Niets om het hoofd op neer te leggen

Niets om het hoofd op neer te leggen

Titel: Niets om het hoofd op neer te leggen
Auteur: Francoise Frenkel
Uitgever: Atlas Contact
Uitgebracht: 2018
Pagina's: 237
ISBN: 9789045035024
Omschrijving:

In 1945 verscheen bij de Zwitserse uitgeverij Jeheber een boek van een onbekende vrouw, Françoise Frenkel. Het was het koelbloedige, maar mooi geschreven relaas van een Joodse boekverkoopster over haar vlucht vanuit Berlijn uit angst voor vervolging door de nazi’s. Na diverse moeizame pogingen bereikte ze eindelijk Zwitserland, waar Françoise in 1943-44 haar belevenissen aan het papier toevertrouwde. De oplage was echter beperkt en het boek bleef onopgemerkt. Tot het geschrift in 2015 gevonden wordt tussen een partij tweedehands spullen. Een heruitgave was onvermijdelijk en het boek is inmiddels ook in het Nederlands verschenen onder de titel ‘Niets om het hoofd op neer te leggen’.

Françoise Frenkel is een jonge Pools-Joodse vrouw die al heel jong een grote liefde voor boeken koestert. Ze zou heel graag een boekhandel beginnen en leert de beginselen van het boekenvak. Voor haar studie en werk reist ze naar Parijs en daar vat ze direct de passie op voor de Franse literatuur. Dan wil ze nog maar een ding: een boekhandel openen met Franse boeken. Terug in Polen ontdekt ze dat de boekhandels al beschikken over een uitgebreid assortiment Franstalige boeken. Toch geeft ze de moed niet op en besluit naar Berlijn te gaan. In 1921 opent ze haar winkel en de onderneming wordt meteen een succes. Ook beroemde Franse auteurs als André Gide, Colette en André Maurois worden trouwe bezoekers van Françoise’s winkel. Maar dan komen de nazi’s aan de macht en Françoise rest niets anders dan te vluchten, haar gekoesterde boeken achterlatend. In juli 1939 verlaat ze nazi-Duitsland en gaat naar Parijs. De verkoop van Franse boeken heeft Françoise connecties opgeleverd in Frankrijk en op die vrienden doet ze nu een beroep. Ze opent een nieuwe boekhandel, doch ook Frankrijk ontkomt niet aan de veroveringsdrang van de nazi’s. Voor haar veiligheid verruilt Françoise het bezette Parijs voor Avignon in het niet-bezette deel van het land. Dit is het begin van een lange reis voordat Françoise eindelijk in Zwitserland terecht komt.

De wetten tegen de Joden worden steeds meer aangescherpt. Nergens is het veilig voor Françoise Frenkel. Ze vlucht van stad naar stad. Van Avignon naar Vichy en weer terug; vervolgens naar Nice, dan naar een kasteel in de bergen en weer terug naar Nice. Tijdens haar eerste verblijf in Nice leert ze het echtpaar Marius kennen. Zij drijven een kapsalon in Nice. Zij schamen zich voor de Duitse bezetting en tonen zich ‘goede’ Fransen door vluchtelingen onderdak te bieden. Zo ook aan Françoise. Doch zij wil niet te lang bij het vriendelijke echtpaar blijven, omdat ze bang is dat haar verblijf ontdekt wordt, waardoor het echtpaar in moeilijkheden komt. Toch verliezen ze elkaar niet uit het oog. Zowel Madame als Monsieur Marius blijken haar reddende engelen te zijn, telkens wanneer Françoise gedwongen wordt haar schuilplek te verlaten. Meermaals bieden ze haar tijdelijk onderdak in hun huis of helpen met het vinden van nieuwe schuiladressen. Uiteindelijk wil Françoise vluchten naar Zwitserland, maar ook dat pad wordt een weg met hindernissen en niet alleen door de problemen om aan de benodigde visa te komen. Ook een gids die een aantal vluchtelingen, onder wie Françoise, over de grens zal brengen, blijkt niet betrouwbaar te zijn. Twee pogingen – met de Zwitserse grens binnen bereik – mislukken en de Poolse vrouw wordt gearresteerd en naar Annecy gebracht. De eerste keer wordt ze door de rechtbank vrijgesproken; de tweede keer zet een Italiaanse soldaat haar op de bus naar Annecy, zodat ze kan ontsnappen. Pas de derde keer lukt het haar om Zwitserland te bereiken en daarmee eindigt ook het boek.

Hoe het na de oorlog verder gaat met Françoise Frenkel is onbekend. Als persoon blijft ze in nevelen gehuld. Maar haar verhaal is een opmerkelijk verslag. In een vloeiende schrijftrant die de lezer ogenblikkelijk in zijn/haar greep houdt, en zonder overdreven dramatiek of emotie, registreert ze de gebeurtenissen die haar overkomen. Over haar man Simon Raichenstein met wie ze de Franse boekenwinkel in Berlijn opzette, schrijft ze geen woord, terwijl hij zich ook in Frankrijk bevond op het moment dat Françoise in Parijs arriveerde in 1939. Simon was al eerder naar Frankrijk uitgeweken, in 1933. Met hem liep het slecht af. In Parijs – juli 1942 – werd hij opgepakt bij een razzia en na verblijf in kamp Drancy werd hij op 24 juli op transport gezet naar concentratiekamp Auschwitz, waar hij omkwam. Ondanks het zwijgen van de schrijfster over zijn lot is haar verhaal zeer interessant om te lezen, omdat het laat zien hoe moeilijk het vaak was voor mensen om hun vrijheid te vinden. De angst voor verraad die de vluchteling had en tegelijk de dankbaarheid die er was voor de hulp die anderen gaven, terwijl ze hun leven in de waagschaal legden. Daarmee is ‘Niets om het hoofd op neer te leggen’ meer dan een oorlogsboek. Het is een tijdloos verhaal. De gebeurtenissen, zoals opgeschreven door Françoise Frenkel, zouden zonder enige twijfel ook van toepassing kunnen zijn op de hedendaagse vluchtelingen en die overeenkomst met de actualiteit geeft dit boek een bijzondere lading.

Beoordeling: Uitstekend

Bronnen


Versie: 3-7-2018 Artikel door: Annabel Junge

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/5042/Niets-om-het-hoofd-op-neer-te-leggen.htm