Amerikaanse slagkruisers van de Alaska-klasse

Inleiding

Het idee van de US Navy om slagkruisers te bouwen kwam begin jaren `30 voort als antwoord op de Duitse Schwere Kreuzer van de Deutschland-klasse. De Deutschland, in 1940 omgedoopt in LŁtzow, Admiral Graf Spee en Admiral Scheer werden door een Britse journalist vestzakslagschepen genoemd, maar de Kriegsmarine sprak over Panzerschiffe en classificeerde de drie schepen later als zware kruisers. Met een standaard waterverplaatsing van 12.000 ton, een maximale snelheid van 28 knopen en een primaire bewapening van zes 28cm kanonnen waren de schepen van de Deutschland-klasse dat ook. Het Bureau of Construction and Repair kwam echter voorlopig nog niet tot ontwerpen in die richting.

Eind jaren `30 vermoedde de Amerikaanse inlichtingendienst dat de Japanners van plan waren super kruisers te bouwen, die de Amerikaanse zware kruisers in alle opzichten zouden overtroeven. Het idee om slagkruisers te bouwen, die deze Japanse super kruisers konden verslaan, werd weer boven tafel gehaald en serieus besproken in de hoogste Amerikaanse marine kringen, de General Board. Men kwam tot de conclusie dat er een klasse slagkruisers nodig was, die ingezet kon worden als zogenaamde cruiser-killer. Om aan deze taak te kunnen voldoen zouden de nieuwe oorlogsschepen een zwaardere primaire bewapening moeten hebben dan kruisers en een grotere maximale snelheid dan slagschepen.

Omdat er nog nooit slagkruisers voor de Amerikaanse marine afgebouwd waren (de slagkruisers van de Lexington-klasse werden in de jaren `20 nog tijdens de constructie omgebouwd tot vliegdekschepen), duurde het erg lang voordat het Bureau of Construction and Repair met een definitief ontwerp kwam. Maar liefst negen voorontwerpen verdwenen in de prullenbak. Deze eerdere ontwerpen liepen uiteen van doorontwikkeling van de lichte kruisers van de Atlanta-klasse van 6.000 ton tot een voorontwerp van een slagschip van 38.000 ton met relatief lichte primaire bewapening. Uiteindelijk werd het definitieve ontwerp gebaseerd op een veredelde versie van de zware kruisers van de Baltimore-klasse met dezelfde machine-installatie als de nieuwe vliegdekschepen van de Essex-klasse.

Vreemd genoeg classificeerde de US Navy de nieuwe schepen als zware kruisers en zouden de boegnummers beginnen met de letters CB van Cruiser Big. Echter met een standaardwaterverplaatsing van 27.000 ton, een primaire bewapening van negen stuks 30,5cm kanonnen, een beperkte bepantsering en onderwater bescherming en een maximale snelheid van 33 knopen, zouden de schepen uitstekend voldoen aan het typische concept van de slagkruiser. De primaire bewapening van negen 30,5cm 50-kaliber kanonnen was misschien wat lichter dan de meeste slagschepen op dat moment, maar even zwaar als die van de slagschepen van de Wyoming-klasse. Bovendien presteerden de moderne versies van de 30,5cm 50-kaliber Mk 8 kanonnen beter dan die van de oude 35,5cm Mk 2 en Mk 4 kanonnen, die toegepast waren op de New York-klasse, Nevada-klasse, Pennsylvania-klasse, Tennessee-klasse en New Mexico-klasse. Met deze hoofdbewapening zou de nieuwe klasse alle kruisers ter wereld de baas kunnen en met een snelheid van 33 knopen zouden de slagkruisers alle slagschepen ter wereld te snel af zijn.

Om te bevestigen dat de nieuwe schepen tussen zware kruisers en slagschepen in zaten zouden zij de namen krijgen van Amerikaanse territoriale gebieden. Slagschepen kregen de namen van Amerikaanse staten en zware kruisers die van grote Amerikaanse steden. De namen voor de nieuwe klasse, Alaska, Guam, Hawaii, Philippines, Puerto Rico en Samoa pasten prima tussen deze reeksen.

