Hess, Rudolf

Inleiding

Over geen enkele persoon zijn na de Tweede Wereldoorlog zo veel complottheorieën ontstaan als over Rudolf Hess. Wie was deze man, die vanaf het begin van zijn politieke carrière Adolf Hitler steunde en die tot 1941 zijn trouwste dienaar was? Zijn vliegreis naar Schotland op 10 mei van datzelfde jaar was voor alle partijen een volslagen verrassing. Was Hess zoals velen beweerden krankzinnig geworden, of dacht hij werkelijk dat hij vrede kon sluiten met Groot-Brittannië?


Jeugd en Eerste Wereldoorlog

Jeugd

Rudolf Walter Richard Hess werd op 26 april 1894 in Alexandrië, Egypte geboren als zoon van Johan Fritz Hess & Clara Münch. Zijn vader was directeur van de importfirma Hess & Co. Rudolf had een jongere broer Alfred, geboren in 1897, en zus, Margarete, geboren in 1908. Als zoon van rijke ouders had hij een onbezorgde jeugd. Hij kreeg een evangelische en nationalistische opvoeding. De Duitse gemeenschap in Egypte was zeer hecht en vaderlandslievend en ook erg gesloten. Rudolf bezocht de kleine scholen die waren opgezet door leden van de Duitse gemeenschap. Vanaf zijn twaalfde kreeg Rudolf les van huisleraren. Het gezin bewoonde een villa in Ibrahimieh, een buitenwijk van Alexandrië. De zomers bracht de familie door op een landgoed in Reicholdsgrün in het Duitse Fichtelgebergte in Noord-Beieren. Rudolf had een moeizame verhouding met zijn strenge en autoritaire vader. Deze duldde geen tegenspraak en in zijn opvoeding stonden discipline en gehoorzaamheid centraal. Hess’ relatie met zijn zachtaardige moeder was een stuk beter. Van haar erfde hij zijn fascinatie voor het bovennatuurlijke, astronomie en astrologie.

In 1908 werd Hess naar een internaat in Bad Godesberg bij Bonn gestuurd, hier volgde hij een gymnasiumopleiding aan de Otto Kühne-schule, een Evangelisch internaat. Hij keerde niet meer terug naar Egypte. Rudolf gaf volgens de meeste bronnen blijk van een bovengemiddeld intellect, de natuurwetenschappelijke vakken en wiskunde gingen hem goed af. Zelf was hij erg geïnteresseerd in natuur, muziek en astronomie. Na het succesvol afronden van het gymnasium wilde Hess eigenlijk een studie tot ingenieur gaan volgen. Zijn vader was het daar echter niet mee eens. Op zijn aandringen ging hij een opleiding volgen aan de ‘École Supérieure du Commerce’ in Neuchâtel in Zwitserland. Na deze opleiding met succes te hebben afgerond, werd hij stagiair bij een handelsfirma in Hamburg. In Hamburg schijnt Hess zich goed vermaakt te hebben. Hij deed aan tennis en bezocht vaak het theater. Ook las hij veel en dan vooral boeken over de nautische geschiedenis van Duitsland.

Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 uitbrak, meldde Hess, ondanks het feit dat zijn vader dit afkeurde, zich als vrijwilliger bij het 7. Königlich Bayerisches Feldartillerie-Regiment. Na zijn training moest Hess eerst enige tijd garnizoensdienst verrichten, wat zeer tegen zijn zin was, omdat hij wilde vechten voor het vaderland. Deze wens van hem werd spoedig vervuld toen hij werd overgeplaatst naar het Westfront. Zijn vuurdoop beleefde Hess aan de Somme, ook nam hij als infanterist van het artillerieregiment deel aan de eerste slag om Ieper, die begon op 21 oktober 1914.

Hess werd op 9 november 1914 overgeplaatst naar het 1. Bayerisches Infanterie-Regiment, dat op dat moment was gelegerd in de buurt van Arras. Hiermee vocht hij aan het Westfront in Frankrijk en België. Hij beschouwde de gevechten en je leven wagen voor het vaderland als zeer eervol. Aan zijn ouders schreef hij ronkende brieven met uitspraken als: "Brandende dorpen van een onroerende schoonheid. Oorlog!" Zijn kameraden beschreven Hess als zeer moedig, iemand die altijd voorop ging in het gevecht en die zichzelf vaak meldde als vrijwilliger om een verkenningspatrouille te leiden. Op 15 april 1915 werd Hess bevorderd tot Gefreiter. Op 27 april 1915 werd hij onderscheiden met het IJzeren Kruis 2e klasse. In augustus 1915 ging hij naar Münster voor een militaire vervolgopleiding en in oktober van dat jaar werd hij bevorderd in de rang van Vizefeldwebel en teruggestuurd naar zijn regiment in de buurt van Neuville-Saint-Vaast in Artois. Hier diende hij als commandant van een stoottroep en raakte bij de gevechten om Fort Douaumont bij Verdun op 12 juni 1916 gewond aan zijn linkerhand en bovenarm.

Na zijn herstelperiode werd hij overgeplaatst naar het 18. Bayerisches Reserve Infanterieregiment, dat was gelegerd in Roemenië. Op 23 juli 1917 raakte Hess gewond aan zijn linkerarm door een granaatsplinter. Op 8 augustus van hetzelfde jaar werd hij door een sluipschutter in zijn borst geraakt. De kogel ging dwars door zijn borst en doorboorde zijn long. Hess verbleef daardoor tot 10 december 1917 in verschillende militaire hospitalen in Hongarije en Duitsland. Op 8 oktober 1917 werd hij bevorderd tot Leutnant. Hij kreeg na zijn terugkeer de leiding over een reservecompagnie in het Königlich Bayerisches 16. Reserve-Infanterie-Regiment, bijgenaamd het List regiment, genoemd naar zijn eerste bevelhebber. Dit regiment stond bekend om het feit dat er zo veel intellectuelen en studenten in dienden en ook omdat de verliezen van de eenheid bijzonder hoog waren. Een van de regimentskoeriers was de Gefreiter Adolf Hitler. Hess en Hitler zijn elkaar tijdens de oorlog echter nooit tegengekomen.

Rudolf Hess meldde zich in 1918 aan bij de Duitse luchtmacht. In maart begon hij aan zijn opleiding op Fliegerhorst Lechfeld in de buurt van Augsburg. Pas een paar weken voor het intreden van de wapenstilstand op 11 november 1918 rondde Hess deze opleiding af. De laatste dagen van de oorlog diende hij in de Bayerische Jagdstaffel 35. Hij nam in een Fokker D.VII deel aan een paar luchtgevechten boven Valenciennes, maar hij wist zich in deze korte tijd niet meer te onderscheiden. Na de wapenstilstand op 11 november 1918 verliet Hess in december van hetzelfde jaar gedesillusioneerd het Duitse leger.

Hess was geschokt door de nederlaag. Naar zijn mening waren de Duitse strijdkrachten nog goed in staat tot vechten. Hij legde de schuld voor de nederlaag daarom bij de Joden en de socialisten. Die zouden het Duitse leger een "dolkstoot" in de rug hebben gegeven, door opstanden te ontketenen in het vaderland en de republiek uit te roepen, waardoor de militairen hun strijd aan het front moesten staken. Naar zijn zeggen werd hij door deze gebeurtenissen in 1919 een overtuigd antisemiet.


Idolaat van Hitler

Lid van de NSDAP

Na de oorlog werden de bezittingen van de familie Hess in Egypte geconfisqueerd door de Britten. Financieel gezien stond Rudolf er daardoor een stuk minder rooskleuriger voor dan tevoren. Ondanks zijn mindere situatie kon Hess toch starten met een opleiding aan de Universiteit van München. In februari 1919 ving hij aan met de studies economie, geschiedenis en rechten. Hess leidde een sober leven: hij was vegetariër, dronk of rookte niet en ging slechts zelden uit. Een van zijn leraren op de universiteit was professor Karl Haushofer, een voormalige generaal wiens theorie over politiek en rassen een diepe indruk op Hess maakte en tussen de twee ontstond een innige vriendschap. Haushofer verkondigde in zijn colleges over geopolitiek onder meer dat Duitsland behoefte had aan Lebensraum in het oosten. Hess zou zijn studie in april 1925 beëindigen, zonder dat hij een diploma had gehaald. Ook na zijn studie bleef hij echter in nauw contact staan met Karl Haushofer.

