Tankmunitie in Hitler-Duitsland (1933-1945)

Tankmunitie in Hitler-Duitsland (1933-1945)

Inleiding

Onderstaand artikel behandelt de belangrijkste Duitse tankmunitie die tussen 1933 (30 januari 1933 Hitler als rijkskanselier) en 1945 (7 mei 1945 capitulatie militair opperbevel Hitler-Duitsland) werd gebruikt. Het gaat om munitie die werd gebruikt in de volgende Duitse tankmodellen: Panzerkampfwagen I (PzKpfw I), Panzerkampfwagen II (PzKpfw II), Panzerkampfwagen III (PzKpfw III), Panzerkampfwagen IV (Pzkpfw IV), Panzerkampfwagen V (PzKpfw V Panther) en Panzerkampfwagen VI (PzKpfw VI Tiger). De volgende tankkanonnen worden besproken: 2cm (of 20mm) KwK 30, 3,7cm KwK 36, 5cm KwK 38 en 5cm KwK 39, 7,5cm KwK 37, 7,5cm KwK 40, 7,5cm KwK 42, 8,8cm KwK 36 en 8,8cm KwK 43. Tankmunitie zoals ‘AP’ (pantser), ‘HE’ (brisant, ‘High-Explosive’), ‘HEAT’ (holle lading, ‘High-Explosive Anti-Tank’) en andere granaten ('Hartkerngeschoss', wolfraammunitie), waren geschikt om dikke bepantsering te doorboren. Holle lading werd gebruikt in antitankwapens. Groot voordeel van holle lading is dat granaten niet afhankelijk zijn van afstand. Het penetratievermogen blijft constant over grote afstanden. Een voorbeeld: tot op een afstand van tien meter doorboort holle lading bijvoorbeeld 50mm staal, tot twee kilometer tevens 50mm staal. Meestal werden in Duitse tanks pantsergranaten gebruikt om tanks en andere pantservoertuigen tot op lange afstand uit te schakelen.

Alle penetratiewaarden worden in dit artikel in millimeters (mm) uitgedrukt waarbij een rechte pantserplaat van 0 of 90 graden, ligt aan het perspectief, als maatstaf wordt gebruikt. 'KwK' staat voor 'Kampfwagenkanone' (tankkanon), 'L' staat voor de diameter van het interieur van de loop van het kanon relatief tot de grootte van het kanon (bijvoorbeeld 88mm). Door de grootte van het kanon (in mm) te vermenigvuldigen met 'L' kan de lengte van de loop van het kanon worden berekend. Een voorbeeld: een 20mm (kaliber) kanon heeft een specificatie van L/30, dat betekent 20x30 = 600mm. De lengte van de loop van het kanon is dan ongeveer 600mm.


2 cm KwK 30 L/55 & 3,7 cm KwK 36 L/45

2 cm KwK 30 L/55

Het eerste Duitse tankkannon dat in de jaren dertig werd geproduceerd was de 20mm KwK 30 L/55. Genoemd wapen was een Duits 2 centimeter kanon dat gebruikt werd in de Panzerkampfwagen II lichte tank. Het kanon werd vanaf 1935 door Mauser en Rheinmetall-Borsig geproduceerd. Het 20mm wapen kon snel vuur afgeven en was geschikt als luchtdoelgeschut. Een verbeterde versie, de 20mm KwK 38 L/55, werd in latere productieversies van de Panzerkampfwagen II gebruikt. Ook in andere Duitse pantservoertuigen werd het kanon gebruikt. Het kanon gebruikte verschillende munitiesoorten waaronder pantsergranaten ('AP') en wolfraammunitie. Het 20mm wapen gebruikte 20x138B munitie (20mm is het kaliber, 138mm is de hoogte en 'B': munitie dat als een riem aan elkaar is bevestigd). De pantsermunitie Panzergranate 39 (PzGr.39) had een penetratievermogen van plusminus 45 mm staal tot op een afstand van honderd meter, 33 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 23 mm tot op een afstand van een kilometer, 15 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 11 mm tot op een afstand van twee kilometer. De mondingssnelheid bedroeg plusminus 760 tot 780 meter per seconde (m/s). De wolffraammunitie Panzergranate 40 (PzGr.40) had een penetratievermogen van 63 mm tot op een afstand van honderd meter, 26 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 8 mm tot op een afstand van een kilometer, 3 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 1 mm tot op een afstand van twee kilometer. De Panzergranate 40 had een mondingssnelheid van 1005 tot 1050m/s. Naast de genoemde munitiesoorten kon het 20mm kanon brisant afvuren (Sprenggranate 39). Die munitie was bedoeld tegen infanterie en licht gepantserde voertuigen.

