M26 Pershing

M26 Pershing

De M26 Pershing vormt het hoogtepunt van de Amerikaanse tankontwikkeling die in de jaren dertig begon. De tank was het Amerikaanse antwoord op krachtige Duitse tanks zoals de verbeterde Panzerkampfwagen IV met 75mm KwK 40 L/48 kanon (Kampfwagen Kanone 40), de Panzerkampfwagen V Panther / PzKpfw V Panther met 75mm KwK 42 L/70 kanon en de Panzerkampfwagen VI Tiger / Pzkpfw VI Tiger met 88mm KwK 36 L/56 kanon. De M26 Pershing kon alle genoemde tanks (in theorie) tot op een afstand van twee kilometer uitschakelen. Het 90mm kanon van de Pershing was zeer krachtig en beschikte over een groot aantal uiteenlopende munitiesoorten.

De M26 Pershing werd vanaf januari 1945 ingezet. De tank werd ook na de oorlog nog gebruikt door Amerikaanse troepen tijdens de Koreaoorlog (1950-1953) waarbij het voertuig aantoonde dat het met gemak middelzware, door Noord-Koreaanse troepen gebruikte T-34-85 tanks kon vernietigen.


Inleiding en voorgeschiedenis

Inleiding

De M26 Pershing vormt het hoogtepunt van de Amerikaanse tankontwikkeling die in de jaren dertig begon. De tank was het Amerikaanse antwoord op krachtige Duitse tanks zoals de verbeterde Panzerkampfwagen IV/PzKpfw IV met 75mm KwK 40 L/48 kanon (Kampfwagen Kanone 40), de Panzerkampfwagen V Panther / PzKpfw V Panther met 75mm KwK 42 L/70 kanon en de Panzerkampfwagen VI Tiger / Pzkpfw VI Tiger met 88mm KwK 36 L/56 kanon. De M26 Pershing kon alle genoemde tanks tot op een afstand van twee kilometer uitschakelen. Het 90mm kanon van de Pershing was zeer krachtig en beschikte over een groot aantal uiteenlopende munitiesoorten.

De M26 Pershing werd vanaf januari 1945 ingezet. De tank werd ook na de oorlog nog gebruikt door Amerikaanse troepen tijdens de Koreaoorlog (1950-1953) waarbij het voertuig aantoonde dat het met gemak middelzware, door Noord-Koreaanse troepen gebruikte T-34-85 tanks kon vernietigen.

Voorgeschiedenis

Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceerden de Verenigde Staten verschillende soorten tanks. De meest geproduceerde tank is de middelzware M4 Sherman. In totaal zijn ongeveer 50.000 Sherman tanks geproduceerd. Ondanks de grote productieaantallen van de M4 Sherman waren de bepantsering en de bewapening van het voertuig niet erg goed. De maximale bepantsering van de meeste M4 Sherman modellen bedroeg 89mm aan de voorkant van de koepel en 38mm aan de zijkanten van de romp. Tussen 1942 en 1945 zijn honderden Sherman-tanks door Duitse tanks vernietigd. Met name de Duitse middelzware Panzerkampfwagen IV (F2, G, H en J), Panzerkampfwagen V Panther (D, A en G) / PzKpfw V Panther en de zware Panzerkampfwagen VI Ausf. H Tiger (Tiger I) / PzKpfw VI Tiger konden Sherman tanks tot op lange afstand uitschakelen.

De zwakheden van de M4 Sherman tanks lagen met name in de bepantsering die door Duitse kanonnen relatief eenvoudig kon worden doorboord (zelfs de frontale bepantsering van Sherman tanks was kwetsbaar). In 1944 werd de situatie voor het Amerikaanse leger zo ernstig dat de Amerikaanse legertop eigenlijk een nieuwe, krachtige tank wilde die het wat betreft prestaties op kon nemen tegen de sterkste Duitse tanks: de middelzware Panzerkampfwagen V Panther en de zware Panzerkampfwagen VI Tiger I. De nieuw te ontwikkelen Amerikaanse tank zou een 90mm kanon krijgen met dikke en goed vormgegeven bepantsering (plusminus 102-114mm) waarbij het kanon in staat zou moeten zijn om het frontale pantser van de Panther en Tiger-tanks te penetreren.