Het was ondertussen een zeer roerige tijd in München. Met het linkse politieke gedachtegoed sympathiserende politieke en intellectuele groeperingen waren in opstand gekomen en hadden de Münchense Radenrepubliek gesticht. Als reactie hierop werden er extreemrechts georiënteerde strijdgroepen gevormd die voornamelijk bestonden uit voormalige soldaten. Deze zogenaamde Freikorpsen hadden zich ten doel gesteld om hard op te treden tegen elke vorm van socialisme en communisme. Hess werd in deze tijd lid van de Thule Gesellschaft. Voor de buitenwereld was dit een genootschap dat zich aan de studie van oude literatuur wijdde, maar in wezen hield de beweging zich bezig met extreem nationalisme, raciaal mysticisme (de mythes van het Duitse ras), occultisme en antisemitisme. Alfred Rosenberg, de latere partijideoloog van de NSDAP, speelde een grote rol in deze groepering. De Thule-gesellschaft onderhield nauwe banden met plaatselijke Freikorpsen, waaronder dat van Oberst Franz Ritter von Epp. Dit Freikorps was in april-mei 1919, met Hess in de gelederen, betrokken bij de omverwerping van de Radenrepubliek in München, waarbij Hess een verwonding opliep aan zijn been.

In april 1920 leerde Hess in een pension waar de rechtse groeperingen elkaar vaak troffen de studente en zijn toekomstige vrouw Ilse Pröhl kennen. Op 19 mei 1920 bezocht Hess een bijeenkomst van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (een op 24 februari 1920 opgerichte extreemrechtse splinterpartij) in een Bierhalle in München. Hier hoorde hij Adolf Hitler voor het eerst spreken. Later zei hij hierover: "Ik heb vandaag een man horen spreken, en als iemand ons kan bevrijden van de ketenen van het Verdrag van Versailles, dan is hij het wel. Deze man, deze vreemdeling zal onze eer weer herstellen." De impact van deze bijeenkomst was enorm en op 1 juli 1920 werd Hess dan ook lid, met nr. 16, van de NSDAP. In de herfst van 1920 richtte hij samen met gelijkgezinden de 1. Münchner NS-Studentensturm op, een voorloper van de latere nationaalsocialistische studentenbonden.

Hitler en Hess konden het gelijk goed met elkaar vinden. Hess was beleefd, vriendelijk en kon goed luisteren. Hij groeide snel uit tot een persoonlijke medewerker van de man die in juni 1921 de definitieve leiding over de partij zou verkrijgen en hij trok veel met hem op. Hess was diep onder de indruk van de charismatische leider en hij was de eerste die hem als Führer aansprak. De Duitse historicus Guido Knopp schrijft dat Hess altijd op zoek was naar een autoritair figuur om hem te leiden. In eerste instantie was dat zijn vader, vervolgens werden dat zijn bevelhebbers in het leger, daarna werd het Adolf Hitler.

Samen met zijn vriendin Ilse verspreidde Hess aanplakbiljetten en pamfletten voor de partij. Hij nam ook deel aan de vechtpartijen tussen de aanhangers van de NSDAP en politieke tegenstanders, vooral de communisten en socialisten. Vol overgave knokte hij met diegenen die probeerden Hitlers bijeenkomsten en toespraken met geweld te verstoren. Eenmaal werd Hess geraakt door een bierpul, waar hij een gapende hoofdwond aan over hield. In 1922 werd Hess lid van de Stürmabteilung (SA), de paramilitaire strijdgroep van de NSDAP.

Tijdens de poging tot een staatsgreep in Beieren die de partij onder leiding van Hitler op 8-9 november 1923 uitvoerde, was het de taak van Hess om de gegijzelde ministers, onder wie de conservatieve minister-president van Beieren Eugen Ritter von Knilling, te bewaken. Hij was daardoor niet aanwezig bij het moment dat de Bierkellerputsch bloedig werd beëindigd door de Beierse politie, waarbij 16 leden van de NSDAP en vier agenten om het leven kwamen. Later, op 11 november, werd Hitler gearresteerd. Toen Hess van de mislukking hoorde, was hij samen met zijn gijzelaars op de vlucht geslagen, maar zij wisten echter te ontsnappen. Hierna dook de gevluchte nazi onder in Oostenrijk en later bij de familie Haushofer in de Beierse alpen. Hier hervatte hij zijn studie, die de voorafgaande periode in het slop was geraakt.

Toen Hess vernam dat Hitler tot een relatief lichte gevangenisstraf van vijf jaar was veroordeeld, besloot hij zichzelf aan te geven bij de politie. Met de motivering "Erger dan de meester kan het mij toch niet vergaan", gaf hij zich aan. Voor zijn deelname aan de putsch werd Hess veroordeeld tot achttien maanden celstraf. Net als Hitler werd hij naar de Landsberg-gevangenis gestuurd om zijn straf uit te zitten. De omstandigheden in deze gevangenis waren opvallend aangenaam. Hess en Hitler hadden beide een ruime cel tot hun beschikking, zij mochten bezoek ontvangen en binnen de gevangenis hadden zij veel vrijheid. Tijdens zijn naoorlogse gevangenschap in Spandau dacht Hess er met weemoed aan terug.

De toekomstige dictator begon in de gevangenis met het schrijven van zijn boek ‘Mein Kampf’. In veel bronnen is aangevoerd dat Hitler dit boek grotendeels dicteerde aan Hess. Dit klopt echter niet. Onderzoek van de historicus Othmar Plöckinger toont aan dat het eerste gedeelte van Mein Kampf al grotendeels was geschreven door Hitler, voordat Hess überhaupt in dezelfde gevangenis gedetineerd was. Hij kan dus weinig hebben bijgedragen aan dit deel. Het is waarschijnlijk wel zo dat het begrip Lebensraum op instigatie van Hess in het boek is opgenomen. Ook was Hess belast met de redactie van het tweede deel van Mein Kampf. Opvallend is dat Plöckinger ontdekte dat Ilse Pröhl, de latere vrouw van Hess, eveneens betrokken was bij de totstandkoming van het boek van Hitler. Haar bijdrage was echter niet groot en bestond voornamelijk uit het doorvoeren van kleine inhoudelijke en stilistische aanpassingen.

De relatie tussen Hitler en Hess zou in Landsberg nog hechter worden. Hij trad op als de gesprekspartner van Hitler en als zijn proeflezer. Hess zelf zou enkele suggesties hebben gedaan die door de latere Führer van het Derde Rijk werden opgenomen in Mein Kampf. Hij schreef vanuit de gevangenis in een brief naar een familielid over Hitler: "Ik ben hem meer toegedaan dan ooit, ik houd van hem."

Secretaris van Hitler

Na zijn vrijlating begin 1925 werkte Hess, hoewel hij géén officiële rang had binnen de nazipartij, gedurende enkele jaren als Hitlers persoonlijke secretaris. Nadat Hitler uit de gevangenis was ontslagen nam hij zich voor om op legale wijze aan de macht te komen. Hij reorganiseerde de partij en nadat het in november 1923 uitgevaardigde verbod op de NSDAP in februari 1925 werd opgeheven, nam hij hiermee deel aan regionale en algemene verkiezingen. De eerste jaren behaalde de partij overigens weinig succes. In zijn hoedanigheid als secretaris was Hess voortdurend in de nabijheid van Hitler. Hij hield de agenda bij, organiseerde partijbijeenkomsten, beantwoordde brieven en begeleidde Hitler tijdens zijn campagnetochten. Ook had Hess van te voren contact met personen die hadden verzocht om een onderhoud met de partijleider.

Hess schermde Hitler af van het gekrakeel dat onderling tussen de partijbonzen plaatsvond. Hij trad feitelijk op als een soort intermediair tussen Hitler en de partij. Het feit dat Hess voortdurend in de nabijheid van Hitler verbleef, wekte de afgunst van anderen. Vanwege zijn onderdanige en kruiperige houding naar Hitler spraken zij al over "Das Fräulein". Ernst Hanfstaengl, partijlid en geldschieter van de NSDAP, beschreef Hess in deze tijd als: "een humeurige introvert die razend jaloers is op iedereen die Hitler te dicht benadert." Vanwege zijn haast verliefde houding ten opzichte van Hitler werden er ook beschuldigingen wegens homoseksualiteit tegen Hess geuit. Op instigatie van Hitler trouwde Hess op 20 december 1927 met de eerdergenoemde Ilse Pröhl, die hij vroeg in de jaren ’20 in München had leren kennen. De getuigen waren Hitler en Haushofer. Het paar betrok in 1933 een villa in Harlaching, een buitenwijk van München. Uit dit huwelijk zou later, op 18 november 1937, een zoon, Wolf Rüdiger Hess, worden geboren.

