Operatie Charnwood

De verovering van Caen (7, 8 en 9 juli 1944)

Bijna 600 jaar na de Engelse invasie van Normandië tijdens de Honderdjarige Oorlog in 1346 werd Caen wederom van de kaart geveegd. Koning Edward III beval na de snelle Engelse verovering van Caen de complete vernietiging van de stad en al haar inwoners, waarbij enkel de religiueze plaatsen gespaard dienden te worden. Zo overleefden de twee beroemde abdijen, de Abbaye-aux-Hommes en de Abbaye-aux-Dames, die door Willem de Veroveraar waren gesticht, de branden. 600 jaar later waren de branden terug, nu veroorzaakt door viermotorige bommenwerpers in plaats van voetsoldaten. Wederom bleven de abdijen gespaard... De Engelse invasie in 1346 kwam als een complete verrassing voor de Fransen, net als de geallieerde invasie van 1944 voor de Duitsers. Ook toen was Caen het belangrijkste doel. "Het lijkt er op dat de Overlord-planners hun geschiedenis kenden", aldus de Britse historicus Norman Scarfe.

Situatie voorafgaand aan operatie Charnwood
Caen was één van de doelen van operatie Overlord, de codenaam voor de geallieerde landingen in Normandië. Caen en het ten westen daarvan gelegen vliegveld Carpiquet moesten op D-Day, 6 juni 1944, veroverd worden door de Canadese en Britse troepen die op Juno en Sword Beach landden. Caen was een belangrijk verkeersknooppunt en de gebieden erachter waren uitermate geschikt voor de bouw van de geplande vliegvelden voor de geallieerde luchtmacht.

Door de hevige verdediging van Carpiquet in de dagen na D-Day duurde het ruim een maand alvorens Caen in geallieerde handen was. In deze maand werden er verschillende operaties uitgevoerd om Caen te veroveren. Operatie Perch werd ten westen van Caen op 12 juni gelanceerd. Als deze succesvol was zou operatie Wild Oats gestart worden, hierbij zouden de troepen van de Britse 1st Airborne Division ten westen van Caen gedropt worden. Perch was echter geen succes en Wild Oats werd daardoor geannuleerd.

De volgende grote operatie voor de verovering van Caen begon eind juni. Operatie Epsom had als doel het bereiken van de hoger gelegen gebieden aan de weg naar Falaise, ten zuiden van Caen. Hiervoor dienden de rivieren de Odon en de Orne ten zuidwesten van Caen overgestoken te worden. Dit omsingelde de Duitse eenheden in en rond Carpiquet bijna.

Operatie Epsom werd op 30 juni stopgezet nadat de Duitsers de strategisch gelegen Hill 112 weer hadden veroverd op de geallieerden. De volgende poging tot het veroveren van Caen volgde op 7 juli, dit werd operatie Charnwood. Deze operatie werd voorafgegaan door operatie Windsor, een aanval tegen het dorp en vliegveld van Carpiquet, gelegen ten westen van Caen. Operatie Windsor was maar gedeeltelijk succesvol, de zuidelijke en oostelijke delen van het vliegveld bleven in Duitse handen.

Op 7 juli lag de frontlijn dan ook nog ver van Caen verwijderd. In het westen was het dorp Carpiquet en het noordelijke gedeelte van het vliegveld Carpiquet tijdens operatie Windsor veroverd. Ten zuiden van Carpiquet waren de dorpen Verson en Fontaine-Etoupefour nog in Duitse handen en hetzelfde gold voor de dorpen Franqueville en Gruchy ten noorden van Carpiquet. De Canadezen hadden dan ook een uitstulping in de frontlijn veroverd. Vanaf Gruchy liep de Duitse frontlijn via Buron, Galmanche, La Bijude en Lebisey naar het Kanaal van Caen. Al deze dorpen waren aan de vooravond van operatie Charnwood nog in Duitse handen. Cambes, tussen Galmanche en La Bijude in, was al wel in geallieerde handen.

De Duitse verdediging
Ten zuiden en westen van Verson, gelegen ten zuiden van het vliegveld, lagen de troepen van het Duitse II. SS-Panzerkorps. Vanaf Verson werd het front verdedigd door de eenheden van de 12. SS-Panzer-Division "Hitlerjugend" onder het I. SS-Panzerkorps, aangevuld met een versterkt regiment van de 1. SS-Panzer-Division "Leibstandarte-SS Adolf Hitler". Vanaf Cambes en verder naar het oosten tot het kanaal van Caen lag de nieuw gearriveerde 16. Luftwaffen-Feld-Division, onder bevel van het LXXXVI Armeekorps. Deze divisie had de frontlijn overgenomen van de 21. Panzer-Division, die één van haar Panzer- Bataillons had achtergelaten ter versterking van de Luftwaffe- divisie. De grens tussen de Hitlerjugend-divisie en de Luftwaffe- divisie werd gevormd door de spoorlijn van Caen naar Luc-sur-Mer, deze liep vanuit Caen via Épron, Cambes, Mathieu en Douvres-la-Délivrande naar Luc-sur-Mer om vervolgens naar het westen af te buigen naar Courseulles-sur-Mer. Caen zelf viel onder de verantwoording van de Luftwaffe- divisie.

De 16. Luftwaffen-Feld-Division lag dus in positie tussen de spoorlijn en het kanaal. Het front liep aldaar van La Bijude, via Lebisey en Herouville naar het kanaal. De divisie verdedigde ook een belangrijke heuvel ten noorden van Caen, Point 64, van waaruit het hele gebied van de divisie overzien kon worden. De heuvel is gelegen op de plek waar de wegen vanuit Epron en Lebisey samenkomen om verder te gaan richting Caen. Vanwege de uitbreidingen van Caen ligt de heuvel tegenwoordig in Caen, op de kruising van de D60 en de Rue de Lion-sur-Mer. De divisie stond onder bevel van Generalleutnant Karl Sievers.

