimuleren en zelfvertrouwen bij te brengen. Maar ook andere sporten, zoals atletiek en zwemmen, werden door de Hitlerjugend tot op het punt van lichamelijke uitputting bedreven. Dit alles was bedoeld om zowel lichaam als geest zo sterk mogelijk te maken.

Ter bevordering van de atletische jeugd die Hitler voor ogen zag, organiseerde Von Schirach zogenaamde weekendkampen waarin de jeugdige leden trektochten door het platteland maakten. Daar werd veel aandacht besteed aan groepsvorming en teamgeest. In de avonduren werden er kampvuren ontstoken en liederen gezongen. Deze liederen waren natuurlijk voornamelijk doordrenkt van nationaalsocialistische sentimenten. De kampen dienden een belangrijk doel voor de nazi's: het elimineren van klassenverschillen. Met een gelijke behandeling voor iedereen (geen privileges voor de meer welgestelden) hoopten ze dit te bereiken. Dat de Reichsjugendführung hier niet onverdienstelijk in slaagde blijkt wel uit de memoires van Werner Mork:

“[...] wat ons en mij in het bijzonder zeer goed beviel [was de gelijkheid onder alle jongens]. […] Er was geen sprake van onderscheid onder elkaar, ondanks de grote diversiteit in afkomst. Kinderen en jongeren uit alle streken en gebieden kwamen hier samen om dienst te doen [in de Hitlerjugend] waarbij ze allen als gelijk werden beschouwd, of ze nou uit burgerlijke of arbeidersfamilies kwamen, of ze nou hoog- of laaggeschoold waren, er was geen sprake van hinderlijk onderscheid, geen speciale behandelingen, de status van de ouders telde absoluut niet mee en elke jongen kon leider worden, ongeacht zijn afkomst of opleiding.”

Er werd veel aandacht besteed aan sport tijdens de kampen. Er werden zelfs wedstrijden gehouden waarin de leden felbegeerde 'prestatiemedailles' konden winnen. Maar bovenal werd er aandacht besteed aan de militaire vorming van de jeugd. De nadruk op militaire deugden en ontwikkeling nam geleidelijk aan toe en zou tot aan het eind van de oorlog steeds drastischere vormen aannemen. Het militaire aspect van het leven in de Hitlerjugend werd gekenmerkt door de discipline en gehoorzaamheid ten opzichte van de autoriteiten en door de mogelijkheden die de Flieger-, Marine- en Motor-HJ boden. Daarnaast raakten de leden van de HJ al snel vertrouwd in het gebruik van vuurwapens, iets wat voor vele jongens zeer aantrekkelijk was. Hoewel (para)militaire oefeningen ook binnen andere jeugdorganisaties niet onbekend waren, was er volgens Werner Mork binnen de Hitlerjugend sprake van:

“dienst in de ware zin van het woord, gebaseerd op de principes van militaire oefeningen. [...] Daarbij moet opgemerkt worden dat het militaire aspect de kinderen ook goed beviel. We vonden het prachtig dit alles mee te maken, strak in de houding te staan en marsen te maken.”


Jeugdterreur

De Hitlerjugend was allerminst een nette, ordelijke organisatie. Net als bij de SA, die onder de bevolking bekend stond als een ruwe en gewelddadige organisatie, zijn er incidenten bekend van buitensporigheden en geweld.

In 1929 verscheen van de schrijver Erich Maria Remarque het boek 'Im Westen nichts neues’. Het sterk pacifistische boek gaat over een jongeman die, samen met zijn schoolvrienden, door zijn leraar wordt aangemoedigd deel te nemen in het leger om te strijden voor de Duitse zaak. Zijn oorlogservaringen komen echter haaks te staan op het Romeinse adagium dat de docent voor zijn klas predikt: 'dulce et decorum est pro patria mori', wat inhield dat het mooi en toepasselijk was om te sterven voor het vaderland. De nazi's wilden niets van dergelijke literatuur weten vanwege de pacifistische sentimenten. Toen in 1930 de verfilming van het inmiddels tot bestseller verworden boek in de bioscopen verscheen, verstoorden groepen jongens van de Hitlerjugend in meerdere steden in Duitsland de vertoning.

Vanzelfsprekend was er voor de machtsovername door Hitler ook sprake van onderlinge rivaliteit tussen de jeugdbewegingen. De gepolariseerde politieke verhoudingen in de Weimarrepubliek werkte ook door in de jeugdbewegingen van de verschillende partijen. Deze vijandige houding ten opzichte van elkaar manifesteerde zich in ruwe straatgevechten. Tussen 1931 en 1933 overleden 23 jongens van de Hitlerjugend als gevolg van dergelijk geweld. Het meest bekende voorbeeld is Herbert Norkus, een 12-jarig lid van de Hitlerjugend uit Berlijn. Toen hij op zondagochtend 26 januari 1932 interesse onder de bevolking wilde wekken voor een anticommunistische partijbijeenkomst van de NSDAP, werd hij plotseling aangevallen door jeugdige communisten toen hij zich zonder zijn metgezellen op straat bevond. Hij werd in de val gelokt en tot tweemaal toe werd er met messen op hem ingestoken. Hij wist een naburig huis te bereiken waar hij al bloedend aanbelde. De bewoner deed de deur echter snel dicht toen hij doorkreeg wat er aan de hand was. Daarop werd er nog vijfmaal op Norkus ingestoken. Hij krabbelde overeind en in een poging hulp te zoeken zakte hij in de nabije Zwinglistrasse in elkaar. Hij overleed ter plekke en liet een luguber bloedspoor achter in de straten van Berlijn. Naar verluid was zijn bovenlip er door de communisten afgesneden en zijn gezicht was tevens verminkt.

De nazi's grepen de mogelijkheid aan om hem tot martelaar van hun beweging te promoveren. In vier maanden tijd schreef de romanschrijver Karl Aloys Schenzinger een verhaal dat periodiek in de Völkischer Beobachter verscheen en vervolgens in boekvorm werd gepubliceerd. Het zou later als verplichte lectuur dienen voor leden van de Hitlerjugend. Het boek werd al snel verfilmd onder de naam 'Hitlerjunge Quex' waarin met een bijna mythische symboliek de dood van de jongen in beeld werd gebracht. De martelaarstatus van Norkus uitte zich in emotionele toespraken van nazileiders, marsen en herdenkingsdiensten. Hij kreeg zelfs zijn eigen 'heiligendag'; voortaan zouden op 24 januari zowel hij als alle andere gesneuvelde leden van de Hitlerjugend herdacht worden.

Ook binnen de Hitlerjugend zelf verliepen de activiteiten niet altijd even ordelijk. Tijdens paramilitaire trainingen, waarbij twee groepen tegen elkaar streden en elkaars rode of blauwe armband probeerden af te rukken, liep het vaak uit hand. Omdat de organisatie de jongens had bijgebracht om gebrand te zijn op een overwinning, en daar eigenlijk ook geen middelen voor te schuwen, werden de jongere en zwakkere leden vaak met geweld ontdaan van hun armbanden. Er braken geregeld vechtpartijen uit tussen beide groepen, gestimuleerd door de leiders.

In het najaar van 1934 werd de HJ-Streifendienst in het leven geroepen. Deze interne politieke politie zou er zorg voor dragen dat er geen dissidentie op zou treden. De effectiviteit van de indoctrinatie die een lidmaatschap bij de Hitlerjugend met zich meebracht, blijkt uit het feit dat er door leden van deze Streifendienst in een aantal gevallen zelfs naasten, zoals vrienden of familie, werden gerapporteerd. Zo gaf Walter Hess, lid van de Hitlerjugend, zijn vader aan nadat deze Hitler een 'gekke idioot' had genoemd. Zijn vader werd vervolgens gearresteerd waarna hij in concentratiekamp Dachau in hechtenis (Schutzhaft) werd genomen.

Tijdens de beruchte 'Kristallnacht' – de grootschalige pogrom tegen de Joden in de nacht van 9 op 10 november 1938 nadat een 17-jarige Joodse jongen Ernst vom Rath, een Duitse ambassadesecretaris in Parijs had vermoord – werd er veel schade aangericht en werden vele Joden mishandeld door leden van de Hitlerjugend. Joseph Walfort was zes jaar toen leden van de Hitlerjugend tijdens 'Kristallnacht' het huis van hem en zijn familie plunderden:

“Uiteindelijk braken ze in en maakten veel kabaal door ruiten in te gooien en het meubilair te vernielen. Vervolgens kwamen ze naar boven, waar wij verscholen zaten en ze zagen ons, maar deden niks omdat er geen [volwassen] mannen bij ons aanwezig waren. Nadat ze vertrokken waren begaven we ons naar beneden, waar we een complete ravage aantroffen. Het allereerste wat ik zag was mijn klerenkast die op de vloer lag. Alle kleren lagen eromheen en mijn geliefde speelgoedtreintje was tevens kapot.”