Hess hield zich ondertussen ook bezig met het verwerven van fondsen voor de partij bij de grootindustriëlen van Duitsland. Hij was hierin erg succesvol. Hess was een voormalig officier en afkomstig uit welgestelde kringen, hij was een gentleman en kon daardoor goed omgaan met de fabrikanten en bankiers, waardoor de liquide middelen van de partij sterk toenamen. Ondanks zijn drukke werkzaamheden voor Hitler, bleef Hess zich ook bezighouden met zijn grote hobby: vliegen, hetgeen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog had geleerd. Hij nam regelmatig deel aan luchtraces en had zelfs plannen om de Atlantische Oceaan over te steken. In 1930 kreeg hij zijn eigen vliegtuig dat hij onder meer gebruikte voor reclame- en campagnedoeleinden van de partij en het partijblad, de Völkischer Beobachter.


Carrière binnen de nazipartij

Voorzitter van de Politische Zentralkommission van de NSDAP

Hess bouwde in deze jaren de Parteikanzlei op, het bestuurssecretariaat van de partij (tot mei 1941 aangeduid als de Stab des Stellvertreters des Führers). In 1931 kreeg deze organisatie een eigen kantoor in het zogenoemde Braunes Haus in München, het hoofdkwartier van de partij. Hess was inmiddels ook lid geworden van de Schutzstaffel (SS). De successen van de partij namen inmiddels toe. Het ledenaantal van de NSDAP groeide gestaag tot 1.500.000 in 1929. Na de beurskrach in oktober van hetzelfde jaar en de daaruit voortkomende economische crisis, begon de partij pas echt met zijn opmars. In september 1930 haalde de partij 18,3 % van de stemmen tijdens de Rijksdagverkiezingen. Op 31 juli 1932 behaalde de partij maarliefst 37,3 % van de stemmen, maar Hitler werd nog geen rijkskanselier. Vooral omdat de rijkspresident, de oude generaal Paul von Hindenburg, dit verhinderde.

Hess werd in september 1932 ziek en moest enkele maanden herstellen in een ziekenhuis van een steenpuistaandoening. In november 1932 verloor de partij 2 miljoen stemmen tijdens de Rijksdagverkiezingen en bleef steken op 33,1 % van de stemmen, hiermee was het overigens nog steeds de grootste partij van Duitsland.

De NSDAP dreigde echter uit elkaar te vallen, toen bleek dat Reichsorganisationsleiter Gregor Strasser, een van de "Alte Kämpfer" en tot dan toe een vertrouweling van Hitler, die een meer socialistische koers voorstond, achter de rug van Hitler om onderhandelingen was begonnen met Kurt von Schleicher, de op 3 december door Von Hindenburg aangestelde Rijkskanselier. Strasser probeerde een splitsing teweeg te brengen binnen de partij. In samenwerking met Von Schleicher zou hij vervolgens een regering vormen. Uiteindelijk kwam er geen scheuring in de partij. Hitler dwong Strasser namelijk op 8 december 1932 de partij te verlaten en hij stelde Hess aan als de voorzitter van de nieuw gevormde Politische Zentralkommission der NSDAP, een positie vergelijkbaar met die van secretaris-generaal. Door deze stap werd Hess, in theorie althans, in een klap de op een na machtigste man in de partij. In december 1932 verleende Heinrich Himmler, de leider van de SS, Hess tevens de rang van SS-Gruppenführer, wat betekende dat hij het SS-uniform mocht dragen. Het daarop volgende jaar volgde zijn promotie tot SS-Obergruppenführer.

Stellvertreter des Führers

Na de verkiezingen in november 1932, waarin de communisten een behoorlijke winst hadden geboekt, groeide in Duitsland de vrees voor een revolutie. Hitler benutte deze angst en dreigde dat de communisten de macht zouden overnemen, tenzij hij tot Rijkskanselier zou worden benoemd. Op 4 januari 1933 begon de conservatieve politicus Frans von Papen de onderhandelingen met Adolf Hitler om te trachten tot een regering te komen. Het land verkeerde al maanden in een politieke crises. Op 30 januari 1933 zwichtte de rijkspresident Paul von Hindenburg voor de druk die vooral afkomstig was van vooraanstaande industriëlen en grootgrondbezitters en benoemde hij Hitler tot Reichskanzler. Door de Rijksdagbrand op 27 februari 1933, door de als gevolg daarvan afgekondigde noodverordening, die alle oppositie verbood en door de op 23 maart aangenomen machtigingswet, wist Hitler alle macht naar zich toe te trekken en was hij in staat om het Derde Rijk te stichten.

Op 21 april 1933 benoemde Hitler Hess tot Stellvertreter des Führers (plaatsvervanger van de Führer). Deze positie bracht geen feitelijke macht met zich mee, maar Hess mocht nu wel aanwezig zijn tijdens de kabinetszittingen. In december 1933 werd hij definitief lid van het kabinet toen hij werd benoemd tot minister zonder portefeuille. Door de machtigingswet die van kracht was geworden op 24 maart 1933, werd de eenheid van partij en staat een feit. De regering hoefde haar besluiten voortaan niet meer ter controle voor te leggen aan het parlement. de Rijksdag werd hierdoor buiten spel gezet. Hitler was voortaan in staat om door de uitvaardiging van decreten de macht uit te oefenen. Doordat Hess de leiding had over de Zentralkommission waren zijn taken onder meer het controleren en in ambtelijke taal omzetten van deze decreten. Ook hield Hess toezicht op de Duitsers die in het buitenland woonde en op de buitenlandse organisatie van de partij, de NSDAP/ Ausland Organisation (AO). Voorts was Hess bevoegd om namens Hitler op te treden in onderhandelingen met andere landen.

Door zijn nieuwe functies werd Hess gedwongen om meer in de openbaarheid te treden. Ondanks dat hij geen goede spreker was, groeide hij toch snel uit tot een van de populairste figuren van het regime. Wellicht omdat hij gold als toonbeeld van fatsoen: hij was integer, betrouwbaar en direct en daarmee stak hij nogal af bij de andere belangrijke nazi’s als Hermann Göring of Joseph Goebbels. Het was onder meer de taak van Hess om Hitler aan te kondigen bij de Rijkspartijdagen, zoals is te zien in de documentaire "Triumphs des Willens" van Leni Riefenstahl en om de eedafleggingen op de Führer te leiden. Hij bediende zich hierbij vaak van frasen als: "De Partij is Hitler, Hitler is Duitsland, zoals Duitsland Hitler is", en "Ons alle nationaalsocialisme is verankerd in kritiekloze volgzaamheid, in de toewijding aan de Führer, die men niet om het waarom vraagt en waarvoor men zwijgend hetgene doet dat hij beveelt." De Duitse historicus Guido Knopp bestempelt Hess vanwege zijn rol in de verering van de Führer als de "hogepriester van de Hitlercultus".

Hess had de leiding over het complete ambtenarenapparaat van de partij. Doordat de NSDAP uitgroeide tot een staat binnen een staat, waarin allerlei functies ontstonden waarvan de macht niet duidelijk afgebakend was, groeide het werk Hess boven het hoofd. Hij was niet in staat om de problemen op te lossen en liet regelmatig met zich sollen door de Gauleiter (de regionale partijleiders) en de andere partijbeambten. Bijna alle klachten die binnenkwamen op de partijkanselarij behandelde Hess persoonlijk. Hij werd mede daardoor aangeduid als het geweten van de partij. Zijn standaardantwoord was echter altijd dat hij de zaak nog eens zou bestuderen. De volgende uitspraak ging daarom naar verluid rond over Hess: "Kom tot mij alle die vermoeid en belast zijn en dan zal ik helemaal niets doen." Omdat Hess zijn taken niet meer aankon, besloot hij een stafchef aan te nemen. In juni 1933 stelde hij Martin Bormann, een rijzende ster in de partij, aan in deze functie. Bormann voerde zijn taken goed uit, zodat Hess veel werk uit handen werd genomen. Later zou echter wel blijken dat Bormann van begin af aan aasde op de positie van Stellvertreter des Führers.