Ontwikkeling en inzet

De ontwikkelingsgeschiedenis van de M26 Pershing begint in 1942 toen het Ordnance Department (legerafdeling) de ontwikkeling van de T20 middelzware tank goedkeurde. De T20 zou een verbetering zijn ten opzichte van de M4 Sherman tank. Het voertuig zou gebruikt kunnen worden voor het testen van bewapening, aandrijvingen en ophangingen van de wielen en rupsbanden. Dertien verschillende modellen van de T20, T22 en T23 series werden ontwikkeld. De ontwikkeling van twee zware tanks volgde (T25 en T26). Beide modellen waren uitgerust met een Ford GAF motor. De T26 kreeg hoge prioriteit en bij de T26E1 had de aandrijving drie versnellingen voorwaarts en één achterwaarts. De koepel van het model was gegoten en de romp bestond uit gegoten en gelaste platen. Toen begon de verhitte discussie tussen Amerikaanse legerleiders en militairen die allen een eigen mening hadden wat betreft Amerikaanse tanks.

In 1943 had het Armored Command gesteld dat de oorlog gewonnen kon worden met behulp van de M4 Sherman tank. Armored Command was tegen het idee van zware tanks vanwege kosten, gewicht en omvang. Bruggen zouden moeite hebben het gewicht van de tank te dragen. Army Ground Forces wilde echter de ontwikkeling van andere tanks en zette in op de productie van 1000 T26 tanks en 7000 T25 tanks. De T26 zou een 76mm kanon krijgen en de T25 een 75mm wapen (geen 90mm kanon). Armored Command was tegen dat idee en wilde een 90mm kanon. Generaal Lesley McNair van Army Ground Forces wilde eigenlijk helemaal niet dat een nieuwe, met 90mm kanon bewapende zware tank werd gebouwd. Hij was voor de productie van (verbeterde) M4 Sherman tanks ook gezien logistieke uitdagingen. De M4 Sherman was in zijn ogen goed in staat de Duitse tanks uit te schakelen (dat niet waar was gezien de kracht van de zwaardere Duitse Panther en Tiger-tanks).

Zelfs het 76mm kanon van de nieuwste Sherman tanks had veel moeite met het frontale pantser van de Panther en Tiger-tanks. McNair hinderde persoonlijk de eerdere productie en inzet van de M26 Pershing. Uiteindelijk overtuigde generaal George Catlett Marshall (generaal Jacob Devers had hem gesproken over de zwakte van de M4 Sherman tank en de noodzaak voor een nieuwe, zware tank) generaal McNair en eiste dat de nieuwe tank (T26, later M26 Pershing) ontwikkeld en aan het front ingezet moest worden. De Armored Board stemde in om de T26E3 te standaardiseren en het Oorlogsdepartement stuurde twintig tanks naar ETO (European Theater of Operations). Die 'Zebra Missie' toonde aan dat de T26E3 een krachtige tank was. De 3de en 9de Gepantserde Divisies werden met de tank uitgerust. Het Ardennenoffensief (16 december 1944) versterkte het idee dat de nieuwe tank hard nodig was gezien de kracht van Duitse tanks (met name de Panzerkampfwagen V Panther en Panzerkampfwagen VI Tiger zorgden voor veel onrust bij Amerikaanse tankbemanningen). De T26E3 was nagenoeg equivalent aan de Tiger-tank (Tiger I) wat betreft bewapening en bepantsering. Wat betreft mobiliteit was de tank beter dan de Tiger (zowel de Tiger I als de nog zwaardere PzKpfw VI Ausf. B Tiger II/PzKpfw VIb Köningstiger). Een nadeel van de T26E3 was de relatief zwakke motor (450-500pk).

