Nederlandse niet-gemilitariseerde hulpschepen: sleepboten

Sleepboten 3

ss Noordwijk

Bouwwerf:Onbekend, 1915
Waterverplaatsing standaard:43 ton

De binnenvaartsleepboot Noordwijk werd op 11 mei 1945 te IJmuiden door de marine gevorderd en vertrok drie dagen later met Brits marinepersoneel naar zee. Op 6 juni 1940 werd het vaartuig verlaten op het strand van Noord-Beveland aangetroffen en drie dagen later vlot getrokken. De sleepboot werd door de Duitsers tot oorlogsbuit verklaard en als Silani III verkocht.

ss Paul

De Paul was een zusterschip van de Nolly met dezelfde technische gegevens en eveneens in dienst van de NISHM te Batavia. Op 27 januari 1942 werd de sleepboot door de Koninklijke Marine opgeŽist en op 2 maart van dat jaar door de eigen bemanning te Tandjong Priok tot zinken gebracht. Het wrak werd door de Japanners geborgen, gerepareerd en in de vaart gebracht als Tsubaku Maru. Eind 1945 werd de sleepboot met grote schade teruggevonden te Tandjong Priok, maar desondanks toch hersteld en weer in dienst genomen door de oorspronkelijke eigenaar.

ss Pief

De Pief was een zusterschip van de Flip met dezelfde technische gegevens en ook in dienst van de NISHM. Op 3 januari 1942 werd de stoomsleepboot door de Koninklijke Marine gevorderd en viel op 1 april van dat jaar te Sibolga in Japanse handen. De sleepboot werd door de bezetter in gebruik genomen, maar werd tijdens de oorlog door een geallieerde onderzeeboot getorpedeerd.

ss Rolf

De Rolf was een zusterschip van de Gina en de Kraus met dezelfde technische gegevens en in dienst van de NISHM. De sleepboot werd op 7 januari 1942 door de marine opgeŽist en op 2 maart van dat jaar door de eigen bemanning te Soerabaja tot zinken gebracht. Op 20 oktober 1942 werd de Rolf door de bezetter geborgen, gerepareerd en in gebruik genomen. De sleepboot liep tijdens de oorlog in Japanse dienst op een mijn bij Balikpapan en werd daar eind 1945 aangetroffen. De sleepboot kon echter niet meer hersteld worden.

ss Stentor

De Stentor van Bureau Wijsmuller was een zusterschip van de Hector en had dezelfde technische gegevens. De sleepboot werd op 10 mei 1940 door de Koninklijke Marine in IJmuiden gevorderd en daar vier dagen later door marinepersoneel als blokschip tot zinken gebracht. Na de Nederlandse capitulatie werd de sleepboot geborgen en gerepareerd en op 7 september 1940 door de Duitsers tot oorlogsbuit verklaard. De sleepboot werd onder de naam Specht ingezet op de Duitse marinebasis Wilhelmshaven en later te Gotenhafen. In mei 1945 werd het vaartuig teruggevonden en kwam in januari 1946 aan in Amsterdam waar het hersteld werd en weer in gebruik genomen werd door Bureau Wijsmuller.

ss Tata

Bouwwerf:Boele`s Scheepswerf & Machinefabriek te Bolnes, 1929
Grootste lengte:25,63 meter
Grootste breedte:6,83 meter
Diepgang:3,02 meter
Waterverplaatsing standaard:147 ton
Machinevermogen:500 pk

De sleepboot Tata van de NISHM werd op 20 december 1941 door de Koninklijke Marine opgeŽist en op 3 maart 1942 door de eigen bemanning te Soerabaja in brand gestoken. Het vaartuig werd door de bezetter hersteld en in de vaart gebracht. De sleepboot zonk in Japanse dienst te Pamanoekan en werd daar eind 1945 aangetroffen. De sleepboot kon echter niet meer hersteld worden.

ss Teddy

De Teddy was een zusterschip van de Jules met dezelfde technische gegevens. De sleepboot was in dienst van de NISHM en werd op 27 januari 1942 door de Koninklijke Marine gevorderd. Op 2 maart 1942 werd het vaartuig door de eigen bemanning te Tandjong Priok tot zinken gebracht, maar werd door de vijand geborgen, hersteld en in de vaart gebracht als Kaide Maru. Eind 1945 werd de sleepboot teruggevonden, maar liep op 20 januari 1946 bij Singapore op een wrak en zonk.


Bronnen

Boeken


Versie: 24-3-2017 Artikel door: Peter Kimenai

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4064/Nederlandse-niet-gemilitariseerde-hulpschepen-sleepboten.htm