Slag om Overloon en Venray

Inleiding

"Overloon, dat is mijnen, modder en bossen, tjokvol met Duitsers!"

"De ontploffing had me tegen de bodem van de toren geworpen. Ik kon alleen een inferno van brand en rook zien. Het lawaai van de granaatpenetratie was afschuwelijk. Het was net alsof en enorme reus het staal van onze tank in tweeën had gescheurd. Het is een geluid dat je nooit meer vergeet." (C.P. Lamb, Grenadier Guards)

Inleiding

In de nasleep van operatie Market-Garden vond een hevige veldslag plaats op Nederlandse bodem. Deze slag stond bekend als "Het tweede Caen". Andere benamingen zijn "slag in de schaduw" (van Market-Garden) en "vergeten slag". De operatie werd aanvankelijk uitgevoerd door de Amerikaanse 7th Armored Division en later door de Britse 3rd Infantry Division en de 11th Armoured Division. Aan Duitse kant stond in het gebied om Overloon tot aan de Maas eerst de zogenaamde Kampfgruppe Walther, een ad hoc strijdmacht met als harde kern de 107. Panzerbrigade, het Fallschirmjägerregiment 21, een bataljon SS en nog wat ondersteunende eenheden.

Tussen 30 september en 12 oktober 1944 werd een bloedige slag geleverd om het dorp Overloon vlakbij de noordelijke grens tussen Noord Brabant en Limburg. Hierna werd moeizaam en met zware verliezen, onder omstandigheden die deden denken aan de Eerste Wereldoorlog, verder opgerukt over de Loobeek en naar Venray totdat deze plaats viel op 19 oktober. Toen stopte de aanval. De troepen waren elders nodig, bij de strijd om de Westerschelde om Antwerpen te kunnen gebruiken als voornaamste bevoorradingshaven. Pas op 3 december 1944 viel het laatste Duitse bastion ten westen van de Maas, Blerick, in geallieerde handen. Het Duitse bruggenhoofd ten westen van de Maas, dat de geallieerden zoveel parten had gespeeld, was eindelijk opgerold.

Wat vooraf ging

Na de gedeeltelijke mislukking van Market Garden bevond zich een geallieerde saillant (een penetratie in het Duitse front) van 80 km diep en 20-30 km breed van de Belgische grens tot voorbij Nijmegen. Reeds gedurende Market Garden werd deze saillant fel omstreden. De beruchte Hell’s Highway, de enige geallieerde bevoorradingsweg richting Arnhem, werd verscheidene malen afgesneden door Duitse tegenaanvallen. Mede hierdoor rukte het Britse XXX Corps niet snel genoeg op. De parachutisten bij Arnhem werden niet op tijd bereikt. Het front stabiliseerde zich rondom Nijmegen.

Field Marshal Bernard Montgomery, die met typisch Brits optimisme vond dat Market Garden "voor 90% geslaagd was", wilde – nu de mogelijkheid om over de Nederrijn en de IJssel door te stoten richting Ruhrgebied niet langer bestond – een alternatief proberen: met Nijmegen als springplank via Gennep, Kleef en Emmerich richting Düsseldorf en Keulen doorstoten. Zo werd het sterkste deel van de Westwall gemeden en kon hij alsnog zijn aanval op het voor de Duitse oorlogsinspanning onmisbare Ruhrgebied inzetten. Hiervoor was het van vitaal belang dat het bruggenhoofd Venlo ten westen van de Maas zou worden veroverd. De geallieerden onderschatten echter nog steeds de kracht van de Duitse verdediging wat ook zou blijken bij de gevechten om Aken (2-21 oktober 1944) en bij een andere vergeten slag, de slag om het Hürtgenwald (6 oktober - 1 december 1944) en vanaf 16 december 1944 bij het volledig onverwachte Duitse offensief in de Ardennen.