Seksuele moraal

Een kwestie waarmee de hoogste leiders van de Hitlerjugend zich al snel mee geconfronteerd zagen, was de vrije seksuele moraal onder de jongens en meisjes in de nazi-jeugdbeweging. De Reichsjugendführung weigerde om de leden van de Hitlerjugend seksuele voorlichting te geven; de leiders vonden dat dit een taak was van de ouders. Het ouderlijk gezag was inmiddels echter al in zoverre ondermijnd door de jeugdbeweging dat het niet waarschijnlijk is dat veel jongeren seksuele voorlichting hadden gekregen. In 1934 werd er zowel in de NSDAP als in de Hitlerjugend melding gemaakt van seksuele losbandigheid. Het leek erop dat de jongeren, nu de rol van de ouders sterk werd beperkt door de Hitlerjugend, mogelijkheden zagen om op jonge leeftijd al seksueel actief te zijn. Zo raakten in 1935 in Mannheim 25 meisjes van 15 en 16 jaar oud zwanger. In het nabijgelegen Chemnitz antwoordde een zwanger meisje op de vraag wie de vader was van het pasverwekte kind dat er 13 jongens voor in aanmerking kwamen. Tussen 1932 en 1936, toen de jeugdbeweging explosief in ledental toenam (zie appendix), en er vervolgens grote massabijeenkomsten werden gehouden waarbij de jeugd ook in grote getale aanwezig was, bleek het aantal minderjarige zwangere meisjes uit de hand te lopen. Tijdens hun dienstperiode in de zogenaamde Landdienst, waarbij de meisjes een bepaalde periode (vaak een jaar) op een boerderij werkten, kampeerden de leden van de BDM vaak niet ver van het jongenskamp en daarvan keerden er vaak tientallen zwangere tienermeisjes naar huis. Tijdens de partijdag van de NSDAP in Neurenberg in 1936 raakten er 900 BDM meisjes zwanger. Daarvan kon slechts de helft vertellen wie de vader was.

Ook was er sprake van homoseksualiteit binnen de Hitlerjugend. De nazi’s waren felle tegenstanders van homoseksualiteit en legden dan ook wettelijk vast dat dergelijke praktijken bestraft konden worden met forse gevangenisstraffen. Leiders van de Hitlerjugend werden in gevallen van vermeende homoseksualiteit zonder pardon gedegradeerd en wanneer de aantijgingen juist bleken konden zowel de gewone leden als de leidinggevenden vaak rekenen op een langdurige periode van hechtenis (Schutzhaft) die op kon lopen tot meerdere jaren. Gevallen van homoseksualiteit werden door Joseph Goebbels en de pers in de doofpot gestopt. In 1935 werd een jongen doodgestoken nadat hij door meerdere andere jongens seksueel was misbruikt. Nadat de moeder van het slachtoffer had vernomen wat er gebeurd was met haar zoon, rapporteerde zij het incident aan Rijkscommissaris Mutschmann. Goebbels liet haar arresteren en ze werd vervolgens gevangen gehouden om ervoor te zorgen dat het schandaal niet publiekelijk bekend zou worden.

Tijdens de oorlogsjaren maakten vele meisjes van de BDM gebruik van zowel hun jonge leeftijd als van de mogelijkheid om zich in het kader van hun BDM-activiteiten zonder problemen naar vrijwel elke plek te verplaatsen. Ze zochten soldaten op die net van het front kwamen en wel in waren voor een pleziertje. Sommige meisjes waren pas twaalf jaar oud en probeerden de soldaten te overtuigen dat ze al zestien jaar waren. De soldaten buitten deze situatie uit, wat vervolgens leidde tot buitensporigheden zoals geweldpleging en verkrachting. Hoewel sommige plekken, zoals een park in Dachau, al snel bekend stonden om de met gebruikte condooms bezaaide grasvelden, was er sprake van een buitensporig aantal ongewenste zwangerschappen en geslachtsziektes. De autoriteiten spraken al snel van “gemaskerde prostitutie”, aangezien de soldaten vaak kleine hoeveelheden geld en cadeautjes aan de meisjes schonken. Een rapport uit 1941 stelde zelfs vast dat vele beroepsprostituees hun bordelen moesten sluiten omdat de soldaten nu hun seksuele bevrediging zochten bij de meisjes van de BDM. Al snel kwam de afkorting van de vrouwenbeweging te staan voor “Bund Deutscher Matratzen” (Bond van de Duitse Matrassen) en “Bubi Drück Mich” (Schatje Druk Me). De seksuele vrijzinnigheid had het aanzien van de beweging fors ondermijnd.

Het moge duidelijk zijn dat de Hitlerjugend allesbehalve de nette en ordelijke jeugdbeweging was als de nazi's anderen wilden doen geloven. Ondanks het feit dat beide geslachten binnen de Hitlerjugend gescheiden werden van elkaar, was er sprake van veel onderlinge seksuele contacten. Wanneer er geen meisjes in de buurt waren, zochten veel jongens hun toevlucht tot seksuele contacten met andere jongens. Het bestrijden van criminaliteit en “afwijkend” gedrag onder de gelederen was een kwestie waarmee de leidinggevenden veelvuldig mee geconfronteerd werden. Niet voor niets werd er binnen het SS-Reichssicherheitshauptamt (SS-RSHA) een speciale afdeling onder leiding van het Reichskriminalpolizeiamt (RKPA) voor in het leven geroepen en werd er in 1940 in Moringen, nabij Göringen in Neder-Saksen, een zogenaamd Jugendschutzlager ingericht voor recalcitrante jongens die zich niet wilden schikken naar de eisen die de Hitlerjugend aan hen stelde. Minstens 1400 jongens hebben in dit kamp vastgezeten, waarvan er zeker 89 door de nazi’s zijn vermoord. Meerdere Jugendschutzlager werden gedurende de oorlog opgezet. De jonge gevangenen werden gestraft met buitensporig zware lichamelijke oefeningen, het onthouden van maaltijden, stokslagen met hazelaartwijgen en tot drie weken eenzame opsluiting. Degenen die hierna weer een overtreding begingen werden gesteriliseerd. Dat laatste paste binnen het beeld van de nazi's dat recidivisten een genetische afwijking bezaten die hen er toe zette de wet te overtreden. Uitgebreid psychiatrisch onderzoek volgde voor de meeste gevangenen.


Verzet en dissidentie

Nadat de organisatie in 1937 een forse groei had doorgemaakt en het meer en meer een paramilitair karakter kreeg, werd duidelijk dat een aantal jongeren een afkeer begon te ontwikkelen van de Hitlerjugend. Er ontstonden derhalve verschillende illegale jeugdgroeperingen die ofwel actief het gezag van de Hitlerjugend probeerden te ondermijnen of passief verzet pleegden door bijvoorbeeld ongehoorzaamheid aan de dag te leggen, zelf kampeerden in de buitenlucht en activiteiten volgens hun eigen visie organiseerden. In 1938 rapporteerden sociaal-democraten aan hun leiders in ballingschap:

Op lange termijn raken de kinderen geïrriteerd door het gebrek aan vrijheid en de vele eentonige oefeningen [in de Hitlerjugend]. Het is derhalve niet verbazingwekkend dat symptomen van vermoeidheid zich steeds duidelijker manifesteren onder de gelederen.

Naarmate de oorlog in zicht kwam en de Hitlerjugend meer en meer aan een rigoureuze paramilitaire training werd onderworpen kwam de ware aard van de organisatie duidelijker naar boven. De jongeren die dit door hadden en zich niet wilden conformeren aan een organisatie die hen normen en waarden aan wilde meten waar ze zelf niet achter stonden, probeerden zich zo veel mogelijk te distantiëren van de Hitlerjugend en eigen organisaties op te richten. Omdat alle andere jeugdbewegingen door de Duitse autoriteiten verboden waren, was het vrijwel onmogelijk om dergelijke organisaties op grote of nationale schaal te coördineren. Er ontstonden verschillende groepen in verschillende steden. In Essen noemde de groep zich de Fahrensteuze, in Oberhausen en Düsseldorf de Kittelbach Piraten en in Keulen de Navajos. Hoewel ze in naam en uniform verschilden en er geen overkoepelend bestuursorgaan voor bestond, zagen ze zichzelf bovenal als 'Edelweißpiraten'. Deze overkoepelende naam was te danken aan het feit dat de meesten een penning droegen waarop een Edelweiß-bloem prijkte.

