Slag om Overloon en Venray

Inleiding

"Overloon, dat is mijnen, modder en bossen, tjokvol met Duitsers!"

"De ontploffing had me tegen de bodem van de toren geworpen. Ik kon alleen een inferno van brand en rook zien. Het lawaai van de granaatpenetratie was afschuwelijk. Het was net alsof en enorme reus het staal van onze tank in tweeën had gescheurd. Het is een geluid dat je nooit meer vergeet." (C.P. Lamb, Grenadier Guards)

Inleiding

In de nasleep van operatie Market-Garden vond een hevige veldslag plaats op Nederlandse bodem. Deze slag stond bekend als "Het tweede Caen". Andere benamingen zijn "slag in de schaduw" (van Market-Garden) en "vergeten slag". De operatie werd aanvankelijk uitgevoerd door de Amerikaanse 7th Armored Division en later door de Britse 3rd Infantry Division en de 11th Armoured Division. Aan Duitse kant stond in het gebied om Overloon tot aan de Maas eerst de zogenaamde Kampfgruppe Walther, een ad hoc strijdmacht met als harde kern de 107. Panzerbrigade, het Fallschirmjägerregiment 21, een bataljon SS en nog wat ondersteunende eenheden.

Tussen 30 september en 12 oktober 1944 werd een bloedige slag geleverd om het dorp Overloon vlakbij de noordelijke grens tussen Noord Brabant en Limburg. Hierna werd moeizaam en met zware verliezen, onder omstandigheden die deden denken aan de Eerste Wereldoorlog, verder opgerukt over de Loobeek en naar Venray totdat deze plaats viel op 19 oktober. Toen stopte de aanval. De troepen waren elders nodig, bij de strijd om de Westerschelde om Antwerpen te kunnen gebruiken als voornaamste bevoorradingshaven. Pas op 3 december 1944 viel het laatste Duitse bastion ten westen van de Maas, Blerick, in geallieerde handen. Het Duitse bruggenhoofd ten westen van de Maas, dat de geallieerden zoveel parten had gespeeld, was eindelijk opgerold.

Wat vooraf ging

Na de gedeeltelijke mislukking van Market Garden bevond zich een geallieerde saillant (een penetratie in het Duitse front) van 80 km diep en 20-30 km breed van de Belgische grens tot voorbij Nijmegen. Reeds gedurende Market Garden werd deze saillant fel omstreden. De beruchte Hell’s Highway, de enige geallieerde bevoorradingsweg richting Arnhem, werd verscheidene malen afgesneden door Duitse tegenaanvallen. Mede hierdoor rukte het Britse XXX Corps niet snel genoeg op. De parachutisten bij Arnhem werden niet op tijd bereikt. Het front stabiliseerde zich rondom Nijmegen.

Field Marshal Bernard Montgomery, die met typisch Brits optimisme vond dat Market Garden "voor 90% geslaagd was", wilde – nu de mogelijkheid om over de Nederrijn en de IJssel door te stoten richting Ruhrgebied niet langer bestond – een alternatief proberen: met Nijmegen als springplank via Gennep, Kleef en Emmerich richting Düsseldorf en Keulen doorstoten. Zo werd het sterkste deel van de Westwall gemeden en kon hij alsnog zijn aanval op het voor de Duitse oorlogsinspanning onmisbare Ruhrgebied inzetten. Hiervoor was het van vitaal belang dat het bruggenhoofd Venlo ten westen van de Maas zou worden veroverd. De geallieerden onderschatten echter nog steeds de kracht van de Duitse verdediging wat ook zou blijken bij de gevechten om Aken (2-21 oktober 1944) en bij een andere vergeten slag, de slag om het Hürtgenwald (6 oktober - 1 december 1944) en vanaf 16 december 1944 bij het volledig onverwachte Duitse offensief in de Ardennen.

Generalfeldmarschall Walter Model, opperbevelhebber van de Heeresgruppe B, had zijn eigen plannen met het Brückenkopf Venlo. Hij wilde hier vandaan uiteindelijk een aanval inzetten naar Nijmegen. Het bruggenhoofd werd, niet opgemerkt door de geallieerde inlichtingendiensten, flink versterkt. Toen de geallieerden aanvielen waren er 15.000 Duitsers in het Brückenkopf Venlo, namelijk het Duitse LXXXVI Korps bestaande uit de 7.Fallschirmjägerdivision "Erdmann" en de zwakke 180. Infanterie-Division. De voornaamste Duitse troef in het gebied waar de Amerikanen zouden aanvallen was de 107. Panzerbrigade. Zij vormde de harde kern van de Kampfgruppe Walther. Het front, de Hauptkampflinie (HKL), liep van Oploo en noordelijk van Overloon over de dorpjes Vortem en Mullem naar Sambeek aan de Maas. De HKL was versterkt met drie Fallschirmjägerbataljons (van Fallschirmjägerregiment 21), een Heeresersatzbataillon en een gemengde eenheid van bataljonssterkte van de 10. SS Panzer-Division Frundsberg onder Sturmbannführer Franz Roestl met onder andere 15 Sturmgeschütze. Ook aanwezig was het Luftwaffe-Festungs-Bataillon X dat zich bij de Hattert, tussen Overloon en Vierlingsbeek, had opgesteld met verscheidene 88 mm kanonnen.


Bronnen

Boeken


Versie: 1-10-2014 Artikel door: Peter ter Haar

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/3124/Slag-om-Overloon-en-Venray.htm