Nederlandse torpedomotorboten

Inleiding

Torpedomotorboten waren voortgekomen uit torpedoboten. Het waren door krachtige benzinemotoren snelle motorboten, die uitgerust waren met torpedo`s en mitrailleurs. Het waren ongetwijfeld de kleinste oorlogsschepen, maar juist door hun snelheid en in groepsverband opererend, gevaarlijke tegenstanders. Torpedomotorboten (TM-boten) worden vaak onterecht motortorpedoboten (MTB`s) genoemd als vertaling van het Engelse woord motor torpedo boat. MTB`s werden tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld uit motorraceboten door de bekende werf van John Thornycroft Co. Ltd. te Woolston, Hampshire. De snelle boten die de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikten en die 55 voet lang waren en zo`n 12 ton groot waren, werden nog Coastal Motor Boats (CMB`s) genoemd. Met de inkrimping van de Royal Navy in 1920 kwam een einde aan de CMB`s.

In de jaren tussen de beide wereldoorlogen werden echter de experimenten met de snelle motorboten voortgezet. Thornycroft bouwde in steeds grotere aantallen, verbeterde versies waarbij eveneens geleverd werd aan buitenlandse marines. In 1929 kwamen vier van deze boten in Nederlandse dienst als Hr. Ms. TM I tot en met Hr. Ms. TM IV. Over het algemeen waren deze boten identiek aan de CMB`s, maar de motoren waren sterk verbeterd. In 1935 kwamen zowel de British Powerboat Company als Vospers Ltd. met nieuwe ontwerpen torpedomotorboten. De Vosperboot was uitgerust met drie Isotta-Fraschinimotoren van elk 1.150 pk en was de eerste torpedomotorboot met een 20mm Oerlikon mitrailleur aan boord. Begin 1938 had de British Powerboat Company weer een nieuw type gereed. Deze boot was de eerste met drie van de succesvolle Rolls Royce Merlin motoren van elk 1.000 pk aan boord. Tijdens proefvaarten behaalde deze boot een snelheid van ruim 44 knopen. De Koninklijke Marine bestelde één van deze boten, die in augustus 1939 als Hr. Ms. TM 51 in dienst zou komen. Achttien volgende boten van dit type zouden onder licentie worden gebouwd op de werf van Gusto te Schiedam.

Doordat de Royal Navy tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds meer te maken kreeg met grotere en beter bewapende Duitse motorboten, die opereerden vanuit bezette Franse havens, bouwden zij ook steeds grotere MTB`s. Vervolgens werden enkele MTB`s alleen bewapend met mitrailleurs ter bescherming van de MTB`s en ontstonden de Motor Gun Boats (MGB`s). In de tweede helft van de oorlog werden tevens steeds meer snelle motorboten uitgerust met dieptebommen zodat zij ingezet konden worden om onderzeeboten te bestrijden.

De Koninklijke Marine liet in Nederlands Oost-Indië enkele tientallen torpedomotorboten bouwen, die echter nog in aanbouw waren toen de Japanners Java bezetten. Er werden verder twaalf van deze boten besteld bij de Canadian Powerboat Company voor dienst in Nederlands Oost-Indië, maar die konden niet meer voor de val van Java geleverd worden en daarom werden ze in dienst genomen in Nederlands West-Indië. In 1942 kocht Nederland een veertiental MTB`s van de British Powerboat Company en Vosper ter vervanging van de onder licentie gebouwde boten bij Gusto, die alle in handen van de Duitsers gevallen waren. Met deze boten oogstte de Koninklijke Marine één van haar grootste successen met torpedomotorboten.


Torpedomotorboten Hr. Ms. TM I, II en IV en Hr. Ms. TM III

Torpedomotorboten Hr. Ms. TM I, II en IV

Technische gegevens

Bouwwerf:Thornycroft Co. Ltd. te Woolston, Hampshire, Groot-Brittannië
Waterverplaatsing:13 ton
Machine-installatie:3 x Lorraine Dietrich benzinemotoren
Machinevermogen:750 pk
Maximale snelheid:37 knopen
Bewapening:2 x 45cm torpedolanceerbuizen, 2 x 7,7mm mitrailleurs

Hr. Ms. TM I, TM II en TM IV lagen sinds 1939 in Soerabaja in conservatie. Hr. Ms. TM III was al in 1933 van de sterkte afgevoerd na zwaar beschadigd te zijn. Haar drie zusterscheepjes volgden in 1941.

Hr. Ms. TM III

Technische gegevens

Bouwwerf:Marine Etablissement te Soerabaja, Java
Waterverplaatsing:16 ton
Machinevermogen:1.260 pk
Maximale snelheid:38 knopen
Bemanning:6 koppen
Bewapening:2 x 45cm torpedolanceerbuizen, 2 x 7,7mm mitrailleurs

Hr. Ms. TM III was een stalen experimentele torpedomotorboot die op 24 juni 1938 in dienst gesteld werd. De boot werd op 2 maart 1942 door marinepersoneel vernield.


Torpedomotorboten van de TM 4-klasse

Technische gegevens

Bouwwerf:Marine Etablissement te Soerabaja, Java
Grootste lengte:19,2 meter
Grootste breedte:4,3 meter
Diepgang:1,4 meter
Waterverplaatsing:17,5 ton
Machine-installatie:3 x Lorraine Dietrich benzinemotoren
Machinevermogen:1.350 pk
Maximale snelheid:36 knopen
Bemanning:6 koppen
Bewapening:2 x 45cm torpedolanceerbuizen, 2 x .30 Lewis mitrailleurs

De motoren van de TM 4-klasse torpedomotorboten waren afkomstig van buiten dienst gestelde Dornier Wal en Fokker T-4 vliegtuigen. Omdat de vliegtuigmotoren oud waren, leverden ze veel technische problemen op en hadden ze veel onderhoud nodig. De torpedolanceerbuizen waren afkomstig van de buiten dienst gestelde Wolf-klasse torpedobootjagers en Z-klasse torpedoboten. De torpedomotorboten van de TM 4-klasse hadden een zeer beperkte actieradius en konden vanaf hun basis Soerabaja de mogelijke vijand alleen schade toebrengen als deze al te dicht genaderd was.

Hr. Ms. TM 4

De TM 4 werd op 20 september 1940 in dienst gesteld en nam in februari 1942 deel aan patrouilles aan de noordkust van Java. Op 2 maart 1942 werd de TM 4 bij Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Het wrak werd op last van de Japanners gelicht en gerepareerd en in dienst gesteld als Gyoraitei (torpedoboot) no. 102. De Japanners bewapenden de boot, buiten de bestaande torpedolanceerbuizen, met een .303 machinegeweer en vier dieptebommen. Op 1 augustus 1945 werd de torpedomotorboot bij Nagasaki door Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerpers tot zinken gebracht.