De activiteiten van de Edelweißpiraten waren in de prille jaren van de organisatie en voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog vrij onschuldig. Om onder het paramilitaire juk van de Hitlerjugend te komen kwamen de jonge dissidenten samen in onder meer parken en organiseerden ze trektochten in het platteland, zoals de meesten vroeger bij de Hitlerjugend ook deden. In tegenstelling tot de Hitlerjugend vond er onder de Edelweißpiraten geen scheiding van geslacht plaats. Dit leidde tot een hoge mate van seksuele vrijzinnigheid en seksuele activiteit.

De oorlogsjaren leidden onder een gedeelte van de bevolking, waaronder de Edelweisspiraten maar ook voormalige nazi-sympathisanten, tot een sterkere vijandige houding ten opzichte van Hitler en nazi-Duitsland. In 1941 merkte een nazi-ambtenaar op dat “elk kind weet wie de Edelweißpiraten zijn. Ze zijn overal, er zijn er zelfs meer van dan er Hitlerjugend zijn. Ze slaan de patrouilles in elkaar en nemen er alleen genoegen mee als de rest precies doet wat zij willen”. Hoewel zijn analyse over de mate van dissidentie onder de Duitse jeugd overdreven lijkt, zit er wel degelijk een kern van waarheid in. De Reichsjugendfuhrung had veel moeite de gehele jeugd te mobiliseren in de Hitlerjugend en de Duitse jeugd in het gareel te houden. Zo lieten De Navajos uit Keulen hun ongenoegen met het naziregime blijken in hun liederen:

Des Hitlers Zwang, der macht uns klein
  [ De dwang van Hitler maakt ons klein ]
noch liegen wir in Ketten
  [ nu zijn we nog geketend ]
Doch einmal werden wir wieder frei
  [ maar op een dag zullen we weer vrij zijn ]
wir werden die Ketten schon brechen
  [ we zullen de ketenen weldra breken ]
Denn unsere Fäuste, die sind hart
  [ want onze vuisten zijn hard ]
ja--und die Messer sitzen los
  [ jawel, en onze messen hangen los ]
für die Freiheit der Jugend
  [ voor de vrijheid van de jeugd ]
kämpfen Navajos [ vechten de Navajos ]

Om de Edelweißpiraten te kunnen beteugelen maakten de nazi's gebruik van straffe maatregelen. Individuen die door de Gestapo werden verdacht van activiteiten in groepen anders dan de Hitlerjugend werden vaak in het openbaar bijeengedreven om hen publiekelijk te vernederen door ze kaal te scheren. De meer ernstige gevallen werden naar de zogenaamde Jugendschutzlager of gevangenissen gestuurd. Naarmate de oorlog verder vorderde en verzet en dissidentie steeds prominenter werd, schuwden de nazi's geen radicale middelen meer. Zo beval Heinrich Himmler op 25 oktober 1944 een politiejacht op leden van de Edelweißpiraten. Enkele weken later werden er 13 leden van de Ehrenfelder Gruppe, een verzetsbeweging in Keulen, in het openbaar opgehangen. Onder hen bevonden zich zes tieners met een leeftijd van 16 en 17 jaar, die actief waren als Edelweißpiraten.

Hoewel groepen als de Edelweißpiraten er niet voor terugdeinsden om zich actief tegen Hitler en zijn naziregime te verzetten, waren er ook groepen die passief verzet pleegden door zich niet te schikken naar de nationaalsocialistische ideologie. Daar is de Swingjugend bij uitstek een goed voorbeeld van. Deze in 1939 in Hamburg opgerichte groep bestond uit jongeren die graag luisterden naar door de nazi's verboden jazz- en swingmuziek. Deze muziek met buitenlandse invloeden strookte niet met de opvatting van de nazi's dat kunst en cultuur gebaseerd moesten zijn op de Blut und Boden waarden. De nazi’s zagen muziek als jazz en swing als een vorm van entartete Kunst (ontaarde kunst) omdat het voornamelijk door zwarten en Joden werd gespeeld en gecomponeerd.

De Swingjugend was een apolitieke beweging en vormde een tegenpool van de Hitlerjugend vanwege een totaal andere levensstijl, die door de nazi's als decadent werd bestempeld. Zo gingen ze heel anders gekleed dan de uniformdragende Hitlerjugend en hadden ze vaak lang haar. Ze zagen de cultuur van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als het voorbeeld van beschaving en individuele vrijheid. Ze hielden regelmatig jamsessies en swingfeesten op verschillende plekken. De autoriteiten hadden niet al te veel moeite hen op te sporen omdat ze veel samen kwamen in openbare gebouwen en weinig moeite deden zich schuil te houden voor de Gestapo. In de eerste maanden van 1940 werden derhalve in een hotel in Hamburg 408 leden van de Swingjugend opgepakt die daar genoten van jazz- en swingmuziek. De schok was voor de nazi's groot, aangezien een groot deel lid was (geweest) van de Hitlerjugend. Niet lang daarna werden er in mei van datzelfde jaar in Dresden 1715 jongeren opgepakt voor het 'verstoren van de openbare orde' met hun swingmuziek. Daarvan bleek meer dan de helft lid te zijn van de Hitlerjugend.

Tijdens de oorlogsjaren werd het verzet steeds actiever, mede omdat de oorlog voor Duitsland lang niet zo spoedig verliep als werd gehoopt en verkondigd. Zo ontwikkelde Hans Scholl, een scholier uit Ulm, al als lid van de Hitlerjugend afkeer van het naziregime en zijn ongenoegen nam gedurende de oorlogsjaren steeds sterkere vormen aan. In 1937 werd hij opgepakt op basis van 'onnadenkende uitingen' en moest hij zeven weken in de gevangenis van Ulm doorbrengen. Dit weerhield hem er niet van om zich direct na zijn vrijlating aan te sluiten bij het illegale Deutsche Jugendschaft vom 1.11.1929 (dj. 1.11), dat zich bezighield met het inbreken in woningen van leden van de Hitlerjugend om papieren en uniformen te stelen. Na zijn diensttijd in Frankrijk als hospik keerde hij terug om naast zijn studie medicijnen in München contacten voor een mogelijke verzetsbeweging op te bouwen. Uiteindelijk sloten zijn zusje Sophie Scholl en medestudenten Alexander Schmorell, Willi Graff, Christoph Probst, Traute Lafrenz, Katharina Schueddekopf, Lieselotte Berndl, Jürgen Wittenstein en Falk Harnack zich bij de beweging aan. Daarnaast assisteerde professor musicologie en psychologie Kurt Huber hun activiteiten. Ze noemden zichzelf Die Weiße Rose. De meesten van hen voelden zich geroepen verzet te plegen op basis van hun persoonlijke ervaringen met het regime. Hans Scholl en Alexander Schmorell dienden in 1942 aan het Oostfront en waren daar getuige van de methoden die de Duitsers hanteerden om Russische krijgsgevangenen te kleineren en Joden te transporteren naar de concentratiekampen. Op het netvlies van Willi Graff was het tragische bestaan van de Joden in de getto's van Warschau en Lodz gebrand.

Ze hoopten op een geweldloze manier, door middel van het gebruik van pamfletten, de publieke opinie van de bevolking in het Derde Rijk een andere richting geven om zodoende het gezag van de nazi-autoriteiten te ondermijnen. Door citaten uit onder meer de Bijbel en van Aristoteles, Goethe en Schiller te gebruiken, hoopten ze het Duitse volk en met name de intelligentsia te bereiken. Daarnaast maakten ze gebruik van onverbloemde statistieken over het aantal slachtoffers aan Duitse zijde. Nadat de Duitsers op 2 februari 1943 de slag om Stalingrad hadden verloren, zag de verzetsgroep haar kans schoon om in de pamfletten hierop in te spelen. Op 18 februari verspreidde de groep wederom pamfletten op de Universiteit van München. Dit werd opgemerkt door conciërge Jakob Schmidt die op verdenking van hun verzetsactiviteiten de politie belde. Hans en Sophie Scholl werden door de Gestapo in hechtenis genomen en al snel werd de hele groep gearresteerd. Hans, Sophie en Christopher Probst waren de eersten die op 22 februari voor het Volksgerichtshof werden voorgeleid. Dit gerechtshof behandelde onder voorzitterschap van de beruchte nazi-rechter Roland Freisler rechtszaken met betrekking tot politiek verzet. Ze werden diezelfde dag nog onthoofd door guillotine. In de daaropvolgende maanden werden de overige verdachten voor het gerechtshof voorgeleid. Alexander Schmorell, Kurt Huber en Willi Graff werden tevens door de autoriteiten ter dood gebracht.


