Nederlandse troepentransportschepen in Amerikaanse dienst

Inleiding

De geallieerden maakten tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik van 202 troepentransportschepen. In de meeste gevallen waren dit aangepaste passagiersschepen of passagiersvrachtschepen. Het ombouwen van een passagiersschip tot een troepentransportschip bestond uit het verwijderen van overbodige luxe zoals meubilair, ornamenten en versieringen en het aan boord brengen van reddingsvlotten, houten kooien en hangmatten zodat de vervoerscapaciteit van militairen zo groot mogelijk werd. Verder werd bewapening aan boord geplaatst in de vorm van enkele kanonnen en luchtafweermitrailleurs. De bruggen, stuurhuizen, kompas- en kaartenkamers werden versterkt met stalen platen en beton. Tenslotte werden de schepen in marinegrijs, zwart of camouflagekleuren overgeschilderd.

De schepen varieerden van het Royal Mail Ship (RMS) Queen Elizabeth van de Cunard Line van 83.673 ton tot de 1.188 ton grote Perak van de Straits Steamship Company. Van deze troepentransportschepen werd een zware tol geŽist en niet minder dan 56 gingen er door oorlogshandelingen verloren. De grootte van de tot zinken gebrachte troepentransportschepen varieerde van het 42.348 ton metende RMS Empress of Britain van de Canadian Pacific Steamship Company, het grootste tot zinken gebrachte schip tijdens de Tweede wereldoorlog, tot de 1.961 ton metende Lafonia van Elder Dempster Ltd.

De Nederlandse troepentransportschepen in Amerikaanse dienst werden gecharterd door de Amerikaanse War Shipping Administration (WSA). Deze dienst werd op 7 februari 1942 in het leven geroepen onder de paraplu van de War Powers Act 1941, de eerste Amerikaanse oorlogswetten. De WSA werd geautoriseerd om alle oceaangaande schepen, behalve marine- en andere militaire vaartuigen, onder Amerikaanse vlag operationeel te sturen. Verder kon de WSA schepen aankopen, charteren, huren en in beslag nemen. Om te kunnen voldoen aan de vraag naar voldoende troepentransportschepen moest de WSA een beroep doen op buitenlandse rederijen omdat er niet voldoende Amerikaanse passagiersschepen omgebouwd konden worden.

De WSA charterde vijftien Nederlandse passagiers- en passagiersvrachtschepen die eind 1941 of begin 1942 verbouwd werden op Amerikaanse werven. In tegenstelling tot de Nederlandse troepentransportschepen in Britse dienst, ging geen enkel Nederlands troepentransportschip in Amerikaanse dienst tijdens de oorlog verloren. Dit kwam voornamelijk omdat de Nederlandse schepen in Amerikaanse dienst ingezet werden in de Pacific waar, in tegenstelling tot de Atlantische Oceaan, bijna geen onderzeebootgevaar bestond. De Japanners hadden dit offensieve wapen minder ontwikkeld dan de Duitsers en bovendien werden de Japanse onderzeeboten niet vaak tegen koopvaardijschepen ingezet. Eind 1945 en begin 1946 werden de vijftien Nederlandse schepen weer vrijgegeven.

De vijftien Nederlandse troepentransportschepen in Amerikaanse dienst waren afkomstig van vijf verschillende rederijen:

Holland Amerika Lijn (HAL):
ms Noordam
ms Sloterdijk
ms Sommelsdijk

Java China Japan Lijn:
ms Tjisadane

Rotterdamsche Lloyd:
ms Brastagi
ms Japara
ms Kota Agoeng
ms Kota Baroe
ms Kota Inten
ms Weltevreden

Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN):
ms Poelau Laut
ms Tabinta

Vereenigde Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij (VNSM):
ms Bloemfontein
ms Boschfontein
ms Klipfontein


Holland Amerika Lijn (HAL)

ms Noordam

Bouwwerf:Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr., Rotterdam
Te water gelaten:8 april 1938
Opgeleverd:15 september 1938
Grootste lengte:146,52 meter
Grootste breedte:19,63 meter
Waterverplaatsing:10.726 ton
Machine-installatie:2 x 12-cilinder Burmeister & Wain dieselmotoren
Machinevermogen:12.500 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:18 knopen
Passagierscapaciteit:148 1e klasse passagiers