3,7 cm KwK 36 L/45

Bij de Panzerkampfwagen III middelzware tank werd een 37mm kanon gemonteerd. Dat kanon (3,7 cm KwK 36 L/45) kon pantsergranaten, wolfraammunitie en brisant afvuren. De 37mm KwK 36 L/45 was gebaseerd op het Duitse 37mm antitankkanon (Panzerabwehrkanone, 3.7 cm PAK 35/36). De gebruikte munitie was van het type 37x249 mm. R (kaliber van 37mm, lengte 249mm). Maximaal bereik van het kanon was 5484 meter. Tijdens de eerste oorlogscampagnes van de Wehrmacht werd al snel duidelijk dat het 37mm kanon niet sterk genoeg was om goed gepantserde vijandelijke tanks, zoals de Franse Char B en de Sovjet T-34 tank, uit te schakelen. De Panzergranate 18 (PzGr.18) van het 37mm kanon woog 0.658 kilogram (projectiel) en werd met een snelheid van 745 tot 762m/s afgevuurd. Het penetratievermogen bedroeg plusminus 64 mm tot op een afstand van honderd meter, 52 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 40 mm tot op een afstand van een kilometer, 30 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 23 mm tot op een afstand van twee kilometer. De wolfraammunitie (Panzergranate 40) woog ongeveer 0.36 kilogram en had een mondingssnelheid van 945 tot 1020m/s. Het penetratievermogen was 90 mm tot op een afstand van honderd meter, 48 mm tot op een afstand van vijfhonderd meter en 22 mm tot op een afstand van een kilometer. Na één kilometer was het penetratievermogen verwaarloosbaar laag (enkele millimeters). Naast de genoemde munitiesoorten kon de 3,7 cm KwK 36 ook nog brisant (Sprgr.Patr.34) afvuren.


5 cm KwK 38 L/42 & 5 cm KwK 39 L/60

5 cm KwK 38 L/42

Omdat het 37mm kanon niet krachtig genoeg was werd bij sommige Panzerkampfwagen III tanks een krachtiger 50mm kanon gemonteerd. Het wapen kon pantsergranaten (PzGr.39) en wolfraammunitie (Panzergranate 40 en 40/1) afvuren. Het projectiel van de Panzergranate 39 woog ongeveer 2.06 kilogram en werd met een snelheid van 685m/s afgevuurd. Het penetratievermogen was 73 mm tot op een afstand van honderd meter, 59 mm tot op afstand van vijfhonderd, 45 mm tot op een afstand van een kilometer, 34 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 26 mm tot op een afstand van twee kilometer. Panzergranate 40 woog ongeveer 0.92 tot 0.93 kilogram en had een mondingssnelheid van 1050m/s. Het penetratievermogen was 130 mm tot op een afstand van honderd meter, 94 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 63 mm tot op een afstand van een kilometer, 42 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 28 mm tot op een afstand van twee kilometer. Het vijf centimeter kanon was in staat de T-34 tank met pantsergranaten of wolfraammunitie uit te schakelen. Toch konden 50mm granaten van het T-34 pantser afketsen door de schuine vormgeving van de Sovjettank. De Panzerkampfwagen III voertuigen met 50mm kanonnen waren zelf erg kwetsbaar voor het 76.2mm kanon van de T-34 tank (T-34-76).

5 cm KwK 39 L/60

Een verbeterd 5 centimeter kanon dat gebaseerd was op het Duitse antitankgeschut 50mm PaK 38 werd gemonteerd in Panzerkampfwagen III voertuigen. Het kanon werd de standaard bewapening van de Panzerkampfwagen III vanaf 1941. De ontmoeting van Duitse troepen met Sovjet T-34 en KV tanks in juni 1941 maakte duidelijk dat de bestaande tankkanonnen (20mm, 37mm en 50mm L/42), niet in staat waren het pantser van genoemde tanks met een hoge kans van slagen te doorboren. Daarom werd het langere 50mm KwK 39 L/60 kanon geproduceerd. Duidelijk werd echter dat zelfs het 50mm L/60 wapen veel moeite had om het pantser van T-34 en KV tot op lange afstand te doorboren. Munitiesoorten voor het 50mm L/60 kanon waren beschikbaar: pantser (Panzergranate 39), wolfraammunitie (Panzergranate 40 en Panzergranate 40/1) en brisant (Sprenggranate 38/Sprgr.Patr.38). De Panzergranate 39 woog ongeveer 2.06 tot 2.1 kilogram en werd met een snelheid van 835m/s afgevuurd. Het penetratievermogen was 96 mm tot op een afstand van honderd meter, 79 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 62 mm tot op een afstand van een kilometer, 49 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 38 mm tot op een afstand van twee kilometer. Panzergranate 40 woog 0.9 tot 0.93 kilogram en werd met een snelheid van 1150 tot 1180m/s afgevuurd. Het penetratievermogen bedroeg 149 mm tot op een afstand van honderd meter, 108 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 72 mm tot op een afstand van een kilometer, 48 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 32 mm tot op een afstand van twee kilometer. De wolfraammunitie Panzergranate 40/1 woog 1.06 kilogram en had een mondingssnelheid van 1130 tot 1140m/s. Het penetratievermogen bedroeg plusminus 126 mm tot op een afstand van honderd meter en 27 mm tot op een afstand van twee kilometer. De 5 cm Sprgr.Patr.38 was brisant (1.8 kilogram, 550m/s). Die munitie was nutteloos tegen tanks.