De T26E3 werd pas in maart 1945 onder de aanduiding 'M26 Heavy Tank' of 'Heavy Tank M26' gestandaardiseerd en de naam 'Pershing' werd toegekend (als eerbetoon aan generaal John. J. Pershing 1860-1948). Verschillende voertuigen waren gebaseerd op het onderstel van de M26 Pershing zoals de T92 240mm Howitzer Motor Carriage. Wat betreft productieaantallen werd de M26 Pershing geproduceerd door Grand Blanc Arsenal (1190 stuks van november tot en met juni 1945) en later Detroit Arsenal (246 stuks van maart tot juni 1945). De M26 Pershing was uitgerust met een frontale koepelbepantsering van 100/102 tot 114.3mm (114.3mm bij de mantel van het kanon). De voorkant van de romp (102mm staal) was door de schuine stalen platen equivalent aan 120 tot 130mm (verticaal) staal. De zijkanten van de tank waren 76 (76.2)mm dik. Er werden ook nog twee experimentele M26 Pershing tanks geproduceerd: de M26 'Super Pershing' (T26E4). Die tank had dikker pantser (aan de voorkant) en een langer 90mm T15E1 of T15E2 kanon.

Een zeer bekend tankgevecht tussen een Pershing en Duitse Panther-tank (Panzerkampfwagen V) vond plaats op 6 maart 1945. Nadat de 3de Gepantserde Divisie Keulen binnenreed vond een tankduel plaats. Een Duitse middelzware Panther-tank stond stil in de straat van Keulen voor de kathedraal. Twee M4 Sherman tanks reden door en zagen de Panther niet. De eerste M4 Sherman werd vernietigd waarbij drie van de vijf bemanningsleden werden gedood. Een T26E3 tank (M26 Pershing) bevond zich in een andere straat en werd opgeroepen om de Amerikaanse soldaten te hulp te schieten. De kanonnier van de T26E3 maakte het gevecht van dichtbij mee en vertelde dat zijn tank werd bevolen om de Duitse Panther-tank te vernietigen. De T26E3 tank reed de straat binnen en bevond zich in het midden van een kruising. De tank vuurde drie keer op de Panther-tank waarbij de laatste twee schoten werden afgevuurd nadat de T26E3 was gestopt met rijden. Alle drie de schoten doorboorden de Panther-tank: twee schoten doorboorden de zijkant en één schot penetreerde onder het pantser van het kanon (gun shield). Vier bemanningsleden van de Panther wisten eruit te komen voordat het voertuig in vlammen opging. Of die bemanningsleden het overleefden is niet duidelijk. De actie werd vastgelegd door een cameraman (Tec. Sgt Jim Bates).


Bewapening

De M26 Pershing werd uitgerust met een lang 90mm M3 kanon. Dat kanon was gebaseerd op het Amerikaanse 90mm M1 luchtdoelgeschut en was vergelijkbaar met het Duitse 88mm 'FlaK' luchtdoelgeschut (8.8 cm Flak 36 series). De loop van het 90mm wapen had een lengte van 4.6 meter (kaliber 53). Het 90mm kanon deed dienst vanaf de Tweede Wereldoorlog tot in de vijftiger jaren. Het kanon werd tevens gebruikt in de M36 Jackson tankjager. Wat betreft specificaties hadden granaten uit het kanon een mondingssnelheid van plusminus 807 tot 822/823 meter per seconde (m/s). Het wapen (M1) had een maximaal bereik van 17.8 kilometer en woog ongeveer 8618 kilogram. Het 90mm M3 kanon woog 1030 kilogram.