Het passagiersvrachtschip Noordam werd op 15 september 1938 opgeleverd aan de Nederlandsch-Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij zoals de Holland Amerika Lijn officieel heette. De rederij uit Rotterdam zette de nieuwe aanwinst in op de lijn Rotterdam-New York, maar vanaf mei 1940 op de lijn Java-New York. Op 8 december 1941 werd de Noordam gecharterd door de United States War Shipping Administration (WSA) en in Los Angeles verbouwd tot troepentransportschip met capaciteit voor circa 2.200 militairen. Het schip deed de gehele oorlog dienst in de Pacific. Op 19 februari 1946 werd het schip vrijgegeven en bij P. Smit Jr. te Rotterdam weer verbouwd tot passagiersvrachtschip. Na de oorlog was de Noordam het eerste schip dat goederen afleverde in Nederland, die in het kader van het Marshallplan door de Verenigde Staten verstrekt waren. De Panamese rederij Cielomar S.A. kocht de Noordam op 10 mei 1963 en bracht het schip onder Panamese vlag in de vaart als Oceanien. Op 4 maart 1967 werd de Oceanien voor sloop verkocht aan Cantieri Navale del Golfo te La Spezia, ItaliŽ, die het schip in Split, JoegoslaviŽ liet ontmantelen.

ms Sommelsdijk

Bouwwerf:Odense Staalskibvaerft A.P. MŲller te Odense, Denemarken
Te water gelaten:25 mei 1939
Opgeleverd:september 1939
Grootste lengte:150,15 meter
Grootste breedte:19 meter
Waterverplaatsing:9.227 ton
Machine-installatie:2 x 8-cilinder Burmeister & Wain dieselmotoren
Machinevermogen:8.400 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:16 knopen
Passagierscapaciteit:12 passagiers

Na oplevering in Odense, Denemarken, ging het dubbelschroefmotorschip Sommelsdijk wegens de oorlogsomstandigheden rechtstreeks naar New York, zonder eerst de thuishaven Rotterdam aan te doen. De HAL had het passagiersvrachtschip bestemd voor de lijn Java-New York. De Sommelsdijk werd te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip en ving in april 1942 haar eerste reis aan in Amerikaanse dienst. Het schip deed onder gezag van kapitein Th. Stuut jarenlang dienst in de Pacific. In december 1944 werd de Sommelsdijk ingedeeld bij een groot konvooi dat de Filipijnen als bestemming had. Op 24 december lag het schip te Guiunan, aan de zuidoostkust van het Filipijnse eiland Samar, voor anker toen het getroffen werd door een Japanse luchttorpedo. Er brak brand uit aan boord die door de eigen bemanning, met hulp van een Australisch korvet en een Amerikaanse cutter bedwongen kon worden. Na noodreparaties te Leyte kwam de Sommelsdijk op 30 juni 1945 aan in New York waar het schip volledig hersteld werd. Eind september 1945 liep het Nederlandse schip weer uit om te worden ingezet voor het repatriŽren van Amerikaanse troepen uit Europa. Op 1 januari 1946 werd het schip vrijgegeven. De Sommelsdijk werd op 4 juni 1965 voor sloop verkocht aan Isaac Manuel Varella te Burriana, Spanje. Het schip arriveerde op 11 juni van dat jaar te Castellon de la Plana waar men vier dagen later met begon met de ontmanteling van het schip.

ms Sloterdijk

Te water gelaten:30 september 1939
Opgeleverd:9 april 1940

De Sloterdijk, zusterschip van de Sommelsdijk en ook gebouwd op de Deense werf te Odense, was ťťn van de HAL-schepen waar men tijdens de bouw al rekening had gehouden met het plaatsen van geschut in verband met de oorlogsdreiging. Tijdens de bouw brak er brand uit aan boord waardoor de oplevering werd vertraagd tot april 1940, net voor de Duitse bezetting van Denemarken. Na de aanval op Pearl Harbor kwam de Sloterdijk in dienst bij de US War Shipping Administration en werd het schip te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip. In 1943 werd een konvooi van Glasgow naar Palermo, waar de Sloterdijk deel van uitmaakte, aangevallen door Duitse torpedo-vliegtuigen. Mede door de luchtafweer aan boord van de Sloterdijk waren de Duitse vliegtuigen gedwongen de aanval af te breken. Vanaf 1946 voer de Sloterdijk in dienst van de Nederlandse regering voor het vervoer van vluchtelingen en militairen tussen Nederland en Oost-IndiŽ. In 1948 kwam het schip weer in dienst van de HAL. In maart 1966 werd de Sloterdijk voor sloop verkocht aan Revalrizacion de Materials S.A. te Bilbao, Spanje.