7,5 cm KwK 37 L/24

In het begin van de oorlog, tussen 1939 en 1941, gebruikten Duitse troepen een kort 75mm kanon op tanks en pantservoertuigen. Vroege tankmodellen zoals de Panzer IV waren met dat korte 75mm wapen uitgerust. Het ging om het 75mm KwK 37 L/24 (L/23.5) kanon. Het L/24 kanon kon twintig graden omhoog en tien graden omlaag bewegen. Het kanon kon twaalf tot vijftien schoten per minuut afvuren. Het 75mm KwK 37 L/24 wapen kostte 8000 rijksmark, woog 490 kilogram, was 1,77 (1766.5mm) meter lang, had een effectief bereik van twee kilometer, een maximaal bereik van 6200 meter en kon een aantal munitiesoorten afschieten. De L/24 kon pantsergranaten, verschillende holle lading, brisant en nevelgranaten afvuren. De pantsergranaat heette ‘K.Gr.rot.Pz’, holle lading ‘Gr.38 Hl’, brisant ‘Sprenggranate 34’ en nevelgranaten ‘Nebel’. Met name de pantsergranaat en holle lading werden gebruikt tegen vijandelijke tanks. De pantsergranaat is een munitietype dat ontwikkeld is om staalbepantsering te doorboren. De eerste, in massaproductie geleverde tank met een 75mm kanon, was de Panzerkampfwagen IV. Het eerste 75mm tankkanon dat geproduceerd werd door Krupp in 1934 was het 75mm KwK 37 L/24 geschut. Voor het L/24 wapen was pantsermunitie beschikbaar. Voor de bewapening van gemechaniseerd geschut, zoals het stormgeschut III (StuG III), werd een versie van de L/24, de 7.5 cm (75mm) StuK 37, gebruikt. De 75mm KwK 37 L/24 was niet geschikt tegen zware tanks, maar was wel effectief tegen infanterie en licht gepantserde voertuigen. De korte loop en de lage mondingssnelheid van afgevuurde pantsergranaten zorgden ervoor dat holle lading en brisant vaak ingezet werden tegen lichte gepantserde doelen.

Toch was het 75mm L/24 kanon niet nutteloos tegen tanks. De ‘K.Gr.rot.Pz’ (‘APCBC’) granaat was geschikt voor het L/24 wapen. Vooral in de eerste oorlogsjaren, tussen 1939 en 1941, was de L/24 in staat vijandelijke tanks met de pantsergranaat uit te schakelen. Het ging vooral om lichte en middelzware tanks. Polen had licht gepantserde tanks en voertuigen die met de K.Gr.rot.Pz granaat vernietigd konden worden. In Frankrijk was het L/24 wapen vrijwel nutteloos tegen Franse zware tanks (Char B1). Na de confrontatie met de Sovjet T-34 tank en KV tanks in juni 1941 werd duidelijk dat de pantsergranaat niet bruikbaar was om die tanks op lange afstand uit te schakelen.

De K.Gr.rot.Pz was een granaat met een rode band (‘rot’: rood), woog ongeveer 6.8 kilogram en bereikte een snelheid van 385 tot 440 meter per seconde (m/s) in het L/24 kanon. De granaat is ongeveer 243mm lang (75x243R) en had een explosieve massa van plusminus 80 gram. De granaat penetreerde ongeveer 56 mm staal tot op een afstand van tien meter, 54 mm tot op een afstand van 100 meter, 50 mm op een afstand van 500 meter, 46 mm tot op een afstand van een kilometer, 42 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 38 mm tot op een afstand van twee kilometer. In een hoek van dertig graden doorboorde de granaat ongeveer 41 mm staal tot op een afstand van honderd meter.

Sovjet T-34 tanks hadden een pantser met een dikte van 40 tot 45mm. De voorkant van de T-34 kon in theorie met de K.Gr.rot.Pz doorboord worden, het schuine pantser van T-34 zorgde er echter voor dat granaten vaak afketsten. De zij- en achterkant van T-34 (45mm) zijn kwetsbaar. Het pantser van de Sovjet KV-1 tank, 70 tot 75mm, was voor de K.Gr.rot.Pz echter ondoordringbaar. Omdat de granaat ‘slechts’ 56 mm staal tot tien meter en 54 mm tot honderd meter doorboorde, kon de KV-1 met de pantsergranaat niet of nauwelijks vernietigd worden. De Duitse Panzerkampfwagen IV tanks, met name Ausf. A tot en met D, zijn erg kwetsbaar voor het 76,2mm kanon van KV-1. Duidelijk werd dat de K.Gr.rot.Pz grote schade veroorzaakte. Dat kwam door de explosieve inhoud. De pantsergranaat werd tijdens de oorlog gebruikt in verschillende voertuigen zoals de ‘Stummel’. Tegen zware tanks presteerde de granaat, met name vanaf 1941 na de confrontatie met T-34 en KV, slecht. Daarom besloten Duitse ingenieurs en het Duitse leger nieuwe pantsergranaten te produceren.