Van kind tot kindsoldaat

Op 1 september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen. Twee dagen later verklaarden Frankrijk en Groot-Brittannië Duitsland de oorlog. Hoewel het nog enkele jaren zou duren voordat de Duitse autoriteiten de totale oorlog proclameerden, was de gehele maatschappij al snel voor een aanzienlijk deel betrokken bij de oorlog. Dat gold ook voor de jongeren die actief waren in de Hitlerjugend. Zij namen deel aan een scala van activiteiten om de oorlogsinspanning en -economie een helpende hand te bieden. Zo gingen ze bijvoorbeeld huizen langs om waardevolle materialen te verzamelen die men kon gebruiken voor recyclingsdoeleinden. Ze struinden het platteland af om kruiden en paddenstoelen te verzamelen die men kon gebruiken voor medicinale doeleinden. Zowel op het platteland als in de steden namen ze functies over van de mannen die op dat moment in dienst waren. Zo was het niet ongebruikelijk om een jongen uit de Hitlerjugend als tramconducteur of postbezorger te zien, of hen op boerderijen te zien werken. Naarmate de oorlog vorderde eiste het meer en meer zijn tol in de samenleving. De Hitlerjugend werd vanaf nu ook ingezet om gewonde soldaten te verzorgen, verdedigingswerken te versterken en zelfs als brandweerbrigades.

De oorlogsjaren brachten niet alleen forse veranderingen voor nazi-Duitsland in het algemeen met zich mee, maar ook voor de Hitlerjugend in het bijzonder. Reichsjugendführer Baldur von Schirach raakte naarmate de oorlog in zicht kwam in ongenade bij Hitler en zijn entourage. Aantijgingen over zijn vermeende vrouwelijke gedrag (zo gingen er bijvoorbeeld geruchten dat zijn slaapkamer roze geverfd was) door partijfunctionarissen, zijn kritiek op de aanstaande aanvalsoorlog op het westen en zijn affiniteit en interesse in de westerse en Entartete cultuur verzwakten zijn aanzien binnen het regime en ondermijnden zijn autoriteit. Om zijn mannelijkheid te bewijzen meldde von Schirach zich in december 1939 bij de Wehrmacht om vervolgens in mei 1940 als Leutnant deel te nemen aan de invasie van Frankrijk. Op 7 augustus raakte hij zijn functie van Reichsjugendführer kwijt aan Artur Axmann nadat was gebleken dat de partijleiding niet meer voldoende vertrouwen in hem had. Hij was daarna onder meer als Reichsstatthalter verantwoordelijk voor de evacuatie van 2,5 miljoen kinderen die de geallieerde bombardementen moesten ontvluchten. Hij werd vervolgens benoemd tot Gauleiter (leider van een partijregio) van Wenen. In die hoedanigheid was hij onder meer verantwoordelijk voor de deportatie van 60.000 Joden naar concentratiekampen.

In augustus 1940 waren de Britten begonnen met hun luchtbombardementen op Berlijn als vergelding voor de Duitse bombardementen op Londen. De leden van de Hitlerjugend werden vervolgens gemobiliseerd om waarschuwingssignalen voor luchtaanvallen te luiden en te assisteren bij het luchtafweergeschut. De deelname van de Verenigde Staten na de aanval van de Japanners op de marinebasis Pearl Harbor in Hawaii bracht een grote toename van vuurkracht in het voordeel van de geallieerden teweeg. Dit bleek in mei 1942 toen de geallieerden met duizend vliegtuigen een grootschalig bombardement op Keulen uitvoerden. Naar aanleiding hiervan verzocht Hermann Göring Hitler een decreet uit te vaardigen om de Hitlerjugend te laten participeren in de luchtverdediging van Duitsland. Aangezien Arthur Axmann en Joseph Goebbels tegen waren, werd er een compromis gesloten. De Hitlerjugend zou niet in de gelederen van de Luftwaffe zelf worden opgenomen maar slechts de Duitse luchtmacht assisteren bij diverse taken, zoals het bemannen van het luchtafweergeschut (Flugabwehrkanone, ofwel ‘Flak’). Aangezien ze hiermee de Luftwaffe van assistentie voorzagen werden ze Luftwaffenhelfer genoemd. In de volksmond werden ze echter al snel bekend als Flakhelfer. Het bovengenoemde compromis kreeg juridische gestalte doordat het op 26 januari 1943 als wet werd uitgevaardigd onder de titel "Kriegshilfseinsatz der Jugend bei der Luftwaffe". Het betekende dat de Luftwaffe zich nu volledig op het luchtruim kon richten, aangezien de luchtafweergeschutsposities nu enkel door de Hitlerjugend bemand en bewaakt zouden worden. Het aantal Flakhelfer zou tot aan het einde van de oorlog steeds verder oplopen, van ongeveer 56.000 in de eerste maanden van 1943 tot aan 200.000 in mei 1945.

Hoewel de jongens in het begin gestationeerd waren bij posities dichtbij hun eigen huis, werden ze al snel kriskras en in rap tempo door heel Duitsland getransporteerd vanwege de alsmaar verslechterende militaire situatie. De jongere jongens namen voornamelijk de communicatie op zich, door bijvoorbeeld als koerier dienst te doen of de zoeklichten te bemannen. De oudere en meer ervaren jongens bemanden het luchtafweergeschut zelf. In oktober 1943 vond een tragisch incident plaats waarbij een geallieerde bom een zoeklicht trof en daarbij de voltallige eenheid van enkel 11 tot 14-jarige jongens doodde. Daarop volgde hevige druk en kritiek van ouders van jonge kinderen, die de nazileiders dwongen om de jonge jongens vrij te stellen van gevaarlijke militaire activiteiten. Er werd echter geen harde leeftijdsgrens vastgesteld. Een jongen vanaf zestien jaar kwam in de praktijk vaak al in aanmerking voor militaire dienst. Naarmate de oorlog vorderde daalde de gemiddelde leeftijd van de jeugd die actief was in de oorlogsinspanning steeds meer.

Na afloop van de vijandelijke bombardementen was de Hitlerjugend actief in het opruimen van het puin en het elders onderbrengen van de mensen die door de aanval dakloos waren geworden. Ze klopten bij mensen aan op zoek naar ongebruikte kamers. Daarbij schuwden ze geen dwingende middelen om deze kamers te bemachtigen. Bewoners die weigerden hun kamers af te staan aan hun dakloze medeburgers konden gegarandeerd een bezoek van de Gestapo verwachten.

Op 13 maart 1942 werden op bevel van Hitler zogenaamde Wehrertüchtigungslager opgezet waar jongens van 15 tot 18 jaar drie weken lang een infanterieopleiding zouden volgen. Dit hield voornamelijk wapentraining in. De kampen werden geleid door de Waffen-SS, waardoor er een sterke nadruk op discipline en ideologische indoctrinatie lag. Gottfried Bonn, die als legerarts in het Duitse leger diende, schreef in 1944 over het Duitse leger:

"De luitenants kwamen voort uit de Hitlerjugend en hadden derhalve een opleiding achter zich waarvan de essentie het elimineren van de intellectuele en morele inhoud van de literatuur was, om die vervolgens te vervangen door Gotische prinsen en dolken, en voor wie marsoefeningen en slapen in hooibergen een manier van leven was geworden. In vredestijd stonden ze ver af van degenen die nog volgens oude tradities gevormd werden, ver van hun ouders, opleiders, geestelijken en humanistische kringen. Vanwege hun beperkte visie zijn ze uitstekend toegerust voor de taak om opzettelijk een deel van de wereld te vernietigen uit naam van een Arische missie."

De Hitlerjugend werd voor zowel de Wehrmacht als de Schutzstaffel (SS) een rekruteringsbron omdat de leden al gedurende een lange periode een grondige militaire training hadden ondergaan. Daarnaast waren de leden van de Hitlerjugend bekend met nationaalsocialistische geschriften zoals Mein Kampf van Adolf Hitler en Der Mythus des 20. Jahrhunderts van NSDAP-ideoloog Alfred Rosenberg. Hitler beoogde namelijk een leger van 'politieke soldaten', die niet alleen een gedegen militaire en fysieke vorming hadden ondergaan, maar ook onvoorwaardelijk achter de idealen van het naziregime stonden. Met name de SS was onder de Hitlerjugend populair. De SS profileerde zich als een elite-eenheid door niet alleen de klasse en kwaliteit van de soldaten in de strijd te benadrukken, maar ook door hun soldaten af te schilderen als 'politieke soldaten', die een kruistocht voerden tegen ideologieën die tegen het nationaalsocialisme indruisten. Daarnaast werd het beeld van raszuiverheid dat in de gelederen van de SS heerste prominent verkondigd.