Java China Japan Lijn

ms Tjisadane

Bouwwerf:Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Amsterdam
Te water gelaten:28 maart 1930
Opgeleverd:27 juni 1931
Grootste lengte:134,29 meter
Grootste breedte:18,96 meter
Waterverplaatsing:9.228 ton
Machine-installatie:1 x 9-cilinder Sulzer dieselmotor
Machinevermogen:5.400 pk
Aantal schroeven:1
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:40 1e klasse, 42 2e klasse en 90 3e klasse passagiers

Het motorpassagiersvrachtschip Tjisadane werd in 1931 opgeleverd aan de Java China Japan Lijn, een rederij die gevestigd was in Batavia, Nederlands Oost-IndiŽ, maar statutair gevestigd was in Amsterdam. Het schip werd eind 1942 te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip en vertrok op 3 november van dat jaar voor haar eerste reis in haar nieuwe hoedanigheid. Het schip nam onder andere deel aan de invasie van Kiska, een van de eilanden van de Aleoeten, in augustus 1943. Op 11 mei 1945 werd het Nederlandse troepentransportschip getroffen door een kamikaze terwijl het afgemeerd lag in Okinawa, Japan. De zelfmoordpiloot had geen bom aan boord en de schade aan het schip bleef dan ook zeer beperkt. Op 25 januari 1946 werd het schip vrijgegeven en in Amsterdam weer in haar oude staat hersteld. Eind 1947 ging de Java China Japan Lijn over in de Koninklijke Java China Paketvaart Lijnen, een dochter van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM). Op 14 mei 1962 werd de Tjisadane voor sloop verkocht aan de Nomura Trading Co. te Kure, Japan.


Rotterdamsche Lloyd 1

ms Brastagi

Bouwwerf:Koninklijke Maatschappij De Schelde, Vlissingen
Te water gelaten:1937
Opgeleverd:1 mei 1937
Grootste lengte:156,4 meter
Grootste breedte:19,14 meter
Waterverplaatsing:9.247 ton
Machine-installatie:2 x 6-cilinder Sulzer dieselmotoren
Machinevermogen:8.000 pk
Aantal schroeven:1
Maximale snelheid:16 knopen
Passagierscapaciteit:12 1e klasse passagiers

Het schip werd te New Orleans verbouwd tot troepentransportschip met een capaciteit voor 1.100 man. In maart 1942 ving de Brastagi haar eerste reis aan als troepentransportschip. De Brastagi deed de verdere oorlog dienst in de Pacific. Het schip werd door de Amerikanen vrijgegeven op 16 oktober 1945 waarna het vaartuig verbouwd werd tot vrachtschip. Op 31 oktober 1947 liep de Brastagi, op weg van LourenÁo Marques (het huidige Maputo in Mozambique) naar Dar es Salaam, de hoofdstad van Tanzania, door een navigatiefout op een rif bij Point Caldeira. Het schip was slechts gedeeltelijk geladen met machines, vaten olie en gebundeld hout en kon op eigen kracht niet loskomen. Pas op 14 november arriveerde het Britse bergingsvaartuig Briton en enkele dagen later de sleepboot Thames. Tijdens de bergingswerkzaamheden, op 20 november 1947, brak er brand uit aan boord van de Brastagi die pas geblust kon worden nadat het gehele voorschip uitgebrand was. Hierop werden de bergingswerkzaamheden gestaakt en werd het schip geabandonneerd. De gezagvoerder kreeg een berisping wegens slechte navigatie.

ms Kota Agoeng

Bouwwerf:Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam
Te water gelaten:21 mei 1930
Opgeleverd:14 oktober 1930
Grootste lengte:137,02 meter
Grootste breedte:18,55 meter
Waterverplaatsing:7.331 ton
Machine-installatie:2 x 5-cilinder MAN dieselmotoren
Machinevermogen:5.200 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:20 passagiers