Hr. Ms. TM 5

De TM 5 werd op 6 juli 1940 door de Koninklijke Marine in dienst gesteld. De torpedomotorboot nam in februari 1942 deel aan patrouilles aan de noordkust van Java. Op 2 maart werd het schip door de eigen bemanning tot zinken gebracht bij Soerabaja. De torpedomotorboot werd op last van de Japanners gelicht en gerepareerd en op 6 mei 1943 in dienst gesteld als Gyoraitei no. 112. Op 2 augustus 1943 werd de ex TM 5 door Amerikaanse B-25 bommenwerpers en P-38 jachtvliegtuigen tot zinken gebracht bij Lae, Nieuw Guinea.

Hr. Ms. TM 6

Hr. Ms. TM 6 werd op 14 augustus 1940 in Nederlandse dienst gesteld en nam in februari deel aan patrouilles vanuit Soerabaja. Op 2 maart van dat jaar werd de torpedomotorboot bij Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Op last van de bezetter werd de boot gelicht, hersteld en als Gyoraitei no. 103 in Japanse dienst gesteld. De ex TM 6 werd in 1942 overgebracht naar Japan en fungeerde als trainingsboot op de Yokosuka Torpedo School. In 1945 werd het vaartuig overgenomen door de US Navy.

Hr. Ms. TM 7

De TM 7 werd op 6 juli 1940 in dienst gesteld bij de Nederlandse marine en verrichtte in februari 1942 patrouillediensten bij Soerabaja. Op 2 maart werd de torpedomotorboot ter plaatse tot zinken gebracht. Na de Japanse bezetting van Java werd de boot gelicht, hersteld en in Japanse dienst genomen als Gyoraitei no. 113. Op 6 maart 1943 werd de ex TM 7, samen met de ex TM 5, aangevallen door Amerikaanse gevechtsvliegtuigen bij Lea, Nieuw Guinea. De torpedomotorboot werd zwaar beschadigd en van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. TM 8 tot en met Hr. Ms. TM 12

Hr. Ms. TM 8 werd op 20 september 1940 in dienst gesteld en Hr. Ms. TM 9 tot en met Hr. Ms. TM 12 volgden in 1941. De boten deden in februari 1942 nog mee aan enkele patrouilletochten bij Java. De TM 8, TM 9 en TM 11 werden op 8 maart 1942 bij Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht. De TM 10 en de TM 12 hadden dat lot al zes dagen eerder ondergaan. De vijf boten werden later door de Japanners gelicht en gerepareerd en kwamen in dienst als Gyoraitei no. 104 tot en met 108. De boten werden overgebracht naar de Yokosuka Torpedo School en in 1945 in beslag genomen door de Amerikaanse marine.

Hr. Ms. TM 13

De TM 13 werd in 1941 in Nederlandse dienst gesteld en verrichtte in februari 1942 een tweetal patrouilles bij Soerabaja. Op 2 maart van dat jaar werd de boot ter plaatse door de eigen bemanning tot zinken gebracht, maar later door de bezetter gelicht en hersteld. Op 9 oktober 1943 werd de torpedomotorboot door de Japanners in dienst gesteld als Gyoraitei no. 109. De boot is later in de oorlog onder onbekende omstandigheden gezonken.

Hr. Ms. TM 14 en Hr. Ms. TM 15

Hr. Ms. TM 14 en Hr. Ms. TM 15 werden in januari 1942 in dienst gesteld en namen een maand later deel aan enige patrouilles aan de Javaanse noordkust. Op 2 maart van dat jaar werden de boten door de eigen bemanning tot zinken gebracht, maar door de Japanners gelicht en gerepareerd. Op 9 oktober 1943 werd de motortorpedoboten in dienst gesteld als Gyoraitei no. 110 en Gyoraitei no. 111, maar gingen door ongelukken verloren.

TM 16 tot en met TM 18

TM 16, TM 17 en TM 18 waren op 2 maart 1942 nog in aanbouw toen zij door werf- en marinepersoneel op het Marine Etablissement te Soerabaja tot zinken werden gebracht. Op last van de Japanners werden de boten gelicht en afgebouwd en op 6 mei 1943 in dienst gesteld als Gyoraitei no. 115 tot en met no. 117. Gyoraitei no. 115 ging op 26 juli 1943 verloren na een benzine explosie bij Rabaul. De ex TM 17 en ex TM 18 werden in 1944 bij Rabaul tot zinken gebracht door geallieerde luchtaanvallen.

TM 19 tot en met TM 21

Ook de TM 19, TM 20 en TM 21 werden op 2 maart 1942 incompleet tot zinken gebracht in Soerabaja. De boten werden op last van de Japanners gelicht en hersteld. De ex TM 19 werd op 13 oktober 1943 in Japanse dienst gesteld als Gyoraitei no. 118 en de ex TM 20 en ex TM 21 volgden op 15 november 1943 als Gyoraitei no. 119 en no. 120. Er zijn bronnen die stellen dat er drie TM 4-klasse torpedomotorboten na de oorlog terug in Nederlandse dienst kwamen. Dit zouden dan de TM 19, TM 20 en TM 21 moeten zijn geweest omdat van alle andere TM 4-klasse boten het lot bekend is. De drie boten worden echter in geen enkele bron meer vernoemd als zijnde in Nederlandse dienst.


Torpedomotorboten van de TM 22-klasse

Technische gegevens

Bouwwerf:Canadian Power Boat te Montreal, Canada
Grootste lengte:21,3 meter
Grootste breedte:6,1 meter
Diepgang:1,2 meter
Waterverplaatsing:32 ton
Machine-installatie:3 x Packard benzinemotoren
Machinevermogen:4.200 pk
Maximale snelheid:48 knopen
Bemanning:12 koppen
Bewapening:4 x 45cm torpedolanceerbuizen, 4 tot 8 dieptebommen, 2 x 2 .50 mitrailleurs

Deze zeer snelle Canadese torpedomotorboten waren besteld voor dienst in Nederlands Oost-Indië en waren uitgerust met vier torpedolanceerbuizen. Omdat de boten niet meer op tijd geleverd konden worden, werden er twaalf van de zestien naar Nederlands West-Indië gestuurd. De overige vier werden verkocht aan de US Navy. TM 22 tot en met TM 27 werden in november en december 1941 per schip afgeleverd op Curaçao, waar zij afgebouwd zouden worden. TM 28 tot en met TM 33 maakten de reis naar Curaçao geheel op eigen kracht. De torpedomotorboten werden in de West nooit uitgerust met torpedo`s. Tegen de tijd dat de onderwaterprojectielen leverbaar en oorlogsgereed waren, waren de lanceerbuizen grotendeels onbruikbaar geworden. Voordat het tot een definitieve oplossing kon komen, werd de Torpedomotorbootdienst in de Nederlandse Antillen al weer afgebouwd. Een aantal boten werd als deklast op tankers naar Engeland overgebracht en aan de Royal Navy overgedragen. De bemanningsleden gingen over naar moderne Britse torpedomotorboten die in Nederlandse dienst kwamen en opereerden in het Kanaal.

