Slag om Lenino

Voorbeschouwing

Inleiding

De slag om Lenino vond tussen 12 en 13 oktober 1943 plaats en was het eerste grote wapenfeit van de Poolse Strijdkrachten in het Oosten (Polskie Sily Zbrojne na Wschodzie), dat onder direct bevel stond van het Rode Leger. De slag werd een grote mislukking, met vele doden aan beide kanten tot gevolg. Tot aan het uiteenvallen van het Oostblok werd de slag in Polen gezien als een grote overwinning op het fascisme en een bezegeling van de Poolse-Sovjet broederschap. In de huidige geschiedschrijving wordt de slag echter als een zinloos bloedbad omschreven.

Voorbeschouwing

In oktober 1943 bereidde het Rode Leger een aanvalsplan voor om het Duitse leger van de oostelijke oever van de Dnjepr-rivier te verjagen en de Panther-Wotan verdedigingslinie te doorbreken. Vier maanden daarvoor was de Poolse 1e Infanteriedivisie opgericht. Deze divisie zou haar vuurdoop tijdens het aanstaande offensief krijgen. Dit offensief zou de naam "Orsha" krijgen.

Het dorpje Lenino, in het tegenwoordige Wit-Rusland, werd aangewezen als één van de sectoren aan het front waar volgens het Sovjet-plan een aanval uitgevoerd zou worden. De Duitse eenheden die deze sector verdedigden waren de geharde 113. en 337. Infanterie-Division. Deze divisies stonden ronder het bevel van General der Artillerie Robert Martinek (bevelhebber van het XXXIX. Panzerkorps). De Duitsers hadden zich voornamelijk tussen de heuvels "217.6" en "215.5" ingegraven.

De hoofdaanvalsmacht bestond uit de 1e Poolse Infanteriedivisie, het 1e Poolse Tankregiment, elementen van de Sovjet 144e en 164e Infanteriedivisies en het 538e Mortierregiment en de 57e Houwitserbrigade. De Sovjet 42e en 290e Jagerdivisie hadden de taak om de flanken van de hoofdaanvalsmacht te dekken. De betrokken geallieerde eenheden waren slecht uitgerust en schaars bemand (de Sovjet-divisies telden elk ongeveer 4,500 man). Daarnaast was het moraal laag omdat veel Polen uit de Goelag-kampen afkomstig waren voordat ze de kans kregen om in het door Sovjets gecontroleerde 1e Poolse Leger te vechten. De Sovjet generaal Vasili Nikolaevich Gordov (bevelhebber van het 33e Leger) leidde het offensief bij Lenino.

De taak van de hoofdaanvalsmacht was om nabij heuvel "215.5" en het dorp Polzukhi, over een lengte van 2 kilometer, door de Duitse linie te breken. Het gat zou verder vergroot worden door de Sovjet 42e en 290e Jagerdivisie. In de tweede fase van de operatie moesten de Polen de Pnevka-rivier bereiken en van daaruit doorstoten richting Losiev en Churilov. De Sovjeteenheden zouden de Polen bijstaan tijdens de opmars richting de Dnjepr-rivier.

Het landschap waar de slag geleverd zou worden was in het voordeel van de verdedigers. Voor de Duitse linies lag de moerassige vallei van de Mereya-rivier, waar geen tank doorheen kon. Daarnaast was de Mereya-rivier zelf ook een obstakel door de zachte bodem en de moerassige uiterwaarden. Bovendien lag de westoever een stuk hoger dan de oostelijke. Hierdoor konden de Duitsers vijandelijke bewegingen op 5-6 kilometer afstand waarnemen. Het gebied waar de Poolse 1e Infanteriedivisie en Sovjet 290e Jagerdivisie moesten oprukken was bosrijk en had daarnaast enkele ravijnen. Dit maakte het voor de verdedigers makkelijk om uit het zicht van de vijand te hergroeperen. Wegen in dit gebied waren er nauwelijks en slecht begaanbaar.


Bronnen

Boeken


Versie: 14-2-2015 Artikel door: Kaj Metz

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4132/Slag-om-Lenino.htm