Holle lading werd tussen 1940 en 1945 gebruikt tegen zware tanks en voertuigen. De Duitse ‘Gr. 38 Hl’ is een hollelading- granaat die in verschillende Duitse kanonnen gebruikt werd. Net als ‘Panzergranate 39’ en ‘Panzergranate 40’ werd de Gr. 38 Hl gebruikt in ‘KwK’ (Kampfwagenkanonen). De eerste versie heette ‘Gr.38 H1’. Die 4.5 kilogram wegende granaat had een penetratievermogen van 45mm staal tot twee kilometer en was niet erg succesvol. Om dikker staal te penetreren werden verschillende versies, gebaseerd op de Gr.38 Hl, geproduceerd. Een drietal soorten (A, B en C) fabriceerden de Duitsers. In 1940 en 1941 gebruikten Duitse troepen de 75mm Gr. 38 Hl/A in het korte KwK 37 L/24 ‘Stummel’ (stomp) kanon. Dat kanon kon AP (pantser), HE (brisant) en HEAT (holle lading) munitie tot twee kilometer afvuren. Holle lading bestaat uit een metalen omhulsel waarin springstof is aangebracht. De neus van de granaat is hol en een koperlegering is aan de binnenkant bij de springstofconus aangebracht. Springstof zit achter een koperen bekleding en zorgt ervoor dat na de explosie koper en metaal als een soort ‘straal’ naar voren worden geperst (Munroe effect). De kinetische energie is erg groot. Het getroffen pantserstaal wordt vloeibaar en metaalsplinters vliegen door het interieur van de tank. Feit is dat holle lading grote schade veroorzaakt. De Gr.38 Hl werd zoals gezegd in een drietal productieversies of varianten geproduceerd. De eerste succesvolle ‘A’ versie, ‘Gr.38 Hl/A’, ‘Gr. 38 Hl/A’ of ‘Gr. 38HL/A’ genoemd, woog 4.4 kilogram en werd met een snelheid van 450 meter per seconde uit het korte 75mm L/24 kanon afgeschoten. Het penetratievermogen van de A variant was ongeveer 70 mm staal tot twee kilometer (in een hoek van 30 graden). De ‘B’ variant (Gr. 38 Hl/B of Hl.Gr 38B), woog 4.57 (4.6) kilogram en penetreerde plusminus 75 mm staal tot twee kilometer. De derde ‘C’ variant woog 4.8 kilogram en penetreerde 100 of 115 mm staal tot twee kilometer. Het korte 75mm L/24 kanon profiteerde van de relatief hoge penetratiewaarden van holle lading. Na de inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 konden Duitse troepen met Gr.38 Hl munitie vijandelijke tanks vernietigen. Ook de Sovjet T-34 tank kon met holle lading vernietigd worden. Feit is het gegeven dat Gr. 38 Hl soms ‘Gr38 H1’ genoemd wordt.

‘Tussenpantser’ werd in de oorlog geproduceerd om holle lading onschadelijk te maken. De Duitse ‘Schürzen’ zijn daar een duidelijk voorbeeld van. Die staalplaten werden geďntroduceerd om Sovjet antitankwapens tegen te houden. Door een extra pantserplaat op een afstand van het hoofdpantser te monteren wordt het explosieve effect van holle lading gereduceerd. Tegenwoordig zijn veel tanks beschermd tegen holle lading door verschillende chemische samenstellingen van pantserplaten.

(de belangrijkste Gr. 38 munitie met technische gegevens)
Gr.38 Hl/A(‘HEAT’: holle lading) Gr.38 Hl/B(‘HEAT’: holle lading) Gr.38 Hl/C (‘HEAT’: holle lading)
Gewicht: 4.4 kg Gewicht: 4.57-4.6 kg Gewicht: 4.8 kg
Snelheid: 450m/s Snelheid: 450m/s Snelheid: 450m/s
Penetratievermogen: ongeveer 70mm tot 2000 meter Penetratievermogen: ongeveer 75mm tot 2000 meter Penetratievermogen: 100-115mm tot 2000 meter