Hr. Ms. TM 22

Hr. Ms. TM 22 werd op Curaçao afgebouwd en in 1942 in dienst gesteld. De TM 22 werd, samen met de overige TM 22-klasse torpedomotorboten gestationeerd op Parera, Curaçao, waar in de loop van 1943 een basis voor deze boten gereed kwam. Deze had de beschikking over een steiger, een sleephelling, een botenhal, werkplaatsen en accommodatie voor de opvarenden. Nadat de TM 22 beschadigd was geraakt bij een zoektocht naar vermiste vliegers, werd de boot na reparatie in reserve genomen. Hr. Ms. TM 22 werd op 1 juni 1947 van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. TM 23

Nadat de TM 23 afgebouwd was, werd de boot in 1942 in dienst gesteld. In de nacht van 5 november 1942 werden op tien zeemijlen ten westen van Curaçao twee geallieerde tankers uit een konvooi, de Amerikaanse Meton en de Noorse Astrell, getorpedeerd. Hr. Ms. TM 23 redde een groot deel van de bemanningsleden door 69 opvarenden op te pikken en behouden aan land te brengen in Willemstad. Op 19 februari 1943 kreeg Hr. Ms. TM 23, tijdens een poging de overlevenden van een in zee gestort vliegtuig te redden, een tros in één van haar drie schroeven en moest door Hr. Ms. TM 25 naar Willemstad gesleept worden. Halverwege nam de tot hulpmijnenveger omgebouwde sleepboot Hr. Ms. Mico de sleep over. Later in dat jaar brak de TM 43 haar kiel tijdens een volgende zoektocht naar een neergestort vliegtuig en werd vervolgens op Parera gesloopt.

Hr. Ms. TM 24

De TM 24 werd eveneens op Curaçao afgebouwd en in 1942 in dienst gesteld. Op 5 november nam de torpedomotorboot deel aan dezelfde reddingsactie als zusterschip TM 23 door bij de zinkende tankers post te vatten om eventuele verdere overlevenden op te pikken. Hr. Ms. TM 24 pikte nog eens twintig overlevenden van de Astrell op en bracht hen in veiligheid. In 1944 liep de torpedomotorboot een gebroken kiel op tijdens een zoektocht naar overlevenden van een vermist vliegtuig en werd datzelfde jaar nog gesloopt.

Hr. Ms. TM 25

Hr. Ms. TM 25 werd in 1942 op Curaçao afgebouwd en in dienst gesteld. Nog geen jaar later, op 27 februari 1943, ging de torpedomotorboot verloren na een benzine-explosie die gevolgd werd door een fatale brand.

Hr. Ms. TM 26

De TM 26 werd ook in 1942 in dienst gesteld na op Curaçao te zijn afgebouwd. De torpedomotorboot werd samen met Hr. Ms. TM 33 in 1944 overgebracht naar Sydney, Australië en omgebouwd tot patrouillemotorboot en in dienst gesteld als PMB 26. De boot werd gestationeerd in Port Darwin en ter beschikking gesteld van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS). Op 1 mei 1946 werd de boot overgedragen aan de MLD en in Nederlands Oost-Indië ingezet als air-sea-rescue boot.

Hr. Ms. TM 27

De TM 27 was de laatste van de Canadese torpedomotorboten die in 1942 op Curaçao afgebouwd en in dienst gesteld werden. Op 6 juli 1943 zonk de boot na een benzine-explosie. Het schip werd nog geborgen, maar vervolgens gesloopt.

Hr. Ms. TM 28

De TM 28 was in juni 1942 opgeleverd door de werf in Montreal en werd door een uit Curaçao overgevlogen Nederlandse bemanning in dienst gesteld en samen met Hr. Ms. TM 29, naar Miami gevaren. Vanuit Miami vertrok de torpedomotorboot begin augustus, samen met de TM 29, de Higginsboten Hr. Ms. H 7 en Hr. Ms. H 8 en de motorreddingsboot Hr. Ms. MRB 50, naar de Nederlandse Antillen en kwamen op de 26e van die maand behouden aan in Willemstad, Curaçao. In de zomer van 1944 werden de TM 28 tot en met TM 31 verscheept naar Engeland waar de boten door de Royal Navy werden opgelegd. In februari 1946 werd de TM 28 van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. TM 29

Hr. Ms. TM 29 werd in de zomer van 1942 overgevaren van Montreal naar Curaçao door de Nederlandse bemanning. Twee jaar later werd de torpedomotorboot overgebracht naar Engeland en opgelegd door de Britse marine. In februari 1946 werd de TM 29 van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. TM 30

Hr. Ms. TM 30 werd op 11 september 1942 op de werf in Montreal in dienst gesteld en samen met zusterschepen Hr. Ms. TM 31, TM 32 en TM 33, via New York, Norfolk, Miami, Havana en Santo Domingo, overgevaren naar de Nederlandse Antillen. De vier torpedomotorboten kwamen op 18 november 1942 behouden aan op Curaçao. De bemanningsleden waren Nederlandse marinemannen die in Nederlands Oost-Indië op de TM 4-klasse torpedomotorboten hadden gediend en in maart van dat jaar ontsnapt waren naar Australië. In de zomer van 1944 werd de TM 30 verscheept naar Engeland en daar opgelegd door de Royal Navy. Op 1 april 1946 werd de boot van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. TM 31

Na in Canada in dienst gesteld en overgevaren te zijn naar Curaçao, redde de torpedomotorboot in februari 1943 de zeskoppige bemanning van een Amerikaanse bommenwerper. In de zomer van 1944 werd de TM 31 verscheept naar Engeland en overgedragen aan de Royal Navy. In de nacht van 1 op 2 september 1944 moest de boot tijdens een zware storm op het strand gezet worden en raakte zwaar beschadigd. Vervolgens werd de TM 31 van de sterkte afgevoerd en gesloopt.