Generalfeldmarschall Walter Model, opperbevelhebber van de Heeresgruppe B, had zijn eigen plannen met het Brückenkopf Venlo. Hij wilde hier vandaan uiteindelijk een aanval inzetten naar Nijmegen. Het bruggenhoofd werd, niet opgemerkt door de geallieerde inlichtingendiensten, flink versterkt. Toen de geallieerden aanvielen waren er 15.000 Duitsers in het Brückenkopf Venlo, namelijk het Duitse LXXXVI Korps bestaande uit de 7.Fallschirmjägerdivision "Erdmann" en de zwakke 180. Infanterie-Division. De voornaamste Duitse troef in het gebied waar de Amerikanen zouden aanvallen was de 107. Panzerbrigade. Zij vormde de harde kern van de Kampfgruppe Walther. Het front, de Hauptkampflinie (HKL), liep van Oploo en noordelijk van Overloon over de dorpjes Vortem en Mullem naar Sambeek aan de Maas. De HKL was versterkt met drie Fallschirmjägerbataljons (van Fallschirmjägerregiment 21), een Heeresersatzbataillon en een gemengde eenheid van bataljonssterkte van de 10. SS Panzer-Division Frundsberg onder Sturmbannführer Franz Roestl met onder andere 15 Sturmgeschütze. Ook aanwezig was het Luftwaffe-Festungs-Bataillon X dat zich bij de Hattert, tussen Overloon en Vierlingsbeek, had opgesteld met verscheidene 88 mm kanonnen.


30 september tot 7 oktober 1944

Het Amerikaanse plan

De eerste aanval op Overloon werd toegewezen aan de Amerikaanse 7th Armored Division. De divisie werd overgebracht vanuit het gebied bij Metz in Noord-Oost Frankrijk naar de Peel. Britse inlichtingen, verkregen uit bescheiden verkenningen, schatten het aantal Duitsers in het gebied op 2.000. Men vermoedde dat deze troepen slecht uitgerust en slecht gemotiveerd waren. Dienovereenkomstig vonden de Amerikanen het niet nodig om verkenningen uit te voeren. Men zou aanvallen over een breed front met vijf aanvalsassen.

De 7th Armored Division had de bijnaam "Lucky 7th". De bijnaam was gekozen na een toespraak van de bevelhebber Major General Alvin C. Gillem jr. waarin hij opmerkte dat ze het geluk hadden gehad te zijn opgeleid met de 3rd Armored Division en dat ze hem als bevelhebber hadden. Op 13 en 14 augustus 1944 was de divisie in Frankrijk aangekomen waar ze had deelgenomen aan de achtervolging van de in Normandië verslagen Duitse eenheden. Propagandaminister Joseph Goebbels schreef in zijn dagboek op 2 september 1944: "De Amerikanen doen ons nu dezelfde Blitzkrieg voor (vorexerzieren) die wij in 1940 de Fransen en de Engelsen hebben voorgedaan."

Een bijnaam die de soldaten van de 7th zichzelf gaven was "Ghost Division". Ironie van de geschiedenis: in 1940 had de Duitse 7. Panzerdivision onder Rommel dezelfde bijnaam, "Gespenstdivision". De snelle opmars en onverwachte verschijningen hadden de 7th al een rijke buit opgeleverd.

Naast Amerikaanse onderschatting van de te verwachten Duitse tegenstand waren er andere factoren die ervoor zorgden dat de Amerikanen niet, zoals ze verwachtten, in een of twee dagen Venlo zouden innemen. Zo waren er weinig goede wegen in het gebied. Wanneer een eenheid Shermans over een weg zou trekken zou bij regen al snel de modder verplaatsingen bemoeilijken. De Duitse tankafweerkanonnen konden van tevoren goed worden gecamoufleerd en verdekt worden opgesteld waarbij een beperkt schootsveld voldoende was. De Shermans zouden immers op de wegen moeten blijven om te voorkomen dat ze zouden vastlopen in de modder. Het slechte weer die herfst zorgde niet alleen voor problemen op de grond, ook de luchtsteun zou minder effectief zijn of zelfs niet geleverd kunnen worden. Er waren ten noorden en ten zuiden van Overloon grote bospercelen die het de Duitsers makkelijk maakten om, ongezien vanuit de lucht, hun stellingen te kiezen en in te richten.

