Pyle, Ernie

Jeugdjaren en vooroorlogse carrière

Inleiding

“At this spot the 77th division lost a buddy” ; deze tekst stond geschreven op een houten bord bij een veldgraf op het Japanse eiland Iejima, onderdeel van de Okinawa-eilandengroep in de Oost-Chinese Zee. Op 18 april 1945, terwijl de slag om Okinawa in volle hevigheid woedde, sneuvelde de Amerikaan voor wie dit bord neergezet werd. Hij was geen infanterist, noch een marinier, maar een burger. Niet zomaar ťťn: hij was zowel aan het front als in de Verenigde Staten de meest populaire oorlogscorrespondent. Ernie Pyle was zijn naam.

Plattelandsjongen

De weg naar nationale roem was lang voor de op 3 augustus 1900 geboren Ernest Taylor Pyle. Zijn geboortehuis was een troosteloos gelegen boerderij in de buurt van het 850 zielen tellende plaatsje Dana in de prairie van het westen van de staat Indiana. Eindeloze landbouwvelden, doorsneden door kaarsrechte wegen, vormden het weinig verheffende landschap van Ernie’s jeugd. Zijn vader Will, een zwijgzame man, pachtte de boerderij, want als timmerman kon hij geen werk vinden. Ernie’s moeder, Maria Taylor-Pyle, was uit ander hout gesneden dan haar lijdzame man. Ze was een hartelijke en sociale boerin, die thuis de broek aan had. Ernie was het enige kind van het echtpaar. Hij was een dromer die avonturenromans verslond, maar ook hard meewerkte met het ploegen van het land. Zoals vermoedelijk zoveel van zijn leeftijdsgenootjes in een staat met de Indianapolis 500 als jaarlijks terugkerend hoogtepunt, droomde hij van een carrière als autocoureur.

Op school was Ernie een buitenstaander, een plattelandsjongen die opkeek tegen jongens uit de stad. Met de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog in 1917 deed zich voor Ernie de eerste kans voor om te ontsnappen aan het uitzichtloze plattelandsbestaan. Tot zijn teleurstelling was hij een jaar te jong voor het leger. Een maand nadat hij in 1918 alsnog toetrad tot de Naval Reserve was de wapenstilstand al getekend. Het front zou Ernie pas gedurende de volgende wereldoorlog zien. In 1919 begon de intelligente jongeman zijn studieloopbaan aan de Indiana University in Bloomington. Hij koos economie als hoofdvak en volgde daarnaast ook lessen in de journalistiek. Gedurende zijn studietijd werkte hij mee aan de studentenkrant Indiana Daily Student. Zijn journalistieke voorbeeld was Associated Press-verslaggever Kirke Simpson, die in 1922 de Pulitzerprijs kreeg voor een artikel over de begrafenis van “de onbekende soldaat” op Arlington National Cemetery.

Rusteloze jongeman

Om zijn horizon te verbreden, reisde Ernie tijdens vakanties door het land. In het voorjaar van 1922 kwam hij buiten de landsgrenzen toen hij het basketbalteam van de universiteit begeleidde tijdens hun scheepsreis naar Japan. Omdat hij niet over de juiste papieren beschikte om Japan in te komen, vervolgde hij zijn reis door China en de Filipijnen. Nog slechts een semester te gaan, stopte hij met zijn studie, mogelijk na een conflict met een docent. In januari 1923 meldde hij zich voor het echte journalistieke werk op de redactie van de Herald in het stadje LaPorte in het noordwesten van Indiana. Zijn journalistieke hoogtepunt, gedurende zijn slechts vier maanden durende carrière bij de lokale krant, was vermoedelijk zijn infiltratie van een bijeenkomst van de racistische Ku Klux Klan.

In mei 1923 maakte Pyle de overstap naar The Washington Daily News, een in 1921 opgerichte krant op tabloidformaat van krantenuitgeverij Scripps-Howard. De jonge journalist, die op de redactie wel eens gekleed ging in een houthakkershemd en een wollen muts, maakte een excentrieke indruk op zijn collega’s. Hij bleek echter een uitstekende eindredacteur die andermans teksten de vaart gaf die de hoofdredacteur wenste. Al binnen een jaar was de rusteloze jongeman de routine zat en nam hij ontslag om vervolgens twee jaar als zeeman te werken in de Caraïben. Teruggekeerd in de Verenigde Staten trouwde hij op 25 juli 1925 met Geraldine Siebolds uit Minnesota, die hij twee jaar eerder gedurende zijn tijd in Washington ontmoet had. Samen met Jerry, zoals de roepnaam van zijn vrouw luidde, reisde hij drie maanden in een T-Ford en met een tentje door de Verenigde Staten. Hun reis eindigde in New York, waar het echtpaar 16 maanden zou verblijven en Ernie werkte als eindredacteur bij de kranten The Evening World en New York Post.