Hr. Ms. TM 32

Hr. Ms. TM 32 stootte kort na vertrek uit Montreal op de Richelieu River, tussen de St. Laurens en Lake Champlain, op een rots en keerde terug naar de werf. Daar ging de bemanning over op de zojuist afgebouwde TM 34, die in dienst gesteld werd als Hr. Ms. TM 32. De nieuwe TM 32 ging vervolgens de drie andere boten achterna en haalde deze in Norfolk in. In de Nederlandse Antillen maakte de torpedomotorboot deel uit van de Torpedomotorbootdienst vanuit Parera. De boot werd enige maanden later uit de sterkte afgevoerd nadat de kiel gebroken was tijdens een zoektocht naar vermiste vliegers.

Hr. Ms. TM 33

Na in november 1942 aangekomen te zijn op Curacao maakte Hr. Ms. TM 33 deel uit van de kleine vloot Nederlandse torpedomotorboten die opereerde vanuit Parera. In 1944 werd de boot, samen met TM 26, overgebracht naar Sydney en ter plaatse omgebouwd en in dienst gesteld als PMB 33. Vanuit Port Darwin werd de boot vervolgens ter beschikking gesteld van de NEFIS. Op 1 mei 1946 ging de boot naar de MLD in Nederlands Oost-Indië.

TM 34 tot en met TM 37

Deze vier boten werden verkocht aan de US Navy. De eigenlijke TM 34 werd als vervanger van de beschadigde TM 32 naar de Nederlandse Antillen gestuurd als Hr. Ms. TM 32. De eigenlijke TM 32 werd gerepareerd en op 19 april 1943 in Amerikaanse dienst gesteld als USS PT 368. Op 11 oktober liep de boot aan de grond bij Halmaheira in Nederlands Oost-Indië en werd door de eigen bemanning vernield om te voorkomen dat de boot in vijandelijke handen viel. TM 35 werd op 27 maart in Amerikaanse dienst gesteld als USS PT 369 en TM 36 als USS PT 370 op 22 april 1943. Beide torpedomotorboten werden op 1 november 1945 buiten dienst gesteld en van de sterkte afgevoerd. TM 37 werd op 10 april 1943 in dienst gesteld als USS PT 371. Deze torpedomotorboot liep op 19 september 1944 aan de grond bij de Molukken en werd door de bemanning vernield.


Torpedomotorboten van de TM 51-klasse

Hr. Ms. TM 51

Technische gegevens

Bouwwerf:British Power Boat Company te Hythe, Groot-Brittannië
Grootste lengte:21,34 meter
Grootste breedte:6,1 meter
Diepgang:1,4 meter
Waterverplaatsing:32 ton
Machine-installatie:3 x Rolls Royce Merlin benzinemotoren
Machinevermogen:3.000 pk
Maximale snelheid:39 knopen
Bemanning:9 of 10 koppen
Bewapening:4 x 45cm torpedolanceerbuizen, 2 x 20mm Hispano Suiza en 1 x 20mm Oerlikon mitrailleurs

Eind jaren `30 wilde Nederland een serieuze poging ondernemen om kleine, maar snelle torpedoboten te bouwen naar Brits voorbeeld. Omdat Nederland geen enkele ervaring had met het ontwerpen en bouwen van torpedomotorboten, besloot men om een prototype te laten bouwen bij de British Power Boat Company. De boot werd op 6 november 1939 als Hr. Ms. TM 51 in Nederlandse dienst gesteld. Omdat de Koninklijke Marine bang was dat de Royal Navy alle beschikbare schepen in Groot-Brittannië op zou eisen, kreeg commandant luitenant-ter-zee der 1e klasse (LTZ 1) O. de Booy opdracht de torpedomotorboot tijdens een proefvaart over te brengen naar Nederland.

De Schiedamse bouwwerf Gusto kreeg vervolgens de opdracht om twee boten te bouwen naar voorbeeld van de TM 51. Dit zouden de TM 52 en TM 53 worden en kregen de bouwnummers M2 en M3. Later volgde een order voor acht boten met de bouwnummers M4 tot en met M 11. Dit zouden de TM 63 tot en met TM 70 worden. In maart 1940 kreeg de werf de opdracht om nog eens acht TM 51-klasse torpedomotorboten op stapel te zetten. Dit werden de TM 54 tot en met TM 61 met de bouwnummers M23 tot en met M30. Op 10 mei 1940 waren alleen TM 52 en TM 53 bijna zover dat ze te water gelaten konden worden. De lange bouwtijd was vooral te wijten aan een tekort aan materialen. Het werfpersoneel en personeel van de Koninklijke Marine kregen de opdracht om de boten te vernielen, maar door een combinatie van besluiteloosheid, twijfel en een gebrek aan krachtdadig optreden, kwam het hier niet van. Alle in aanbouw zijnde boten vielen in Duitse handen.

Hr. Ms. TM 51 lag echter geheel oorloggereed op de werf in Schiedam. De torpedomotorboot was op 10 mei 1940 zeer actief betrokken bij de strijd om de Rotterdamse Maasbruggen. Met de 20mm Hispano Suiza mitrailleurs nam zij Duitse paratroepen onder vuur bij de Willemsbrug tot de boot zelf schade opliep en er een dode viel. De boot keerde terug naar Gusto in Schiedam voor noodreparaties en kon op 14 mei ontsnappen naar Engeland. De in Rotterdam opgelopen schade werd definitief hersteld op de werf van British Powerboat Company te Hythe. De TM 51 werd vervolgens overgedragen aan de Royal Navy, die de boot ombouwde tot Motor Gun Boat en in dienst nam als HMS MGB 46. Van 2 juni 1941 tot 25 november 1942 was de boot weer in Nederlandse dienst als Hr. Ms. Panter. Tijdens deze periode liep de torpedomotorboot in St. Anstell`s Bay, Zuidoost-Engeland op een mijn, maar kon te Fowey worden binnengebracht. Op laatstgenoemde datum werd de boot vervangen door de moderne MGB 114. De Britten gebruikten de MGB 46 nog een tijdje als oefenboot, maar de boot werd nog voor het einde van de oorlog afgeschreven.

