VIP-gevangenen van de SS in de Alpenfestung

Voorgeschiedenis

Inleiding

Het was een exclusief gezelschap dat begin mei 1945 verzameld was in het in chaletstijl opgetrokken hotel Pragser Wildsee in Zuid-Tirol, Italië. De groep telde bijna 140 personen van 17 verschillende nationaliteiten. Er waren ministers, hoge geestelijken, generaals en prinsen bij. Twee Churchills waren ook present. Vanuit hun hotelkamers keken ze uit op een blauwgroen bergmeer, omringd door naaldbomen en besneeuwde bergtoppen. Eén van de hotelgasten noemde de locatie een "paradijs op aarde". Voor velen van hen was het voor het eerst sinds maanden of zelfs jaren dat ze konden slapen op een gewoon bed zonder bang te hoeven zijn voor de dag van morgen. Eindelijk waren ze ontsnapt uit de klauwen van de SS.

Alpenfestung

Zuid-Tirol maakte onderdeel uit van de Alpenfestung, het laatste verzetsbolwerk van de nazi’s in het Alpengebied. Het was het plan dat samengeraapte nazi-eenheden vanuit versterkingen in de Alpen een guerrillastrijd zouden voeren tegen de westerse geallieerden, die moest leiden tot een wapenstilstand aan het westfront. De westerse geallieerden zouden zich daarna moeten aansluiten bij de Duitse strijd tegen de Sovjetbondgenoot. Voor de geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower was een strijd tegen onverzettelijke naziguerrilla’s een dusdanig schrikbeeld dat hij de verovering van Berlijn overliet aan het Rode Leger, terwijl hij zijn eigen troepen liet oprukken richting de Alpen.

De door Eisenhower gevreesde uitputtingsstrijd bleef uit, maar dat betekende niet dat de Alpenfestung slechts een mythe was. Al in de zomer van 1944 had SS-leider Heinrich Himmler geologen naar de Alpenregio gestuurd om geschikte locaties voor vestingwerken te vinden. Van een massale verplaatsing van Duitse troepen naar het zuiden was echter geen sprake. Ook de zogenoemde Werwolf-eenheden, verzetsgroepen die terreur moesten zaaien achter de geallieerde linies, waren dominanter in de propaganda dan in werkelijkheid.

Gijzelaars

Een belangrijke pleitbezorger van de Alpenfestung was SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner. Hij was in januari 1943 benoemd tot chef van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), nadat zijn voorganger, Reinhard Heydrich, als gevolg van een aanslag op zijn leven was omgekomen. Samen met zijn chef, SS-leider Heinrich Himmler, dacht Kaltenbrunner in de laatste weken van het Derde Rijk nog een belangrijke troef in handen te hebben om de westerse geallieerden aan de onderhandelingstafel te krijgen. Verspreid over het Rijk zaten vele tientallen prominente buitenlanders gevangen in kampen en op speciale locaties. Door hen als ruilmiddel in te zetten hoopte de SS-leiding een stok tussen de deur te hebben om geaccepteerd te worden als onderhandelingspartners.

Op bevel van Kaltenbrunner werden in het voorjaar van 1945 de meeste prominente gevangenen, ofwel Sonderhäftlinge, als gijzelaars overgebracht naar de Alpenfestung. Datzelfde gold ook voor Sippenhäftlinge, familieleden van de betrokkenen bij de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944. Het ging onder andere om familie van aanslagpleger Claus Schenk Graf von Stauffenberg en van oud-burgemeester Carl Friedrich Goerdeler, die na een geslaagde staatsgreep premier zou zijn geworden. Kaltenbrunner probeerde via zijn adjudant Wilhelm Höttl onderhandelingen te voeren met Allen Welsh Dulles, de latere directeur van de CIA die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Bern was gestationeerd als agent van het Office of Strategic Services (OSS), de geheime militaire inlichtingendienst van de VS. Die wees echter alle contact met de SS af. Daarmee hing de gijzelaars een onzeker lot boven hun hoofd.


Bronnen

Boeken


Versie: 29-10-2017 Artikel door: Kevin Prenger

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4790/VIP-gevangenen-van-de-SS-in-de-Alpenfestung.htm