Ernie kon niet aarden in de Big Apple. Met Kerstmis 1927 keerden hij en zijn vrouw terug naar Washington, nadat een bevriende hoofdredacteur hem had aangeboden om terug te keren op de redactie van The Washington Daily News. Deze vriend was Lee Graham Miller en hij zou tot Ernie’s dood een belangrijke compagnon en zakenvertegenwoordiger van hem zijn. Opnieuw gebonden zijn aan een bureau op de redactie zag Pyle niet zitten en daarom kreeg hij van Miller toestemming om, naast zijn vaste functie als eindredacteur van telegraafberichten, columns te schrijven over luchtvaart. Dat bleek een schot in de roos, want alles wat met vliegtuigen te maken had, kon rekenen op veel belangstelling van het publiek. Toen Ernie’s eerste column in maart 1928 verscheen, was de luchtvaartpionier Charles Lindbergh, tien maanden daarvoor, als eerste non-stop de Atlantische Oceaan, van New York naar Parijs, overgevlogen. De (burger)luchtvaart was volop in ontwikkeling en Pyle werd een veel geziene bezoeker van vliegvelden in Washington en omgeving.

Tussen het vliegveldpersoneel en de piloten voelde Pyle zich als een vis in het water. Door zijn oprechte en pretentieloze voorkomen werd hij geaccepteerd als ťťn van hen. Vanwege het informele taalgebruik en zijn speciale aandacht voor human interest werden zijn columns gewaardeerd door een divers lezerspubliek. Algauw verschenen ze dagelijks en werd Pyle later benoemd tot luchtvaartredacteur voor alle kranten van de uitgeverij Scripps-Howard. Tot de prominente personen die hij als luchtvaartjournalist ontmoette, behoorde Amelia Earhart, de eerste vrouwelijke piloot die in 1932 de Atlantische Oceaan solo overvloog en die in 1935 datzelfde, als eerste mens, deed boven de Grote Oceaan. Hoezeer hij het als columnist ook naar zijn zin had, toch ging Pyle in het voorjaar van 1932 in op het aanbod om hoofdredacteur van The Washington Daily News te worden. Drie jaar lang zou hij deze functie vervullen, maar echt op zijn plek voelde hij zich niet. “It’s a short-cut to insanity”, zo merkte hij op ten aanzien van de organisatorische kanten ervan.

Rondreizend bestaan

Het lag niet voor de hand dat Ernie de rest van zijn loopbaan hoofdredacteur van The Washington Daily News zou blijven. Hij miste het schrijfwerk, dat hem de meeste voldoening gaf. Privť ging het hem evenmin voor de wind. Jerry was zwanger van hem, maar koos voor abortus, terwijl Ernie het kind liever wel gehouden had. Hij maakte zich zorgen om zijn echtgenote, die zich steeds verder terugtrok en kampte met een alcoholverslaving en psychische problemen. Daarom gooide hij in 1935 het roer om. Geïnspireerd door een reis van drie weken door Amerika, die goede columns had opgeleverd, kreeg Ernie toestemming om al reizend een zesdaagse column te gaan verzorgen, die in alle publicaties van Scripps-Howard zouden verschijnen. Van 1935 tot 1942 doorkruisten hij en zijn vrouw in een Dodge Convertible Coupe een groot deel van het westelijk halfrond. Het stel bezocht alle Amerikaanse staten en deed bijzondere geografische locaties aan, zoals het laagste punt van de Verenigde Staten in Death Valley en het meest zuidelijke punt Key West. Overal waar hij kwam, sprak Pyle met lokale vertegenwoordigers uit alle lagen van de bevolking: jong en oud, arm en rijk.

TweeŽnhalf miljoen woorden zou Pyle schrijven gedurende zijn jaren als rondreizende columnist. “Nieuws hoeft niet belangrijk te zijn, maar moet interessant zijn”, was zijn adagium. “Zoek altijd naar het verhaal, voor de onverwachte menselijke emotie in het verhaal. Probeer te schrijven zoals mensen praten.” Hij schreef in de ik-vorm en stelde zich nooit boven de mensen over wie hij schreef. Als neutrale waarnemer deed hij verslag van de Amerikaanse samenleving gedurende de periode van de Grote Depressie en president Roosevelts New Deal. Zijn verhalen over de vrijheid van het reizen naar elke uithoek van de natie, over gewone Amerikanen die zich staande hielden in een moeilijke tijd en over het plattelandsbestaan, raakten de Amerikaanse ziel in een sterk veranderende tijd van modernisering en urbanisatie. Door zijn beeldende manier van schrijven nam hij zijn lezers mee naar plaatsen waar ze zelf nooit geweest waren. Zijn columns waren populair bij een brede laag van de lezers en verschenen vanaf het voorjaar van 1939 ook in andere grote kranten buiten de stal van Scripps-Howard.

Het rondreizende bestaan beviel Ernie en Jerry goed. Ernie zuchtte echter onder de druk om columns op tijd af te leveren en de vrees of ze wel goed genoeg waren. Overmatig alcoholgebruik was zijn antwoord op de stress, neerslachtigheid en de vermoeidheid waarmee hij kampte. Dit hardnekkige getob en de angst voor succes zou hij zijn hele schrijversbestaan met zich meetorsen. Stoppen met zijn columns was voor hem desondanks geen optie. Na een rondreis van twee maanden door Centraal-Amerika keerde hij in februari 1940 terug naar de Verenigde Staten. Een half jaar eerder waren de legers van Adolf Hitler Polen binnengevallen en was een nieuwe wereldoorlog uitgebroken. Pyle had al eerder naar Europa willen afreizen om van de oorlog verslag te doen en zette dit plan eind 1940 door, maar niet voordat hij in Albuquerque, in New Mexico, een huis had laten bouwen met uitzicht op de vallei van de Rio Grande. Hij hoopte dat Jerry hier rust zou vinden, want nadat er aan hun rondreizende bestaan een einde was gekomen, kampte ze opnieuw met psychische problemen, die ondanks het nieuwe huis in de loop der tijd in ernst zouden toenemen.