TM 52 en TM 53

Na de Duitse inval in Nederland werden de in aanbouw zijnde torpedomotorboten TM 52 en TM 53, met bouwnummers M2 en M3, voor de Kriegsmarine afgebouwd volgens origineel ontwerp en op 20 augustus en 17 september 1940 als S 201 en S 202 in dienst gesteld, de S stond hierbij voor Schnellboot. De boten werden naar Duits inzicht bewapend met een 37mm en twee 20mm snelvuurkanonnen waardoor de boten iets aan snelheid inboetten. De boten voldeden niet aan de Duitse eisen, maar vooral het feit dat de boten benzinemotoren hadden, deed de Duitsers beslissen ze van de hand te doen. De Duitsers waren tegen het gebruik van benzinemotoren in verband met het brand- en explosiegevaar. In 1942 werden beide boten verkocht aan de Bulgaarse marine. De Bulgaren namen de boten in dienst als S 3 en S 4. De beide torpedomotorboten werden op 22 oktober 1944 door de Sovjet Unie in beslag genomen en herdoopt in TKA 961 en TKA 962 en op 2 april 1945 teruggegeven aan Bulgarije. In Bulgaarse dienst deden de boten nog bijna vijftien jaar dienst als patrouilleboten no. 3 en no. 4.

TM 54 tot en met TM 61

Technische gegevens

Bouwwerf:Gusto te Schiedam
Grootste lengte:28,3 meter
Grootste breedte:4,3 meter
Diepgang:1,9 meter
Waterverplaatsing:54 ton
Machine-installatie:3 x Daimler-Benz dieselmotoren
Machinevermogen:2.850 pk
Maximale snelheid:35 knopen
Bemanning:21 koppen
Bewapening:2 x 53,3cm torpedolanceerbuizen, 2 x 20mm en 1 x 15mm mitrailleurs

Al op 23 mei 1940 werd een overeenkomst gesloten door de Kriegsmarine en Gusto om de acht TM 51-klasse torpedomotorboten met de bouwnummers M23 tot en met M30 af te bouwen volgens een gewijzigd ontwerp. De ontwerpwijzigingen werden aangeleverd door de Duitse Schnellbooten bouwer Fr. Lüssen te Bremen. Het ging hierbij om de TM 54 tot en met TM 61 die aanmerkelijk groter waren dan de bouwnummers M2 tot en met M11. De acht boten kregen de namen S 151 tot en met S 158.

De boten werden in Duitse dienst gesteld op:
S 151 19 december 1941
S 152 31 maart 1942
S 153 19 april 1942
S 154 10 juni 1942
S 155 19 juli 1942
S 156 5 september 1942
S 157 8 september 1942
S 158 9 september 1942.

De torpedomotorboten waren bestemd voor dienst in de Middellandse Zee en vertrokken op 15 september 1942 in twee groepen vanuit Rotterdam, gecamoufleerd als reddingsboten van de Luftwaffe en de torpedolanceerbuizen weggestopt achter triplexplaten. Via Nijmegen, Mannheim, Straatsburg en Port St. Louis kwamen de boten op 8 oktober aan in La Spezia.

De S 151, S 152, S155 en S 156 werden op 3 mei 1945 te Ancona overgedragen aan de geallieerden. De S 153 werd op 12 juni 1944 door de Britse torpedobootjagers HMS Eggesford en HMS Blackmore bij het eiland Lissa in de Adriatische Zee door kanonvuur tot zinken gebracht. De S 154 werd op 22 januari 1945 bij Pola vernietigd door geallieerde vliegtuigbommen. De S 157 werd op 1 mei 1945 door een Joegoslavische mortier vernield en de S 158 werd op 25 oktober 1944 tot zinken gebracht bij een geallieerde luchtaanval bij Sibenek.

TM 63 tot en met TM 70

De overeenkomst die gesloten was door de Kriegsmarine en Gusto gold ook voor de acht TM 51-klasse torpedomotorboten met de bouwnummers M4 tot en met M11, de TM 63 tot en met TM 70. De boten kregen de voorlopige namen S 203 tot en met S 210. Mede als gevolg van de negatieve ervaringen met de S 201 en S 202 zagen de Duitsers in december 1940 af van de afbouw van de acht torpedomotorboten. Een verdere reden voor de bouwstop was het gebrek aan geschikte torpedolanceerbuizen, torpedo`s en andere onderdelen. De casco`s van de acht boten werden opgelegd op de dependance van Gusto te Slikkerveer. Gusto wilde de boten verkopen aan de Roemeense en Bulgaarse marines, maar er waren problemen met de voortstuwing. Er waren voldoende Rolls Royce Merlin motoren voorradig van neergestorte Britse vliegtuigen, maar de keerkoppelingen en de rubberschijven, die tussen deze koppelingen en de motoren geplaatst moesten worden, ontbraken. De keerkoppelingen werden vervaardigd bij een Citroënfabriek in Parijs nadat de toenmalige bedrijfsleider van Gusto naar de Franse hoofdstad was afgereisd om technische aanwijzingen te geven. De 24 keerkoppelingen werden vervolgens samen met de casco`s en de motoren aan Roemenië en Bulgarije geleverd.

Zes van de acht torpedomotorboten werden geleverd aan de Roemeense marine en in 1942 in Galatz afgebouwd. Ze werden in Roemeense dienst gesteld als no. 4 Vedenia, no. 5 Vantul, no. 6 Vijelia, no. 7 Viforul, no. 8 Vartejul en no. 9 Vulcanul. De tweedehands Rolls Royce motoren presteerden zo slecht dat de boten slechts 20 tot 25 knopen konden halen. Pas nadat een gespecialiseerd Roemeens bedrijf nieuwe rubberschijven voor de keerkoppelingen had geleverd, waren de boten normaal inzetbaar. De zes Roemeense torpedomotorboten werden op 20 oktober 1944 door de Sovjets in beslag genomen en TKA 991 tot en met TKA 954, TKA 956 en TKA 957 genoemd. Op 22 september 1945 werden de zes boten weer overgedragen aan de Roemeense marine, die ze echter niet meer in dienst stelde. De boten werden later gesloopt.

De Bulgaren slaagden er in om twee complete boten uit de onderdelen te bouwen die in dienst gesteld werden als F 6 en F 7. Deze twee boten werden eveneens door de Sovjet Unie in beslag genomen en kregen de namen TKA 963 en TKA 964. Op 2 april 1945 werden de torpedomotorboten teruggegeven aan Bulgarije en deden tot eind jaren `50 dienst als patrouilleboten.