Het 90mm M3 kanon (90 mm Gun M3) van de Pershing had een depressie van tien graden en een elevatie van twintig graden. Het 90mm wapen kon verschillende munitiesoorten afvuren. Granaten van het type 'M82' hadden een kaliber van 90mm x 970mm. De T33/M77 granaat (T33 shot) was een pantsergranaat met een mondingssnelheid van 823m/s, woog 11 kilogram (projectiel 10.61-10.91kg) en penetreerde ongeveer 189mm staal tot op een afstand van tien meter, 188mm tot op een afstand van honderd en 96mm tot op een afstand van twee kilometer. De M82 granaat (M82 shot) was een pantergranaat met een ballistische kop (ABCBC, 'Armor-Piercing Capped Ballistic Cap'), woog 11 kilogram (projectiel 10.94kg, totaalgewicht 19.39kg), had een mondingssnelheid van 807-807.72m/s tot 853.44m/s en doorboorde ongeveer 165mm staal tot op een afstand van tien meter, 164mm tot op een afstand van honderd meter en 114mm tot op een afstand van twee kilometer. Naast genoemde granaattypes (T33 en M82) kon de M26 Pershing ook nog wolfraammunitie (APCR, 'Armor-Piercing Composite-Rigid') M304/T30E16 afvuren en brisant munitie (M71 shell). De M304/T30E16 munitie woog 7.57-7.6 kilogram (het totaalgewicht van de granaat bedroeg 16.33 kilogram), bereikte een snelheid van plusminus 1018m/s (exact: 1018.032) tot 1021m/s en doorboorde ongeveer 264mm staal tot op een afstand van tien meter en 191mm staal tot op een afstand van twee kilometer.

De twee meest gebruikte munitiesoorten (T33 en M82) waren beiden in staat het frontale pantser van Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen V Panther (80mm verticaal) en VI Tiger (100-102mm) te doorboren (nog afgezien van de M304 wolfraammunitie). Vanwege het grote kaliber van het kanon (90mm) richtten beide granaten grote schade aan indien zij staal doorboorden. Met name het M82 munitietype was zeer dodelijk omdat de granaat gevuld was met een grote hoeveelheid explosief materiaal (in tegenstelling tot de T33). Wat betreft de explosieve vulling had de M82 granaat van de M26 Pershing ongeveer 140 tot 199 gram explosief materiaal (Explosive D). Naast de hoofdbewapening was de M26 uitgerust met machinegeweren (7.62 en 12.7mm). Het 12.7mm machinegeweer was het type M2HB (met 550 patronen), en de 7.62mm (x 2) waren Browning M1919A4 machinegeweren (met 5000 patronen).

Zowel de T33 als de M82 granaat van de Pershing bestonden uit één stuk (huls en projectiel). Die tankgranaten van de M26 Pershing worden in een informatieblad (Armor-Piercing Ammunition For Gun, 90-mm, M3, Office Of The Chief Of Ordnance Washington, D.C. January 1945) omschreven: 'the 90mm Armor Piercing Shot T33 is issued as a fixed complete round for the Gun, 90mm, M3 mounted in Heavy Tank, T26E3 and Gun Motor Carriages, M36 and M36B1. The shot is a modification of the standard AP, M77 which has been reheat-treated and to which a ballistic windshield has been attached'. 'The M82 armor piercing projectile is issued as a fixed complete round for the Gun, 90mm, M3 mounted in Heavy Tank, T26E3 and Gun Motor Carriages, M36 and M36B1. The projectile has an armor piercing cap, ballistic windshield and an Expl. "D" bursting charge which is functioned by the Fuze, B.D., M68'.

(vergelijking kanonnen)

90mm M3 (M26 Pershing) 88mm KwK 36 L/56 (Tiger I) 75mm KwK 42 L/70 (Panther)
Gewicht standaard munitie (projectiel 'APCBC' M82): 11 kg Gewicht standaard munitie (projectiel 'APCBC' Panzergranate 39): 10-10.2 kg Gewicht standaard munitie (projectiel 'APCBC' Panzergranate 39/42): 6.8-7.2 kg
Snelheid: 807-823m/s Snelheid: 773-780m/s Snelheid: 925-935m/s
Penetratievermogen (M82): 165mm tot 10, 164mm tot 100, 150mm tot 500, 137mm tot 1000, 125mm tot 1500 en 114mm tot 2000 meter Penetratievermogen (Panzergranate 39): 165mm tot 10, 162mm tot 100, 151mm tot 500, 138mm tot 1000, 126mm tot 1500 en 116mm tot 2000 meter Penetratievermogen (Panzergranate 39/42): 187mm tot 10, 185mm tot 100, 168mm tot 500, 149mm tot 1000, 132mm tot 1500 en 116 mm tot 2000 meter