De Amerikanen vallen aan

De bevolking in het hele toekomstige strijdgebied was op last van de Duitsers geëvacueerd. Op zaterdag 30 september vielen de Amerikanen aan. Het objective voor die dag was Venlo! Dit was tekenend voor de onderschatting van de Duitse tegenstand; Blerick zou namelijk pas op 3 december 1944 vallen. Venlo zelf zou pas op 1 maart 1945 bevrijd worden. Het weer ten tijde van de aanval was slecht waardoor de luchtmacht geen ondersteuning kon geven. Combat Commands A en B liepen snel vast in het drassige terrein door het sterke afweervuur van de goed ingegraven Duitsers. Ook mijnenvelden eisten hun tol. De Amerikaanse pantserinfanterie kwam onder vuur van goed gepositioneerde Duitse machinegeweren, mortieren en andere artillerie waaronder de gevreesde "moaning minnies" oftewel Nebelwerfer. Het hele gevecht had een half uur geduurd. Er zat niets anders op voor de Amerikanen dan zich zo snel en zo goed mogelijk in te graven. Veertien brandende Shermans bleven met bemanningen achter in het niemandsland tussen de fronten.

De volgende dag begon met een Duitse tegenaanval. Die werd afgeslagen. Dit toonde echter wel aan dat de Amerikanen hier met geharde troepen te maken hadden. De komende dagen leverden weinig succes op voor de 7th Armored. Op 2 oktober veranderden de Amerikanen van tactiek. Met extra artillerie-ondersteuning van de Britse 11th Armoured Division en voor het eerst met luchtsteun werd opnieuw aangevallen. De dorpen Vortum en Mullem, oostelijk van Overloon, vielen eindelijk in handen van Combat Command B. Bij Overloon werd bitter gevochten. Man tegen man gevechten speelden zich af waarbij handgranaat, bajonet en pioniersschop het vuile werk deden. Kampfgruppe Walther bleef tegenstoten uitvoeren waardoor de frontlijn nauwelijks opschoot. 4 oktober was het hoogtepunt van aanvallen en tegenaanvallen bij Overloon. Er werden die dag zeven Duitse tegenaanvallen uitgevoerd.

7th Armored veranderde nogmaals van tactiek. Combat Command B werd uit de frontlinie gehaald en vervangen door Combat Command Reserve(CCR). Vanuit het oosten werd getracht om Overloon in te nemen. Aanvankelijk rukte CCR 1500 meter op. Vlak bij kasteel de Hattert ten westen van de spoorlijn en Vierlingsbeek werden binnen enkele minuten 13 van de 18 Shermans in brand geschoten; twee 88 mm kanonnen van Luftwaffe-Festungs-Bataillon X richtten deze slachting aan. De gealarmeerde Amerikaanse luchtmacht schoot het kasteel en omgeving in brand. De Amerikaanse aanval kwam echter niet meer verder. Drie dagen lang beukte CCR in op het Duitse front zonder verder succes. De uitgeputte 7th Armored werd uit het front genomen. Gedurende een week was aanval gevolgd op tegenaanval. Er was ongeveer twee kilometer terrein gewonnen. Voor deze terreinwinst had de "Lucky 7th"een hoge prijs betaald. Aan tanks waren 35 Shermans en een lichte tank verloren gegaan. Hiernaast waren 43 andere voertuigen vernietigd. 452 manschappen waren gedood, gewond of werden vermist. Kampfgruppe Walther verloor door de verbeten tegenstand, de tegenaanvallen en de Amerikaanse vuurkracht een vijfde van haar Panthers en Sturmgeschütze en een kwart van haar infanterie.


7 oktober - 3 december 1944

De Britten nemen het over: Operation Aintree

De Britten namen de frontsector vanaf 7 oktober over en bereidden zich voor op een nieuwe aanval. De 3rd Infantry Division werd in stelling gebracht en versterkt met een tankbrigade, de 6th Armoured Brigade met onder andere Churchill tanks, 6 regimenten artillerie, 4 geniecompagnieën en 2 squadrons zogenoemde flail (vlegel) tanks, mijnen-ruimende tanks. 10 oktober waren de plannen klaar, de aanval werd gepland voor de 11e maar door het aanhoudende ellendige herfstweer werd de aanval uitgesteld tot de 12e. Aan de Duitse kant waren ook gedeeltelijk andere eenheden afgelost en aangevoerd.