Hr. Ms. MRB 50 en Hr. Ms. MTB 433

Hr. Ms. MRB 50

Technische gegevens

Bouwwerf:Miami Shipbuilding Co. te Miami, Verenigde Staten
Waterverplaatsing:20 ton
Machine-installatie:2 x Packard benzinemotoren
Machinevermogen:1.300 pk
Maximale snelheid:30 knopen
Bemanning:10 koppen

Hr. Ms. MRB 50 was in feite een onbewapende torpedomotorboot die voor de Koninklijke Marine gebouwd werd in Miami. De motorreddingboot werd samen met de motortorpedoboten Hr. Ms. TM 28 en Hr. Ms. TM 29 en de Higginsboten Hr. Ms. H 7 en Hr. Ms. H 8 overgevaren naar Curaçao. Vanuit basis Parera deed de boot dienst als air-sea-rescue boot. Eind juli 1943 pikte Hr. Ms. MRB 50, samen met Hr. Ms. H 8, dertien overlevenden op van de Nederlandse tanker Rosalia, die in de nacht van 27 op 28 juli getorpedeerd en tot zinken was gebracht door U-615. De MRB 50 werd buiten dienst gesteld toen de Torpedomotordienst op Curaçao opgeheven werd. Het verdere lot van de reddingsboot is onbekend.

Hr. Ms. MTB 433

Technische gegevens

Voormalige naam:MGB 114
Bouwwerf:British Power Boat Company te Hythe, Groot-Brittannië
Grootste lengte:21,86 meter
Grootste breedte:6,27 meter
Diepgang:1,53 meter
Waterverplaatsing:35 ton
Machine-installatie:3 x Packard benzinemotoren
Machinevermogen:4.050 pk
Maximale snelheid:35 knopen
Bemanning:13 koppen
Bewapening:1 x 40mm en 4 x 7,7mm mitrailleurs, dieptebommen

De Britse Motor Gun Boat 114 kwam in Nederlandse dienst als vervanger van HMS MTB 46, de voormalige TM 51. De boot werd op 29 december 1942 door commandant LTZ 2 W.A. de Looze in dienst gesteld toen zij nog in aanbouw was op de werf te Hythe. In februari 1943 werd de boot ingedeeld bij de 9th MGB Flotilla. Begin 1944 werd een tweede Nederlands torpedomotorbootflottielje opgericht en 2nd MTB Flotilla genoemd. De MGB 114 werd bij dit nieuwe flottielje ingedeeld. Hr. Ms. MGB 114 kreeg de beschikking over twee 53,3cm torpedolanceerbuizen, een 20mm en twee 12,7mm mitrailleurs en werd omgedoopt in Hr. Ms. Motor Torpedo Boat (MTB) 433. De vier 7,7mm mitrailleurs bleven aan boord. De motortorpedoboot verrichtte tot het najaar van 1944, toen de Nederlandse torpedomotorbootflottieljes buiten dienst gesteld werden, patrouillediensten in het Kanaal. Op 7 september 1944 nam LTZ 2 F.W. Lambrechtsen het commando over van commandant De Looze. Vanaf eind 1944 fungeerde de boot als patrouille- en communicatievaartuig in het bevrijde Zeeland. Op 6 november 1945 werd Hr. Ms. MTB 433 in Vlissingen buiten dienst gesteld en opgelegd. In 1947 werd de boot op de Rijkswerf Willemsoord verbouwd tot torpedovolgboot en op 20 april 1948 als zodanig in dienst gesteld als Hr. Ms. RJ 2. Later kreeg de boot de naam Jachthond en werd, bewapend met twee 20mm mitrailleurs, gebruikt als patrouilleboot met naamsein A 964. In 1953 werd het schip officieel als patrouilleboot geclassificeerd en kreeg naamsein P 884. Twee jaar later werd de boot van de sterkte afgevoerd en particulier verkocht als Zilvermeeuw.


Motor Torpedo Boats van de MTB 202-klasse

Technische gegevens

Grootste lengte:21,3 meter
Grootste breedte:5,9 meter
Diepgang:1,6 meter
Waterverplaatsing:35 ton
Machine-installatie:3 x Packard benzinemotoren
Machinevermogen:3.360 pk
Maximale snelheid:39 knopen
Bemanning:12 koppen
Bewapening:2 x 53,3cm torpedolanceerbuizen, 1 x 20mm, 1 x 2 7,7mm en 2 x 1 .303 mitrailleurs

De MTB`s van de MTB 202-klasse behoorden tot de zogenaamde Vosperboten. De torpedomotorboten waren door Vosper te Plymouth ontwikkeld, maar werden onder licentie gebouwd op verschillende kleine Britse werven.

Hr. Ms. MTB 202 (Kemphaan)

In de zomer van 1943 werd besloten dat het Britse 9th MTB Flotilla een geheel Nederlandse formatie zou worden. Daarom werden nogmaals vier Britse motor torpedo boats aangekocht die bij Vosper gebouwd waren. MTB 202, gebouwd door J. Samuel White & Co te Cowes, Isle of White, was er één van en werd op 13 augustus 1943 door LTZ 2 J.L. Bommezijn te Dover in dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 202. De boten kregen vogelnamen die echter niet veel gebruikt werden, zelfs niet in de logboeken van de torpedomotorboten zelf. De 202 werd Kemphaan genoemd.

In de nacht van 26 op 27 september 1943 lieten de torpedomotorboten Hr. Ms. MTB 202, MTB 204 en MTB 231, samen met drie Britse MGB`s, een Duits konvooi in de val lopen in het Nauw van Calais. Door een afleidingsmanoeuvre van de MGB`s en een goed gecoördineerde torpedoaanval van de MTB`s konden de Duitse Vorpostenboot V 1501 en de transportschepen Madali van 3.019 ton en de Jungingen van 800 ton, tot zinken worden gebracht. Dit was de meest succesvolle actie van Nederlandse torpedomotorboten vanuit Engeland.

Op 5 mei 1944 nam LTZ 2 KMR G.A. Dogger het commando van Hr. Ms. MTB 202 op zich. Op 5 september 1944 werd de Nederlandse Torpedomotordienst in Groot-Brittannië opgeheven omdat de bemanningsleden nodig waren voor de vorming van zogenaamde havendetachementen in bevrijd Nederland. De MTB 202 werd op die laatstgenoemde datum buiten dienst gesteld en opgelegd te Portland. In februari 1946 werd de boot van de sterkte afgevoerd en verkocht.

Hr. Ms. MTB 203 (Arend)

Hr. Ms. MTB 203 behoorde tot de eerste vier Britse MTB`s die door Nederland aangekocht werden. De torpedomotorboot werd eveneens door J. Samuel & Co. gebouwd en op 3 maart 1942 te Cowes in Nederlandse dienst gesteld door commandant LTZ 2 E.H. Larive en kreeg de naam Arend. In de nacht van 13 op 14 oktober 1942 was MTB 203 aanwezig bij het tot zinken brengen van de Duitse hulpkruiser Komet, die vanuit Le Havre naar de Atlantische Oceaan vertrok. LTZ 2 C.H. van Eeghen nam in april 1943 het commando van MTB 203 over van commandant Larive. Op 20 augustus van dat jaar nam commandant LTZ 3 KMR B. Vreede het commandostokje over om het op 4 januari 1944 over te dragen aan LTZ 2 G.W. Bendien. Hr. Ms. MTB 203 vertrok in de avond van 17 mei 1944, met vier andere eenheden van de 9th MTB Flotilla, vanuit Dover om grondmijnen te leggen bij Boulonge. Kort na middernacht liep Hr. Ms. MTB 203 op een Duitse mijn van een tot dan toe onbekend vijandelijk mijnenveld. De bemanning werd gered door Hr. Ms. MTB 204 met uitzondering van een stoker-olieman die met de torpedomotorboot ten onder ging.