Het dubbelschroefmotorschip Kota Agoeng werd begin 1942 te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip met een capaciteit voor 2.000 troepen. Haar eerste reis in deze nieuwe rol werd aangevangen op 1 april 1942. Het schip werd vier jaar lang ingezet achter alle Amerikaanse fronten in de Pacific waarna het schip op 8 februari 1946 vrijgegeven werd. Vanaf 2 september 1947 werd de Kota Agoeng enkele jaren gecharterd door de Nederlandse regering voor troepen- en passagierstransport van en naar Nederlands Oost-IndiŽ dat in 1949 IndonesiŽ werd. In 1952 werd de Kota Agoeng weer verbouwd tot vrachtpassagiersschip. Begin 1958 werd het schip opgelegd in Rotterdam en werd het voor sloop verkocht aan de Hong Kong Chiap Hua Manufacturing Company. In juni van dat jaar vertrok het schip voor haar laatste reis met een lading kunstmest naar China en ging vervolgens door naar de sloopwerf te Hong Kong.

ms Kota Baroe

Bouwwerf:Koninklijke Maatschappij De Schelde, Vlissingen
Te water gelaten:17 maart 1928
Opgeleverd:25 januari 1929
Grootste lengte:141,67 meter
Grootste breedte:18,55 meter
Waterverplaatsing:7.307 ton
Machine-installatie:1 x Sulzer dieselmotor
Machinevermogen:5.200 pk
Aantal schroeven:1
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:30 passagiers

In 1942 werd het enkelschroefmotorschip Kota Baroe gecharterd door de WSA. Het schip werd te Baltimore verbouwd tot troepentransportschip met een capaciteit voor 1.900 troepen. Haar eerste reis als troepentransportschip begon in augustus 1942. Het schip deed de gehele oorlog dienst in de Pacific en voer al die tijd onder een gelukkige vlag. Op 12 maart 1946 werd het schip vrijgegeven en meteen ingehuurd door de Nederlandse regering voor troepentransport naar en van Nederlands Oost-IndiŽ. In 1948 kwam het terug bij de Rotterdamsche Lloyd en werd weer in haar vooroorlogse hoedanigheid teruggebracht. Eind 1957 werd het schip verkocht aan de Hong Kong Chiap Hua Manufactoring Company te Hong Kong. In januari 1958 werd het afgedankte schip opgeleverd aan de slopers.


Rotterdamsche Lloyd 2

ms Kota Inten

Bouwwerf:Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam
Te water gelaten:15 mei 1927
Opgeleverd:25 oktober 1927
Grootste lengte:141,67 meter
Grootste breedte:18,55 meter
Waterverplaatsing:7.211 ton
Machine-installatie:1 x 7-cilinder dieselmotor
Machinevermogen:5.200 pk
Aantal schroeven:1
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:18 passagiers

Het enkelschroefmotorschip Kota Inten, een halfzusterschip van het ms Kota Baroe, werd begin 1942 gecharterd door de WSA en op de Brooklyn Naval Ship Yard te New York verbouwd tot troepentransportschip met een vervoerscapaciteit voor 1.750 militairen. In april 1942 ving haar eerste reis als troepentransportschip aan onder kapitein L.N. van Denderen. Na enkele jaren dienst te hebben gedaan in de Pacific werd de Kota Inten aangewezen als troepentransportschip bij de Okinawa-campagne. Op 20 mei 1945 werd het schip getroffen door een kamikaze, maar de luchtafweermitrailleurs van het schip hadden het Japanse vliegtuig al geraakt voordat het op het Nederlandse schip neerstortte. Doordat de bom die het toestel aan boord had hierdoor vroegtijdig was afgegaan, liep het schip slechts geringe schade op. Op 25 februari 1946 liep het charter af en werd de Kota Inten vrijgegeven. Het schip werd echter meteen ingehuurd door de Nederlandse regering voor het vervoer van troepen naar Nederlands Oost-IndiŽ. Van maart tot september 1948 voer het schip voor de Nederlandse regering op de lijn Rotterdam-Canada voor het overbrengen van emigranten naar het Noord-Amerikaanse land. In 1951 werd de Kota Inten bij Wilton-Fijenoord te Rotterdam verbouwd tot vrachtschip zonder passagierscapaciteit. In oktober 1957 werd het motorschip voor sloop verkocht aan de Hong Kong Chiap Hua Manufacturing Company. Op 12 november van dat jaar arriveerde het schip te Hong Kong waar nog diezelfde maand met de ontmanteling werd begonnen.