Eerste oorlogsjaren, 1940-1943

Londen tijdens de Blitz

Op 9 december 1940 arriveerde Ernie Pyle in Engeland, dat nog als enige West-Europese land standhield tegen nazi-Duitsland. De Amerikaan wilde de Blitz op Londen, de bombardementen van de Luftwaffe op de Engelse hoofdstad, ervaren. De stad was op 7 september 1940 voor het eerst getroffen. Na dagenlang door de stad rondgeslenterd te hebben zonder dat er iets gebeurde, maakte Ernie op 29 december zijn eerste bombardement mee. Het was ťťn van de meest destructieve die Londen zou treffen en waarbij meer dan 160 burgers sneuvelden. Vanaf een hoog balkon keek hij urenlang naar het schouwspel boven de skyline van de stad. In een artikel beschreef hij dat als “het meest mooie uitzicht dat ik ooit heb gezien”. Het was zijn eerlijke uiting van hoe hij de fel gekleurde explosies en vlammenzeeŽn beleefde, alsof hij toekeek bij een uitbundige vuurwerkshow op Independence Day. Tegelijkertijd uitte hij in zijn columns grote sympathie en bewondering voor de standvastige houding van de Londenaren tijdens de Blitz. In de Verenigde Staten werden zijn teksten positief onthaald. Zijn stuk over het bombardement op Londen werd overgenomen door de prestigieuze The New York Times.

Teruggekeerd in Albuquerque, in maart 1941, werd Ernie onthaald als een beroemdheid. Op straat wilden mensen hem de hand schudden of met hem op de foto. Met Jerry ging het ondertussen niet goed: ze ondernam een zelfmoordpoging en kampte met een ernstige maagbloeding als gevolg van alcoholvergiftiging. Ernie nam van september tot december 1941 verlof om haar te verzorgen, hoewel hij voor haar in haar toestand weinig kon betekenen. Daarna maakte hij plannen voor een grote reis, die hem onder andere naar China, Nederlands-IndiŽ en AustraliŽ zou brengen. Hij kwam echter niet verder dan San Francisco, omdat de autoriteiten hem geen toestemming gaven naar Honolulu te vliegen. Dat had niets met hemzelf te maken, maar vermoedelijk was het de wraak van het ministerie van Buitenlandse Zaken op negatieve stukken van Scripps-Howard over Roosevelts buitenlandse politiek. De daaropvolgende eerste maanden van 1942 viel Ernie in een depressie en in april scheidde hij van zijn vrouw.

Gedwarsboomd om als correspondent af te reizen naar OceaniŽ en Zuidoost-AziŽ, besloot Pyle zich een dag na de scheiding aan te melden bij de marine. Vanwege zijn geringe lengte werd hij echter afgewezen. Ondanks zijn ziekelijke aard en broze voorkomen, kwam hij wel door de fysieke test van het leger. Maar in plaats van in dienst te treden, besloot hij opnieuw af te reizen naar het Verenigd Koninkrijk om daar verslag te doen van de Amerikaanse troepenopbouw. Zijn land had zich na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 aangesloten bij de geallieerden. Vier maanden lang verbleef Ernie in Groot-BrittanniŽ waar hij meerdere legerkampen bezocht waar Amerikaanse troepen hun vuurproef aan het front afwachtten. Zijn columns, waarin hij het soldatenleven en de omgang met de Britten beschreef, werden goed gelezen door de ouders van uitgezonden jongens en andere achterblijvers aan het thuisfront. Van zijn bazen kreeg Pyle daarom toestemming om een half jaar langer te blijven.

Geallieerde invasie van Noord-Afrika

Operatie Torch, de geallieerde invasie van Frans Noord-Afrika, ging van start op 8 november 1942. Het was de eerste militaire operatie waar de Amerikanen actief aan deelnamen. Twee dagen later arriveerde Ernie Pyle per konvooi in de regio, maar het duurde nog tot 23 november voordat hij voet aan land zette in de Algerijnse havenstad Oran. Al voor zijn aankomst was de stad door Amerikaanse troepen veroverd op Vichy-Franse troepen en het front had zich oostwaarts naar TunesiŽ verplaatst, dat door het Duitse leger was binnengevallen. Pyle besloot niet de troepen te volgen, maar vooralsnog in Oran te blijven. Hij schreef er een kritische column over hoe het onervaren en slecht uitgeruste Amerikaanse leger nog maanden nodig had om de Duitsers te verslaan en over het zachte beleid tegenover de overwonnen Franse collaborateurs. Het kritische stuk passeerde desondanks de censuur en zorgde voor politieke commotie in de Verenigde Staten.