Brisant werd in de Tweede Wereldoorlog gebruikt tegen 'zachte' doelen: infanterie en lichte voertuigen. Het 75mm L/24 kanon was geschikt om brisant af te schieten. De Duitse brisantgranaat ‘Sprenggranate 34’, ‘Sprengranatpatrone 34’, of ‘Sprenggranat-Patrone 34’, werd gebruikt in het 75mm KwK 37 L/24 ‘Stummel’ kanon en de 75mm KwK 40 L/43, L/48 en 75mm ‘PaK’ wapens (Panzerabwehrkanone). Het L/24 wapen werd geďnstalleerd in verschillende Panzerkampfwagen IV modellen (A tot en met F1) en StuG III (stormgeschut III) voertuigen. Sprenggranate 34 woog ongeveer 8.71 kilogram. Het projectiel van Sprenggranate 34 woog 5.7, 5.74, 5.75 of 5.8 kilogram (bronnen geven verschillende eenheden), en werd met een snelheid van 550 tot 570 meter per seconde afgevuurd. Explosieve inhoud bestond uit 640 tot 690 gram TNT of Amatol (mix van TNT en ammoniumnitraat). De ontsteking van Sprenggranate 34 in het 75mm KwK 40 en PaK 40 wapen heette ‘Kl.A.Z.23’. De kleur van Sprenggranate 34 was olijfgroen. Het deel van de schokbuis van de granaat was het type C/22 of C/22 St. De granaat kon worden gebruikt tegen infanterie en lichte, niet of nauwelijks gepantserde kleine voertuigen zoals trucks en auto’s. Tegen tanks was de granaat vrijwel nutteloos.


7,5 cm KwK 40 L/43 en L/48

7,5 cm KwK 40 L/43 en L/48

Omdat het korte 75mm 'Stummel' kanon (7,5 cm KwK 37 L/24) had aangetoond dat het met pantsergranaten niet of nauwelijks in staat was sterke Sovjettanks te vernietigen (T-34 en KV), werd een nieuwe type kanon in Panzerkampfwagen IV tanks gemonteerd. Dat kanon was gebaseerd op het Duitse 75mm PaK 40 geschut. Het eerste type was het 75mm KwK 40 L/43 kanon dat gemonteerd werd op de Panzerkampfwagen IV Ausf. F2 (versie F2). Andere voertuigen zoals tankjagers en de bekende 'Sturmgeschütz III' werden ook met het geschut bewapend. Het 75mm L/43 wapen was een uitstekend tankkanon dat T-34 en KV tot op lange afstand kon uitschakelen. De mondingssnelheid, de lengte van het kanon en het kaliber maakten dat mogelijk. De munitie voor het 7,5 cm KwK 40 L/43 kanon was 75x495mm (pantsergranaten). De Panzergranate 39, Panzergranate 40, brisant en holle lading waren beschikbare munitiesoorten. De Panzergranate 39 ('APCBC', pantsergranaat met ballistische kop) woog ongeveer 6.8 kilogram en werd met een snelheid van 740 tot 750 meter per seconde afgevuurd. het penetratievermogen bedroeg ongeveer 133 mm tot op een afstand van honderd meter, 121 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 107 mm tot op een afstand een kilometer, 95 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 85 mm tot op een afstand van twee kilometer. De Panzergranate 40 was wolfraammunitie, woog 4.2 kilogram en had een mondingssnelheid van 919m/s. Het penetratievermogen bedroeg 173 mm tot op een afstand van honderd meter, 151 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 127 mm tot op een afstand van een kilometer, 108 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 91 mm tot op een afstand van twee kilometer. De holle lading (de 4.4 tot 4.6 kilogram wegende Hl.Gr 38B) was in staat 75 tot 80 mm staal tot op een afstand van twee kilometer te doorboren. De Sprenggranate 34 was brisant en was alleen geschikt tegen trucks of andere licht gepantserde doelen.

Een verbeterde versie van het 7,5 cm KwK 40 L/43 kanon werd door de Duitse legertop vanaf juni 1942 ingezet. Dat kanon, de 7,5 cm KwK 40 L/48, was 334mm langer (het 7,5 cm KwK 40 L/43 kanon had een looplengte van 3281mm (3.3 meter), vergeleken met de 3615mm (3.6 meter) van de 7,5 cm KwK 40 L/48), en had een beter penetratievermogen met dezelfde munitiesoorten. Het kanon had een elektrisch vuurmechanisme en het sluitstuk was semi-automatisch (na het vuren van een granaat wordt de granaat uitgeworpen en is het kanon klaar om een nieuwe granaat te ontvangen). Het kanon werd in latere Panzerkampfwagen IV voertuigen gemonteerd zoals de Panzerkampfwagen IV Ausf. J (versie J). De munitiesoorten voor het L/48 wapen waren Panzergranate 39 (pantsergranaat met ballistische kop en explosieve lading), Panzergranate 40 (wolfraammunitie), holle lading (Hl.Gr 38B) en brisant (Sprenggranate). Het penetratievermogen van de Panzergranate 39 (750 tot 790m/s) bedroeg 135 mm tot op een afstand van honderd meter, 123 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 109 mm tot op een afstand van een kilometer, 97 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 86 mm tot op een afstand van twee kilometer. De Panzergranate 40 wolfraammunitie (4.1 tot 4.2 kilogram, 930m/s) was in staat 176 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 92 mm tot op een afstand van twee kilometer te doorboren.