ms Japara

Bouwwerf:Machinefabriek & Scheepswerf P. Smit Jr., Rotterdam
Te water gelaten:3 december 1938
Opgeleverd:13 mei 1939

Het motorschip Japara was een halfzusterschip van de motorschepen Brastagi en Weltevreden en beschikte over vrijwel dezelfde technische gegevens als de Brastagi. De Japara was het eerste Nederlandse schip dat door de WSA gecharterd werd. De Japara werd te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip en ving als zodanig op 13 december 1941 haar eerste reis aan. Het schip was de gehele oorlog actief in de Pacific. Op 31 januari 1946 gaf de WSA het ms Japara weer vrij en werd het schip weer verbouwd tot vrachtpassagiersschip. Op 3 oktober 1966 werd de Japara verkocht aan United Marine S.A. Panama te Panama en onder Panamese vlag in de vaart gebracht als Celebes Mariner. Vervolgens werd het schip in 1969 doorverkocht aan Ricardo Shipping S.A. eveneens te Panama. Deze rederij verkocht het schip nog datzelfde najaar voor sloop naar Taiwan. Op 26 oktober 1969 arriveerde de Celebes Mariner te Kaoshiung alwaar het schip werd gesloopt.

ms Weltevreden

Bouwwerf:Machinefabriek & Scheepswerf P. Smit Jr., Rotterdam
Te water gelaten:23 januari 1937
Opgeleverd:4 juni 1937
Grootste lengte:156,44 meter
Grootste breedte:19,16 meter
Waterverplaatsing:9.295 ton
Machine-installatie:2 x 8-cilinder MAN dieselmotoren

Het motorschip Weltevreden was een halfzusterschip van de Brastagi en de Japara, maar haar dieselmotoren werden gebouwd op de Germaniawerft van Fried. Krupp te Kiel, Duitsland. Het schip werd in 1942 gecharterd door de WSA en te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip met een vervoerscapaciteit voor 1.400 man. Op 1 mei 1942 ving het schip haar eerste reis aan in haar nieuwe hoedanigheid. Net als haar halfzusterschepen deed de Weltevreden de gehele oorlog dienst in de Pacific. Het ms Weltevreden werd op 13 februari 1946 weer vrijgegeven. De Nederlandse regering charterde het schip in 1946 om troepen naar Nederlands-Oost-IndiŽ te vervoeren en te repatriŽren. In 1947 werd het ms Weltevreden bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij teruggebouwd tot vrachtschip. Op 13 juli 1962 werd de Weltevreden te Rotterdam opgelegd in afwachting van verkoop. Op 8 februari 1963 werd het schip voor sloop verkocht aan Van Heyghen Frťres te Gent, BelgiŽ. Vijf dagen later arriveerde het schip te Brugge en ter plaatse werd op 16 maart van dat jaar met de sloop begonnen.


Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN)

ms Poelau Laut

Bouwwerf:Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Amsterdam
Kiel gelegd:1 september 1927
Te water gelaten:27 juli 1928
Opgeleverd:28 december 1928
Grootste lengte:149,36 meter
Grootste breedte:18,59 meter
Waterverplaatsing:9.272 ton
Machine-installatie:2 x 8-cilinder Sulzer dieselmotoren
Machinevermogen:7.040 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:54 passagiers

Het motorschip Poelau Laut vertrok vanuit Hamburg voor haar eerste reis naar Nederlands Oost-IndiŽ op 9 Januari 1929 en liep hierbij op 18 Januari Amsterdam binnen. Het schip kwam in 1940 in de Java-Pacific lijn om aanvankelijk ingezet te worden voor vervoer ten behoeve van de Britse oorlogsindustrie. Daarom werd er in 1941 een 4 inch kanon aan boord geplaatst. In September 1942 werd het passagiersvrachtschip te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip met een capaciteit voor 2.200 troepen. Het schip vertrok voor haar eerste reis voor de WSA op 20 oktober 1942 naar Townsville, Cairns en Brisbane, Queensland, AustraliŽ. In Januari 1943 keerde het Nederlandse schip terug naar San Francisco voor verdere aanpassingen Op 28 Januari 1943 vertrok het aangepaste schip naar Espiritu Santo, Noumea, Melbourne en Brisbane. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde het schip meer dan 300.000 zeemijlen af, merendeels in de Pacific. De laatste reis voor de WSA begon op 13 Augustus 1945 via Pearl Harbor naar Eniwetok. In November 1945 was het schip weer beschikbaar voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland, maar onderging eerst nog langdurige motorreparaties te Los Angeles, waardoor pas medio oktober 1946 de hervatting van de dienst op Tandjong Priok kon plaats vinden. In 1948 werd de Poelau Laut weer in oude staat teruggebracht, met accommodatie voor 54 passagiers. In maart 1959 werd de Poelau Laut voor sloop verkocht aan Dah Chong Hong te Hong Kong waar het schip op 19 Juni 1959 aankwam.

