Hr. Ms. De Ruyter

Inleiding

Vlak na de Eerste Wereldoorlog ging er een golf van pacifisme door de Nederlandse bevolking en de Nederlandse politiek. De verschrikkingen van het wereldwijde conflict hadden zoveel negatieve indrukken achtergelaten dat de roep om ontwapening steeds luider werd. In 1919 werd zelfs door een aantal politieke partijen in Nederland een voorstel gedaan om onder andere de Koninklijke Marine als militaire organisatie in zijn geheel op te heffen. Hier was geen meerderheid voor in de Tweede Kamer maar de toenmalige minister van marine, mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, kon de afbouw van de twee Java-klasse kruisers, Java en Sumatra, alleen goedgekeurd krijgen door af te zien van de afbouw van een derde schip van deze klasse, de Celebes. De aanbesteding voor nog drie kruisers werd geannuleerd. De bouw van de Celebes werd stilgelegd en de dertig ton rompmateriaal dat al bewerkt was werd gesloopt.

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald dat de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan uit onder andere zes kruisers. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het “halve minimum” genoemd.

Omdat alleen Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra afgebouwd waren ontstond er door het vlootplan van minister Deckers ruimte voor de bouw van een derde kruiser. Er ontstond binnen de marine en de regering een discussie over de gewenste eigenschappen van het nieuwe oorlogsschip. De Koninklijke Marine sprak over een kruiser met een hoofdbewapening van 20cm kanonnen en torpedolanceerbuizen. Om de door de economische crisis zwaar geteisterde staatskas te ontzien stelde minister Deckers zich echter tevreden met een kleiner schip dan de Java en de Sumatra met een primaire bewapening van slechts zes 15cm kanonnen in drie dubbelopstellingen. Zelfs dit bleek budgettair te hoog gegrepen waardoor de bouw van de nieuwe kruiser uitgesteld werd. Inmiddels vonden deskundigen van de marine dat slechts zes kanonnen van 15cm voor de gevechtskracht van een moderne kruiser te gering waren.

In 1932 werd een compromis gevonden. Doordat de Celebes voorbestemd was om als vlaggenschip te fungeren zou het schip over accommodatie moeten beschikken voor een eskadercommandant en zijn staf. De nieuwe kruiser zou deze functie als stafschip in moeten gaan vullen. Daarom viel het uiteindelijke ontwerp iets groter uit en ontstond ruimte voor een vierde toren en dus acht 15cm kanonnen. Omdat de bouw van de kruiser politiek nog steeds heel gevoelig lag werd besloten om deze mogelijkheid niet helemaal uit te buiten en nam de marine genoegen met een enkelkanon van 15cm achter een schild. Bovendien werd bezuinigd op de bepantsering en afgezien van een dure torpedolanceerinrichting. Het uiteindelijke ontwerp onder leiding van ingenieur G. `t Hooft, hoofd van het bureau scheepsbouw van defensie, leverde hierdoor een lichte kruiser op die gezien haar afmetingen en toekomstige taken te licht bepantserd en te licht bewapend was.

Op 16 september 1933 werd de kiel gelegd van de kruiser op de werf van Wilton Fijenoord te Schiedam en ruim drie jaar later werd het nieuwe schip in dienst gesteld als Hr. Ms. De Ruyter. De torpedobootjager van de Admiralen-klasse De Ruyter werd om deze reden omgedoopt in Hr. Ms. Van Ghent.


Bronnen

Boeken


Versie: 31-10-2012 Artikel door: Peter Kimenai

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/2190/Hr-Ms-De-Ruyter.htm