Ondanks het feit dat Hess een belangrijke functie bekleedde binnen de partij had hij in vergelijking met de andere top-nazi's, bijvoorbeeld Hermann Göring en Heinrich Himmler, niet heel veel macht. In zijn positie kon hij zelf weinig initiatieven nemen, aangezien zijn functies meer een representatief karakter hadden en ook omdat hij zijn macht moest delen met anderen. Daar kwam nog bij dat Hess weinig persoonlijke ambitie had. Hij had een wat naïef karakter en streefde geen macht of luxe na, het was voor hem belangrijker om een loyaal dienaar te zijn en in de gunst te staan van de Führer. Het feit dat Hess in februari 1938 werd opgenomen in de Geheime Kabinettsrat (een adviesorgaan aangaande de buitenlandse politiek) en in augustus 1939 lid werd van de Ministerrat für die Reichsverteidigung veranderde daar weinig aan. Beide organen hadden meer een symbolische functie dan dat zij daadwerkelijk iets te vertellen hadden, bovendien bezocht Hess de zittingen ervan zelden.

De beperkte invloed van Hess bleek wel toen hij van te voren niet op de hoogte werd gebracht van de Nacht van de Lange Messen. Tijdens dit bloedbad dat plaatsvond in de nacht van 30 juni op 1 juli 1934 werd de complete top van de SA uitgemoord, omdat Hitler deze organisatie niet langer vertrouwde. De SA had Hitler goede diensten bewezen, maar toen hij eenmaal aan de macht was, begon de organisatie hem steeds meer tegen te staan. De leider van de organisatie, Ernst Röhm, wilde dat de SA in de plaats zou treden van het Duitse leger. Bovendien werd Hitler opgeroepen om iets te doen aan het agressieve en ongecoördineerde optreden van de paramilitaire eenheid. Ook andere tegenstanders van Hitler werden gedood, onder wie Gregor Strasser. Ondanks dat Hess verbolgen was over het feit dat hij van te voren niet was ingelicht, werkte hij later wel mee aan de vergoelijking van deze daad.

Hess begon ondertussen een steeds grotere interesse te krijgen voor het bovennatuurlijke. Hij had altijd al gedaan aan astrologie - hij was ervan overtuigd dat men de toekomst kon aflezen uit de sterren. Maar nu begon hij ook interesse te krijgen voor andere occulte zaken, zoals wichelroedelopen. Voordat hij ging slapen controleerde hij de kamer altijd op eventuele "Wateraders" (ondergrondse waterstromen met een negatieve straling). Hess had last van onverklaarbare pijnen in zijn maag en darmen, waar hij ondanks vele medische behandelingen en aangepaste voeding niet vanaf kwam. Hij bezocht gebedsgenezers, magnetiseurs en andere soorten alternatieve genezers. Zijn interesse in het bovennatuurlijke zorgde ervoor dat zijn aanzien binnen de partijtop daalde. Veel mensen beweerden dat Hess ze niet meer allemaal op een rijtje had. Hermann Göring zei over hem: "Zo lang ik Hess kende, was hij al lichtelijk gestoord. Waarom de Führer hem tot (plaatsvervangend) partijleider benoemde, was voor velen een mysterie. Ik dacht altijd dat het kwam vanwege Hitlers loyaliteit voor oude vrienden."

Hess werd er ook niet populairder op, toen hij de Gauleiter opriep om geen alcohol meer te drinken, zich niet meer schuldig te maken aan seksuele escapades en een uur per dag aan de sportieve gezondheid te besteden. Hij kreeg ook een conflict met Hitler, toen hij zijn eigen eten meenam naar een diner op de Obersalzberg. Omdat deze voeding volgens Hess meer biologisch en dynamisch was. Hitler nam hem deze daad echter niet in dank af en het zorgde voor een verwijdering tussen de twee oude kameraden. Dit conflict werd waarschijnlijk ook veroorzaakt, doordat het vreemde gedrag van Hess Hitler ook steeds meer begon tegen te staan. Speer verklaarde later dat Hitler tegenover hem had geklaagd over zijn sombere plaatsvervanger. "Hess bracht altijd onplezierige onderwerpen ter sprake, en daar zeurde hij dan tijdenlang over door."


Antisemitisme en Tweede Wereldoorlog

Antisemitisme

Via zijn toespraken en zijn werk in de Zentralkommision leverde Hess wel zijn bijdrage aan het sterk toenemende antisemitisme in het Duitsland van de jaren 30. Volgens Albert Speer waren hij en Hess geen "bewuste antisemieten." Op 15 mei 1934 kreeg Hess de leiding over het Rassenpolitische Amt der NSDAP. In deze hoedanigheid was hij betrokken bij de uitvaardiging van antisemitische maatregelen, zoals het verbod voor partijleden om om te gaan met Joden en het beroepsverbod van Joodse advocaten. De Neurenberger wetten werden geformuleerd door deze partijinstelling; een gedeelte van deze rassenwetten werd geschreven door Rudolf Hess persoonlijk. Later vaardigde hij ook de bepalingen uit, waarmee het bijzonder strafrecht voor Polen en Joden werd afgekondigd. Ook bezocht Hess in 1936 het concentratiekamp Dachau waar hij persoonlijk door Heinrich Himmler werd rondgeleid.

Hess was geschokt door de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938, waarbij op grote schaal Joodse winkels werden vernield, synagogen in brand gestoken en mensen werden mishandeld en vermoord. Dit vandalistische optreden ging in tegen de burgerlijke natuur van Hess. Hij stuurde een bericht naar de Gauleiter waarin hij opriep het geweld te beteugelen, maar hier werd niets mee gedaan. Wederom een blijk van het feit dat de invloed van Hess afnam. Hess kreeg steeds meer een representatieve functie. Van belangrijke overleggen werd hij meestal buitengesloten. Hess sprak zijn Führer daardoor nog maar zelden. Als gevolmachtigde van de Führer in buitenlandse aangelegenheden ondertekende Hess wel de wet die de Anschluss op 13 maart 1938 van Oostenrijk bij nazi-Duitsland bekrachtigde. Ook nam hij deel aan de onderhandelingen met Tsjecho-Slowakije, die leidden tot de annexatie van het Sudetenland in oktober 1938 en de overgebleven delen van het land in maart 1939.

Begin Tweede Wereldoorlog

Op 1 september 1939, de dag waarop nazi-Duitsland Polen binnenviel en daarmee de Tweede Wereldoorlog ontketende, benoemde Hitler Rudolf Hess, na Hermann Göring, tot zijn tweede opvolger. Dit was meer een ceremoniële daad, die geen extra macht met zich meebracht. Hitler zou zelf verklaard hebben: "Ik hoop maar dat Hess mij nooit hoeft te vervangen, ik zou niet weten met wie ik dan meer te doen zou hebben, met de partij of met Hess."

Op 3 september 1939 verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Duitsland wegens de aanval op Polen. Dit was een streep door de rekening van Hitler, die nooit had gedacht dat de geallieerden het om Polen tot een oorlog zouden laten komen. Hitler zag Groot-Brittannië als een natuurlijke bondgenoot van Duitsland, zoals hij ook schreef in Mein Kampf. De "echte vijand" van Duitsland lag in het oosten, in de gedaante van de Sovjet-Unie. Misschien kwam Hess toen al op het idee om te trachten vrede met Groot-Brittannië te sluiten. Hess schijnt te hebben aangeboden om in dienst te treden bij de Luftwaffe als gevechtspiloot. Hitler verbood hem dit echter en legde hem een vliegverbod op.

In eerste instantie verliep de oorlog zeer voorspoedig voor het Derde Rijk. Polen, Denemarken, Noorwegen, België, Nederland en Luxemburg werden alle veroverd door de Duitse Wehrmacht. In juni 1940 rekende Duitsland zelfs af met de erfvijand Frankrijk, dat zich op 22 juni officieel overgaf. Hess was overigens, in de hoedanigheid van plaatsvervangend partijleider, aanwezig bij deze ceremonie in Compiègne op 22 juni 1940. Ondanks het grote succes van de Blitzkrieg bleef Hess er van overtuigd dat er vrede moest worden gesloten met Groot-Brittannië. Hess vond het vreemd dat twee "Germaanse mogendheden" elkaar bevochten, terwijl de ware vijand zich in het oosten bevond in de gedaante van de bolsjewistische Sovjet-Unie. Door deze vrede te bewerkstelligen hoopte hij vermoedelijk ook weer terug in de gunst van Hitler te komen.