De bombardementen op Duitsland door de geallieerden hadden tevens tot gevolg dat de regering besloot kinderen uit de bedreigde steden te evacueren naar de zogenaamde Hitlerjugend Kinderverschickungslager. Deze bevonden zich in de plattelandsgebieden van Oost-Pruisen, de Reichsgau Wartheland (in het bezette Polen), Noord-Silezië en Slowakije. Tussen 1940 en 1945 werden er in het kader van dit evacuatieprogramma 2.8 miljoen kinderen naar deze kampen gestuurd om aan de bombardementen te ontkomen. Er bestonden speciale jongens- en meisjeskampen. Uiteindelijk dienden ongeveer vijfduizend KLV-kampen als toevluchtsoord voor de jeugd. Zij werden respectievelijk geleid en onderwezen door een leidinggevende van de Hitlerjugend en een door de nazi's goedgekeurde leerkracht. Het doel was om in de kampen het normale onderwijs voort te zetten, maar met name in de jongenskampen kwam het paramilitaire aspect nadrukkelijk naar voren. Er werd veel aandacht besteed aan lichamelijke oefeningen en politieke indoctrinatie, waarbij strakke discipline strikt gehandhaafd werd.


12. SS-Panzer-Division

Het jaar 1943 markeerde voor de Duitsers vrijwel definitief een keerpunt in de oorlog. Hoewel de Sovjet-Unie al sinds het begin van de Duitse inval in Rusland een veel stuggere vijand was gebleken dan vooraf werd aangenomen, moesten de Duitsers nu echte verliezen erkennen. Op 2 februari hadden de Duitsers de Slag om Stalingrad definitief verloren. Enkele maanden later moesten ze hun veroveringen in Noord-Afrika prijsgeven. In juli faalden ze in hun tegenaanval tijdens de Slag om Koersk. De geallieerden trokken Italië binnen en bereidden ondertussen een nog grootschaliger invasie via de westkust van Europa voor. Het leger zag zich geconfronteerd met een almaar groeiend tekort aan soldaten. Om de Duitse gelederen weer te voorzien van manschappen werd er een beroep gedaan op de Hitlerjugend. Daarmee werd concreet gestalte gegeven aan suggesties binnen de NSDAP, die al gedurende lange tijd de ronde deden, om de Hitlerjugend actief deel te laten nemen aan de oorlogsinspanning.

Het resultaat was de formatie van de 12. SS-Panzer-Division "Hitlerjugend". Er werd fanatiek gerekruteerd onder de jongens. Hoewel het doel was een divisie te vormen van 17-jarige jongens, werden jongens van 16 jaar en jonger niet buitengesloten. Gedurende de zomermaanden van 1943 arriveerden de rekruten in een trainingskamp in Beverloo (België). Om de divisie te voorzien van ervaren soldaten en officieren werden er veteranen uit de Waffen-SS die aan het Russische front hadden gediend, naar de pasgeformeerde divisie overgeplaatst. Onder de veteranen bevonden zich tevens soldaten van de 1. SS-Panzerdivision "Leibstandarte SS Adolf Hitler". Voormalige leiders van de Hitlerjugend, die inmiddels officier waren in de Wehrmacht, werden tevens aan de divisie toegevoegd. De onderofficieren bestonden vrijwel alleen maar uit Hitlerjugend die tijdens paramilitaire trainingen bekwaamheid in leiderschap hadden getoond. De divisie zou geleid worden door de 34-jarige SS-Oberführer Fritz Witt, die vroeger zelf ook in de gelederen van de Hitlerjugend actief was geweest.

Tegen 1 september 1943 hadden ruim 16.000 jongens de zesweekse basistraining voltooid. Daarvan waren de meeste jongens die de training doorlopen hadden zo jong dat ze in plaats van sigaretten en alcohol snoep in hun rantsoen kregen. Aangezien SS-Oberführer Fritz Witt zich realiseerde dat zijn divisie zo snel mogelijk gevechtsklaar zou moeten zijn, negeerde hij vele militaire regels en conventies. Hij liet gevechtsoefeningen zo realistisch mogelijk ensceneren en liet zijn 'mannen' tijdens de oefeningen met scherp schieten. Er ontstond een verstandhouding tussen manschappen en officieren die gebaseerd was op wederzijds vertrouwen en respect, in plaats van de conventionele gedragsregels en straffe militaire discipline. In maart 1944 werd de divisie klaar geacht om ingezet te worden en werd verplaatst naar Caen in Normandië. Gedurende het daaropvolgende voorjaar bleef de divisie fanatiek trainen en maakte het zich bekend met het gebied. Op 20 april werd Witt bevorderd tot SS-Brigadeführer und Generalmajor der Waffen-SS

Op 6 juni 1944 vond de invasie van West-Europa door de geallieerden plaats in Normandië. De Hitlerjugend-divisie bevond zich samen met de 21. Panzer-Division op korte afstand van de stranden waar de geallieerden zojuist geland waren. Nadat ze eenmaal door Hitler geautoriseerd waren om zich naar de stranden te begeven, kwamen ze voor het eerst in aanraking met geallieerde bommenwerpers. Die wisten met hun luchtaanvallen veel materiële schade aan te richten, waardoor de opmars van de divisie richting Caen forse vertraging opliep. Aan het einde van de dag bereikten de eerste eenheden van de divisie de verzamelplek nabij Evrecy.

De volgende dag wist de divisie de oprukkende Canadese infanterie van zich af te slaan. De Canadezen probeerden daarop de openliggende rechterflank van de divisie met tanks te doorbreken, maar slaagden daar niet in. De Hitlerjugend-divise verweerde zich kranig en slaagde er zelfs in om ongeveer 150 krijgsgevangenen te maken. Op 8 juni werd de divisie opgedragen om de door de Canadese ingenomen omringende dorpen te heroveren. Hoewel de Hitlerjugend-divisie fanatiek aanviel en de Canadezen wel degelijk schade wist te berokkenen, slaagde ze er niet in om hun tegenstanders te verdrijven. Volgens de Canadezen was het falen van de jonge Duitsers niet te wijten aan gebrek aan moed of toewijding, maar aan het feit dat de aanvallen ongecoördineerd werden uitgevoerd en dat ze geen gebruik wisten te maken van gunstige aanvalsmogelijkheden. Het gevolg was dat de Duitsers er niet in slaagden de geallieerden, zoals bevolen, "terug de zee in te beuken". De gevechten versplinterden in lokale aanvallen en de Hitlerjugend-divisie werd gedwongen geleidelijk aan terug te trekken richten Caen.

Op 16 juni sneuvelde divisiecommandant Fritz Witt als gevolg van artilleriebombardementen van de Royal Navy. De 33-jarige SS-Standartenführer Kurt Meyer nam daarop direct daarop het bevel over. De Hitlerjugend-divisie hield zich ondanks zware artilleriebombardementen van de Canadezen en felle strijd staande. Kurt Meyer schreef na het aanschouwen van een compagnie, die zeer moeizaam hun verdediging overeind hield, dat hij "grote waardering had voor de moed van de jonge soldaten die pas kort daarvoor hun vuurdoop hadden ondergaan". Wel was hij zich bewust van de wankelende staat waarin zijn eenheden verkeerden. Na het bezoeken van een bijna gedecimeerde verdedigingsstelling aan de rand van Caen schreef hij:

"Deze volkomen afgepeigerde soldaten waren in een diepe slaap verzonken. Mannen kropen in de bunker en lieten zich vallen waar een plekje vrij was. De soldaten van de 12. SS Panzer-Division waren aan het eind van hun uithoudingsvermogen. Ze hadden vier weken zonder aflossing aan het front gevochten en hadden zware klappen gekregen. Ze marcheerden naar de strijd met frisse, gloeiende wangetjes. Nu wierpen de modderige helmen hun schaduwen op ingevallen gezichten met ogen die al te vaak over de rand gekeken hadden".

Op 11 juli werd, na nog enkele sporadische gevechten in Caen, de Hitlerjugend-divisie vervangen door de 1. SS-Panzer-Division. De divisie telde 595 gesneuvelden. Het artillerieregiment en een bataljon pantsergrenadiers zou in het veld blijven om de 1. SS PAnzer-Division te assisteren. De overige eenheden kregen een korte verlofperiode. Op 19 juli waren ze echter alweer actief aan het front om te vechten tegen de Britten en Canadezen tijdens operatie Goodwood. De maand juli werd afgesloten met het afslaan van het Britse 2nd Army tijdens operatie Bluecoat.