In 1940 werden de zes slagkruisers van de Alaska-klasse besteld bij de New York Shipbuilding Corporation te Camden, New Jersey. De Alaska werd op 17 december 1941 op stapel gezet en op 2 februari 1942 volgde de Guam. Begin 1943 had de bouw van de slagkruisers een hele lage prioriteit gekregen. Het materiaal dat voor de bouw van de schepen besteld was, werd grotendeels herbestemd voor de bouw van de veel belangrijkere verschillende klassen vliegdekschepen en onderzeeboten. Op 24 juni 1943 werd de bestelling van de Philippines, Puerto Rico en Samoa geannuleerd. Op 20 december van dat jaar werd nog wel de eerste kielplaat van de Hawaii gelegd, maar deze slagkruiser zou nooit afgebouwd worden.

USS Alaska en USS Guam kwamen halverwege 1944 in dienst, maar tegen die tijd waren bijna alle Japanse zware kruisers vernietigd door vliegtuigen en onderzeeboten. Ze werden in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog dan ook ingezet als begeleiders van snelle vliegdekschepen en voor het uitvoeren van kustbombardementen. Omdat de schepen slechts licht bepantserd waren en nauwelijks onderwater bescherming hadden, waren zij zeer kwetsbaar en bleven dan ook maar enkele jaren in dienst. In 1947 werden de Alaska en de Guam opgenomen in de reservevloot en in 1961 voor sloop verkocht.


Klasse overzicht en technische gegevens

Klasse overzicht

BoegnummerBouwwerfOp stapel gezetTe water gelatenIn dienst gesteld
USS AlaskaCB-1New York Shipbuilding Corporation te Camden, New Jersey17 december 194115 augustus 194317 juni 1944
USS GuamCB-2New York Shipbuilding Corporation te Camden, New Jersey2 februari 194212 november 19437 september 1944
HawaiiCB-3New York Shipbuilding Corporation te Camden, New Jersey20 december 194311 maart 1945 -

Technische gegevens

Grootste lengte:241,5 meter
Grootste breedte:27,67 meter
Diepgang:9,684 meter
Waterverplaatsing standaard:27.000 ton
Waterverplaatsing volbeladen:34.253 ton
Machine-installatie:4 x General Electric geared hoge druk stoomturbines, 8 x Babcock & Wilcox 3-drum Express Type ketels
Machinevermogen:150.000 pk
Aantal schroeven:4 x 4-bladige schroeven
Bunkercapaciteit:3.618 ton stookolie
Maximale snelheid:33 knopen
Actieradius:12.000 zeemijlen bij 15 knopen
Bemanning:1.517 koppen
Bemanning in 1945:1.799 tot 2.251 koppen
Primaire bewapening:3 x 30,5cm 50-kaliber Mk 8 kanonnen
Secundaire bewapening:6 x 2 12,5cm 38-kaliber Mk 12 multipurpose kanonnen
Luchtafweer:56 x 40mm Bofors (14 x 4) en 34 x 20mm Oerlikon mitrailleurs
Bepantsering:127 tot 229mm gordel-, 279 tot 330mm toren-, 51 tot 269mm commandotoren- en 148 tot 153mm dekbepantsering
Boordvliegtuigen:3 x Vought OS2U Kingfisher of 3 x Curtiss SC Seahawk drijvervliegtuigen
Radar:SG-1 surface search-, SK air-search-, Mk 38 en Mk 8 main-battery-, Mk 37 en Mk 12 Secondary battery- en Mk 57, 29, 34 en 39 MG battery (40mm) radar

De Alaska-klasse slagkruisers hadden relatief slechte manoeuvreer eigenschappen. Dit kwam vooral door de toepassing van een enkel roer. Normaal gesproken hadden vierschroefschepen een dubbel roer waardoor de uitsturing van het schip versneld werd. Bij een enkel roer reageerde het schip veel langzamer. Hierdoor hadden de Alaska-klasse slagkruisers een tactische radius van bijna 900 meter, veel groter dan die van de Iowa-klasse slagschepen, die ruim 30 meter langer waren.