Zijn eerste poging verliep via de Duitse diplomaat Albrecht Haushofer, de zoon van zijn oude leraar. Via Portugal probeerde Hess contact te krijgen met Douglas Douglas-Hamilton, de hertog van Hamilton. Waarom Hess precies voor deze persoon koos, is niet geheel duidelijk. Hess had Douglas-Hamilton een keer ontmoet tijdens de Olympische Spelen in Berlijn in 1936. De hertog had echter geen belangrijke positie in de Britse regering. Hij was wel een tegenstander van Winston Churchill en een voorstander van vrede. Waarschijnlijk overschatte Hess de macht en invloed van deze hertog. Op 23 september 1940 verstuurde Albrecht Haushofer een brief aan een kennis in Lissabon, Violet Roberts, die vervolgens een bij de brief ingesloten boodschap zou moeten doorsturen naar de Duke of Hamilton. De boodschap werd echter onderschept door de Britse geheime dienst MI5 en Douglas-Hamilton zou deze nooit ontvangen. Het exacte verloop van de onderhandelingspogingen tussen Groot-Brittannië en Duitsland is niet precies te achterhalen, omdat de Britse archieven hierover nog niet zijn geopend.

Toen begon bij Hess het plan te groeien om zelf naar Engeland te vliegen. Van deze plannen was Hitler niet op de hoogte. Hitler heeft echter zelf waarschijnlijk ook een poging ondernomen om te trachten tot onderhandelingen met Groot-Brittannië te komen. Rochus Misch, de lijfwacht van Hitler, beschreef in zijn boek "De laatste getuige" de volgende gebeurtenis, die plaatsvond in november 1940:

"Tegen het eind van de maaltijd overhandigde een koerier een telegram aan rijksperschef Otto Dietrich. Deze las het snel en gaf het daarna aan Hitler. Toen die het bericht staande had gelezen, riep hij uit: ‘Mijn God, wat willen ze toch allemaal van me? Ik kan daar toch niet naartoe vliegen en me op mijn knieën werpen?’ Ik wist niet wat er aan de hand was, maar omdat het daarna verder werd besproken, kon ik wat brokstukken opvangen. Ik begreep dat het ging om een ontmoeting van militair attaché Enno Emil von Rintelen - die wij ‘Hitlers postbode’ noemden - met zijn Zweedse collega graaf Bernadotte in Portugal. Ik hoorde pas later van de geruchten over geheime onderhandelingen met de Britten. In ieder geval herinner ik me dat Hess op een bepaald moment reageerde op iets wat Hitler zei. Hij richtte zich niet tot Hitler, maar tot zijn adjudant en zei iets zoals: ‘Hij kan misschien niet. Maar ik, ik kan wel!"

Via de fabriek in Augsburg wist Hess een Messerschmitt BF 110 in handen te krijgen. Dit toestel had hij zogenaamd nodig voor testdoeleinden. Hij liet het toestel uitrusten met extra brandstoftanks en hij liet de radio- en navigatie-aparatuur aanpassen. De bediende van Hess, Josef (Sepp) Platzer, regelde een boerderij in Oostenrijk waar Hess zich kon voorbereiden op zijn vliegtocht. Ook zorgde hij middels zijn contacten met Hans Baur, de piloot van Hitler, voor kaarten van het Duitse luchtruim. Zelf verdiepte Hess zich in de Engelse geschiedenis en taal. Hij schreef onder meer een toespraak die hij wilde gaan houden voor Britse officieren.


Vredesmissie

Vlucht naar Schotland

Op 10 januari 1941 deed Hess zijn eerste poging om naar Engeland te vliegen. Voor vertrek gaf hij twee brieven aan zijn adjudanten Karl-Heinz Pintsch en Alfred Leitgen, die na zijn vertrek pas geopend mochten worden; een daarvan was bestemd voor Hitler. Nadat hij was opgestegen vanaf een vliegveld bij Augsburg, landde hij echter vrijwel direct weer. Zijn medewerkers opperden later dat Hess misschien de moed in de schoenen was gezonken. In februari ondernam hij vanaf dezelfde locatie wederom een poging. Door het slechte weer was hij echter genoodzaakt om naar ongeveer een kwartier terug te keren.

Op 10 mei 1941 deed Hess een derde poging, hij vertrok om 17:45 uur vanaf Augsburg. Met het jachtvliegtuig, dat voor de lange reis speciaal was uitgerust met twee extra brandstoftanks, vloog hij de ruim 1500 kilometer over de Noordzee naar Dungavel House, het huis van de Duke of Hamilton bij Strathaven, niet ver van Glasgow. Hij wilde deze man voorstellen om zijn invloed op de Britse politiek aan te wenden om een vredesakkoord te sluiten tussen Groot-Brittannië en Duitsland, omdat Duitsland op het punt stond zich in een oorlog te storten op een tweede front door het starten van Operatie Barbarossa. Hess wilde een tweefrontenoorlog voorkomen, waarschijnlijk wist hij dat Duitsland deze nooit kon winnen. Hess hoopte dat Hamilton hem uiteindelijk zou voorstellen aan de Britse koning George VI en dat de koning ertoe overgehaald kon worden Churchill uit zijn ambt te zetten en uiteindelijk de medewerking van het Britse parlement voor een vredesverdrag met Duitsland kon winnen.

Op slechts 50 kilometer afstand van het huis van de Duke of Hamilton en op een hoogte van 6.000 feet, sprong hij om ongeveer 22:50 uur uit zijn vliegtuig, trok even later zijn parachute open en landde uiteindelijk in de buurt van Eaglesham. Tegenover Douglas Kelley, een Amerikaanse legerpsychiater in de gevangenis van Neurenberg, verklaarde hij na de oorlog: "Ik had nog nooit met zo'n vliegtuig gevlogen [een Messerschmitt Bf 110] en ik wist niet of ik het aan de grond kon zetten en ik wist ook niet precies waar die Engelse velden lagen, maar ik heb het goed gedaan. Ik belandde maar vier meter van de plek die ik in gedachten had." Bij zijn landing brak Hess zijn enkel. Hij werd aangehouden door een Schotse boerenknecht, Donald McLean. Hess vertelde de knecht dat hij Hauptmann Alfred Horn was en zei dat hij een uiterst belangrijke boodschap bij zich had voor de Duke. De knecht leverde hem over aan een agent en een aantal leden van de Home Guard, die hem onderbrachten in het plaatselijke politiebureau en later in de Maryhill Barracks van de Home Guard in Glasgow. Op zondagochtend sprak hij de Duke of Hamilton voor het eerst. Tijdens dit gesprek maakte Hess zich bekend als de plaatsvervanger van Adolf Hitler. Douglas-Hamilton twijfelde toch nog aan de ware identiteit van de gevangene. Hamilton nam contact op met Winston Churchill, die in eerste instantie ongelovig reageerde op het nieuws dat Hess was geland in Schotland.

Na overleg van het War Cabinet werd besloten dat de voormalige staatssecretaris Ivone Kirkpatrick zou afreizen naar Schotland om Hess te ontmoeten. Kirkpatrick was in de jaren 30 eerste secretaris geweest op de Britse ambassade in Berlijn en hij had in die hoedanigheid Hess een aantal malen gesproken. Het werd daarom de taak van hem om de parachutist, die inmiddels verbleef op Buchanan Castle te identificeren. Kirkpatrick bevestigde de identiteit van Hess en kreeg de opdracht om door te gaan met de gesprekken met degene die in Schotland was geland.

Tijdens zijn eerste gesprek met Kirkpatrick hield Hess een vier uur lang betoog. Hij stelde voor om Duitsland de vrije hand te geven op het Europese vasteland, in ruil waarvoor Groot-Brittannië en het Britse Rijk gevrijwaard zouden blijven van de Duitse agressie. Het was volgens hem zeker dat Duitsland de oorlog zou winnen en als de Britten zijn genereuze aanbod niet aanvaardden, zouden de aanvoerroutes naar het land worden afgesneden door een blokkade met U-boten en zou de infrastructuur van het land worden verwoest door de Luftwaffe. De bevolking zou hierdoor uiteindelijk verhongeren. Dit kwam grofweg overeen met het vredesvoorstel dat Hitler op 19 juli 1940 had gedaan aan de Britse regering. Kirkpatrick kwam snel tot de conclusie dat Hess alleen voor zichzelf sprak en het naziregime niet vertegenwoordigde. De Britse regering ging daarom nooit serieus in op de onderhandelingspoging van Hess.