Op 8 augustus zetten de Canadezen wederom een nieuwe aanval in tegen de divisie. Ze wisten de Duitsers fors te verzwakken door de meeste tanks uit te schakelen. De verzwakking van de Duitse verdediging die hierdoor teweeg werd gebracht, werd door de Canadezen uitgebuit door de Duitsers steeds verder terug te laten trekken. De eenheid had zoveel verliezen geleden dat het feitelijk niet meer als divisie kon opereren. Meyer was genoodzaakt om zijn divisie, die nog slechts beschikking had over 10 tanks en geen artillerie, de rivier Dives over te steken om verder landinwaarts terug te trekken. Daar werd de divisie gereorganiseerd. De strijd in Normandië had zijn tol geëist: 55 officieren, 229 onderofficieren en 1548 manschappen waren gesneuveld. Inclusief de 241 officieren, 1024 onderofficieren en 7244 manschappen liep het slachtoffertal op tot 8569 van de oorspronkelijke 20540. De eenheden die nog in staat waren strijd te leveren werden toegevoegd aan een Kampfgruppe die deel uit zou maken van de 2. SS-Panzerdivision "Das Reich".

De Hitlerjugend-divisie kreeg een korte rustperiode toegewezen. De verliezen van manschappen en materieel werden nauwelijks aangevuld tijdens deze periode. Even later waren ze actief aan het front tijdens het terugtrekken over de Frans-Belgische grens. Op 6 september werd bevelhebber Kurt Meyer gevangen genomen door het Belgische verzet en omdat de divisie niet in staat was een reddingsactie uit te voeren, werd SS-Sturmbannführer Hubert Meyer als nieuwe commandant aangesteld. De divisie werd in november naar Nienburg in Duitsland gestuurd om daar uit te rusten. Hier werd Meyer op 24 oktober als commandant vervangen door SS-Sturmbannführer Fritz Krämer, die vervolgens op 13 november weer werd vervangen door SS-Brigadeführer Hugo Kraas. Tevens werden de gaten in de gelederen eindelijk opgevuld door personeel van de Luftwaffe en Kriegsmarine, maar de divisie zou nooit meer dezelfde slagkracht verkrijgen als voorheen. De divisie werd toegevoegd aan Sepp Dietrichs 6. Panzer-Armee om vervolgens deel te nemen aan de strijd tijdens het Ardennenoffensief.

Op 16 december trok de divisie naar de Ardennen. Daar wist het na enig verkeersoponthoud de richel bij Elsenborg te bereiken, maar slaagde er niet in de Amerikaanse verdedigers, die daar gelegerd waren, te verslaan. Na enkele mislukte pogingen om de Amerikaanse verdedigingsstellingen in te nemen, boog de divisie tegen oudejaarsdag af naar Bastogne. Het stadje werd het strijdtoneel van een aantal intensieve gevechten, waar de Duitsers er niet in slaagden door de Amerikaanse linie te breken. De Hitlerjugend-divisie bevond zich op 3,5 kilometer afstand van Bastogne; te ver om met artillerie te bereiken. Om dat mogelijk te maken kreeg de divisie bevel om Heuvel 510 in te nemen. Ondanks protesten vanuit de divisieleiding dat de eenheid niet meer de kracht had om de heuvel in bezit te nemen na alle verliezen, werd het bevel niet ingetrokken. Op 8 januari slaagde de divisie erin om met veel moeite de heuvel te veroveren. Vanwege de gebrekkige mankracht binnen de eenheid konden ze niet lang genieten van het succes, omdat de heuvel twee dagen later werd heroverd door de Amerikanen. Voor de Duitsers liep het Ardennenoffensief uiteindelijk uit op een gefaalde onderneming, omdat ze er niet in waren geslaagd door de Ardennen heen te stoten en de geallieerden terug te dringen.

Op 14 januari 1945 werd de 6. Panzer-armee onder bevel van Sepp Dietrich naar het oosten van Hongarije bevolen om daar de door het Rode Leger bezette olievelden te heroveren en zodoende tevens de weg vrij te banen naar Boedapest, waar 45.000 man van het IX.Waffen-Gebirgs-Korps der SS omsingeld was. Hoewel de Sovjets verbaasd waren dat de Duitsers nog een offensief konden ondernemen, kwam de Wehrmacht niet verder dan een uitbraakpoging op 11 februari. Het kleine succes dat geboekt werd versterkte het moraal onder de Duitse troepen en er werd een nieuwe aanval op het 20 kilometer diepe Sovjet bruggenhoofd bij Gran, ten noorden van de Donau, en vier andere bruggenhoofden gepland. De inmiddels gearriveerde Hitlerjugend-divise en de Leibstandarte Adolf Hitler wisten op 17 februari de Sovjets te verslaan.

De divisie hield de weken daarop ondanks zware verliezen stand. Hoewel er geen cijfers over het aantal slachtoffers bekend zijn, is wel zeker dat de divisie begin maart werd versterkt met 23 officieren, 60 onderofficieren en 1040 manschappen. De divisie werd daarna bevolen deel te nemen aan operatie Frühlingserwachen. Het doel van dit offensief was om de eerder geboekte successen van de Wehrmacht in Hongarije te consolideren. Daar had de Wehrmacht strijd geleverd om de kostbare olievelden te behouden. Hoewel de operatie in groot geheim werd voorbereid, waren de Sovjets nu veel beter op de hoogte van de slagkracht en de ontwikkelingen binnen het Duitse leger. Het Duitse plan was erg ambitieus aangezien het met beperkte middelen over een breed front strijd moest leveren. De Hitlerjugend-divise zou deel uitmaken van de troepen die naar het Siókanaal (ongeveer zestig kilometer ten noordwesten van Budapest) moesten oprukken om er bruggenhoofden te vestigen.

Op 6 maart begon het Duitse offensief. In de sneeuw en in een temperatuur rond het vriespunt behaalden de Duitsers kleine successen, maar deze waren zeer minimaal. De stalinorgels en mortieren van het Rode Leger zorgden voor vele verliezen in de Duitse gelederen. Op 11 maart wist de Hitlerjugend-divisie wel een bruggenhoofd te vestigen bij het Siókanaal, maar dit succes werd op 15 maart door het Rode Leger teniet gedaan. Op 18 maart verpletterden de Sovjets de Duitsers, die hun nederlaag moesten accepteren door het helse artillerievuur waarmee ze bestookt werden. De Hitlerjugend had zijn laatste offensief gevoerd.

Hoewel de divisie inmiddels al naam had verworven door het fanatieke enthousiasme waarmee de jonge soldaten strijd leverden, verwierven ze pas na de oorlog echt bekendheid doordat de door hen gepleegde oorlogsmisdaden in de rechtszaken aan het licht kwamen. Op 7 en 8 juni 1944 waren 140 Canadezen en 2 Britten geëxecuteerd door de divisie. SS-Oberführer Kurt Meyer werd als bevelhebber van de divisie verantwoordelijk geacht voor deze misdaden. Aanvankelijk werd hem de doodstraf opgelegd, hoewel dit later werd omgezet in levenslange gevangenschap. Tijdens zijn gevangenschap correspondeerde hij met een aantal Canadese en Britse officieren die in Normandië tegen hem hadden gestreden. Op 7 september 1954 werd hij vroegtijdig vrijgelaten, nadat zijn correspondentievrienden voor zijn vrijlating hadden gepleit.


Het einde van de Hitlerjugend

Na de slag om Normandië leek het tij voor de Duitsers definitief te keren, zeker gezien het feit dat de Sovjets ook al bijna niet tegen te houden waren. Naar aanleiding van de proclamatie van de 'totale oorlog' door propagandaminister Joseph Goebbels, sprak Reichsjugendführer Arthur Axmann in september 1944:

“Nu het zesde jaar van de oorlog begint, staat de jeugd van Adolf Hitler klaar om resoluut en vol overtuiging te vechten voor hun eigen vrijheid en dat van het vaderland. We zeggen tegen hen: je moet besluiten of je de laatste wil zijn van een onwaardig ras dat veracht wordt door toekomstige generaties, of dat je deel uit wil maken van een nieuw tijdperk, zo wonderbaarlijk dat het zijn weerga niet kent.”

Nu zowel de Waffen-SS als de Wehrmacht kampten met een nijpend gebrek aan manschappen en officieren, beval Hitler om jongens vanaf vijftien jaar in korte tijd te trainen om hen daarna naar het Oostfront te sturen. Op 25 september 1944 werd onder leiding van Heinrich Himmler de Volkssturm geformeerd. Deze strijdkracht bestond uit jongens van 16 jaar tot mannen van 60 jaar oud. Ze werden voornamelijk getraind in het gebruik van het Panzerfaust-wapen. De Volkssturm telde uiteindelijk circa 60.000 man. De grote diversiteit in leeftijd zorgde voor nogal wat gêne. Alfons Heck was 17 jaar oud toen hij als doorgewinterd Hitlerjugend-lid het bevel moest voeren over een peloton van de Volkssturm. Hij herinnerde zich later:

“Van de 45 man waren er maar 10 van de Hitlerjugend; de anderen waren veertigers en vijftigers. Herr Wollf, wiens zoon als sergeant gesneuveld was in de Waffen-SS, was 65. Ik keek met enig begrip naar hen: ongedisciplineerd, te oud, lichamelijk niet in conditie en die zwart-rode armbanden waarop stond Deutsche Wehrmacht. Als hun aanvoerder was ik erg bewust van mezelf en mijn leeftijd. Er zaten zelfs enkele vaders van schoolvrienden tussen.”