ms Tabinta

Bouwwerf:Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Amsterdam
Kiel gelegd:1 mei 1929
Te water gelaten:19 augustus 1930
Opgeleverd:28 december 1928
Grootste lengte:141,74 meter
Grootste breedte:18,91 meter
Waterverplaatsing:8.156 ton
Machine-installatie:2 x 8-cilinder Werkspoor-Sulzer dieselmotoren
Machinevermogen:7.040 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:14 knopen
Passagierscapaciteit:21 1e klasse en 1050 dekpassagiers

Het motorschip Tabinta werd te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip. In december 1941 werd het schip voor de eerste maal in haar nieuwe hoedanigheid ingezet. Vanaf die tijd vervoerde de Tabinta maandenlang troepen en goederen vanaf de Amerikaanse westkust naar Noumea aan de zuidwestkust van Nieuw-CaledoniŽ, en naar geallieerde bases op Fiji en Tonga. Eind november 1943 werd kapitein J. Drent als gezagvoerder van de Tabinta afgelost door kapitein H.E. Ruytenschildt. Van maart tot eind augustus 1944 werd het schip vooral ingezet in de wateren rond Nieuw-Guinea en later in dat jaar bij de herovering van de Filipijnen. Op 9 januari 1946 werd de Tabinta vrijgegeven na nog ruim een jaar dienst te hebben gedaan in de Pacific. Van 1946 tot en met 1949 werd de Tabinta ingehuurd door de Nederlandse regering om troepen van en naar Nederlands Oost-IndiŽ te vervoeren. Medio 1950 werd het schip voor de tweede maal vrijgegeven en weer verbouwd tot vrachtpassagiersschip. In 1961 werd de Tabinta voor sloop verkocht aan de firma Fourseas Enterprise Co. te Hong Kong. In mei van dat jaar begon aldaar de sloop van het Nederlandse schip.


Vereenigde Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij (VNSM)

ms Bloemfontein

Bouwwerf:Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Amsterdam
Te water gelaten:1934
Opgeleverd:20 oktober 1934
Grootste lengte:139,29 meter
Grootste breedte:19,29 meter
Waterverplaatsing:8.156 ton
Machine-installatie:2 x 6-cilinder AEG-Hesselman dieselmotoren
Machinevermogen:8.300 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:16 knopen
Passagierscapaciteit:120 1e klasse en 66 3e klasse passagiers

Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in september 1939, besloot de VNSM, een rederij die gevestigd was in Den Haag, haar passagiersschepen aan de gevaarlijke West-Europese wateren te onttrekken en in te zetten op de lijn Java-Pacific. De Bloemfontein werd begin 1942 gecharterd door de WSA en te San Francisco verbouwd tot troepentransportschip. Op 13 april van dat jaar ving het schip haar eerste reis in haar nieuwe hoedanigheid aan. De Bloemfontein opereerde de gehele oorlog in de Pacific. Tijdens deze reizen, met in totaal 340.000 afgelegde zeemijlen, vervoerde de Bloemfontein, onder kapitein M.J.H.G. Corten, ruim 54.000 militairen. Op 11 december 1945 vertrok het schip van Norfolk naar Nederlands Oost-IndiŽ met in de Verenigde Staten opgeleide Nederlandse mariniers. Na terugkeer van deze reis werd de Bloemfontein te Rotterdam, op 10 april 1946, aan de Nederlandse regering opgeleverd en werd het Amerikaanse charter beŽindigd. Tijdens het tweede en derde kwartaal van 1947 werd de Bloemfontein bij de Nederlandsche Dok & Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam weer verbouwd tot vrachtpassagiersschip waarbij het brugdek werd verlengd en de passagiersaccommodatie werd uitgebreid. De waterverplaatsing van het schip liep op tot 10.565 ton. Op 13 september 1947 kwam het schip weer in dienst. In februari 1959 werd de Bloemfontein voor sloop verkocht naar Hong Kong. Op 8 augustus van datzelfde jaar arriveerde het schip in het Verre Oosten en werd overgedragen aan de slopers Patt, Manfield & Co., die in september te Hong Kong met de sloop begonnen.