Op de Amerikaanse luchtbasis Biskra, in de woestijn op ruim 400 kilometer afstand van Algiers, maakte Ernie drie uur na zijn aankomst in januari 1943 een Duits bombardement mee. Zoals hij zich in zijn tijd als luchtvaartcorrespondent liet inspireren door de verhalen van vliegeniers, zo vormden in Biskra de ervaringen van leden van de luchtmacht het onderwerp van zijn columns. Strategische en politieke evaluaties liet hij over aan zijn collega’s. De dood van militairen of juist hoe ze overleefden, vormden vaak de rode lijn in zijn stukken. Hij schreef bijvoorbeeld over hoe een gesneuvelde piloot op de basis uit zijn B-17 Flying Fortress werd gehaald, nadat hij met het toestel een noodlanding had gemaakt. En over de wonderlijke terugkeer van een andere B-17 met zijn complete bemanning, die al verloren gewaand was. In zijn teksten liet hij zijn eigen ervaringen en emoties duidelijk naar voren komen, zoals hij dat in zijn vooroorlogse columns ook altijd gedaan had.

Na zijn verblijf op de vliegbasis sloot Ernie zich eind januari 1943 aan bij troepen van het II Corps van het Amerikaanse leger in Centraal-TunesiŽ. Hoewel hij zelf geen militair was (correspondenten mochten geen wapens dragen), werd hij toch snel geaccepteerd door de mannen, die hem beschouwden als “een van de jongens”. Hij genoot hun respect niet enkel omdat hij belangstelling voor de gewone soldaat toonde en gemakkelijk een gesprek begon, maar ook omdat hij geen voorkeursbehandeling eiste en leefde zoals zij leefden. Pyle at uit dezelfde veldkeuken, groef schuttersputjes en sliep op de grond. Dit ruige leven deed hem goed en leverde voldoende inspiratie op voor zijn columns. “Ernie is daar waar de gevechtstroepen zijn”, zo verklaarde Lee Miller, “slapend met zijn kleren aan op de grond, doodvriezend, een maand lang zonder bad, enzovoorts. Zijn verslag van het leven van onze troepen […] is naar mijn mening geweldig krantenmateriaal.”

Het ongecompliceerde soldatenleven en de spanning van de oorlog trokken Ernie aan, maar dat hieraan ook minder romantische kanten zaten, werd door hem niet genegeerd. De heimwee, het eindeloze wachten, de afwezigheid van vrouwen en de angst voor wat zou komen, waren ook onderwerpen waar hij over schreef. Diep van binnen haatte hij de oorlog en daaraan zou hij gaandeweg steeds meer uiting geven in zijn columns. Zijn eerste negatieve ervaring had hij in februari 1943 gedurende de slag om de Kasserinepas in het Atlasgebergte. Daar doorbrak het Afrikakorps van Feldmarschall Erwin Rommel de Amerikaanse linie en bracht het de Amerikanen grote verliezen toe, zowel in menselijke als materiele zin. Zoals hij altijd zou blijven doen, nam Pyle het in zijn columns op voor de frontsoldaten, die volgens hem niets kwalijk te nemen was. Op 24 februari was de pas weer in geallieerde handen. Na het Kasserine-debacle verbleef Ernie korte tijd in Algiers, waarna hij terugkeerde naar het front. Tussendoor, op 10 maart 1943, hertrouwde hij vanaf afstand met Jerry. Zij had een poos bij de nonnen doorgebracht, wat haar goed gedaan had.

Tijdens de geallieerde voorjaarscampagne in TunesiŽ, die van start ging op 22 april 1943 en op 13 mei leidde tot de geallieerde overwinning in Noord-Afrika, trok Pyle enkele dagen op met de Amerikaanse 1st Infantry Division, die het bijzonder zwaar te verduren kreeg bij de opmars richting Bizerte aan de noordkust van TunesiŽ. De kale, gefortificeerde heuvels moesten stuk voor stuk veroverd worden op de Duitsers. Ernie was onder de indruk van de infanteristen, gewone jongens die zich in korte tijd hadden ontwikkeld tot keiharde strijders. Hij noemde ze in een column “the mud-rain-frost-and-wind boys… that wars can’t be won without”. Terwijl het in de meeste nieuwsberichten voornamelijk ging over de commandanten en individuen die heroïsche daden verrichtten, groeide Ernie Pyle uit tot de pleitbezorger van de “god-damned infantry”, de gewone infanteristen die hij als underdog beschouwde en de heldenstatus wilde geven die ze verdienden.