In maart 1945 stelde Martin Bormann voor om meisjes en vrouwen van de Bund Deutscher Mädel uit te rusten met wapens en ze naar de frontlinies te sturen om bij te dragen aan de verdediging van Duitsland. Zijn doel was om zoveel mogelijk Frauen-Batallionen te mobiliseren. Arthur Axmann was echter fel tegen dit idee. Zijn voornaamste bezwaar was dat hij de gevolgen van krijgsgevangenschap van Duitse vrouwen niet kon overzien. Hij wilde de Duitse vrouwen nu eenmaal niet blootstellen aan “de Russische barbaren”. Niet veel later stond Axmann wel toe om vrouwen te trainen in het gebruik van pistolen voor verdedigingsdoeleinden. Daarmee kon hij niet verhinderen dat Heinrich Himmler ongeveer 6000 vrouwen naar het front had gestuurd. Ze werden al snel bekend als de zogenaamde 'Blitzmädel' en dienden voornamelijk bij luchtafweergeschutstellingen, maar ook in andere secties van de Wehrmacht.

In de verdediging van Berlijn was de Hitlerjugend niet actief als een georganiseerde eenheid. Ze hielden zich vaak als individu of in kleine groepen verscholen in gebombardeerde gebouwen of in greppels om met Panzerfausten de Sovjets schade toe te brengen. De Sovjets verloren veel tanks vanwege het fanatisme van de leden van Hitlerjugend, die vaak geen oog voor het gevaar toonden. Een betrekkelijk groot aantal leden van de Hitlerjugend werd gedecoreerd voor hun verdiensten, bijvoorbeeld voor het uitschakelen van meerdere tanks en Sovjet-infanteristen en het in veiligheid brengen van Duitse soldaten die zich in gevaarlijke situaties bevonden.

Een gedenkwaardig moment dat op film werd vastgelegd is Hitler's laatste 'openbare' optreden. Op 20 april, zijn 56e verjaardag, decoreerde hij buiten de Führerbunker een groep twaalfjarige jongens voor hun militaire verdiensten. De afgetakelde Führer dankte de jongens voor hun bijdrage aan de strijd voor hun Duitse vaderland. Twee van de jongens werden gedecoreerd met het IJzeren Kruis 1e klasse, de overigen met de 2e klasse.

De leden van de Hitlerjugend die als soldaat actief waren in de laatste weken van het Derde Rijk werden bevolen linies te verdedigen die simpelweg niet meer te houden waren. Vele leden van de Hitlerjugend pleegden zelfmoord nadat ze hoorden van de overgave en de dood van de Führer terwijl anderen tot het bittere eind tegen de beter uitgeruste en bewapende geallieerden vochten. Met hun sporadische en lokale aanvallen door slechts kleine groepen wisten ze hooguit nog meer onschuldige slachtoffers te maken in een oorlog die al lang verloren was.

In de nadagen van het Derde Rijk waren er nog steeds, ondanks het aanstaande verlies van Duitsland, leden van de Hitlerjugend actief die feitelijk als zelfmoordcommando's te werk gingen om de geallieerden nog zoveel mogelijk schade toe te brengen. Toen in februari 1945 de militaire situatie voor de Duitsers al in zoverre verslechterd was dat ze al een aantal belangrijke steden prijs hadden moeten geven, werd een speciaal opleidingsprogramma voor ‘guerrillastrijders’ in werking gezet. Ze werden al snel bekend onder de naam 'Weerwolven' (Werwölfe). Het doel van deze ‘Weerwolven’ (waarin niet alleen leden uit de Hitlerjugend actief waren, maar ook oudere jongens en zelfs volwassen mannen) was achter de vijandelijke linies van de geallieerden sabotage te plegen en daarmee zoveel mogelijk chaos te zaaien bij hun tegenstanders. Zo gaf Heinrich Himmler opdracht om de nieuwe burgermeester van het bevrijde Aken, Franz Oppenhoff, om te brengen. Op 25 maart 1945 voerde een moordcommando, met daarin een 16-jarig lid van de Hitlerjugend, en een 23-jarige leidster van de BDM, de opdracht met succes uit. Terwijl ze uit de stad ontsnapten, werd één van de leden dodelijk getroffen door een landmijn en later tijdens de verdere tocht raakte de BDM-leidster gewond. Na de oorlog werden alle overlevende leden van het moordcommando op één na opgespoord en berecht. Op meerdere plekken opereerden deze moordcommando's achter vijandelijke linies. In Braunschweig werden twee ‘Weerwolven’ van de Hitlerjugend door de Amerikanen gevangen genomen nadat de twee hadden geprobeerd een hinderlaag te leggen voor een Amerikaans bevoorradingskonvooi. Ze werden vervolgens op 1 juni 1945 geëxecuteerd.

De twee meest prominente leiders van de Hitlerjugend, Baldur von Schirach en Arthur Axmann, stonden beiden na de oorlog terecht voor hun misdaden: Von Schirach stond voor het Internationale Militaire Tribunaal terecht en Axmann voor het door de Amerikanen geleide Nuremberg Military Tribunal. Von Schirach nam een uiterst onschuldige houding aan gedurende zijn rechtszaak, waarin hij de Hitlerjugend afschilderde als een onschuldige padvindersorganisatie waar vrijwel geen paramilitaire training aan te pas kwam. Tevens distantieerde hij zijn organisatie van het beleid ten aanzien van de Joden dat de nazi's tijdens hun bewind voerden en bagatelliseerde hij de indoctrinatie van de Hitlerjugend-leden.Hij werd tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens “misdrijven tegen de menselijkheid” op basis van zijn betrokkenheid bij de deportatie van 60.000 Weense Joden naar Polen. Hij werd op geen enkele wijze bestraft vanwege zijn rol als leider van de Hitlerjugend.

Arthur Axmann werd door de Amerikanen als hoofdschuldige binnen het kader van het “nazi-jeugdbeleid” aangewezen. Dit hield in dat de rechtbank hem, als leidinggevende van de Hitlerjugend tijdens de oorlog, hoofdzakelijk verantwoordelijk hield voor de door de Amerikanen ten laste gelegde feiten. Tijdens de oorlog was hij met name verantwoordelijk voor de deelname van de Duitse jeugd aan de oorlogsinspanning van het Derde Rijk. Na de oorlog had hij tot meerdere malen toe getracht om de Hitlerjugend weer in het leven te roepen. Deze pogingen liepen op niets uit, aangezien de geallieerde autoriteiten hem elke keer weer een stapje voor waren. Vanwege voorgenoemde feiten werd hij in april 1949 tot drie jaar en drie maanden dwangarbeid veroordeeld. In 1958 werd hem nogmaals een geldboete opgelegd door het Berlijnse gerechtshof vanwege de zorg die hij had gedragen voor de indoctrinatie van de Duitse jeugd.


Conclusie

De Hitlerjugend was in twintig jaar tijd uitgegroeid van een kleinschalige politieke jeugdbeweging van de NSDAP naar een jeugdorganisatie die nagenoeg de voltallige Duitse jeugd omvatte en hen grondig klaarstoomde voor de oorlogsinspanningen van het Derde Rijk. Naast de uitgebreide militaire training werd de jeugd grondig onderwezen in de nationaalsocialistische leer. De nazi's hadden de jeugd zodanig opgeleid dat ze onvoorwaardelijk achter Hitler stonden. Joden en andere vijanden van de staat konden niet op het medelijden van de jongeren rekenen, omdat hen simpelweg was bijgebracht dat de straffen die de tegenstanders van het nationaalsocialisme, terecht waren. Werner Mork oordeelde destijds als volgt over de zogenaamde “vijanden van de staat”:

“We waren ervan overtuigd, dat deze emigranten volksverraders waren, die hun verdiende straf ontvluchtten. Zo beschouwden wij ook de veroordelingen en straffen, waarmee de tegenstanders van het nieuwe systeem behandeld werden. Deze tegenstanders werden door de autoriteiten als onverbeterlijk gezien. We vonden het terecht, dat deze tegenstanders veroordeeld werden, dat ze opgesloten werden in gevangenissen, tuchthuizen en concentratiekampen. Slechts een zeer klein deel van de bevolking had wellicht enig medelijden met hen.”