Rudolf Hess werd op instructie van Churchill naar Londen overgebracht. De Britse premier gaf de opdracht om Hess als een krijgsgevangene te beschouwen. Hij moest geïsoleerd worden van andere gevangenen, maar moest wel goed behandeld worden. Hij werd opgesloten in de beroemde/beruchte Tower of London. Later werd hij geïnterneerd in Mytchett Place in Surrey. Uit de verhoren door MI6-officieren leidden de Britse autoriteiten af dat Hess geestelijk niet helemaal stabiel was. Winston Churchill wond zich enorm op over de intentie en de uitspraken van Hess. Indien het idee zou ontstaan dat Groot-Brittannië open stond voor onderhandelingen, zou dit een slechte indruk maken op de Verenigde Staten en vooral op Joseph V. Stalin, de leider van de Sovjet-Unie.

Was men in Groot-Brittannië al enorm verrast door de onverwachte gast, in Berlijn heerste er totale consternatie. Op 11 mei 1941 kreeg Hitler, volgens zijn persoonlijke instructies, de brief van Hess. Volgens zijn lijfwacht, Rochus Misch, was Hitler razend en riep hij meerdere malen uit: "Hess?! Hess?! Uitgerekend Hess doet zoiets? Uitgerekend Hess? Waarom doet hij mij dit aan?" Uit andere getuigenissen van onder meer Hermann Göring, Joseph Goebbels en Albert Speer, komt een vergelijkbaar beeld naar voren van een totaal verraste en geschokte Hitler. Joseph Goebbels schreef in zijn dagboek: De Führer is totaal gebroken. Wat een vertoning voor de wereld: een geestelijk gestoorde als tweede man na de Führer."

Onder historici heerst nog altijd discussie of Hitler van te voren op de hoogte was van de vliegtocht van Hess. Zijn hierboven omschreven reactie en het feit dat de medewerkers van Hess later zwaar werden gestraft, maken dit onwaarschijnlijk.

Hitler wachtte een aantal dagen voordat hij actie ondernam. Misschien koesterde hij de lichte hoop dat er iets zou voortkomen uit de onderhandelingspoging. Op 13 mei 1941 werd er echter een officiële verklaring uitgebracht, waarin werd aangegeven dat partijgenoot Hess krankzinnig geworden was en leed aan waandenkbeelden, waardoor hij zich schuldig had gemaakt aan verraad door naar Engeland te vliegen, ook al was hem een vliegverbod opgelegd. Martin Bormann nam zijn taken over. Hitler benoemde echter geen nieuwe Stellvertreter des Führers. De medewerkers van Hess die waren betrokken bij de vlucht (zijn adjudanten, een technicus en zijn bediende )werden gearresteerd en naar concentratiekamp Sachsenhausen gestuurd.

De nazileiders waren bang dat hun bondgenoten, Italië en Japan, door de actie van Hess zouden denken dat Duitsland op eigen houtje vrede wilde sluiten met Groot-Brittannië. Hitler verklaarde volgens Speer: "Wie gelooft dat hij niet in mijn opdracht gegaan is, dat het hele verhaal geen vuil spelletje is achter de rug van mijn bondgenoten om? We kunnen de vreselijkste problemen met ze krijgen." Daarom stuurde Duitsland direct een diplomatieke missie uit naar Benito Mussolini om duidelijk te maken dat Hess alleen en onder invloed van een geestelijke stoornis had gehandeld. Hitler vreesde ook dat Groot-Brittannië het verhaal zou opblazen en zou benutten voor propagandadoeleinde. Dit gebeurde echter niet, waarschijnlijk omdat de Britten eveneens bang waren dat de indruk gewekt zou worden dat zij open zouden staan voor onderhandelingen met Duitsland. Stalin zou dit later overigens daadwerkelijk beweren.

Jaren in gevangenschap een geestelijke gezondheid

Rudolf Hess was ervan overtuigd dat Hitler zijn gedrag achteraf zou goedkeuren en hij was dan ook geschokt toen dit niet gebeurde. In de gevangenis takelde Hess geestelijk af; hij begon last te krijgen van achtervolgingswaanzin en wende, al dan niet gefingeerd, geheugenverlies voor. Hij beweerde dat de bewakers gif, steensplinters en glasscherven in zijn voedsel deden. Hij at en dronk alleen als iemand had voorgeproefd of als hij zijn portie had geruild met die van iemand anders. Ook beweerde hij dat hij moedwillig uit zijn slaap werd gehouden door het lawaai van de militairen die hem moesten bewaken en dat er rotte vis voor zijn raam werd gelegd. De maagkrampen, die hem al langer kwelden, werden steeds erger.

Op 16 juni 1941 schreef Hess een afscheidsbrief aan Hitler, waarin hij onder meer verklaarde dat het een eer was geweest om hem te dienen en waarin hij de hoop uitsprak dat zijn vlucht naar Engeland uiteindelijk toch succes zou hebben, in wat voor vorm dan ook. Vervolgens probeerde Hess zelfmoord te plegen door zich van een trap te laten vallen. Hij overleefde dit echter en hield er alleen een gebroken linkerbeen aan over.

Rudolf Hess werd na zijn vlucht letterlijk gewist uit de Duitse geschiedenis. Hij werd weggeretoucheerd uit foto’s. Zijn naam en afbeelding werden verwijderd uit boeken en films en straten die naar hem vernoemd waren, kregen een andere aanduiding. Martin Bormann veranderde zelfs de namen van twee van zijn kinderen, die waren vernoemd naar Hess en zijn vrouw. Ilse Hess kreeg, op aandringen van naar verluidt Albert Speer, een pensioen van 1100 rijksmark per maand. Hitler schijnt Hess zijn daad later overigens wel vergeven te hebben. In de laatste dagen van de oorlog bestempelde hij Hess tegenover zijn chauffeur Erich Kempka als de enige echte idealist van het zuiverste water binnen de geschiedenis.

Tijdens zijn gevangenschap hield Hess zich voornamelijk bezig met lezen en het schrijven van brieven aan het Britse parlement, waarin hij zijn lot beklaagde en waarin hij zijn goede bedoelingen probeerde duidelijk te maken. Hess bleef lijden aan allerlei, al dan niet geveinsde psychische en lichamelijke aandoeningen. Hij klaagde onder andere over nachtmerries, slapeloosheid, geheugenverlies en maag- en darmklachten. Hij bewaarde kleine stukjes brood en andere etensresten. Deze wilde hij laten onderzoeken om aan te tonen dat er vergif in zat. Vele psychiaters onderzochten hem en concludeerde dat Hess een hypochonder was en leed aan paranoia.

Op 26 juni 1942 werd Rudolf Hess overgeplaatst naar het Maindiff Court Hospital bij Abergavenny (Wales). Op deze nieuwe locatie kreeg Hess veel vrijheid, alhoewel hij nog steeds onder constante bewaking stond. Het was Hess toegestaan om korte uitstapjes, te voet of per auto, in de omgeving te maken. Ook was het hem voortaan toegestaan om kranten te lezen en hij kreeg toegang tot meer boeken. De geestelijke toestand van Hess bleef echter instabiel. Op 4 februari 1945 ondernam hij wederom een zelfmoordpoging. Met een broodmes stak hij zich in de borst. De door hem zelf toegebrachte wonden waren echter ondiep en hij hield er geen blijvend letsel aan over. Hess beweerde na de zelfmoordpoging dat het mes klaargelegd was door de Joden en dat deze hem onder hypnose hadden gedwongen het te doen.


Veroordeling en gevangenschap

Proces van Neurenberg

Op 10 oktober 1945 werd Hess overgebracht naar Duitsland. Vanaf 20 november 1945 stond hij tegelijk met andere Duitse kopstukken terecht voor het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Voorafgaand aan het proces werd hij onderzocht door meerdere psychiaters. Hess beweerde dat zijn geheugen niet verder terugging dan de afgelopen twee weken. De psychiaters in Neurenberg probeerden van alles om Hess zijn voorgaande leven te laten herinneren. Zij lieten hem oude propagandafilms uit het Derde Rijk zien en confronteerden hem met zijn familie en voormalige secretaresses. Dit alles zonder resultaat. Een ontmoeting met Hermann Göring liep er op uit dat Göring een opsomming begon te geven van de prestaties van de Reichsmarschall met de vraag of Hess zich deze kon herinneren. Toen dit niet het geval bleek, gaf Göring aan dat Hess knettergek was.

