Visueel overzicht Italiaanse tanks

Een visueel overzicht van de belangrijkste ingezette Italiaanse tanks tijdens de Tweede Wereldoorlog

Fiat 3000 (lichte tank, 5.5-6 ton, 1921)




De eerste Italiaanse tank was de Fiat 3000 lichte tank. Genoemde tank was gebaseerd op de Franse Renault FT-17 lichte tank die ingezet werd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ongeveer veertienhonderd stuks FT-17 werden door Italiaanse autoriteiten besteld, waarvan slechts honderd werden geleverd. De eerste Fiat 3000 tanks traden in dienst in 1921 en werden aangeduid als 'carro d'assalto Fiat 3000, Mod. 21'. De tanks waren lichter en sneller dan de Franse FT-17. Bewapening bestond uit twee 6.5mm machinegeweren (SIA of Fiat Model 29 6.5mm). Later kreeg de tank een 37mm kanon als hoofdbewapening. Die geŁpgradede variant werd getest in 1929 en heette 'carro d'assalto Fiat 3000, Mod. 30'. De tank had onder andere een sterkere motor, betere aandrijving en een ander motorsilhouet. Enkele van die tanks werden uitgerust met twee 6.5mm machinegeweren. Fiat 3000 (Model 21) werd voor het eerst gebruikt in actie in februari 1926 in LibiŽ en zag tevens actie in EthiopiŽ in 1935. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) werd de tank niet door nationalistische troepen ingezet. Een aantal Fiat 3000 tanks werden gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog in Griekenland (nabij de grens van Griekenland en AlbaniŽ). In 1943 waren nog enkele Italiaanse eenheden uitgerust met de tank. Sommige voertuigen werden gebruikt als statische vuurmonden. Slechts weinig Fiat 3000 tanks overleefden de Tweede Wereldoorlog. Wat technische specificaties betreft was de tank gepantserd met 6 tot 16mm staal. De motor was een Fiat 4 cilinder die vijftig paardenkracht leverde. Slechts 152 Fiat 3000 werden gebouwd. Een groot nadeel van de tank was dat de commandant moest richten, laden en vuren (net als bij de Franse FT-17). De matige bewapening en bepantsering zorgden ervoor dat de Fiat 3000 veel te zwak was om het op te nemen tegen geallieerde pantservoertuigen en tanks zoals M4 Sherman. Fiat 3000 lichte tanks werden tot en met 1943 gebruikt tegen geallieerde troepen.

L3/35 (tankette, 3.2-3.4 ton, 1935)




De L3/35 (Carro Veloce CV-35) was een Italiaanse tankette (licht gepantserd voertuig) dat actie zag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het voertuig werd aangeduid als 'lichte tank' door het Italiaanse leger. Dun pantser (6 tot 14mm) en zwakke bewapening waren eigenschappen van het voertuig. Inspiratie voor het voertuig was de Britse Carden Loyd Mark VI tankette, waarvan er vier geÔmporteerd werden door ItaliŽ in 1929. Het eerste, door de Italianen ontwikkelde voertuig was de CV-29, bewapend met ťťn 6.5mm watergekoeld machinegeweer (later luchtgekoeld). Slechts negenentwintig CV-29 voertuigen werden gebouwd. In 1933 werd een nieuw ontwerp gebouwd door Fiat en Ansaldo (Ansaldo Company of Genoa). Genoemd voertuig werd CV-33 genoemd en werd bewapend met twee machinegeweren. Tijdens de Italiaanse oorlogscampagne in Afrika werden CV-33 voertuigen ingezet. Ongeveer driehonderd CV-33 voertuigen werden gebouwd. In 1935 werden enkele verbeteringen voor CV-33 voertuigen geÔntroduceerd: het pantser werd voorzien van klinknagels en de bewapening werd verbeterd (twee 8mm machinegeweren in plaats van ťťn 6.5mm machinegeweer). Veel CV-33 voertuigen werden omgebouwd naar de sterkere CV-35 variant. Ongeveer tweeduizend tot tweeduizendvijfhonderd CV tankettes werden voor het Italiaanse leger (Regio Esercito) gebouwd. Ondanks het feit dat de Italianen de voertuigen in grote aantallen gebruikten waren de tankettes veel te zwak om het op te nemen tegen vijandelijke pantservoertuigen, laat staan tanks. De stalen platen die maximaal veertien millimeter dik waren boden geen enkele bescherming tegen zware munitie met een kaliber van 20mm of groter.