Teruggekeerd in Algerije moet het Pyle duidelijk zijn geworden dat zijn reputatie hem vooruit gesneld was. Lezers beschouwden hem als een persoonlijke vriend en hadden hem massaal post gestuurd, waaronder pakketjes met sigaretten om uit te delen aan de troepen zeep en lekkernijen. Veel bezorgde ouders stuurden hem ook brieven met de vraag of hij kon uitkijken naar hun zoon, terwijl ouders van gesneuvelde jongens steun zochten bij hem. Er arriveerde zoveel post dat Pyle lang niet alles individueel kon beantwoorden, maar in twee columns bedankte hij zijn lezers hartelijk voor hun brieven en pakketjes. Intussen was hij door Time uitgeroepen tot “Amerika’s meest gelezen oorlogscorrespondent”. Waren zijn columns in november 1942 nog verschenen in 42 kranten; in april 1943 waren dit er 122 met een afzet van in totaal 9 miljoen, waarbij het aantal werkelijke lezers nog veel hoger was. Uitgevers van boeken en zelfs Hollywood toonden belangstelling voor zijn werk, zodat hij zich over zijn financiŽn geen zorgen meer hoefde te maken. Een groot deel van zijn inkomsten gedurende oorlogstijd zou hij investeren in War Bonds (oorlogsaandelen) en delen met vrienden en familie.


Aan het Europese front, 1943-1944

Italiaanse campagne

Het roerige stadsleven in Algiers, inclusief alle sociale verplichtingen en de grote belangstelling die hem ten deel viel, werd Ernie algauw teveel. Hij zocht zijn toevlucht in een Amerikaans legerkamp in Zeralda, ongeveer twintig kilometer verwijderd van de Algerijnse hoofdstad. Het duurde niet lang voordat de geallieerden een nieuwe operatie lanceerden, die gericht was op SiciliŽ. Het Italiaanse eiland in de Middellandse Zee zou dienen als springplank voor de invasie van het Italiaanse vasteland, dat geregeerd werd door Hitlers bondgenoot Benito Mussolini. De landing, met de codenaam Husky, vond plaats op 10 juli 1943. Ernie Pyle was enkele dagen eerder door het leger vanuit Algiers overgebracht naar Bizerte, waar hij aan boord ging van vlaggenschip USS Biscayne. Aan boord van het schip was Pyle getuige van het uitvaren van de aanvalsvloot en de landing op SiciliŽ. Zelf zou hij pas anderhalve week later van boord gaan.

Eenmaal aan land ging Pyle Lieutenant General Pattons Seventh U.S. Army achterna richting Palermo en hoofddoel Messina. Gedurende zijn verblijf op SiciliŽ werd de journalist een week opgenomen in een veldhospitaal van de 45th Infantry Division. De diagnose was "battlefield fever", volgens artsen veroorzaakt door "teveel stof, slecht eten, te weinig slaap, uitputting en de onbewuste zenuwspanning die iedereen overkomt in de frontlinie". Na voldoende hersteld te zijn, trok hij op met troepen van het U.S. II Corps en was hij getuige van zware gevechten in het bergachtige gebied in het midden van SiciliŽ. Toen hij halverwege augustus arriveerde in Messina was de slag voorbij en het volledige eiland in geallieerde handen. De strijd op SiciliŽ had op Ernie een grote indruk gemaakt. Hij zag er meer gesneuvelde militairen dan in Noord-Afrika. In het legerhospitaal was hij getuige van hoe ernstig verminkte gewonden binnengebracht werden. In zijn columns prees hij het goede werk van artsen en verplegers en gaf hij het thuisfront daarmee de troost dat de slachtoffers in elk geval in goede handen waren en een grote kans op genezing hadden.

Gedurende zijn verblijf in SiciliŽ werd Ernie ook steeds vaker geconfronteerd met shellshock. Soldaten waren psychisch volledig lam geslagen door het voortdurende oorlogsgeweld. Het was ook gedurende deze tijd dat George Patton twee soldaten die leden aan shellshock, uitmaakte voor lafaards en hen in het gezicht sloeg. Ernie zou Patton verafschuwd hebben. "Pattons gescheld, opzichtigheid en volledige veronachtzaming voor de waardigheid van het individu was het volledige tegenovergestelde van Ernieís zachtaardige karakter", zo verklaarde een vriend van hem. In Ernieís columns was Patton de grote afwezige. Anders dan Patton begreep de gevoelige journalist wat militairen met shellshock doormaakten. Het viel hem zelf ook steeds zwaarder om in oorlogsgebied te verkeren. Wat hij eerst nog als een avontuur had ervaren, werd voor hem steeds meer een beproeving. Vermoeidheid, darmproblemen en depressie overvielen hem. "Op bijzonder trieste dagen is het bijna onmogelijk voor mij om te geloven dat iets zulke massaslachting en ellende waard is", zo schreef hij in een brief aan Jerry.

Na 128 dagen overzee geweest te zijn, was het voor Pyle tijd om naar huis terug te keren. Op 7 september 1943 landde hij in New York. Ondertussen drukten 149 kranten zijn column af en was de bescheiden Pyle uitgegroeid tot een nationale beroemdheid. Journalisten joegen op een quote van hem en hij werd bedolven onder uitnodigingen voor openbare optredens en interviews. Voor vier weken lang trok hij zich terug in Albuquerque, waar het met Jerry opnieuw niet goed ging. Ze was weer begonnen met drinken en werd enkele dagen in het ziekenhuis opgenomen vanwege alcoholvergiftiging. Gedurende Ernieís verblijf in de Verenigde Staten werd op 28 oktober ook zijn boek ĎHere Is Your Warí, over zijn tijd in Noord-Afrika, gepubliceerd. Het boek was algauw uitverkocht en werd door The New York Times een "belangrijk, [Ö] diep menselijk portret van de Amerikaanse soldaat in actie" genoemd. Het zou in opdracht van de afdeling public relations van het leger verfilmd worden als ĎThe Story of G.I. Joeí. De film kwam twee maanden na Ernieís overlijden in 1945 uit.