De gevangenispsychiater Douglas Kelley concludeerde dat Hess geestelijk gezond was, alhoewel hij hem wel bestempelde als een zeer neurotisch, hysterisch type. Hij verklaarde over Hess: "Als je de straat als gezond beschouwd en de stoepen als ongezond, staat Hess het grootste gedeelte van de tijd op de stoeprand." Op 30 november 1945 bogen de rechters van het Tribunaal zich over de kwestie of Hess in staat was om terecht te staan. Tot verrassing van iedereen legde Hess vervolgens een verklaring af waarin hij aangaf, dat zijn geheugenverlies gefungeerd was om redenen van tactische aard en dat hij alleen last had van concentratieproblemen. Het Tribunaal concludeerde vervolgens dat hij in staat was om terecht te staan. Men kan er over twijfelen of de voormalige Stellvertreter daadwerkelijk in staat was om het proces te volgen. Tijdens de zittingen leek Hess vaak geestelijk afwezig. Meestal las hij een boek, of staarde maar wat in de ruimte. Op vragen van de rechters antwoordde de beklaagde meestal dat hij zich het niet meer kon herinneren. Vlak na het afleggen van zijn verklaring wekte Hess weer de indruk dat hij aan geheugenverlies leed. Mogelijk was een deel van zijn geheugenverlies gefungeerd. Er is geopperd dat hij op deze wijze trachtte ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard en daardoor de doodstraf te kunnen ontlopen. Het is wel zeker dat Hess tijdens het Proces van Neurenberg kampte met een geestelijke stoornis. Toen hij geconfronteerd werd met de gruwelijkheden die hadden plaatsgevonden in de concentratiekampen, beweerde hij dat dit propaganda van de geallieerden was. Later verkondigde hij dat de kampbewakers waren gehypnotiseerd door de Joden en dat zij daardoor tot hun daden waren gekomen.

De hoofdaanklager tijdens het proces, Robert Jackson, beschreef Hess tijdens het proces als volgt:

"De ijveraar Hess was, voordat hij bezweek aan reislust [vloog naar Schotland in mei 1941], de ingenieur van de partijmachine. Hij gaf orders en propaganda door aan de algemene leiding. Hij begeleidde elk aspect van de partijactiviteiten en handhaafde de organisatie als een loyaal machtsinstrument."

De rechters van het tribunaal erkenden dat Hess afwijkend gedrag vertoonde en geestelijk achteruit ging. Uit niets bleek echter dat hij de aanklachten niet begreep, of dat hij ten tijde van het plegen van de daden waarvan hij werd beschuldigd ontoerekeningsvatbaar was. Hierdoor was er voor de rechters van het tribunaal geen enkele reden om aan te nemen dat Hess niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden. De voormalige Stellverteter weigerde tijdens het proces een verklaring af te leggen, uitgezonderd de verklaring van 30 november en zijn slotverklaring. Officieel deed hij dit omdat hij het Tribunaal niet erkende. In werkelijkheid had zijn advocaat hier op aangedrongen, omdat hij Hess geestelijk niet in staat achtte om ondervraagd te worden. Uiteindelijk werd hij schuldig bevonden aan twee van de vier punten van de tenlastelegging, namelijk:

  1. Samenzwering tot het voeren van een agressieve oorlog, ofwel misdaden tegen de vrede.
  2. Het voeren van een agressieve oorlog.

Het feit dat Hess tijdens het proces totaal geen berouw toonde voor zijn daden, deed zijn situatie waarschijnlijk weinig goed. In zijn slotverklaring zei hij bijvoorbeeld: "Het was mij vergund, vele jaren van mijn leven te werken onder de grootste zoon die mijn volk in zijn duizendjarige geschiedenis ooit heeft voortgebracht. Zelfs als ik het kon, ik zou deze periode niet uit mijn herinnering willen wissen. Ik ben gelukkig in de wetenschap dat ik mijn plicht jegens mijn volk, mijn plicht als Duitser, als Nationaalsocialist, als trouwe volgeling van mijn Führer heb gedaan. Ik heb nergens spijt van." Uiteindelijk werd Rudolf Hess veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Spandau en dood

Voor het uitzitten van zijn straf werd Hess op 18 juli 1947 overgeplaatst naar de Spandau-gevangenis in Berlijn waar hij voortaan werd aangeduid als gevangenen nr. 7. In Spandau heerste, zeker de eerste jaren, een vrij streng regime. Er gold een strakke dagroutine, slechts eens in de vier weken mocht er een brief worden verstuurd en contact tussen de gevangenen werd tot een minimum beperkt. De gevangenen kregen hetzelfde voedselrantsoen als de Duitse burgers. De bevolking kon dat echter aanvullen met zaken van de zwarte markt en eigen gekweekte groenten en fruit. Voor de gevangenen gold dit niet, waardoor het voedsel vrij karig was. Tijdens zijn gevangenschap hield Hess zich bezig met lezen (voornamelijk geschiedkundige en wetenschappelijke werken), het schrijven van brieven en werken in de gevangenistuin. Hess isoleerde zich van zijn medegevangenen. Naar zijn zegge ging alleen Albert Speer vriendschappelijk met hem om.

Gevangene nr. 7 bleef zich paranoïde gedragen. Hij was er van overtuigd dat men hem probeerde te vergiftigen en weigerde daarom vaak zijn eigen portie voedsel. Ook klaagde hij vaak dat hij leed aan ondraaglijke pijnen. Eerst werd hij hiervoor behandeld, later kreeg hij alleen nog maar placebo's toegediend. Midden in de nacht begon hij vaak ineens te schreeuwen, wat zeer storend was voor zijn medegevangenen en bewakers. Voorts weigerde hij jarenlang om zijn familie te ontvangen, omdat hij het niet eens was met de omstandigheden waaronder dit bezoek zou moeten plaatsvinden. Ook was hij bang dat dit weerzien een te zware emotionele belasting zou vormen voor beide partijen. Op 26 november 1959 probeerde Hess zelfmoord te plegen door met een glasscherf uit zijn bril zijn polsen door te snijden. Hij hield hier echter slechts lichte verwondingen aan over. Tot aan zijn dood bleef Hess Adolf Hitler en het nationaalsocialisme verdedigen. Ook stond hij er in de eerste jaren van zijn gevangenschap op dat zijn medegevangenen hem aanspraken met Führer Stellvetreter."

Hoewel anderen die in Neurenberg veroordeeld waren vrij snel vrijkwamen, zoals Konstantin von Neurath (1954), Erich Raeder (1955) en Walther Funk (1957), werden de vrijlatingsverzoeken van de advocaat Dr. Alfred Seidl, voor Rudolf Hess telkens afgewezen.

Churchill verklaarde in 1950 al dat hij blij was niet meer verantwoordelijk te zijn voor de manier waarop Rudolf Hess werd behandeld. Hij was immers geen premier van Groot-Brittannië meer. Ook al had hij een morele schuld op zich geladen, doordat hij naast Hitler stond, dan nog had Hess volgens hem al geboet voor deze "toegewijde en ondoordachte daad van een welwillende krankzinnige. Hij kwam naar ons in vrije wil, hoewel zonder gezag, had hij iets van de kwaliteiten van een gezant. Zijn zaak dient te worden beschouwd als een medische en niet als een strafzaak."

De Sovjet-Unie stond er echter op dat levenslang voor Hess ook daadwerkelijk levenslang zou zijn. Hierbij speelde waarschijnlijk een rol dat Hess ten tijde van zijn vlucht naar Schotland al op de hoogte was van de komende aanval op de Sovjet-Unie (operatie Barbarossa) en dat hij hierover niets had gezegd tegen te Britten. Hess keurde deze daad waarschijnlijk goed. Wat ook meespeelde was dat Hess een hoge positie had bekleed in het naziregime, waardoor hij in de ogen van de Sovjets een symboolfunctie had.

De voorwaarden van Hess’ gevangenschap werden vanaf eind jaren 60 wel versoepeld. Hij kreeg een grotere cel, hij hoefde niet te werken en binnen de gevangenis kreeg hij veel vrijheid. Op 1 oktober 1966 werden Albert Speer en Baldur von Schirach ontslagen uit de Spandau-gevangenis. Hess was vanaf dat moment de enige gevangene in een gevangenis met 600 cellen. De kosten voor zijn gevangenschap liepen op tot 800.000 mark per jaar. In december 1969 bezochten zijn vrouw Ilse en zijn zoon Wolf Rüdiger hem voor de eerste keer. Op dat moment lag hij in een Brits militair hospitaal in West-Berlijn wegens een geperforeerde maagzweer en darmklachten. In januari 1970 keerde hij terug naar Spandau. Ondanks dat vele personen zich uitspraken voor de vrijlating van Hess, onder wie Winston Churchill, Willy Brandt, Hartley Shawcross (een van de aanklagers tijdens het proces van Neurenberg) en in de jaren 80 de toenmalige Britse premier Margaret Thatcher, bleef de Sovjet-Unie onvermurwbaar.