Hr. Ms. MTB 204 (Valk)

Ook Hr. Ms. MTB 204 behoorde tot de eerste torpedomotorboten die door de Koninklijke Marine overgenomen werden. De Vosperboot werd rechtstreeks van de werf van J. Samuel & Co. overgenomen en op 27 maart 1942 te Cowes in dienst gesteld door commandant LTZ 2 W.A. de Looze. Hr. Ms. MTB 204 kreeg de naam Valk. De boot verrichtte als onderdeel van de 9th MTB Flotilla patrouillediensten in het Kanaal. Op 15 oktober 1942 nam LTZ 2 H.C. Jorissen het commando van de torpedomotorboot op zich. Op 14 september 1944 werd de boot buiten dienst gesteld en in conservatie genomen. Op 16 december van datzelfde jaar werd het schip opgelegd te Portland en in februari 1946 van de sterkte afgevoerd.

Hr. Ms. MTB 222 (Sperwer)

Hr. Ms. MTB 222 werd gebouwd op de werf van Camper & Nicholson te Gosport en op 17 april 1942 tijdelijk in Nederlandse dienst gesteld en kreeg de naam Sperwer. Op 5 juni van dat jaar werd de torpedomotorboot vervangen door Hr. Ms. MTB 235 en teruggegeven aan de Royal Navy.

Hr. Ms. MTB 229 (Gier)

De MTB 229, die gebouwd werd op de werf van McGruer te Clynder, werd door Nederland aangekocht toen besloten werd dat de 9th MTB Flotilla een geheel Nederlandse formatie zou worden. De torpedomotorboot werd op 13 juli 1943 te Weymouth in dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 229 en kreeg de naam Gier. Op 1 oktober 1943 werd LTZ 3 KMR B. Vreede commandant van de MTB 229 en op 15 november 1944 werd hij afgelost door LTZ 2 H. van Mastrigt. Vanaf eind 1944 fungeerde Hr. Ms. MTB 229 als patrouille- en communicatievaartuig in het bevrijde Zeeland. De boot werd op 22 juni 1946 te Vlissingen buiten dienst gesteld en negen dagen later van de sterkte afgevoerd, maar pas in augustus 1948 verkocht.

Hr. Ms. MTB 231 (Stormvogel)

Ook deze torpedomotorboot werd door McGruer te Clynder gebouwd en was nodig om de 9th MTB Flotilla op sterkte te krijgen. De boot werd op 20 augustus 1943 te Dover door commandant LTZ 2 C.H. van Eeghen in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 231 met de naam Stormvogel. Op 18 september 1944 werd de MTB 231 buiten dienst gesteld en opgelegd te Portland. In februari 1946 werd de boot van de sterkte afgevoerd en verkocht.

Hr. Ms. MTB 235 (Sperwer 2)

MTB 235 werd gebouwd bij de Berthon Boat Co. te Lymington en op 16 juni 1942 door commandant LTZ 2 P.E. Tegelberg in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 235 ter vervanging van MTB 222 en kreeg dezelfde naam. De torpedomotorboot verrichtte als onderdeel van de 9th MTB Flotilla patrouillediensten in het Kanaal totdat zij op 15 september 1944 buiten dienst werd gesteld. Op 16 december van dat jaar werd de boot opgelegd te Portland en in februari 1946 van de sterkte afgevoerd en verkocht.

Hr. Ms. MTB 236 (Havik)

MTB 236 werd aangekocht ter uitbreiding van de 9th MTB Flotilla en op 28 augustus 1943 te Shoreham door commandant LTZ 2 B. ter Bake in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 236. De boot was gebouwd door Camper & Nicholson te Gosport. De Vosperboot kreeg de naam Havik. Op 13 juli 1944 nam LTZ 2 H.L. Sixma baron van Heemstra het commando van de Nederlandse torpedomotorboot op zich. De boot werd op 25 september 1944 te Dover buiten dienst gesteld en op 16 december van dat jaar opgelegd in Portland. In februari 1946 werd de torpedomotorboot van de sterkte afgevoerd en verkocht.

Hr. Ms. MTB 240 (Buizerd)

MTB 240 maakte deel uit van de Motor Torpedo Boats die in 1942 door de Nederlandse marine gekocht werden van de Royal Navy. De torpedomotorboot, die gebouwd was op de werf van Morgan Giles te Reignmouth, werd op 6 juni 1942 te Portsmouth door commandant LTZ 3 F. Visée in Nederlandse dienst gesteld. Hr. Ms. MTB 240 kreeg de naam Buizerd. Op 5 september 1944 werd MTB 240 buiten dienst gesteld en vervolgens op 16 december opgelegd in Portland. In februari 1946 werd de boot van de sterkte afgevoerd en verkocht.


Motor Torpedo Boats van de MTB 418-klasse

Technische gegevens

Bouwwerf:British Powerboat Company te Hythe, Groot-Brittannië
Grootste lengte:21,52 meter
Grootste breedte:6,22 meter
Diepgang:1,5 meter
Waterverplaatsing:37 ton
Machine-installatie:3 x Packard benzinemotoren
Machinevermogen:4.050 pk
Maximale snelheid:35 knopen
Bemanning:13 koppen
Bewapening:1 x 40mm, 1 x 20mm en 2 x 1 .303 mitrailleurs

Hr. Ms. MTB 418

De voormalige Motor Gun Boat HMS MGB 418 werd op 27 mei 1944 te Poole door commandant LTZ 2 J.L. Bommezijn in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 418. De boot maakte tot september 1944 deel uit van de 2nd MTB Flotilla en werd op 23 september 1944 te Dover buiten dienst gesteld. De boot werd daarna teruggegeven aan de Royal Navy.

Hr. Ms. MTB 432

Hr. Ms. MTB 432 was als MGB in Poolse dienst geweest onder de naam ORP S 4 en in Britse dienst als HMS MGB 432. De torpedomotorboot werd op 18 april 1944 te Ramsgate door commandant LTZ 2 F.M. Lambrechtsen in Nederlandse dienst gesteld. Na op 23 september 1944 al weer buiten dienst gesteld te zijn, werd de boot teruggegeven aan de Britse marine.