Op 9 november 1943 ontmoette Ernie ťťn van zijn meest bekende lezers, namelijk presidentsvrouw Eleanor Roosevelt. De first lady had hem op de thee uitgenodigd in het Witte Huis. Als columninste en de moeder van vier zoons die in het leger dienden, was ze erg geÔnteresseerd in Pyleís werk. Ze stelde hem voor om zijn volgende columns vanuit de Pacific te schrijven en verslag te doen van de Amerikaanse strijd tegen Japan. Pyle keerde datzelfde jaar echter nog terug naar "zijn jongens" in Europa, waar de strijd zich had verplaatst naar het Italiaanse vasteland. Met Napels als vertrekpunt volgde hij vijf maanden lang de opmars van het U.S. Fifth Army door ItaliŽ. De Italianen hadden zich al op 8 september 1943 overgegeven, maar het Duitse leger was het land vanuit het noorden binnengevallen en bood felle weerstand in het veelal bergachtige gebied waardoorheen de geallieerden moesten oprukken. Het zou nog tot 2 mei 1945 duren voordat aan de strijd om ItaliŽ een eind kwam.

Ernieís meest geroemde column, getiteld ĎThe Death of Captain Waskowí, schreef hij op 10 januari 1944. De column ging over de dood van Captain Henry T. Waskow, een compagniecommandant van de 36th Infantry Division. Op 14 december 1943 sneuvelde hij gedurende gevechten in bergachtig gebied, ongeveer 70 kilometer ten noordwesten van Napels. Zijn lichaam werd enkele dagen later, tegelijkertijd met dat van andere gedode militairen, op de rug van een ezeltje opgehaald. Ernie beschreef hoe zijn mannen treurden om het verlies van hun geliefde commandant. Het ontroerende stuk werd gepubliceerd op de volledige voorpagina van The Washington Daily News. Het werd voorgelezen op de radio en overgenomen door tal van kranten en tijdschriften. Het werd ook herdrukt ter promotie van War Bonds. Een andere door Ernie in ItaliŽ geschreven column, waarin hij pleitte voor de invoering van een fight pay, vergelijkbaar met de voor vliegeniers al gebruikelijke flight pay, werd behandeld in het Amerikaanse Congres. Dat resulteerde in een wet, ook wel de Ernie Pyle bill genoemd, die 50% bijbetaling regelde voor militairen in actieve gevechtsdienst.

De laatste standplaats van Pyle in ItaliŽ was de kustplaats Anzio, ongeveer 55 kilometer ten zuiden van Rome. Geallieerde troepen waren hier op 22 januari 1944 aan land gegaan ter omzeiling van de Gustavlinie. Ze werden ingesloten door het Duitse leger en het duurde nog tot 5 juni voordat de Italiaanse hoofdstad bevrijd werd. Pyle arriveerde op 25 februari op het landingsstrand van Anzio. Hoewel het hem zwaar viel opnieuw in oorlogsgebied te zijn, bleef hij vier weken in de stad. Het had niet veel gescheeld of hij zou hier omgekomen zijn, toen op 17 maart de villa waarin hij en andere journalisten ondergebracht waren gebombardeerd werd door de Luftwaffe. Een 500-ponder sloeg in net naast het gebouw waarin Ernie op de bovenste verdieping lag te slapen. Zijn collegaís, die allemaal veilig op de begane grond verbleven, vreesden het ergste, maar ook Pyle was ongedeerd. Een muur was op zijn bed gevallen, waarin hij enkele seconden eerder nog gelegen had. Hij was erg geschrokken, maar liet zich niet uit de weg slaan, want een grootscheepse geallieerde operatie naderde.

Geallieerde landing in NormandiŽ

In april 1944 keerde Pyle terug naar Londen. Na op 1 mei 1944 met het winnen van de Pulitzerprijs in de voetsporen van zijn voorbeeld Kirke Simpson getreden te zijn, verruilde hij een dag later de Britse hoofdstad voor het platteland. Daar bracht hij voor enkele dagen een bezoek aan een Amerikaans Tank Destroyer Battalion en een B-26 Bomb Squadron. Omdat er weinig gebeurde, kostte het Ernie moeite om interessante columns te schrijven. Daar zou op 6 juni 1944 verandering in komen, toen geallieerde troepen landden op de Normandische kust. Pyle behoorde niet tot de selecte groep van 28 journalisten die op de eerste dag, D-Day, met de aanvalsmacht aan land ging, maar arriveerde op 7 juni op Omaha Beach in een Landing Craft Assault (LCA). Het front lag inmiddels enkele kilometers landinwaarts, maar op het strand lagen nog de sporen van de strijd: uitgeschakeld oorlogsmaterieel plus de lichamen van gesneuvelde Amerikaanse militairen.