USS Alaska

Nadat USS Alaska op 17 juni 1944 in dienst was gesteld, voerde de slagkruiser proefvaarten uit in Chesapeake Bay en later in de Caribische Zee bij Trinidad. Na de testen ging de Alaska naar de Philadelphia Naval Shipyard voor de laatste aanpassingen en de installatie van vier Mk 57 richttoestellen ten behoeve van de vuurleiding van de twaalf 12,5cm kanonnen. Op 12 november ging USS Alaska op weg naar Guantanamo Bay op Cuba van waaruit twee weken intensief geoefend werd. Op 2 december ging het schip op weg naar de Pacific en passeerde het Panamakanaal twee dagen later. Tien dagen later arriveerde de slagkruiser in San Diego. Vanuit deze Californische havenstad trainden de geschutbemanningen wekenlang in het uitvoeren van kustbombardementen en met de luchtafweerbatterij.

Op 13 januari 1945 arriveerde USS Alaska in Pearl Harbor en werd ingedeeld bij Task Force 12.2 (TF 12.2), die op 29 januari naar de nieuwe Amerikaanse vlootbasis op Ulithi, het meest noordwestelijke eiland van de Carolinen, vertrok. Daar werd TF 12.2 opgenomen in TF 58. Deze vlooteenheid was opgebouwd rond een viertal snelle vliegdekschepen van de Essex-klasse. TF 58 voerde in februari luchtaanvallen uit op Tokyo en omgeving om de Japanse oorlogsindustrie zoveel mogelijk schade toe te brengen. Begin maart 1945 werd USS Alaska toegewezen aan een TF 58.5, die de aanval op Iwo Jima dekking gaf. Al die tijd gaf USS Alaska luchtdekking aan vliegdekschepen zonder zelf aangevallen te worden. De volgende maanden was de nieuwe slagkruiser betrokken bij de gevechten op Okinawa. Tijdens deze campagne schoot de luchtafweerbemanning van het schip de eerste vijandelijke vliegtuigen neer en nam de Alaska, samen met zusterschip USS Guam, deel aan de kustbombardementen op het Japanse eiland. Tijdens de zomer van 1945 werd de Alaska, wederom samen met de Guam, ingedeeld bij Cruiser Task Force 95. Deze taske force kreeg de opdracht om zoveel mogelijk kleine achtergebleven Japanse schepen te verdrijven van de Zuid Chinese Zee. Omdat tegen die tijd vrijwel alle Japanse schepen van de zeeŽn verdwenen waren, hadden de sweeps weinig succes.

Op 30 augustus 1945 verliet USS Alaska Okinawa om deel uit te gaan maken van de US 7th Fleet, de bezettingsmacht van wat later Zuid-Korea zou worden. In november van dat jaar nam de Alaska nog deel aan Operation Magic Carpet door Amerikaanse militairen van Korea naar San Francisco te brengen. Op 13 december 1945 vertrok de Alaska van CaliforniŽ, door het Panamakanaal, naar de Boston Naval Shipyard. Op deze werf werd de slagkruiser voorbereid om opgenomen te worden in de reservevloot. In staat van conservering werd het schip op 1 februari 1946 naar Bayonne, New Jersey, gesleept en werd opgenomen in de Atlantic Reserve Fleet. Officieel werd de Alaska pas op 17 februari 1947 buiten dienst gesteld. De slagkruiser kreeg drie Battle Stars toegekend voor bewezen diensten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In 1958 deed het Bureau of Ships van de Amerikaanse marine onderzoek naar de mogelijkheden om de Alaska en zusterschip Guam om te bouwen tot geleidewapen kruisers. De schepen zouden dan, nadat alle kanonnen verwijderd waren, uitgerust worden met Talos, Tartar, ASROC en Regulus II raketsystemen, sonar en onderzeebootbestrijdingshelikopters. De verbouwingen zouden echter, net als bij de Iowa-klasse slagschepen, te duur worden en werden nooit uitgevoerd. In plaats daarvan werd de Alaska op 30 juni 1961 voor sloop verkocht aan de Lipsett Division van Luria Brothers te New York City. De Alaska was slechts 32 maanden in dienst geweest waarvan 18 actief.