ms Boschfontein

Bouwwerf:Machinefabriek & Scheepswerf P. Smit Jr., Rotterdam
Te water gelaten:1928
Opgeleverd:15 oktober 1928
Grootste lengte:125,24 meter
Grootste breedte:18,13 meter
Waterverplaatsing:7.139 ton
Machine-installatie:2 x 10-cilinder Sulzer dieselmotoren
Machinevermogen:8.400 pk
Aantal schroeven:1
Maximale snelheid:16 knopen
Passagierscapaciteit:143 passagiers

Het motorschip Boschfontein werd oorspronkelijk gebouwd als enkelschroefstoomschip Nieuwkerk in opdracht van de VNSM. Het schip was uitgerust met een enkele Parsons stoomturbine die een vermogen had van 3.500 pk. Het passagiersvrachtschip had een maximale snelheid van 13 knopen en een passagiersaccommodatie voor 51 1e klasse en 26 3e klasse passagiers. In 1934 werd de Boschfontein bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde verlengd door het aanbrengen van een zogenaamde Mayer-boeg. Verder werd het schip uitgerust met twee Sulzer dieselmotoren die geschakeld werden op de enkele schroefas. De passagiersaccommodatie werd uitgebreid tot 143 passagiers. Tenslotte werd het schip omgedoopt in Boschfontein. Het schip bereikte San Francisco kort na de Japanse aanval op Pearl Harbor en werd aldaar, begin 1942, omgebouwd tot troepentransportschip in opdracht van de WSA. De gehele oorlog werd in de Pacific gevaren en werden troepen en oorlogsmateriaal voor het Amerikaanse leger vervoerd. Op 16 februari 1945 vertrok de Boschfontein voor haar laatste reis in dienst van de WSA uit San Francisco. Tijdens de lange reis werden Eniwotok, Saipan, Iwo Jima, Guam, Espiritu Santo, Noumťa, Hollandia, Leyte, Manilla, Gualdalcanal, Tulagi en Ulithi aangelopen, allemaal namen die in de loop van de Tweede Wereldoorlog in de Pacific grote bekendheid kregen. De reis eindigde op 16 september 1945 in New York. Tijdens de gehele oorlog had de Boschfontein (kapitein A.Th.L. Dolmans) ruim 35.000 troepen vervoerd en 213.000 zeemijlen afgelegd. Het Amerikaanse charter liep op 15 januari 1946 af. In 1956 werd het schip verbouwd tot vrachtschip met capaciteit voor twaalf passagiers en in november van datzelfde jaar als ms Boschkerk in de vaart gebracht. Op 19 oktober 1958 brak er brand uit aan boord van het schip terwijl het afgemeerd lag in Rotterdam. Het schip brandde gedeeltelijk uit en liep zware schade op aan de machinekamer en aan enkele ruimen. In december van datzelfde jaar werd de Boschkerk voor sloop verkocht aan Eckhardt & Co. te Hamburg, Duitsland, waar het schip de 26e van die maand arriveerde.

ms Klipfontein

Bouwwerf:Machinefabriek & Scheepswerf P. Smit Jr., Rotterdam
Te water gelaten:4 maart 1939
Opgeleverd:29 juli 1939
Grootste lengte:161,7 meter
Grootste breedte:19,17 meter
Waterverplaatsing:10.554 ton
Machine-installatie:2 x 5-cilinder Burmeister & Wain dieselmotoren
Machinevermogen:12.000 pk
Aantal schroeven:2
Maximale snelheid:17,5 knopen
Passagierscapaciteit:130 1e klasse en 68 tussendekpassagiers