"Ik maakte een wandeling langs de historische kust van NormandiŽ in Frankrijk", zo schreef Ernie in een column alsof hij een tekst voor in een reisgids schreef. "Het was een mooie dag om te struinen langs de branding. Mannen lagen te slapen op het zand, sommige van hen voor eeuwig. Mannen dreven in het water, maar ze wisten niet dat ze in het water lagen, want ze waren dood." Deze omfloerste, haast poŽtische manier om de gruwelen van de oorlog voor het voetlicht te brengen, was Pyleís handelsmerk geworden. De ergste horror liet hij weg, wetende dat hij hiermee de familieleden van soldaten zou verontrusten. Altijd prees hij de inzet van militairen en bood hij de natie troost gedurende zware tijden. Overigens moest hij ook rekening houden met de militaire censuur, die van journalisten een pro-Amerikaanse toon eiste. Voor Pyle was dat echter iets vanzelfsprekends: kwaad spreken over Amerikaanse militairen kwam niet in hem op. Dat dit hem geliefd maakte, bleek wel uit het feit dat gedurende de dagen na D-Day 90% van de brieven aan de kantoren van Scripps-Howard de vraag bevatte of Ernie de geallieerde landing overleefd had.

Gedurende de verdere campagne in NormandiŽ trok Pyle eerst op met de 9th Infantry Division tijdens de verovering van Cherbourg. Hoewel hij al veel gezien had, was hij overweldigd door de heftigheid van de gevechten en het dodenaantal van de strijd in NormandiŽ. "Dit van heg-naar-heg-gedoe is een soort van oorlogsvoering waar we niet eerder mee te maken kregen", zo schreef hij aan een vriend, "en ik heb meer dode Duitsers gezien dan ooit in mijn leven. Amerikanen ook, maar lang niet zoveel als Duitsers." Hij bevond zich vaker onder vijandelijk vuur dan ooit en sinds het bombardement in Anzio schrok hij op bij het geluid van elk overvliegend vliegtuig. Zijn maagkwaal speelde weer op en hij had moeite met slapen. Lichamelijk en geestelijk uitgeput, verbleef hij korte tijd in de achterhoede bij een eenheid die zich bezighield met de reparatie van wapens. Op 17 juli 1944 prijkte zijn portret op de cover van Time Magazine met als headline "Hij houdt van mensen en haat oorlog".

Het bloed stroomde waar het niet gaan kon en Pyle keerde later die maand alsnog terug bij de fronttroepen. Hij volgde de 4th Infantry Division gedurende operatie Cobra, die van 25 juli tot 31 juli 1944 duurde en het uitbreken uit NormandiŽ als doel had. Vanaf een schijnbaar veilige afstand was hij getuige van het geallieerde bombardement op Saint-LŰ. Hij voelde de explosies tot diep in zijn binnenste nadreunen. Het was een sensatie die hij nog niet eerder meegemaakt had. Meerdere bommen waren eerder gedropt dan de bedoeling was en hadden een chaos aangericht. Hoewel hij zelf het bombardement ongeschonden doorkwam, gold dat niet voor veel manschappen die zich in de omliggende velden hadden bevonden. Niet minder dan 111 man sneuvelde en bijna 500 man raakte gewond. Ernieís oordeel over de desastreuze blunder was mild. "Na de verbittering kwam de nuchtere herinnering dat het Air Corps de sterke rechterhand is die ons voorgaat", zo schreef hij in zijn column. "Iedereen maakt fouten." Het was een kritiekloze houding, kenmerkend voor de oorlogsverslaggeving tijdens de Tweede Wereldoorlog, die latere verslaggevers in onder andere Vietnam, Irak en Afghanistan loslieten.

Maar ondanks zijn relativerende woorden, had het bombardement een enorme indruk op Pyle gemaakt. Hij was er letterlijk ziek van en werd overvallen door depressie. "Dat bombardement", zo vertelde hij zijn vriend en zaakwaarnemer Miller, "was het meest gruwelijke dat ik ooit doorstaan heb." Hij vreesde zijn verstand te verliezen als hij nog eens zoiets moest doorstaan. Na op 25 augustus 1944 deelgenoot te zijn geweest van de bevrijding van Parijs, nam hij het besluit naar huis terug te keren. "Ik ben er te lang in ondergedompeld geweest", zo schreef hij verontschuldigend in zijn column, die inmiddels door naar schatting 40 miljoen lezers gelezen werd. "Mijn geest is wankel en mijn verstand verward. De pijn is uiteindelijk te groot geworden."


In Zuidoost-AziŽ, 1945

Pacific Theatre of Operations

Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten in september bracht hij meerdere dagen in New York door waar hij poseerde voor beeldhouwer Jo Davidson, die een buste van hem maakte, die zich tegenwoordig bevindt in de National Portrait Gallery in Washington. Gelegenheid om uit te rusten kreeg Pyle nauwelijks, want diverse kranten en radiozenders probeerden hem met grote smakken geld over te halen om bij hen in dienst te treden. Pyle hechtte echter meer aan zijn vertrouwde relatie met de leiding van Scripps-Howard dan aan grote geldbedragen en liet zich niet overhalen. Gedurende zijn verblijf in de VS ontving hij twee eredoctoraten, van de universiteit van New Mexico en de Indiana University waar hij zelf gestudeerd had. Met Jerry leek het aanvankelijk goed te gaan, maar gedurende de tijd dat Ernie terug in Albuquerque was, beschadigde ze zichzelf over haar hele lichaam met een mes en scheermes, waarna ze in een sanatorium opgenomen werd.