L6/40 (lichte tank, 6.7-6.8 ton, 1939)




De Fiat L6/40 was een lichte tank die vanaf 1940 door het Italiaanse leger werd gebruikt. Fiat-Ansaldo was de fabrikant. De L6/40 was de belangrijkste tank die door de Italianen werd ingezet aan het Oostfront. De Italianen noemden het voertuig 'Carro Armato L6/40', waarbij de 'L' verwijst naar 'Leggero' (licht), gevolgd door het gewicht (6 ton) en het jaar van introductie (1940). Het voertuig had een koepel waarin ťťn bemanningslid zat die een 20mm kanon (Breda Model 35) en een 8mm machinegeweer (Breda Model 38) bediende. Het kanon kon twaalf graden omlaag (-12) en twintig graden omhoog (+20) richten. In totaal waren 296 granaten voor het 20mm kanon en 1560 patronen voor het 8mm machinegeweer beschikbaar. Twee bemanningsleden waren nodig om het voertuig te bedienen. De bestuurder zat aan de voorkant aan de rechterkant van de romp. Het pantser was bij de koepel slechts 30 tot 40mm dik (maximaal). De romp was vastgenageld met bouten en was 6 tot 30mm dik. De motor van het voertuig (SPA 18D viercilinder benzinemotor) leverde zeventig paardenkracht. Verschillende prototypes van het voertuig werden geproduceerd. In 1939 werd de L6 geÔntroduceerd. In totaal werden 283 L6/40 tanks gebouwd. De tanks werden gebruikt tijdens de Balkan campagne, tegen de Sovjet-Unie en tijdens de oorlog in Noord-Afrika. Ook tijdens de verdediging van ItaliŽ werden de voertuigen ingezet. De L6/40 lichte tank was een zwak gepantserd voertuig. De bewapening was alleen geschikt tegen lichte voertuigen. De Italianen gebruikten het voertuig vaak als verkenningsvoertuig. Omdat geregeld geen Italiaanse middelzware tanks beschikbaar waren, werden L6/40 voertuigen ingezet als gevechtstanks. Het Duitse leger zette ook L6/40 voertuigen in, meestal als verkennings- of ondersteuningsvoertuigen. Er bestond ook een vlammenwerpertank die gebaseerd was op de L6/40. Die vlammenwerpertank had capaciteit voor tweehonderd liter brandbare vloeistof. De romp van de L6/40 werd gebruikt als basis voor de constructie van de tankjager 'Semovente' L40 47/32 (47mm kanon). De L6/40 diende ook nog na de Tweede Wereldoorlog in het leger van ItaliŽ. Begin jaren vijftig werden de tanks uit het leger gehaald.

M11/39 (middelzware tank, 10.83-14 ton, 1937)




De M11/39 was de eerste Italiaanse middelzware tank. In 1937 werd het prototype van de Carro Armato M11/39 gebouwd, met het aandrijfsysteem van de L3 tankette. Het prototype had zes loopwielen aan elke kant. Het voertuig was bewapend met een 37mm kanon en twee 8mm machinegeweren in de koepel. Drie bemanningsleden waren nodig om de tank te bedienen. Net zoals de latere Amerikaanse M3 Lee middelzware tank had de M11/39 zowel een koepel als een kleine kazemat (sponson) waarin een kanon (3,7 cm) was gemonteerd. Het productiemodel van de M11/39 had acht loopwielen en een sterker 47mm kanon. De Italianen omschreven het voertuig als 'Carro di Rottura' (tank die vijandelijke stellingen moet vernietigen). Van de M11/39 werden honderd stuks gebouwd. Het voertuig zag actie in Noord-Afrika in 1940 en 1941. De ontoereikende bewapening werd snel bij Italiaanse grondtroepen duidelijk. Ook het pantser was niet erg dik (maximaal 30mm). Daarom besloten Italiaanse ingenieurs het voertuig te verbeteren.

M13/40 (middelzware tank, 14 ton, 1940)