Vrijwel alle kinderen die in de Hitlerjugend hadden gezeten waren in zoverre door de nazi's gehersenspoeld dat het een intensief heropvoedingsproces vergde voordat ze weer 'normaal' zouden functioneren in de maatschappij. Dit maakte deel uit van de ‘denazificatie’ van de gehele Duitse naoorlogse samenleving. Het hield in dat alle nationaalsocialistische elementen uit de Duitse maatschappij werden verdreven door de geallieerden. Dit proces verschilde aanzienlijk per bezettingszone, aangezien Duitsland na de oorlog werd ‘verdeeld’ onder de Britten, Fransen, Amerikanen en Sovjets. Wat de denazificatie-processen door de verschillende bezetters onder voormalige leden van de Hitlerjugend met elkaar gemeen hadden, was dat zij, net als de rest van de Duitse maatschappij, openlijk werden geconfronteerd met de misdaden van de nazi’s. Tevens werd het onderwijs geherstructureerd op een wijze waarop de hoofdzakelijke nadruk voortaan werd gelegd op het ongedaan maken van de ‘nazificatie’ van de jeugd. Op de vraag wanneer de slechte aard van het nazisme tot hem doordrong en zijn trouw aan Hitler bezweek, herinnerde Alfons Heck zich later:

“Dat duurde lang. Op die dag in maart toen luitenant Smith me tijdelijk vrijliet, dacht ik aan niets anders dan de nederlaag die ik moest erkennen. Ik had op dat moment nog geen enkel schuldgevoel. Ik voelde me enkel schuldig over het verlies van de oorlog. Het zou meerdere jaren en een pijnlijke heropvoeding duren voordat ik aarzelend onze massamoord op miljoenen onschuldige mensen zou erkennen. Mijn eerste prioriteit [kort na het einde van de oorlog] was overleven. Morele kwesties kwamen later pas aan de orde.”

Richard Evans concludeert in zijn uitvoerige driedelige geschiedenis over de opkomst en ondergang van het Derde Rijk, dat “als er ooit een staat is geweest die het verdiende totalitair genoemd te worden, dat nazi-Duitsland zou zijn”. De opvoeding van de jeugd getuigt hiervan. De nazi's probeerden voor de oorlogsjaren hun greep op de jeugd steeds meer te verstevigen en hen te vormen naar nationaalsocialistische idealen: ideologisch gehersenspoeld met een allesbehalve brede intellectuele ontwikkeling en fysiek gevormd naar de maatstaven van elitesoldaten. De Hitlerjugend vormde een tegenpool van het ouderlijk gezag. Er zijn veel incidenten bekend waarin het lidmaatschap gespannen verhoudingen binnen gezinnen teweeg bracht. Wanneer kinderen van bijvoorbeeld sociaal-democratisch gezinde ouders al op jonge leeftijd binnen de Hitlerjugend actief waren, bleek in veel gevallen dat de visies van kind en ouder haaks op elkaar kwamen te staan. Veteranen die in de Eerste Wereldoorlog hadden gediend en daarin een sterke afkeer van oorlog hadden ontwikkeld verafschuwden het geromantiseerde beeld van oorlog dat tegenover de Hitlerjugend gepropageerd. Meer dan eens bleek dat deze gespannen verhoudingen tussen kind en ouders escaleerden in totale ontvreemding en ontwrichting van de familiebanden binnen gezinnen. Hoewel de inspanningen van de Reichsjugendführung niet konden verhinderen dat er verzet en opstand uitbrak onder de jeugd, blijft het wel een feit dat de nazi's het merendeel van de jeugd konden omvormen naar hun idealen en met volledige toewijding aan de zaak. Dat die zaak uiteindelijk zou uitlopen op een oorlog waarin, volgens voorzichtige schattingen, duizenden kinderen sneuvelden en nog vele meer voor de rest van hun levens de littekens van de oorlog zouden dragen, kon de jeugd natuurlijk ook niet weten. Hen was immers bijgebracht dat sterven voor het vaderland iets nobels was en dat er niets mooier was dan hun leven te geven voor de Führer.


Appendix: ledenaantallen per jaar, rangen en eenheden

Ledenaantallen per jaar

Jaar Ledental
1923 1.200
1924 2.400
1925 5.000
1926 6.000
1927 8.000
1928 10.000
1929 13.000
1930 26.000
1931 63.700
1932 107.956
1933 2.292.041
1934 3.577.565
1935 3.943.303
1936 5.437.601
1937 5.879.955
1938 7.031.226
1939 7.728.259

De hierboven genoemde aantallen beperken zich tot het lidmaatschap van de Hitlerjugend in Duitsland. In het artikel wordt aangegeven dat er begin 1939 8,7 miljoen leden binnen de Hitlerjugend actief waren. Dit ledental is echter inclusief de leden uit Oostenrijk en Sudetenland.

Rangen

Hitlerjugend Wehrmacht equivalent
Reichsjugendführer Generalfeldmarschall Veldmaarschalk
Stabsführer General der Armee Generaal
Gebietsführer Generaloberst Kolonel-generaal
Obergebietsführer General
Bannführer Generalleutnant Generaal-majoor
Unterbannführer Generalmajor Brigadier-generaal
Stammführer Oberst Kolonel
Hauptgefolgschaftsführer Oberstleutnant Luitenant-kolonel
Obergefolgschaftsführer Major Majoor
Gefolgschaftsführer Hauptmann Kapitein
Hauptscharführer Oberleutnant Eerste luitenant
Oberscharführer Leutnant Tweede luitenant
Scharführer Oberfeldwebel Sergeant-majoor
Unterscharführer Feldwebel
Oberkameradschaftsführer Unterfeldwebel Sergeant
Kameradschaftsführer Unteroffizier
Oberrottenführer Obergefreiter Korporaal
Rottenführer Gefreiter Soldaat der Eerste Klasse
Hitlerjunge Schütze Soldaat der Derde Klasse

Eenheden

De laagste eenheid was de Kameradschaft. Deze eenheid omvatte normaliter 15 jongens die vaak al in het dagelijks leven nauw met elkaar betrokken waren en allemaal op dezelfde school zaten. Drie tot vijf Kameradschaften vormden een Schar, wat overeenkomt met een peloton. Drie tot vijf Scharen vormden een Gefolgschaft; het equivalent van een compagnie. De belevingswereld van de leden beperkte zich meestal tot wat er binnen hun desbetreffende Gefolgschaft afspeelde, omdat de meeste activiteiten per Gefolgschaft georganiseerd werden. In de regel bestond een zogenaamde Unterbann uit vier Gefolgschaften. De functie van een Unterbann was binnen de Hitlerjugend vaak administratief van aard. Dat wil zeggen dat een Unterbann niet vaak als eenheid werd ingezet; de Reichsjugendführung koos meestal voor een Bann wanneer een groep jongeren voor welke activiteit dan ook ingezet moest worden. Een Bann correspondeerde met het legerequivalent van regiment. Een Bann bestond uit ongeveer 3000 leden. Per Bann waren er doorgaans zes administratiebureaus actief om het bestuur in goede banen te leiden. Een Oberbann was het overkoepelende administratieve orgaan van meerdere Banne. Voor het lokale jeugdbestuur waren de HJ-Standorten verantwoordelijk. De HJ-Standorten waren administratieve eenheden die zich met het personeelsmanagement van alle leden binnen hun jurisdictie bezighielden.

Iedere Gau (politiek district) in nazi-Duitsland omvatte een Hitlerjugend-Gebiet (administratief district voor de Hitlerjugend). Er bestonden 43 Gebiete waarin het bestuur zorg droeg voor het besturen van om en nabij 75.000 leden uit de Hitlerjugend. Binnen elk Gebiet waren er zes verschillende afdelingen (Hauptabteilungen) die elk verschillende verantwoordelijkheden droegen: personeel, sport en voorbereidende militaire training, culturele activiteiten en ideologische training, sociale diensten, huisvesting en juridische kwesties. Elk Gebiet was verantwoordelijk voor het onderwijs en trainingskampen van de jeugd binnen de regio. Twee of meer HJ-Gebietsführerschulen werden binnen een Gebiet geplaatst. Deze scholen leidden (potentiële) leiders van de Hitlerjugend op voor bestuursfuncties binnen het Gebiet. De zogenaamde Obergebiete vormden vervolgens een overkoepelende en tevens hoogste bestuurslaag van de Hitlerjugend. De Obergebiete waren bovenal administratief van aard en omvatten in de regel 4 tot 6 Gebiete. Voor aanvang van de oorlog bestonden er 5 Obergebiete, maar door het annexeren en bezetten van andere landen tijdens de oorlog en de bestuur-technische problemen die de grote omvang van de Obergebiete met zich meebrachten groeide het aantal Obergebiete tot aan 1943 tot 48.


Bronnen

Boeken


Versie: 2-9-2018 Artikel door: Bob Erinkveld

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/1884/Hitlerjugend.htm