Misschien werd Jerryís daad van zelfbeschadiging veroorzaakt door haar angst dat Ernie weer naar het front zou terugkeren. Die vrees was niet onterecht, want na de Kerst begon hij met de voorbereidingen voor een nieuwe reis. Dit keer zou hij wel naar het Pacific Theatre of Operations gaan. Hij voelde zich hiertoe verplicht ten opzichte van de Amerikanen die aan dit front vochten en aan wie hij tot dusver geen aandacht besteed had. Op 21 januari 1945 landde hij op het eiland Guam, waar het hoofdkwartier van de Amerikaanse vloot in de Pacific gevestigd was. Ook hier werd hij alom herkend. Gedurende zijn verblijf in de regio werd hij aan boord van het lichte vliegdekschip USS Cabot door de marine deelgenoot gemaakt van hoeveel aangenamer het leven hier was in vergelijking met het front in Europa. Het deed hem denken aan een "plezierige cruise in vredestijd". Het ontbrak de opvarenden aan niets: piloten lagen te zonnebaden en er werd getennist op het vliegdek. Steak en ijs, filmvertoningen en warme douches maakten het luxe leventje compleet. De eentonigheid aan boord vormde de grootste vijand.

Tijdens zijn tijd in de Pacific bezocht Ernie ook het eiland Saipan, waar de kleinzoon van een tante gestationeerd was als radiotelegrafist van een B-29 bommenwerper. Schrijvend vanuit een huisje op het strand met palmbomen en een verfrissend briesje vond hij het er "een paradijs". De mannen hadden het ook hier gemakkelijk in vergelijking met hun collegaís in Europa. Maar er was ook een andere kant van de medaille en die zou Pyle zelf ondervinden, nadat hij op 17 april landde op het Japanse eiland Iejima. Als onderdeel van de Slag om Okinawa moest de 77th Infantry Division op Iejima het vliegveld veroveren. Zonder problemen kon Ernie aan land gaan, want de gevechten vonden landinwaarts plaats. De volgende dag sloeg het noodlot echter toe toen hij met Colonel Joseph Coolidge een ritje maakte in een jeep om een nieuwe plek te vinden voor een commandopost. Nadat er door de vijand opeens op hen geschoten werd, sprongen ze in een greppel. Toen Ernie daaruit omhoog keek, werd hij in zijn linker slaap door een kogel getroffen, net onder de rand van zijn helm. De 44-jarige oorlogscorrespondent en volksheld was op slag dood.

Overlijden en nagedachtenis

Ernie Pyleís lichaam werd in een veldgraf op het eiland begraven. Tussen zijn persoonlijke bezittingen werd een papiertje gevonden met daarop een column die hij geschreven had voor het geval als de oorlog in Europa voorbij was. Hoewel de Duitse overgave slechts drie weken op zich liet wachten, werd het stuk niet gepubliceerd. Mogelijk omdat het zwartgalliger was dan zijn lezers van hem gewend waren. Hij schreef:

"Dode mannen als massaproductie Ė in het ene land na het andere Ė maand na maand en jaar na jaar. Dode mannen in de winter en dode mannen in de zomer. [Ö] Dit zijn dingen die jullie thuis niet eens moeten proberen te begrijpen. Voor jullie thuis zijn het columns of cijfers, of hij is een naaste die weg ging en gewoon niet meer terug kwam. Je zag hem niet liggen langs een grindweg in Frankrijk, grotesk en opgeblazen. Wij zagen hem. Zagen hem bij vele duizenden. Dat is het verschil."

In de Verenigde Staten werd het nieuws van het overlijden van de geliefde correspondent met veel verdriet onthaald. Zes dagen eerder was ook president Franklin Roosevelt overleden. "De natie is nu al opnieuw bedroefd door de dood van Ernie Pyle", zo verklaarde Roosevelts opvolger Harry Truman. Jerry zou het verlies van haar man niet te boven komen en stierf in november 1945 als gevolg van complicaties bij griep. Ernie Pyle werd jaren later herbegraven op het National Memorial Cemetery of the Pacific in Punchbowl Crater op Hawaii. In april 1983 werd hij postuum onderscheiden met het Purple Heart, ondanks dat deze onderscheiding officieel niet bestemd is voor burgers maar voor tijdens de oorlog gewond geraakte of gesneuvelde militairen. Zijn geboortehuis werd in de jaren zeventig gered van de sloop en verplaatst naar Dana. Tegenwoordig is het een museum.


Bronnen

Boeken

Een kortere versie van dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift Wereld in Oorlog. Wereld in Oorlog vertelt opmerkelijke, aangrijpende en dramatische verhalen achter belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelingen en militaire operaties in de recente oorlogsgeschiedenis. Het accent ligt daarbij op de Eerste en Tweede Wereldoorlog.


Versie: 11-3-2017 Artikel door: Kevin Prenger

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4776/Pyle-Ernie.htm