De Klipfontein maakte in de eerste maanden van 1942 een reis met oorlogsmateriaal en een aantal militairen van de Verenigde Staten naar AustraliŽ en na terugkeer werd het schip te San Francisco ingericht tot troepentransportschip. De eerste reizen als troepentransportschip werden gemaakt van de Amerikaanse westkust naar havens in de zuidwest Pacific.. Naarmate het oorlogstoneel zich in de loop van de oorlog in de richting van Japan verplaatste, wijzigden ook de routes. De Klipfontein maakte in 1945 haar laatste reis als troepentransportschip voor het Amerikaanse leger naar Yokohama en Nagoya in Japan. Na terugkeer in Los Angeles werd het schip in februari 1946 vrijgegeven. Het schip, onder kapitein W. Post, had in Amerikaanse dienst ongeveer 50.000 troepen vervoerd en ruim 250.000 zeemijlen afgelegd. Op 8 januari 1953 liep het ms Klipfontein, op weg van LorenÁo Marques naar Beira met 118 bemanningsleden en 116 passagiers aan boord, op vijf mijl van Zavora in Straat Mozambique, op een onbekend onderwaterobject. Enkele uren later zonk het schip onder een hoek van 45 graden voorover weg. Alle opvarenden werden een half uur later opgepikt door het Britse passagiersschip Bloemfontein Castle van de Union Castle Line.


Besluit

Buiten de vijftien Nederlandse troepentransportschepen die ingehuurd werden door de WSA werden er achttien gecharterd door het British Ministry of War Transport (BMWT). Dit waren het ss Nieuw Amsterdam, ss Pennland, ss Volendam en ss Westernland van de Holland Amerika Lijn (HAL), het ss Costa Rica van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM), het ms Boissevain, ss Nieuw Holland, ss Nieuw Zeeland, ms Ruys en ms Tegelberg van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), het ms Dempo, ms Indrapoera, ms Sibajak en ss Slamat van de Rotterdamsche Lloyd en het ms Christiaan Huijgens, ss Johan de Witt, ms Johan van Oldenbarnevelt en ms Marnix van St. Aldegonde van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). In totaal vervoerden de Nederlandse troepentransportschepen in Britse dienst ruim 1,1 miljoen geallieerde militairen.

De WSA charterde buiten de Tjisadane van de Java China Japan Lijn ook de Tjibesar (10.836 ton) van deze rederij. Verder werden van de Stoomvaart Maatschappij Nederland het ms Fort Nassau (8.120 ton), het stoomschip Manoeran (7.195 ton), het ss Moena (9.286 ton) en het ms Talisse (8.169 ton) ingehuurd. Deze vaartuigen werden echter niet verbouwd en ingezet als troepentransportschepen, maar door de Amerikanen ingezet als vrachtschepen. Het motorschip Tjinegara (9.227 ton) van de Java China Japan Lijn werd door de WSA ingehuurd als dierentransportschip. Het schip, onder kapitein J. Naerebout, werd onderweg van Brisbane naar Noumea, ten oosten van Rockhampton door de Japanse onderzeeboot I-169 getorpedeerd en tot zinken gebracht. Alle opvarenden van het Nederlandse schip werden gered.

Verder fungeerde een aantal schepen van de KPM als troepen- en goederentransportschepen voor Australische troepen. In de tweede helft van 1942 en in de loop van 1943 vervoerden deze schepen zo`n 100.000 manschappen en een miljoen ton uitrusting van AustraliŽ naar Port Moresby, Papoea Nieuw Guinea. Tenslotte waren er nog talloze KPM schepen die, zij het op bescheiden schaal, troepen vervoerden van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) in Nederlands Oost-IndiŽ.

De Nederlandse troepentransportschepen stonden bij de geallieerden bekend als betrouwbare schepen. Niet alleen omdat de schepen zelf degelijk en zeer zeewaardig waren, maar vooral omdat de bemanningsleden grote zorg besteedden aan hun onderlinge samenwerking, het schip zelf, maar vooral aan de veiligheid van de grote groepen opvarenden. Het Nederlandse aandeel in het totale beeld van het geallieerde troepenvervoer tijdens de Tweede Wereldoorlog was aanzienlijk en kan tot de grootste Nederlandse bijdragen aan de geallieerde eindoverwinning worden gerekend.


Bronnen

Boeken


Versie: 24-3-2017 Artikel door: Peter Kimenai

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4422/Nederlandse-troepentransportschepen-in-Amerikaanse-dienst.htm