8,8 cm Flugabwehrkanone & 8,8 cm KwK 36 L/56

Het 8,8 cm kanon, oftewel ‘8.8 cm FLAK 18/36/37’, is een zeer bekend en berucht Duits luchtdoelgeschut dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet tegen geallieerde troepen. Gronddoelen konden tevens met het kanon vernietigd worden. Zo kon het kanon bunkers tot op lange afstand vernietigen. Verschillende modellen gebaseerd op de ‘88’ werden tijdens de oorlog gebouwd door Krupp, bijvoorbeeld de FlaK 18 en 36. Een tankversie, de 88mm KwK ('Kampfwagenkanone') L/56, werd gebruikt in de eerste zware Duitse tank, de Panzerkampfwagen VI ‘Tiger’ (PzKpfw VI Tiger). De loop van het 88mm kanon was 4928mm (ongeveer 5 meter) lang en was in staat de sterkste geallieerde tanks uit te schakelen zoals de door Franse troepen ingezette tanks en de Britse Matilda modellen. De Tiger-tank versie van het 88mm kanon, 88mm KwK 36 L/56, gebruikte verschillende soorten munitie. Pantsergranaten, holle lading en brisant behoorden tot de bewapeningsopties. In uitzonderlijke gevallen werd wolfraammunitie gebruikt. De pantsergranaten waren speciaal ontworpen om vijandelijke tanks en voertuigen uit te schakelen. De holle lading was ontworpen om vijandelijke tanks en andere doelen uit te schakelen en brisant om vijandelijke infanterie en lichte verdedigingsnesten zoals machinegeweerstellingen onschadelijk te maken. Wolfraammunitie was duur om te produceren en werd alleen ingezet tegen zeer goed gepantserde vijandelijke tanks.

De projectielen van de pantsergranaten, ‘Panzergranate 39’ (‘APCBC’ munitie), wogen ongeveer 10 kilogram (10.2) en bereikten snelheden van 773 meter per seconde (m/s). De granaten hadden een kaliber van 88mm en waren ongeveer 571mm lang (88×571mmR). Met die ‘AP’ (pantsergranaat) was de Tiger in staat om 165 mm verticaal staal tot op een afstand van tien meter, 162 mm tot op een afstand van honderd meter, 151 mm tot op een afstand van vijfhonderd meter, 138 mm tot op een afstand van een kilometer, 126 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 116 mm tot op een afstand van twee kilometer te doorboren. Opgemerkt dient te worden dat het vermogen om schuin staal te penetreren lager lag. Penetratiewaarden betreffen 127 mm staal in een hoek van dertig graden tot op een afstand van honderd meter en 88mm staal tot op een afstand van twee kilometer. De granaat had ongeveer negenenvijftig tot vierenzestig gram H10 explosief. Feit is dat de genoemde pantsergranaat geen enkele moeite had om geallieerde tanks zoals de Matilda II (75mm pantser) en zware Sovjettanks zoals de KV-1 (75 tot 110mm pantser) te vernietigen. Tot op twee kilometer afstand was de granaat namelijk in staat meer dan honderd millimeter staal te doorboren.

De 7.6 kilogram wegende holle lading munitie van de 8,8 cm KwK 36 L/56 (600m/s) penetreerde ongeveer 90 tot 110 mm staal tot op een afstand van twee kilometer. Een voordeel van de holle lading was dat penetratiewaarden gelijk bleven tot op lange afstand. Het vermogen om 110 mm dik staal te doorboren was voldoende om de meeste geallieerde tanks te vernietigen. Een duidelijk kenmerk van holle lading is dat na impact van de granaat tegen staal een stroom heet koper ontstaat dat door het pantser smelt. Met andere woorden: een kleine incisie wordt gemaakt waarbij extreem hoge temperaturen bereikt worden waardoor het staal wegsmelt. Interne explosies, grote hitte en rondvliegende scherven zijn het gevolg.

Brisant was geschikt om infanterie en lichte verdedigingsstellingen uit te schakelen. Ook licht gepantserde voertuigen konden met brisant uitgeschakeld worden.

In extreem kleine aantallen werd voor de Tiger-tank wolfraammunitie geproduceerd (PzGr.40/Pzgr. 40/Pzgr40). Die granaten waren ontworpen om de zwaarste geallieerde tanks te vernietigen die op het slagveld konden verschijnen. Het projectiel van de Panzergranate 40 woog ongeveer 7.3 kilogram en werd met een snelheid van 930 tot 1000m/s afgevuurd. Het penetratievermogen lag rond 220 mm tot op een afstand van tien meter en 143 mm tot op een afstand van twee kilometer (verticaal staal). De granaat was in staat 171 mm staal in een hoek van dertig graden tot op een afstand van honderd meter te doorboren en 110 mm tot op een afstand van twee kilometer.