Op 12 oktober om 11:00 uur begon de beschieting van Overloon en omgeving. Zwaar en middelzwaar geschut,92 stukken, openden het vuur. Om 11:30 uur mengden 216 stukken 25-ponders veldartillerie zich in het hoog explosieve concert. Om 12:00 uur begon de vuurwals, de creeping barrage, die de aanvallende Engelse infanterie moest beschermen. Iedere vijf minuten schoof de barrage 100 meter verder. Drie bataljons vielen aan, één westelijk van Overloon, één recht op Overloon zelf en één ten oosten ervan. De vuurwals had ondanks haar intensiteit (er werden in totaal 100.000 granaten afgevuurd) niet alle mijnen weten te detoneren. In de bossen hadden Duitse sluipschutters zich in de bomen vastgebonden zodat ze, wanneer ze verwond werden, door konden blijven vechten. Ze vuurden ook op eigen vluchtende Duitse soldaten.

Machinegeweren, geweervuur, mortiergranaten en Nebelwerfer richtten een slachting aan onder de Britse troepen. Riegelminen (antitankmijnen die de Duitsers gebruikten in hun Riegelstellungen of (af)grendelstellingen) bliezen bodemplaten van tanks in en Schühminen (antipersoneelmijnen) rukten voeten en benen af. Er werden weinig gevangenen gemaakt; wanneer de Duitsers geen munitie meer hadden werd doorgevochten met pioniersschop of bajonet. Door de modder liepen veel Churchill-tanks vast.

Uiteindelijk viel Overloon op 14 oktober na twee dagen van bittere man tegen man gevechten . Lichte bommenwerpers wierpen witte fosforbommen af op het laatste Duitse bolwerk in de kerk. De laatste groep Duitsers weigerde zich over te geven en werd tot de laatste man gedood. Overloon was bevrijd…

Tweede fase van Operation Aintree

Het zou nog tot 19 oktober duren voordat de Engelsen Venray hadden veroverd. Toen stopte de opmars; de troepen waren elders nodig. Venray zelf was toen ook zwaar beschadigd; honderden burgers waren omgekomen door de krijgsverrichtingen. De artilleriebeschietingen van beide zijden, de verdere gevechten en de geallieerde luchtbombardementen hadden een hoge tol geëist. De grote kerk Sint-Petrus Banden was opgeblazen door de Duitsers toen ze zich terugtrokken nadat de toren de Duitsers had gediend als observatiepost van waaruit zij hun artillerievuur goed konden leiden. Honderden Britten waren tussen Overloon en Venray gesneuveld bij de Loobeek (sinds 16 oktober 1944 ook bloedbeek genaamd), die door de Duitsers was afgedamd zodat de waterstand nog hoger werd. Het hele gebied was door de Duitse genie nog eens extra ondermijnd met onder andere Schühminen . Oberst Laytved-Hardegg, Kommandeur van het Fallschirmjägerregiment 21, zei:

"Dat mijn regiment het moeilijk zou krijgen bij de Britse aanval had ook de verantwoordelijke korpsleiding vastgesteld en om de verdediging ietwat te verlichten werd iets gedaan wat op zich niet gebruikelijk is in een oorlog, namelijk door legergenisten (Heerespioniere) werd het hele weiland rondom de Loobeek , een klein riviertje, zonder kaarten van mijnen voorzien (wild vermint). Ook werd het riviertje afgedamd zodat het hele weiland om de Loobeek heen zo’n 30 centimeter overstroomd was. Daar kwam je natuurlijk niet gemakkelijk doorheen."

Bovendien hadden de Duitsers een goede observatiepost voor hun artillerie in de toren van de St.-Petrus Banden kerk in Venray. De mijnen en de Duitse artillerie eisten hun dodelijke, verschrikkelijke tol. Willem Baljet, een Nederlander die bij de Britten was gedetacheerd in het Royal Army Ordnance Corps zei dat er "duizend zwaargewonden terugkwamen van het front, zonder armen of benen of ogen".

Nog was het oorlogsgeweld niet ten einde in het Brückenkopf Venlo. Een Duitse tegenaanval richting het Limburgse Meijel langs de grens met Noord-Brabant van 27 tot 29 oktober gooide weer roet in het geallieerde eten. De aanval wordt gestopt door onder andere de 7th Armored Division. Weer was bewezen hoe gevaarlijk het bruggenhoofd Venlo was.

De Britten vielen op 14 november 1944 opnieuw aan. De Duitsers verdedigden zich taai, maar werden uiteindelijk samengedrongen ten westen van de Maas bij de zwaar verdedigde vesting Blerick, een stadsdeel van Venlo dat zelf op de oostelijke oever lag. Op 3 december 1944 om 16:00 uur viel Blerick. De oorlog ten westen van de Maas was ten einde.