USS Guam

USS Guam onderging haar proefvaarten in de Caribische zee bij Trinidad. Na een aantal weken training vertrok de nieuwe slagkruiser op 17 januari 1945 uit Philadelphia en bereikte op 8 februari, via het Panamakanaal, Pearl Harbor. Net als de Alaska werd de Guam ingedeeld bij TF 58 en nam deel aan de invasies van Iwo Jima en Okinawa. Vanaf mei werd USS Guam ingedeeld bij TF 38.4 en gaf luchtdekking aan enkele carriers die luchtaanvallen uitvoerde op Kyushu. In juli werd de slagkruiser vlaggeschip van Cruiser Task Force 95, het smaldeel dat weinig succes kende met het opsporen en vernietigen van Japanse schepen in Chinese wateren.

Op 7 augustus 1945 keerde USS Guam terug op Okinawa en werd vlaggeschip van de North China Force. Deze vlooteenheid kreeg als opdracht de Amerikaanse vlag te vertonen in de Zuid-Chinese regio. Vanaf 8 september was het smaldeel aanwezig in Korea om assistentie te verlenen aan de bezettingsmacht van het door de Amerikanen bevrijde deel van het Koreaanse schiereiland. Net als zusterschip USS Alaska nam de Guam deel aan Operation Magic Carpet door Amerikaanse militairen te repatriŽren naar hun thuisland. Op 3 december 1945 zette de slagkruiser de soldaten veilig af in San Francisco en twee dagen later was het schip onderweg naar de Amerikaanse oostkust. Op 17 december 1945 kwam zij aan in Bayonne, New Jersey, en werd ter plaatse geconserveerd. Op 17 januari 1947 werd USS Guam buiten dienst gesteld en opgenomen in de New York Group van de Atlantic Reserve Fleet. Op 24 mei 1961 werd de Guam voor sloop verkocht aan de Boston Metals Company te Baltimore, Maryland. De Guam was slechts 29 maanden in dienst geweest en had er daarvan maar 17 actie gezien. De slagkruiser ontving twee Battle Stars voor haar diensten tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Besluit

Het derde schip van de Alaska-klasse, de Hawaii, werd op 20 december 1943 op stapel gezet en op 11 maart 1945 te water gelaten. De slagkruiser werd echter nooit afgebouwd. 4.241 Ton stalen platen, die voor de Hawaii bestemd waren, werden vanaf juli 1942 gebruikt bij de bouw van de Essex-klasse vliegdekschepen. In september 1946 overwoog de US Navy om de voor 85 procent afgebouwde slagkruiser te gebruiken als testplatform voor geleidewapensystemen. Dit plan werd echter niet goedgekeurd omdat de ontwerpers van de geleidewapens nog niet ver genoeg gevorderd waren. Op 16 april 1947 werd de bouw van de Hawaii stilgelegd en werd het schip in de reservevloot opgenomen. In dit bouwstadium waren de primaire kanonnen en de gehele opbouw van het schip nagenoeg gereed. Op 15 april 1959 werd de Hawaii voor sloop verkocht aan de Boston Metals Company. Op 6 januari 1960 arriveerde het schip te Baltimore op de sloperswerf en werd in de loop van het jaar ontmanteld.

Doordat de slagkruisers van de Alaska-klasse, vooral onder water, zo kwetsbaar waren, waren zij de minst nuttige kapitale schepen van de Amerikaanse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omdat de US Navy dit zelf ook inzag, werd aan de bouw van de schepen bijzonder weinig prioriteit gegeven. Daardoor kwamen de eerste twee schepen van de klasse pas in dienst nadat hun voornaamste tegenstanders, de Japanse zware kruisers, al vernietigd waren. Hierdoor waren de slagkruisers van de Alaska-klasse ook nog eens overbodig. Waren de schepen echter volgens het originele plan opgeleverd, zouden zij in alle waarschijnlijkheid nog voor het einde van de oorlog tot zinken zijn gebracht door vijandelijke torpedo`s. De klasse was dus al vanaf de tekentafel gedoemd om een mislukking te worden. Het mag dan ook vreemd bevonden worden dat de bouw van de Alaska en de Guam geheel afgerond werd en dat de bouw van de Hawaii pas in 1947 gestopt werd.


Bronnen

Boeken


Versie: 6-3-2013 Artikel door: Peter Kimenai

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/2873/Amerikaanse-slagkruisers-van-de-Alaska-klasse.htm