7,5 cm KwK 42 L/70

Tijdens de Barbarossa veldtocht in juni 1941 werd duidelijk dat Duitse tanks niet voldoende vuurkracht hadden om het op te nemen tegen Sovjettanks zoals de T-34 tank en de zware KV tank. Holle lading munitie was vooral bedoeld om dik tankpantser te doorboren. Toch was de inzet van holle lading munitie niet voldoende: er moesten nieuwe pantsergranaten worden ontwikkeld. De Duitse legertop besloot om bestaande 75mm kanonnen (7,5 cm KwK 37 L/24) te upgraden naar zwaardere wapens zoals de 7,5 cm KwK 40 L/43 en L/48 kanonnen. Genoemde wapens werden geďnstalleerd in latere Panzerkampfwagen IV tanks zoals de PzKpfw IV F2, G, H en J versies. Om zwaardere vijandelijke tanks te kunnen vernietigen werd een nieuw wapen ontworpen dat in staat was tot op lange afstand dik staal te penetreren. Dat werd het 75mm KwK 42 L/70 wapen. De Duitse middelzware tank Panzerkampfwagen V 'Panther' (PzKpfw V Panther, Sd.Kfz. 171) werd met genoemd kanon bewapend. De loop van het kanon was 5.25 meter lang, werd gebouwd door Rheinmetall-Borsig AG en werd tevens gebruikt in de tankjager Jagdpanzer IV/70(A)/(V). In die tankjager werd het wapen als 7,5 cm PaK ('Panzerabwehrkanone') 42 L/70 aangeduid. Maximaal bereik van het kanon lag rond de tien kilometer. In de praktijk verliepen tankgevechten tussen de vijfhonderd meter en twee kilometer. Net als voor andere tanks werden verschillende munitiesoorten voor het L/70 wapen ontwikkeld. Drie soorten werden ontwikkeld: pantsergranaten, brisant en wolfraammunitie. Het eerste type was bedoeld om tanks te vernietigen, het tweede om infanterie en licht gepantserde doelen uit te schakelen en het derde type om zeer goed gepantserde tanks uit te schakelen.

Met de oudere 75mm Panzergranate als basis, 75mm Panzergranate 39 voor de Panzerkampfwagen IV Ausf. F2 en latere versies, werd een nieuw type pantsergranaat ontwikkeld die langer en zwaarder was (75×640mm R). De granaat had een ballistische kop (‘APCBC’ munitie). Het projectiel van PzGr 39/42 (Panzergranate 39/42) woog ongeveer 6.8 tot 7.2 kilogram en werd met een snelheid van 925 tot 935 meter per seconde afgevuurd. De huls en het projectiel wogen samen 14.3 kilogram. De penetratiewaarden bedroegen 185 mm tot op honderd meter, 168 mm tot op vijfhonderd meter, 149 mm tot op een kilometer, 132 mm tot op anderhalve kilometer en 116 mm tot op twee kilometer afstand (verticaal staal). Bij een hoek van dertig graden kon de granaat 138 mm staal tot op een afstand van tien meter en 89 mm staal tot op een afstand van twee kilometer doorboren. Panzergranate 39/42 had een explosieve vulling van zeventien tot achttien gram RDX (explosief).

Brisantgranaten werden gebruikt om infanterie uit te schakelen. Het projectiel van de brisantgranaat 'Sprenggranate 42' woog 5.74 (5.7) kilogram (projectiel en huls 11.14 kilogram). De lengte van de granaat bedroeg 929.2mm.

Wolfraammunitie was bedoeld om zeer goed gepantserde vijandelijke tanks en andere voertuigen te vernietigen. De Panther kon Panzergranate 40/42 (Pzgr40/42/PzGr 40/42) afvuren om laat geďntroduceerde zware geallieerde tanks, zoals de Zware tank IS-serie, te vernietigen. Genoemde granaat (1120 tot 1130m/s) woog ongeveer 4.75 tot 4.8 kilogram en doorboorde 265 mm staal tot op een afstand van honderd meter, 234 mm tot op een afstand van vijfhonderd meter, 199 mm tot op een afstand van een kilometer, 170 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 145 mm tot op een afstand van twee kilometer. Bij een hoek van dertig graden bedroeg het penetratievermogen 194 mm tot op een afstand van tien meter en 106 mm staal tot op een afstand van twee kilometer. Anders dan de Panzergranate had de wolfraammunitie geen explosieve vulling. Het gebrek aan die explosieve inhoud maakte de granaat minder destructief dan de Panzergranate 39/42.