Hoewel de gevechten bij Overloon en Venray tot de bitterste werden gerekend in het hele European Theatre of Operations is de slag min of meer vergeten in de geschiedschrijving. De slag werd het "tweede Caen" genoemd. De 3rd Infantry Division en de 11th Armoured Division hadden daar weken lang gevochten. Geen spectaculaire Airborne-aanvallen en geen grote succesvolle operaties met pantserdivisies hier. Wel zware verliezen en modder. Andere gevechten zoals bij Aken en in het Hürtgenwald hebben eenzelfde onbekend lot gekend. Ter plekke was dat anders. Al in 1946 werd begonnen met het opzetten van een museum op het voormalig slagveld ten zuidoosten van Overloon. Dit museum huisvest tot op de dag van vandaag de destijds vernietigde of buitgemaakte wapens en tanks.


Slot

Verliezen

Absolute cijfers zijn altijd moeilijk te geven. Casualties zijn alle doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen. Hierdoor lopen de aantallen doden en gewonden nogal uiteen in de verschillende publicaties. Als op een dag 10 tanks worden uitgeschakeld kan het zijn dat na reparaties 6 ervan de dag erop weer operationeel zijn.

De meeste schattingen geven voor de 7th Armored: 220 gesneuvelden en 232 gewonden of vermisten: totaal 452 casualties. Een gedeelte van de gesneuvelden is na de oorlog herbegraven op de Amerikaanse begraafplaats van Margraten. Hiernaast verloor zij 35 tanks (voornamelijk M4 Shermans) en 43 andere voertuigen. Twee vliegtuigen werden neergeschoten. Een hiervan was een P-47D van 389th Fighter Squadron die op 2 oktober 1944 neergeschoten werd en crashte bij de Zandstraat 8. J. Hodgson, Royal Army Medical Corps, 9th Field Ambulance, zei:

"Bij dat huis lagen de resten van een neergeschoten vliegtuig dat een Thunderbolt bleek te zijn. Mijn collega onderzocht het wrak en riep me bij hem toen hij iets vond wat hij niet kon herkennen. Ik kwam daar aan en knielde bij het voorwerp en was erg verbaasd dat dit het lichaam van een man was. Ernstig verbrand en hij leek net een stuk hout."

Ze hadden de stoffelijke resten gevonden van First Lieutenant W.R. Grounds die tien dagen eerder was neergehaald boven Overloon.

De Engelsen verloren 1426 casualties, hieronder 753 gewonden en vermisten. Bij de 3rd Infantry vielen 400 doden en bij de 11th Armoured waren 273 doden te betreuren. Op Overloon War Cemetery liggen 281 doden. Ongeveer twintig Britse tanks en een vliegtuig gingen verloren.

De Duitse verliezen worden geschat op 600 doden. De meesten zijn na de oorlog herbegraven op de Duitse oorlogsbegraafplaats van Ysselsteyn. Precieze cijfers zijn verder moeilijk te geven. Honderden Duitsers moeten gevangen zijn genomen. Alleen al op 12 oktober namen de Britten 147 Duitsers gevangen. De 107. Panzerbrigade beschikte op 31 oktober nog over 8 tanks van het type Pzkpfw. IV en 11 Panther tanks, dit betekent een verlies van 8 Panthers in oktober. Bataillon Paul verloor tussen 2 en 14 oktober 402 man; 81 gesneuveld, 80 gewond en 241 vermist(102 werden op 12 oktober door de Britten gevangen genomen).

Niet iedereen die zich overgaf werd gespaard. Corporal T. Hall van het East Yorkshire Regiment vertelde:

"Een Duitser die zich verscholen had in een geul in de akker gooide zijn geweer weg en gaf zich over. Hij zei: ‘Kaputt, fini’. Onze officier die Canadees was drukte zijn revolver in zijn rug en zei: ‘Rennen schoft’. Toen we buiten schot waren gekomen van het vijandelijk machinegeweer dat we moesten uitschakelen, droeg de luitenant mij op om de gevangene te doden. Ik was korporaal dus ik gaf soldaat Payne die opdracht. Payne schoot hem neer en de Duitser viel op de grond. Hij was nog niet dood en hij wees op zijn voorhoofd. Payne schoot nog een keer. De gevangene was dood."