Op 22 februari 1977 ondernam Hess wederom een zelfmoordpoging. Deze maal sneed hij met een mes in zijn polsslagader. Wederom overleefde hij het. Op 17 augustus 1987 werd de 93-jarige Rudolf Hess uiteindelijk dood gevonden in een tuinhuisje op het gevangenisterrein. Hij had zich opgehangen met een stuk elektriciteitskabel. De officiële lezing was zelfmoord, wat onder meer bleek uit een afscheidsbrief die bij het lichaam van Hess werd aangetroffen. Een aantal personen, onder wie ook zijn zoon, beweerden dat Hess werd vermoord in opdracht van de Britten, omdat hij te veel zou weten over de onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor deze theorie is echter, ondanks twee secties op het lichaam en ander uitgebreid onderzoek, nooit enig bewijs gevonden.

Rudolf Hess werd op zijn eigen verzoek begraven op het kerkhof van Wunsiedel, de Beierse stad waar zijn familie oorspronkelijk vandaan kwam en waar zijn ouders vroeger in de buurt een vakantiewoning hadden. Het graf van Hess groeide uit tot een bedevaartsoord voor neonazi’s, die er elk jaar op 17 augustus, de sterfdag van Hess, grote manifestaties hielden. Vanwege deze omstandigheden, werd het graf op 20 juli 2011, toen het pachtcontract bijna was afgelopen, geruimd. Met toestemming van de familie werd het lichaam van Hess verbrand en werd de as boven zee uitgestrooid.

In 1992 werd het overgrote deel van de Britse dossiers over Rudolf Hess vrijgegeven voor het publiek. Zijn vrouw Ilse, die op 3 juni 1947 werd gearresteerd en op 23 maart 1948 weer werd vrijgelaten, overleed in 1995. Haar begrafenis werd bijgewoond door een aantal kinderen van bekend figuren uit het Derde Rijk, zoals Gundrun Himmler, Ilsebill Todt, Wolf Rüdiger Hess en Martin Bormann jr. Wolf Rüdiger Hess overleed zelf op 24 oktober 2001.


Besluit

Geruchten

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er vele theorieën geweest waarom Hess zijn vlucht naar Schotland heeft gemaakt. Sommige voeren aan dat Hitler wel degelijk op de hoogte was van de plannen van Hess en dat hij koste wat het kost vrede wilde sluiten met Groot-Brittannië. Churchill zou volgens deze theorie geweigerd hebben om te onderhandelen, omdat hij wist dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie binnenkort betrokken zouden raken bij de oorlog. Er zijn ook mensen die beweren dat Hess door de Britse geheime dienst naar Groot-Brittannië werd gelokt door middel van een gefingeerde toenaderingspoging door de Britse politicus Lord Halifax. Door deze actie zou de Führer in verlegenheid worden gebracht. Doordat Hitler het idee zou krijgen dat Groot-Brittannië open stond voor onderhandelingen, kreeg Groot-Brittannië een paar maanden uitstel om te herstellen van de reeds opgelopen verliezen. Bovendien zou Hitler door deze onderhandelingen genoeg zelfvertrouwen krijgen om een aanval te starten tegen de Sovjet-Unie. Een van de personen die betrokken zou zijn geweest bij deze operatie was Ian Fleming, de schepper van James Bond. Een van de plijtbezorgers van deze theorie is Martin Allen, die in het boek "Het Hitler-Hess bedrog - Het best bewaarde geheim van de Tweede Wereldoorlog", de lezer probeert de overtuigen van zijn gelijk. Voor al deze wilde speculaties is echter nooit overtuigend bewijs geleverd.

Er is zelfs beweerd dat de man die jarenlang in de Spandau-gevangenis in Berlijn doorbracht nooit Rudolf Hess kan zijn geweest, maar een dubbelganger moest zijn. Eén van de boeken die hierover is geschreven komt van de hand van Hugh Thomas, die van 1972 tot 1973 als algemeen chirurg was verbonden aan het Britse Militaire Hospitaal van Berlijn en daar ‘s werelds beroemdste gevangene leerde kennen. Hij heeft Hess regelmatig medisch onderzocht en heeft nooit het litteken, dat Hess had overgehouden van het schot door zijn borst tijdens de Eerste Wereldoorlog, kunnen terugvinden. Volgens Thomas werd de echte Hess in 1941 vermoord door zijn vijanden binnen de nazi-hiërarchie.

De Nederlandse fysiotherapeut At Voorhost deed uitgebreid onderzoek naar deze dubbelganger theorie. Hij concludeerde op basis van lichaams- en gedragskenmerken en voorkeursbewegingen dat de Hess van voor de vlucht naar Schotland en de persoon in de Spandau-gevangenis vrijwel zeker een en dezelfde waren. De littekens van Hess, die hij over had gehouden aan de verwondingen die hij had opgelopen tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden later door andere artsen wel gevonden. De kogel, die dwars door de borst van Hess was gegaan, had relatieve kleine wonden achter gelaten. Daardoor werden de littekens waarschijnlijk in eerste instantie over het hoofd gezien. Ook andere beweringen van Thomas werden later door artsen en historici in twijfel getrokken. Een sectie die na de dood op het lichaam van Hess werd uitgevoerd door de patholoog prof. Spann, verbonden aan de universiteit van München, stelde onomwonden vast dat de man die hij onderzocht had, Rudolf Hess was.

Slot

Het meest waarschijnlijk is dat Hess zijn tocht naar Engeland ondernam zonder dat Hitler hiervan op de hoogte was. Hij was een idealist en bovendien wat naïef, mogelijk zat hij dicht tegen een zenuwinzinking aan. Hij dacht waarschijnlijk echt dat hij vrede kon sluiten met Groot-Brittannië, zodat zij samen de strijd konden aanbinden met de Sovjet-Unie. Door deze daad zou hij ook weer terugkomen in de gunst van Hitler, hetgeen waar hij zo naar verlangde. Ondanks dat er vele theorieën zijn die tegen deze officiële lezing ingaan, is er nooit overtuigend bewijs geweest dat deze versie tegensprak. Volledig uit te sluiten is het niet dat de Britse geheime dienst een rol speelde in het verhaal. Een deel van de dossiers wordt pas in 2017 vrijgegeven en dan kan het raadsel pas helemaal worden opgelost. Dan wordt mogelijk ook meer duidelijk over of en wat voor onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen Groot-Brittannië en Duitsland.

Over de geestelijke gesteldheid van Hess wordt ook nog steeds gesteggeld. Zijn geestelijke conditie was goed genoeg om de vliegtocht naar Schotland te volbrengen. Een onderneming die volgens vriend en vijand blijk gaf van een goed verstand en vakmanschap. Duidelijk is wel dat hij psychisch niet in orde was, want daar zijn de psychologische rapportages duidelijk over. Het is echter onduidelijk waar de echte stoornissen stopte en de gefingeerde begonnen, want het is ook zeker dat Hess regelmatig simuleerde dat hij iets mankeerde en dan vooral geheugenverlies.

Rudolf Hess is en blijft een opvallend figuur. Zijn vlucht naar Schotland blijft de gemoederen bezig houden. Er zijn vele complotten over deze gebeurtenis, maar er is nooit overtuigend bewijs geleverd dat het daadwerkelijk anders is gegaan dan de officiële versie. Voor de een is hij een idealist, voor de ander een pion in een schimmig politiek spel en voor weer een ander een labiel figuur. Het belangrijkste feit is echter dat hij vooral in de vooroorlogse jaren en de begintijd van de naziperiode een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van het Derde Rijk waarmee hij vooral gezien moet worden als een fanatieke nationaalsocialist en een trouwe volgeling van Hitler.

Processtukken

- Slotverklaring Hess
- Vonnis Hess

Bronnen

Boeken

Met dank aan Hans Molier, wiens oorspronkelijk op deze plaats gepubliceerde artikel over Rudolf Hess een nuttige bron vormde voor het schrijven van dit artikel.


Versie: 21-5-2018 Artikel door: Wesley Dankers

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/3824/Hess-Rudolf.htm