8,8 cm KwK 43 L/71

Het krachtigste Duitse tankkanon uit de Tweede Wereldoorlog is de 8,8 cm KwK 43 L/71. Genoemd kanon werd gemonteerd in de opvolger van de Duitse Tiger-tank, de Panzerkampfwagen VI Ausf. B Tiger II (PzKpfw VIb Königstiger). Het kanon was ontworpen door Krupp en werd tevens gebruikt in tankjagers zoals de 'Nashorn' en de 'Ferdinand/Elefant'. Het wapen was ongeveer 6.25 meter lang (6.248) en de gebruikte munitie was groter (82.2 centimeter hoog). Net als eerdere tankkanonnen was een antitankwapen van de L/71 beschikbaar: de PaK 43. Aanvankelijk bestond de loop van de 88mm KwK 43 L/71 uit één geheel. Door slijtage werd besloten om de loop in twee delen te vervaardigen. Nieuwe munitiesoorten werden voor het kanon ontworpen. De Panzergranate 39/43 was een pantsergranaat met een ballistische (APCBC) kop en een explosieve lading van plusminus 64 gram. Het gewicht van de granaat was 10 tot 10.4 kilogram. De mondingssnelheid van de Panzergranate 39/43 bedroeg één kilometer per seconde (999-1000m/s). Het penetratievermogen van de granaat bedroeg 232 mm tot op een afstand van honderd meter, 219 mm tot op een afstand van vijfhonderd, 204 mm tot op een afstand van een kilometer, 190 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 176 mm tot op een afstand van twee kilometer. De PzGr 40/43 (7.3 kilogram) was wolfraammunitie om de sterkste vijandelijke tanks te vernietigen (zoals de IS-2 model 1944). De mondingssnelheid bedroeg 1130 tot 1200m/s en het penetratievermogen was 304 mm tot op een afstand van honderd meter, 282 mm tot op een afstand van vijfhonderd meter, 257 mm tot op een afstand van een kilometer, 234 mm tot op een afstand van anderhalve kilometer en 213 mm tot op een afstand van twee kilometer (andere bronnen noemen 270 mm tot op een afstand van honderd meter en 189 mm tot op een afstand van twee kilometer). Naast de besproken munitiesoorten kon het kanon holle lading (Gr. 39/3 HL) afvuren.


Samenvatting

Tussen 1933 en 1945 ontwikkelden Duitse ingenieurs verschillende tankkanonnen met bijbehorende munitiesoorten. Achtereenvolgens werden 20, 37, 50, 75 en 88mm kanonnen geproduceerd. Alle tankkanonnen konden pantsergranaten afvuren die door de Duitsers meestal aangeduid werden met 'Panzergranate' of 'Panzergranate 39'. Naast die standaard pantsermunitie werd ook wolfraammunitie geproduceerd. Vaak werden die granaten 'Panzergranate 40' genoemd. Wolfraammunitie was geschikt om de sterkste vijandelijke tanks en andere pantservoertuigen uit te schakelen indien standaard pantsermunitie (Panzergranate of Panzergranate 39), dat niet kon. Omdat wolfraam kostbaar was werden relatief weinig wolfraamgranaten geproduceerd.

Het krachtigste Duitse tankkanon, de 8,8 cm KwK 43 L/71, was in staat met de standaard pantsergranaat (Panzergranate 39/43) ongeveer tweehonderd millimeter staal tot op een afstand van honderd meter te doorboren en 176 mm tot op een afstand van twee kilometer. Dat was meer dan genoeg om de sterkste geallieerde tanks zoals de middelzware M4 Sherman, de zware M26 Pershing, de middelzware T-34 tank en de zware Jozef Stalin tanks (zware tank IS-serie) tot op een afstand van twee kilometer vernietigen. Zelfs de Tiger I tank (Panzerkampfwagen VI Tiger), was in staat met het kortere 8,8 cm KwK 36 L/56 kanon alle genoemde tanks tot op een afstand van twee kilometer te vernietigen (het penetratievermogen van de standaard 8,8 cm Panzergranate 39 was ongeveer 162 mm staal tot op een afstand van honderd meter en 116 mm tot op een afstand van twee kilometer). Vergeleken met de sterkste Amerikaanse tank (M26 Pershing) en de sterkste Sovjettank (JS-2/IS-2 model 1944), had de Tiger I meer dan genoeg penetratievermogen om de voorkant, de zijkant of de achterkant van die tanks te doorboren. De explosieve lading van negenenvijftig tot vierenzestig gram in de 88mm Panzergranate 39 zorgde voor veel schade.

Voordeel van Duitse tankmunitie was tevens dat granaten vaak uit één stuk bestonden: de huls en het projectiel hoefden niet apart in het kanon te worden geladen. Dat was wel het geval bij de Sovjettank JS-2 (die tank had een 12,2 cm kanon). Door dat gegeven waren Duitse tankschutters vaak in staat (relatief) snel te vuren op vijandelijke tanks of andere doelen. Duitse richtoptieken waren vaak van zeer goede kwaliteit en de tankbemanningen bestonden uit goed getrainde manschappen. Ondanks al die feiten werden veel meer geallieerde tanks geproduceerd dan de Duitse tankfabrieken konden produceren. Een numerieke overmacht, gecombineerd met uitstekende laat geďntroduceerde geallieerde tanks (M4 Sherman 'Firefly', M26 Pershing, T-34-85 en JS), beter getrainde geallieerde tankbemanningen tussen 1943 en 1945 en luchtoverwicht van geallieerde troepen, zorgden ervoor dat Hitler-Duitsland de tankoorlog verloor.


Bronnen

Boeken