De M13/40 was een poging om de M11/39 te verbeteren. De romp van het voertuig verschilde met de romp van de M11/39 en was voorzien van 6 tot 42mm staal. De bestuurder zat aan de voorkant van de romp aan de linkerkant met een machinegeweerschutter aan de rechterkant. De koepel bood ruimte aan twee bemanningsleden en was bewapend met een 47mm kanon met een elevatie van twintig graden omhoog en tien graden omlaag (anders dan de M11/39 die de hoofdbewapening in een sponson had). De koepel kon driehonderdzestig graden draaien. Een Modello 38 8mm machinegeweer was in de koepel aangebracht en een tweede machinegeweer op het koepeldak tegen vliegtuigen. In totaal konden 104 granaten voor het 47mm wapen en 3048 patronen voor de machinegeweren worden meegenomen. De motor bevond zich aan de achterkant van de romp. Aandrijving bestond uit vier dubbele wielen die in bogies (draaistellen: gekoppelde wielstellen) geÔnstalleerd waren. Drie toprollers bevonden zich aan de onderkant van de rupsbanden. De M13/40 werd gebouwd door Ansaldo-Fossati. In totaal werden 779 stuks geproduceerd. Tijdens de Afrikacampagne (december 1940) werd de tank door Italiaanse grondtroepen ingezet. Grote nadelen van het voertuigen waren het matige pantser, de neiging om in brand te vliegen na penetratie door vijandelijke antitankgranaten en het kleine gevechtscompartiment. Ook problemen met het aandrijfsysteem traden op door zand dat in en tussen mechanische onderdelen ging zitten. Veel voertuigen werden door Britse troepen en Australische troepen veroverd. De AustraliŽrs hadden drie eenheden met veroverde Italiaanse voertuigen die ze 'Dingo', 'Rabbit' en 'Wombat' noemden. Witte kangaroos werden aan de zijkant en achterkant van de koepels geschilderd. Verschillende voertuigen zijn gebaseerd op de M13/40, waaronder tankjagers (Semovente M40, M41 en M42). Verschillende verbeteringen van de M13/40 werden geÔntroduceerd, onder andere de M14/41 die een sterkere motor had van honderdvijfenveertig paardenkracht. De M15/42 werd slechts in kleine aantallen gebouwd (90 stuks) en was gebaseerd op het M13/40 tankontwerp. De M13/40 voertuigen waren de belangrijkste tanks van het Italiaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.

P26/40 (zware tank, 26 ton, 1940)




De enige in redelijk aantallen gebouwde zware tank van fascistisch ItaliŽ was de P26/40 tank. De Italianen noemden het voertuig 'Carro Armato P26/40'. De 'P' verwijst naar 'pesante' (zware tank) gezien het gewicht van 26 (25.59) ton. De tank werd in 1940 ontworpen. Naar Italiaanse maatstaven was het een zware tank: de meeste Italiaanse tanks wogen tussen de vijf en vijftien ton. Vergeleken met tanks uit andere landen zoals de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland was het een middelzware tank. Ontwikkeling van het voertuig begon in 1940. Mussolini gaf toestemming om een zware tank te produceren. Het ging om een voertuig van twintig ton met een 47mm kanon, drie machinegeweren en een vijfkoppige bemanning. Bij een ander ontwerp werd nadruk gelegd een hoger gewicht van vijfentwintig ton (P26). Gekozen werd voor het zwaardere ontwerp. De ontwikkeling van het voertuig geschiedde snel, afgezien van het feit dat de Italianen moeite hadden een geschikte motor voor het voertuig te ontwikkelen. De Italiaanse militaire staf eiste een dieselmotor, maar ingenieurs wilden een benzinemotor installeren. Toentertijd koos de Italiaanse tankindustrie (Fiat-Ansaldo) voor een benzinemotor omdat weinig geschikte dieselmotoren beschikbaar waren. Die benzinemotor werd getest maar werd uiteindelijk toch niet gebruikt voor de tank (de V-12 SPA 342 dieselmotor werd gekozen). Het eerste prototypevoertuig was klaar in 1941. Bewapend met een 7,5 cm L/34 kanon (met een granaatsnelheid van 700m/s) en redelijk zware bepantsering (50 tot 60mm maximaal), was het de krachtigste Italiaanse tank uit de Tweede Wereldoorlog. Duitse troepen gaven de Italianen een Sovjet T-34 tank ter evaluatie en uit die tank trokken de Italianen lessen. Zo was het pantser van de P26/40 tank schuin vormgegeven aan de voorkant. De zijkanten waren voorzien van 40mm dikke stalen platen. Uiteindelijk werden niet veel preproductie P26/40 tanks gebouwd: slechts ťťn tot vijf modellen werden voltooid. In september 1943 gaven de Italianen zich over waarna de Wehrmacht beslag legde op alle geproduceerde tanks. Er zouden twaalfhonderd P26/40 tanks geproduceerd worden maar dat aantal werd door problemen met bruikbare motoren en bombardementen op Italiaanse fabrieken niet bereikt. Productie van de tank begon pas in de zomer van 1943. Ansaldo produceerde ongeveer honderd P26/40 voertuigen. Een groot deel daarvan werd niet voltooid omdat niet genoeg motoren beschikbaar waren.


Bronnen

Boeken


Versie: 19-8-2017 Artikel door: Ruben Krutzen

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4785/Visueel-overzicht-Italiaanse-tanks.htm