De Hitlerjugend- divisie was als volgt gelegerd: het 1. SS-Panzergrenadier-Regiment, 1. SS-Panzer-Division "Leibstandarte SS Adolf Hitler" verdedigde de lijn tussen Franqueville, via Les Jumeaux, naar het westerlijke deel van Eterville. Het II. Bataillon, 26. SS-Panzergrenadier-Regiment lag in St. Germain-la Blanche-Herbe. Vanaf Franqueville via Buron naar La Bijude lag het 26. SS-Panzergrenadier-Regiment. Het III. Bataillon, 26. SS-Panzergrenadier-Regiment tezamen met de divisionele Begleitkompanie lagen in reserve in het noordwestelijke deel van Caen. Het I. Bataillon, 26. SS-Panzergrenadier-Regiment had zware verliezen geleden tijdens operatie Windsor en lag te rusten ten zuiden van Caen. Hier lagen ook de 12.SS-Aufklärung-Abteilung (het verkenningsbataljon) en een deel van de divisionele artillerie. Negen tanks van het type PzKpfw IV van de 5. Kompanie lagen in de buurt van Buron en Gruchy, vijf PzKpfw IVs van de 9. Kompanie lagen aan de oostelijke rand van het vliegveld van Carpiquet. Elf tanks van het type PzKpfw Panther van de 1., 2. en 4. Kompanies lagen tussen Bretteville en Eterville. De 3. Kompanie was net opnieuw uitgerust en lag in reserve nabij de Abbaye d'Ardenne, zij beschikten over 18 PzKpfw IVs en 17 Panthers. Het hoofdkwartier van SS-Standartenführer Kurt "Panzermeyer" Meyer, de commandant van de 12. SS, was gevestigd in de Abbaye-aux-Dames, in het centrum van Caen.

Het plan
Het Britse I Corps, onder bevel van Lieutenant General John Crocker, kreeg als taak om het grondoffensief van operatie Charnwood uit te voeren. Het korps bestond onder andere uit de Britse 3rd Infantry Division, de eveneens Britse 59th Infantry Division en de Canadese 3rd Infantry Division. Deze divisies stonden respectievelijk onder het commando van Major General Lashmer Whistler, Major General Lewis Lyne en Major General Rodney Keller. De infanterie-eenheden werden ondersteund door de tanks van de 27th British Armoured Brigade en de 2nd Canadian Armoured Brigade. Daarnaast was er nog een andere Armoured Brigade, de 33rd, in reserve op korpsniveau. Gespecialiseerde tanks van de Britse 79th Armoured Division werden ook ingezet. Deze eenheden werden ondersteund door artillerie van de 3rd en 4th Army Groups Royal Artillery en de artillerie van de Britse Guards Armoured Division en de 51st Infantry Division. Ook de schepen voor de kust lagen nog binnen bereik waardoor er ondersteuning gegeven kon worden door het slagschip HMS Rodney, de monitor HMS Roberts en twee kruisers, de HMS Belfast en HMS Emerald. Een luchtbombardement zou ter ondersteuning worden uitgevoerd.

Enkele dagen voor het begin van operatie Windsor, op 2 juli, had generaal Crocker al de eerste vergadering over operatie Charnwood. Op 5 juli, twee dagen voor het bombardement, werd het definitieve bevel voor de operatie door Crocker gegeven. Het doel van de operatie was het veroveren van het noordelijke gedeelte van Caen. Hierbij moest een lijn bereikt worden die liep langs de rivier de Orne in het zuiden via het Kanaal van Caen in het oosten. In Caen zelf moesten bruggenhoofden worden veroverd over de Orne. Een deel van de Canadese 3rd Infantry Division bevond zich aan de vooravond van operatie Charnwood in en rond het net veroverde vliegveld van Carpiquet, zij vielen dus vanuit het westen Caen aan. De rest van de divisie lag nog ten noorden van het vliegveld en viel in zuidelijke richting aan, om later naar het westen, richting Caen, af te buigen. In het midden lag de 59th Infantry Division en aan de oostkant (maar nog altijd ten noorden van Caen) lag de Britse 3rd Infantry Division.

Operatie Charnwood werd onderverdeeld in 5 fases. In fase 1 dienden de twee Britse divisies de dorpen Galmanche, La Bijude en het bos bij Lebisey te veroveren. In de tweede fase kwamen de Canadezen in actie, zij dienden het Château de St. Louet te veroveren evenals het dorp Authie en een stuk hoger gelegen terrein ten zuiden van Buron. In fase 3 moesten de Canadezen verder oprukken naar Franqueville en de Abbaye d'Ardenne. Tijdens deze twee fases dienden de Britse divisies verder naar het zuiden op te rukken in de richting van Caen. Fase 4 was voor alle drie de divisies gelijk: het veroveren van Caen tot aan de rivier de Orne en het kanaal van Caen. Hierbij dienden de Canadezen de nog niet veroverde delen van het vliegveld Carpiquet te veroveren. In de vijfde en laatste fase zouden de Canadezen de verovering van het vliegveld afronden en de Britten proberen bruggenhoofden veilig te stellen over de rivier de Orne.


Bronnen

Boeken

Artikelen

Websites

Met dank aan

Dit artikel had niet geschreven kunnen worden zonder de hulp van Barry van Veen, Frank van der Drift, Kevin Prenger, Pieter Schlebaum en Robert Jan Noks.


Versie: 29-6-2018 Artikel door: Jeroen Koppes

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/1900/Operatie-Charnwood.htm