Invloed en technische specificaties

Vergeleken met alle M4 Sherman varianten was de M26 Pershing beter gepantserd en bewapend. Het 90mm kanon was krachtiger dan de 75mm en 76mm kanonnen van de Sherman tanks en de bepantsering was dikker (102 tot 114mm versus 51 tot 89mm). De M26 Pershing kan met recht de sterkste Amerikaanse tank uit de Tweede Wereldoorlog worden genoemd. Afgezien van dat feit had de Pershing een grotere invloed op naoorlogse Amerikaanse tankproductie dan de middelzware M4 Sherman tank. De M26 Pershing vormde de basis voor de ontwikkeling van latere Amerikaanse tanks die eind jaren veertig, tijdens de jaren vijftig en later (1960) ontwikkeld werden zoals de M46 Patton, de M47 Patton, de M48 Patton en de M60 Patton. De M46 Patton deed dienst in de Koreaoorlog (1950-1953) en was een M26 Pershing met een sterkere motor (810 pk) en een krachtiger kanon (90mm M3A1). De opvolger van de M46 was de M47 die weer opgevolgd werd door de M48 en de M60 tank (verschillende versies zijn ontwikkeld).

De vraag die wij ons na het lezen van dit artikel kunnen stellen is waarom de M26 Pershing of een vergelijkbaar tankmodel niet eerder werd ontwikkeld en ingezet. Duidelijk is dat sommige generaals nogal conservatief waren wat betreft tanks. Dat is achteraf gezien onverstandig, mede met het oog op de honderden Amerikaanse soldaten die het leven lieten in de relatief zwak gepantserde M4 Sherman tank.

Technische gegevens:

Model: M26 Pershing
Gewicht: 42 ton (41560-41730 kg)
Bemanning: 5 man
Motor: Ford GAF 5 cilinder benzinemotor van 500pk
Snelheid: 40-45 km/u op de weg
Bereik: 160 km
Afmetingen: Lengte: 8.649 meter, hoogte: 2.78 meter, breedte: 3.5-3.51 meter
Bewapening: 1 x 9 cm (90mm) M3 kanon, 1 x .50 cal (12.7mm) Browning M2HB machinegeweer, 2 x .30 Browning M1919A4 machinegeweren
Munitie: 90mm M3 (70 granaten), .50 cal Browning (550 patronen), .30 M1919A4 (5000 patronen)
Bepantsering: Bepantsering: 102mm tot 114mm maximaal (voorkant koepel: 101.6-114.3mm, zijkant romp en koepel: 76.2mm, achterkant romp en koepel: 50.8-76.2mm)
Productie: 2212 stuks

M26 Pershing versus Panzerkampfwagen V

Een zeer bekend tankgevecht tussen een Pershing en Duitse Panther-tank (Panzerkampfwagen V) vond plaats op 6 maart 1945. Nadat de 3de Gepantserde Divisie Keulen binnenreed vond een tankduel plaats. Een Duitse middelzware Panther-tank stond stil in de straat van Keulen voor de kathedraal. Twee M4 Sherman tanks reden door en zagen de Panther niet. De eerste M4 Sherman werd vernietigd waarbij drie van de vijf bemanningsleden werden gedood. Een T26E3 tank (M26 Pershing) bevond zich in een andere straat en werd opgeroepen om de Amerikaanse soldaten te hulp te schieten. De kanonnier van de T26E3 maakte het gevecht van dichtbij mee en vertelde dat zijn tank werd bevolen om de Duitse Panther-tank te vernietigen. De T26E3 tank reed de straat binnen en bevond zich in het midden van een kruising. De tank vuurde drie keer op de Panther-tank waarbij de laatste twee schoten werden afgevuurd nadat de T26E3 was gestopt met rijden. Alle drie de schoten doorboorden de Panther-tank: twee schoten doorboorden de zijkant en één schot penetreerde onder het pantser van het kanon (gun shield). Vier bemanningsleden van de Panther wisten eruit te komen voordat het voertuig in vlammen opging. De actie werd vastgelegd door een cameraman (Tec. Sgt Jim Bates).

Bronnen

Boeken


Versie: 16-2-2018 Artikel door: Ruben Krutzen

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4951/M26-Pershing.htm