Hr. ms. MTB 436

De ex HMS MGB 436 werd op 10 april 1944 te Ramsgate door commandant LTZ 2 H. Pontier in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 436. Op 5 september nam LTZ 2 H. van Mastrigt het commando van de torpedomotorboot nog een aantal weken op zich. Op 23 september 1944 werd de boot te Dover buiten dienst gesteld en ging terug naar de Britten.

Hr. Ms. MTB 437

Hr. Ms. MTB 437 was de voormalige HMS MGB 437 en werd op 8 april 1944 te Tilbury door commandant LTZ 2 Jhr. H. de Jonge van Ellemeet in Nederlandse dienst gesteld. Op 23 september 1944 werd de 2nd MTB Flotilla opgeheven en MTB 437 buiten dienst gesteld. De torpedomotorboot werd vervolgens weer overgedragen aan de Royal Navy.


Onderzeebootjagers

In 1941 werden voor de Koninklijke Marine in Nederlands Oost-Indië acht onderzeebootjagers besteld bij de Higgins Yard in New Orleans. De onderzeebootjagers zijn moeilijk in te delen omdat zij een heel specifieke functie hadden. Het waren geen echte patrouilleboten en ook geen torpedobootjagers. Omdat de boten beperkte afmetingen hadden en over zeer krachtige benzinemotoren beschikten, zijn ze nog het best te vergelijken met torpedomotorboten.

De zogenaamde Higginsboten vertoonden tal van technische gebreken en zijn nooit erg succesvol geweest. De eerste zes Higginsboten werden in groepjes van twee aan boord van koopvaardijschepen afgeleverd in Soerabaja en werden bij het Marine Etablissement afgebouwd. De eerste vier arriveerden eind 1941 en werden in dienst gesteld als Hr. Ms. OJR 1 tot en met Hr. Ms. OJR 4. De derde groep arriveerde op 1 februari 1942 in Soerabaja, maar was niet op tijd klaar om in dienst gesteld te worden. Op 2 maart 1942 werden de boten, die OJR 5 en OJR 6 zouden gaan heten, door marinepersoneel vernield. De laatste twee Higginsboten konden niet meer afgeleverd worden in Nederlands Oost-Indië en werden overgebracht naar Curaçao.

Technische gegevens

Bouwwerf:Higgins Yard te New Orleans, Verenigde Staten
Grootste lengte:21,34 meter
Grootste breedte:5,02 meter
Diepgang:1,42 meter
Waterverplaatsing:48 ton
Machine-installatie:4 x Kermath benzinemotoren
Machinevermogen:2.600 pk
Maximale snelheid:24 knopen
Bemanning:12 koppen
Bewapening:16 dieptebommen, 2 x .50 mitrailleurs

Hr. Ms. OJR 1

De OJR 1 arriveerde op 10 december 1941, als deklading op een koopvaardijschip, in Soerabaja en werd zes dagen later in dienst gesteld als Hr. Ms. OJR 1. Op 2 maart 1942 werd de Higginsboot door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Deze boot of Hr. Ms. OJR 4 werd door de Japanners gelicht en hersteld en op 4 augustus 1943 in dienst gesteld als Hulponderzeebootjager 101. Het schip werd op 8 april 1945 in de Celebes Zee in gevecht met geallieerde oppervlakteschepen tot zinken gebracht.

Hr. Ms. OJR 2

De OJR 2 arriveerde tegelijk met de OJR 1 in Soerabaja en werd op 16 december 1941 in dienst gesteld als Hr. Ms. OJR 2. De Higginsboot ging op 2 februari 1942 in het Westervaarwater bij Soerabaja verloren als gevolg van een benzine-explosie.

Hr. Ms. OJR 3

De OJR 3 arriveerde op 22 december 1941 als deklading aan boord van de Poelau Tello van de Stoomvaart Maatschappij Nederland in Soerabaja en werd nog datzelfde jaar in dienst gesteld als Hr. Ms. OJR 3. Ook deze boot ging op 2 februari 1942 in het Westervaarwater verloren als gevolg van de benzine-explosie.

Hr. Ms. OJR 4

Deze Higginsboot arriveerde samen met de OJR 3 in Soerabaja. Op 2 maart 1942 werd het schip door de eigen bemanning tot zinken gebracht op het Marine Etablissement te Soerabaja.

Hr. Ms. H 7 en Hr. Ms. H 8

De twee laatste Higginsboten konden niet meer op tijd afgeleverd worden in Nederlands Oost-Indië en werden, samen met de torpedomotorboten Hr. Ms. TM 28 en Hr. Ms. TM 29 en de reddingsboot Hr. Ms. MRB 50, via Miami overgevaren naar Curaçao. De boten werden ingedeeld bij de Torpedomotorbootdienst die gestationeerd was op Parera bij Willemstad. De bewapening werd uitgebreid met een 20mm Oerlikon mitrailleur en in 1942 kregen de schepen de beschikking over Asdic. Omdat de Kermath motoren veel problemen gaven werden zij in de loop van de oorlog vervangen door twee Packard motoren. Eind juli 1943 pikte Hr. Ms. H 8, samen met de MRB 50, dertien overlevenden op van de Nederlandse tanker Rosalia, die in de nacht van 27 op 28 juli getorpedeerd was door de Duitse onderzeeboot U-615. In januari 1946 werden de H 7 en de H 8 buiten dienst gesteld en van de sterkte afgevoerd.


Besluit

Hoewel de Nederlandse torpedomotorboten in Nederlands Oost-Indië en Nederlands West-Indië niet veel hebben kunnen bijdragen aan de strijd tegen de Japanners en de Duitsers, hebben de Nederlandse MTB`s vanuit Zuid-Engeland zich uitstekend geweerd. Tussen maart 1941 en september 1944 maakten de veertien MTB`s, verdeeld over twee flottieljes, vanuit Dover en Ramsgate deel uit van de Coastal Forces. Onder Brits operationeel bevel kwamen zij tot zeer bevredigende resultaten totdat de Motortorpedobootdienst op 5 september opgeheven werd. De commandant van de dienst, LTZ 2 Larive, had twee dagen daarvoor onverwachts bericht gekregen van de Commandant der Marine in Londen, dat hij 180 man met spoed moest afstaan voor het samenstellen van havendetachementen in Nederland.


Bronnen

Boeken


Versie: 1-12-2013 Artikel door: Peter Kimenai

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/3033/Nederlandse-torpedomotorboten.htm