De verliezen onder de Brabantse en Limburgse burgerbevolking waren groot. Ook hier is moeilijk een juist aantal te geven. Een aantal van 300 wordt genoemd. In de twee krankzinnigengestichten die Venray telde hebben zich ongelooflijke taferelen voorgedaan. Honderden krankzinnigen schuilend in de kelders van het gesticht onder bombardementen en beschietingen van beide kanten. De bevolking van Venray was door alle evacués gegroeid van 17.000 naar 25.000. Op 12 oktober bombardeerden 36 Amerikaanse B-26 Marauders de stad. Er vielen 32 burgerdoden te betreuren. Ook werd Venray zwaar beschoten door de artillerie van beide kampen. Op 13 oktober werden in drie uur tijd 15.000 granaten op Venray afgevuurd. De toren van de Sint Petrus Banden werd na gemarkeerd te zijn met rode rookgranaten bestookt door Britse Typhoon jachtbommenwerpers die 284 60 ponds raketten afschoten op de toren. Voordat de Wehrmacht Venray verliet blies een Sprengkommando de toren en verschillende andere torens in de omgeving op. Een week na de bevrijding op 18 oktober werd de bevolking op last van de Engelsen geëvacueerd.

Shell shock

Uitputting of oorlogsneurose kwam regelmatig voor. Bovengenoemde corporal T. Hall vertelde met een na veertig jaren nog steeds vertrokken gezicht dat:

"Payne was 19 en hij was altijd samen met een oudere soldaat, Dawson, die 28 was. Ze waren een echt vechtkoppel. Op een morgen was er veel granaatvuur vanuit de Westwall en Dawson ging op zoek naar vet om gebakken aardappelen te maken. Hij kwam niet terug. Even later waren we op patrouille toen we hem vonden zonder hoofd. Toen Payne zijn vriend zag stortte hij letterlijk in elkaar. Hij begon vreselijk te huilen en emotioneel was hij helemaal kapot. Hij kon geen lichaamsdeel stil houden. Hij zat er doorheen, was absoluut aan het einde van zijn krachten."

Misschien legde Payne een verband tussen de Duitse gevangene die hij had vermoord en de dood van zijn vriend. Alle drie verloren het hoofd, zij het in verschillende gradaties.

Conclusie

De bloedige gevechten om Overloon, de Molenbeek, Venray en de omliggende dorpen kunnen gezien worden als een Duits verdedigend succes. Terrein werd langzaam opgegeven terwijl men de tegenstander zware verliezen toebracht. De Duitsers vochten met hun rug naar Duitsland dat vlak achter de Maas lag. De "Durchhalte-Propaganda", de nazipropaganda die de Duitsers opzweepte om tot het uiterste door te vechten, speelde natuurlijk een belangrijke rol. Het geloof in de nieuwe Vergeltungswaffen (V-wapens) was ook belangrijk. De terreur achter de fronten was waarschijnlijk ook een goede motivatie. Toenmalig Feldwebel H. Weber (van Fallschirmjägerregiment 21) verklaarde veertig jaar na de strijd:

"Ik kan nu niet verklaren waar we ons moreel vandaan haalden. Ik kan u ook niet verklaren waarom we eigenlijk zo hard doorgevochten hebben. Zeker, er werd ons gezegd dat achter ons de Maas was en dat we niet terug konden omdat de bruggen opgeblazen waren."

Hauptmann Paul, bevelhebber van het Bataillon Paul dat in Overloon de zwaarste klappen kreeg te verduren, verklaarde ook veertig jaar na de strijd:

"Ik moest mijn plicht vervullen, het bevel moest ik uitvoeren. Anders, dat moet u duidelijk zijn, wanneer ik mijn plicht niet had gedaan, dan was ik tegen de muur gezet en gefusilleerd. Geen twijfel daarover. Er waren toen al verschillende mannen opgeknoopt in de Heimat."

Hij zei ook dat vriend en vijand hun allerlaatste snik gegeven hadden en zich ridderlijk hadden gedragen.


Bronnen

Boeken


Versie: 1-10-2014 Artikel door: Peter ter Haar

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/3124/Slag-om-Overloon-en-Venray.htm